Diergeneesmiddelen mogelijk risico voor waterkwaliteit

Sommige diergeneesmiddelen zijn al bij zeer lage concentraties giftig voor het waterleven. Daardoor vormen enkele veel gebruikte middelen mogelijk een probleem voor de waterkwaliteit. Dit betreft met name antiparasitaire middelen (bijv. tegen wormen, insecten), die zowel in de veehouderij als voor huisdieren worden gebruikt. Er zijn ook veel gebruikte diergeneesmiddelen die waarschijnlijk geen risico vormen voor de waterkwaliteit. Vanwege beperkte beschikbaarheid van gegevens is er nog weinig zekerheid over de milieueffecten van diergeneesmiddelen.

Om inzicht te krijgen in het vóórkomen en de mogelijke ongewenste effecten van diergeneesmiddelen in water heeft CLM Onderzoek en Advies, in opdracht van STOWA, enkele provincies, waterschappen en Vewin, het diergeneesmiddelengebruik geïnventariseerd en de mogelijke effecten ervan op de waterkwaliteit in beeld gebracht. Risico’s zijn afhankelijk van de omvang van het gebruik, de afbreekbaarheid en mobiliteit van de actieve stof in mest en in de bodem, en de concentraties die giftige effecten veroorzaken in oppervlaktewater. Het onderzoek was gericht op gebruik in de veehouderij.

Lees het hele bericht op de website van CLM.

De opdrachtgevers van de studie zijn STOWA, hoogheemraadschap van Rijnland, de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel, Wetterskip Fryslân, Vewin, de provincies Noord-Brabant en Gelderland.

(nieuws uit de media, 5 oktober 2016)