Rijnland versnelt uitvoering Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

agrArische sector een belangrijke component in het verminderen van emissies

agrArische sector een belangrijke component in het verminderen van emissies

Voor het hoogheemraadschap van Rijnland is samenwerken met de agrarische sector een belangrijke component in het verminderen van emissies, het verbeteren van het ecologisch beheer en het halen van waterkwaliteitsdoelen. LTO Nederland committeerde zich met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) aan het uitvoeren van watermaatregelen. Beide partijen stonden in de startblokken om aan de slag te gaan, toen het uitblijven van Europese subsidies roet in het eten gooide. Rijnland probeert nu deze impasse te doorbreken.

Door het lange wachten op de openstelling van de Europese subsidies voor plattelandsontwikkeling (POP), dreigt vertraging op de uitvoering van DAW-projecten die bij kunnen dragen aan een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit. Bovendien duurt het lang voordat subsidie wordt toegekend en gaat daarom veel tijd verloren. De agrarische sector vraagt zich inmiddels af of er ooit nog Europese gelden beschikbaar komen. LTO Noord sprak eerder dit jaar in een brief aan Rijnland de vrees uit dat openstelling nog wel eens lang kon duren. 

Voor de POP-subsidies die voor watermaatregelen bestemd zijn, is Rijnland binnen zijn beheergebied cofinancier. Dit betekent dat voor elke Europese euro ook een Rijnlandse euro ingezet wordt. Hiervoor is door het bestuur krediet gereserveerd. Een klein deel hiervan wordt nu op twee manieren slimmer ingezet. Ten eerste kunnen partijen die reeds subsidie hebben aangevraagd, alvast aan de slag; bij projecten die bijdragen aan de Rijnlandse doelen, neemt Rijnland de helft van de kosten van bestede uren tijdens de beschikkingsperiode op zich. Immers, als subsidie wordt toegekend, vallen al die kosten onder het project en kost het Rijnland geen extra geld.

Daarnaast wil Rijnland kleine projecten de kans geven uit te groeien tot een gebiedsbreed initiatief. Deze projecten kunnen door hun beperkte omvang vaak niet rekenen op Europese subsidie, terwijl zij een opmaat kunnen zijn tot gebiedsbrede opschaling (en dus subsidie). Rijnland heeft besloten dat als organisaties zelf 50% aan andere bijdragen kunnen vinden, Rijnland de cofinanciering op zich neemt. Zo wordt voor weinig geld de agrarische sector gestimuleerd om aan de slag te gaan.

Door het krediet efficiënter en ruimer in te zetten wordt het bewustzijn van de agrariër vergroot, de relatie met de sector verbeterd en wordt kleine projecten de kans gegeven uit te groeien tot gebiedsbrede initiatieven. Dezelfde Rijnlandse doelen worden gediend, maar processen worden versneld zonder extra kosten. Rijnland blijft zich daarbij inzetten voor een efficiënte invulling van de POP-subsidies en een optimale inzet van eigen middelen.