Vorst en ijspret

Vorstbemaling

Vorstbemaling

Tijdens een vorstperiode werkt Rijnland mee aan een zo goed mogelijke ijslaag op het water. We gaan dan over op 'vorstbemaling'. De meeste gemalen worden stilgezet; stromend water is immers slecht voor de ijsaangroei, bovendien kan er na de bemaling een lege ruimte ontstaan tussen het ijs en de bovenste waterlaag. Een aantal gemalen moet af en toe wel draaien, met het oog op de waterveiligheid en de waterkwaliteit.

Grote boezemgemalen

Bij vorstbemaling worden van de vier grote boezemgemalen die in Katwijk en Spaarndam uitgezet. Voor de gemalen in Halfweg en Gouda kan dat niet: die moeten af en toe draaien. Het peil in het grote boezemstelsel stijgt namelijk, ondanks het droge weer. Dat komt door de lozing vanuit de zuiveringsinstallaties. Daarnaast kent Rijnland een aantal diepe droogmakerijen zoals de Haarlemmermeerpolder en Polder de Noordplas. Daar komt kwelwater naar boven dat naar de boezem wordt weggemalen. Die voortdurende leveringen zorgen voor een peilstijging van 0,5 tot 1 cm per etmaal. Dit niet meteen wegmalen zou opbarsten van de ijslaag veroorzaken. Het gemaal Halfweg draait geregeld vanwege de zoute kwel uit de Haarlemmermeerpolder en de ijsbestrijding op Schiphol. Voor het inzetten van het gemaal Gouda is gekozen omdat de Gouwe, vanwege zijn grote scheepvaartbelang naar de overslagterminal in Alphen aan den Rijn toch al ijsvrij wordt gehouden. Door beide gemalen op een lage capaciteit te laten draaien is de invloed op het ijs op de grote meren nauwelijks merkbaar.

Polders

In de kwelpolders als de Haarlemmermeerpolder en Polder de Noordplas slaan de gemalen, door het stijgende peil, regelmatig aan. Daarom worden ze ijsvrij gehouden en wordt die locatie afgezet met waarschuwingslinten. Het ijs is zowel aan de binnen- als de buitenkant van het poldergemaal onbetrouwbaar. Voorafgaand aan toertochten kan Rijnland, als dat waterstaatkundig verantwoord is, die poldergemalen tijdelijk stilzetten.

Dooi

Het eind van een vorstperiode gaat vaak samen met een depressie die neerslag brengt. Die regen stroomt dan versneld af naar de watergangen omdat de vorst nog in de bodem zit en het land zich gedraagt alsof het verhard is. Dan gaan alle gemalen in bedrijf en is het ijs onbetrouwbaar geworden. Deze situatie wordt gecommuniceerd via de website, persberichten en berichtgeving aan de radio- en televisiestations.

Energiecentrale Leiden

Bij vorst ontstaat rond de energiecentrale aan de Leidse Maresingel een bijzondere situatie. De centrale haalt koelwater uit de singel en loost het verwarmde water daar weer in. Die Maresingel maakt deel uit van het grote stelsel van wateren in de Leidse binnenstad waardoor het warme water zich door de hele binnenstad dreigt te verspreiden. Om deze voor het ijs slechte ontwikkeling te voorkomen, worden in zo'n vorstperiode speciale maatregelen genomen. Door het plaatsen van schotten in de singel bij de Valkbrug en in de Korte Mare wordt het verwarmde water, voordat het de stad kan intrekken, via de Haarlemmertrekvaart naar het noorden afgebogen.