Bestuurders op bezoek bij project 'Bezwijkproef Leendert de Boerspolder'

Leendert de Boerspolder

Leendert de Boerspolder

Het project ‘Dijkbezwijkproef Leendert de Boerspolder’ wordt financieel ondersteund door diverse partijen. Op donderdag 18 juni kwamen vertegenwoordigende bestuurders samen voor een informatieve bijeenkomst over dit unieke project. Dit op uitnodiging van het hoogheemraadschap van Rijnland en STOWA. De timing was perfect, want de meeste bestuurders zijn onlangs geïnstalleerd. Op deze manier sloegen zij twee vliegen in één klap: elkaar beter leren kennen en meer te weten komen over een unieke praktijkproef in de Leendert de Boerspolder, waarbij een veenkade gecontroleerd bezwijkt. Dit om meer te weten te komen over de werkelijke sterkte van dit type keringen.

Wat vooraf ging: eind 2013 concludeerden Kennis voor Klimaat en STOWA dat op het gebied van veen veel onderzoek plaatsvindt, maar dat de afstemming tussen verschillende onderzoeken lijkt te ontbreken. Naar aanleiding daarvan onderzochten STOWA en TU Delft of er overlap was tussen alle verschillende veenonderzoeken. Dat bleek niet het geval. Een mooie, maar op toeval beruste uitkomst. Wat vooral ontbrak, was de toetsing en validatie van verschillende ontwikkelde modellen en rekenmethodieken om de sterkte van veenkaden te berekenen. Er was kortom grote behoefte aan testen in de praktijk. Het hoogheemraadschap van Rijnland bood vervolgens een locatie aan waar een proef met een bestaande veendijk mogelijk is: de Leendert de Boerspolder. En zo geschiedde. De waterschappen werd gevraagd een top drie van onderzoeksvragen te formuleren. Met de dijkbezwijkproef worden deze vragen beantwoord. De resultaten verwacht STOWA aan het einde van dit jaar.

Grondmechanica

De aanwezige waterschapsbestuurders, gedeputeerden en andere genodigden kregen naast een welkomstwoord van dijkgraaf Gerard Doornbos van het hoogheemraadschap van Rijnland en Joost Buntsma, directeur van STOWA, een stukje theorie over grondmechanica van de inhoudelijk projectleider Henk van Hemert. Een technisch inhoudelijk stuk, met essentiële inhoud om te begrijpen waar geotechnici dagelijks mee te maken hebben. Deze theorie wordt  bij de Leendert de Boerspolder in de praktijk getest met een kleidijk op veen.

De boot in

Na de inhoud, volgde een bezoek per salonboot aan de Leendert de Boerspolder. Voor velen klinkt een dijkdoorbraak als een spannende jongensdroom. Dat is deels zo. Maar het uiterlijk van de waterkering is minder ‘spannend’ dan de gecontroleerde doorbraak. Het gaat hier namelijk om een boezemkade en geen kade langs een rivier. Dit is een regionale waterkering die ons beschermt tegen binnenwater. Nederland telt 14.000 kilometer aan regionale waterkeringen. Het waterniveau op de boezem is in tegenstelling tot dat op de rivieren, vrij constant. De gevolgen van een dijkdoorbraak van regionale keringen kunnen toch groot zijn. De daadwerkelijke dijkbezwijkproef vindt dit najaar plaats. De TU Delft verwacht aan het einde van dit jaar de gestelde vragen beantwoord te hebben.


De dijkbezwijkproef Leendert de Boerspolder wordt mogelijk gemaakt door: de hoogheemraadschappen Delfland, Rijnland, De Stichtse Rijnlanden, Schieland en de Krimpenerwaard en Hollands Noorderkwartier, Wetterskip Fryslân, waterschap Rivierenland, Waternet, stichting Flood Control IJkdijk, de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, TU Delft en STOWA.

De bezwijkproef Leendert de Boerspolder in het kort

Om meer waterberging te creëren ontpoldert het hoogheemraadschap van Rijnland een kleine polder ten zuiden van de Haarlemmermeer, de Leendert De Boerspolder. Het onderwater zetten van een polder is voor een waterschap geen dagelijkse kost. Omdat dit niet zo vaak voorkomt, brengt dit unieke kansen met zich mee om van te leren. In samenwerking met STOWA laat Rijnland daarom eind 2015 een veenkade van deze polder gecontroleerd bezwijken om zo de polder onderwater te zetten. Doordat er speciaal meetapparatuur op de dijk is geplaatst, kan er meer worden geleerd over de manier waarop veenkades zich gedragen tijdens hevige weersomstandigheden (en in het uiterste geval dus van doorbreken). Met deze kennis kunnen we in de toekomst nog beter voor droge voeten zorgen.