
Het hoogheemraadschap van Rijnland weet met grote inspanning de noodzakelijke lastenstijging beperkt te houden. Ondanks uitbreiding van taken is de lastendrukstijging ruim 1% lager uitgevallen dan eerder gepresenteerd. Door bezuinigingen en de inzet van reserves zijn de extra kosten van nieuwe taken meer dan gecompenseerd. Dat blijkt uit de Programmabegroting 2012. Op 16 november 2011 heeft de Verenigde Vergadering van Rijnland de begroting voor het komende jaar vastgesteld. In de begroting is een balans gevonden tussen de doelen, gericht op een klimaatbestendig watersysteem en de wens de lasten niet te veel te laten stijgen.
De lastendrukstijging is met gemiddeld 7, 9 % nog steeds fors, maar noodzakelijk om veiligheid tegen overstromingen te bieden, wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen, bij droogte voldoende water in ons gebied op te kunnen slaan en de kwaliteit van ons oppervlaktewater te verbeteren. Toch is de lastendrukstijging lager uitgevallen dan voorzien. Dat komt onder meer omdat op vele gebieden belangrijke doelmatigheidswinsten worden gerealiseerd.
"De noodzaak van het werken aan een klimaatbestendig watersysteem en de gevolgen van de economische crisis met zijn bezuinigingsmaatregelen zorgen voor een spanningsveld. Enerzijds moeten maatregelen worden genomen om op de toekomst te zijn voorbereid, anderzijds heerst het besef dat de stijging van de tarieven voor burgers en bedrijven binnen de perken moet blijven. Daar hebben we zorgvuldig over nagedacht.", aldus Gerard Doornbos, dijkgraaf van het hoogheemraadschap.
Om de ruim 110.000 hectare, ook in de toekomst, droog te houden en het afvalwater van de bedrijven en 1,3 miljoen inwoners te zuiveren, is 187 miljoen euro nodig. Bekijk de bijlage voor een overzicht met de grootste investeringen (pdf) voor 2012. De maatregelen om wateroverlast te voorkomen, de polders droog te houden en het zee- en rivierwater te laten waar het thuishoort, gaan onverminderd voort. Dit geldt in het bijzonder voor de kadeverbetering die grote investeringen vergt om te voldoen aan de aangescherpte Nederlandse en Europese normen (veilig in 2015 en op orde in 2020). Een andere belangrijke voorwaarde voor een robuust watersysteem (genoeg ruimte voor water) is het grootschalig baggerprogramma, waarbij een inhaalslag noodzakelijk is. Daarnaast heeft Rijnland - evenals andere waterschappen - te maken met een uitbreiding van taken. Met de nieuwe taken (muskusrattenbeheer en meebetalen aan de uitvoering van grote versterkingswerken van keringen langs de kust en rivieren) zijn forse bedragen gemoeid."Toch zijn onze tarieven één van de laagste in West-Nederland", aldus hoogheemraad Hans Pluckel.
Om de gevolgen voor de tarieven binnen aanvaardbare grenzen te houden, heeft het bestuur een beroep gedaan op de egalisatie- en algemene reserves. Daarnaast zijn er verschillende maatregelen genomen om de kosten te reduceren door efficiënter te werken. Zo werkt Rijnland veel meer samen met andere overheden op het gebied van belastingheffing en laboratoriumwerk, en energie-inkoop. Daarbij blijft Rijnland alert op kostenreductie. Ook de opbrengst uit verkoop van eigendommen levert een bijdrage hieraan. Daarnaast is eerder dit jaar het vergunningenstelsel vereenvoudigd en zijn de vaarvergunningen afgeschaft.
Ter illustratie staan hieronder een aantal praktijkvoorbeelden voor de tarieven in 2012:
| Eenpersoonshuishouden, geen eigenaar | € 139 |
|---|---|
| Meerpersoonshuishouden, geen eigenaar | € 245 |
| Meerpersoonshuishouden, woning WOZ-waarde € 239.000 | € 282 |
| Procesindustrie, WOZ-waarde € 30 mln, 1.400 v.e. | € 78.847 |
| Groothandel, WOZ-waarde € 2,4 mln, 10 v.e. | € 902 |
| Klein bedrijf, WOZ-waarde € 600.000, 3 v.e. | € 252 |
| Agrarisch bedrijf, WOZ-waarde € 3,48 mln, opp. 40 ha, 3 v.e. | € 3.448 |
| Glastuinbouwbedrijf, WOZ-waarde € 420.000, 3 v.e. | € 224 |
| Natuurgebied, opp. 10 ha | € 40 |
Evenals dit jaar, int de BSGR de waterschapsbelasting voor het hoogheemraadschap van Rijnland. De eerste acceptgirokaarten kunnen vanaf februari 2012 worden verwacht. Huishoudens en ‘kleine' ondernemers die van een minimuminkomen rondkomen, hebben recht op (gedeeltelijke) kwijtschelding.