Het provinciale beleid is een uitwerking van het Rijksbeleid. Afzetten van bagger moet op basis van de Ladder van Lansink gebeuren. Verwerking en hergebruik van bagger hebben de voorkeur.
Op 28 juni 2006 hebben de Provinciale Staten het Beleidsplan Groen, Water en Milieu 2006-2010 vastgesteld. In het waterdeel wordt ingegaan op het baggeren zelf. Het milieudeel besteedt aan dacht het beleid voor verwerking en bestemming van bagger.
De Nota Uitwerking Baggerbeleid (NUBIII) is gebaseerd op een actielijst om knelpunten ten aanzien van de verwijdering van baggerspecie op te lossen. De lijst vormt het beleid voor de verwerking van baggerspecie en volgt de Ladder van Lansink:
Preventie, om te zorgen voor een zodanig kwaliteit van de waterbodem dat deze voldoet aan de toegekende functies en dat de vrijkomende baggerspecie van een dusdanige kwaliteit is dat deze vrij kan worden toegepast.
Hergebruik, wordt gestimuleerd en geoptimaliseerd. Dat betekent versoepeling van de eisen voor hergebruik, uitwerking van de mogelijkheden voor nat toepassen van bagger en vereenvoudiging van de regels voor het toepassen van gerijpte baggerspecie als grond.
Verwerken door middel van technieken zal worden gestimuleerd en de mogelijkheden voor hergebruik binnen de provincie worden onderzocht.
Storten van baggerspecie zal ook in de toekomst noodzakelijk blijven.
In het Platform Baggerspecie Noord-Holland zijn de provincie, rijkswaterstaat, de Vereniging van Noord-Hollandse Gemeenten, Hoogheemraadschappen en de Vereniging van Noord-Hollandse Baggerspecieverwerkers vertegenwoordigd. In januari 2003 lanceerden zij het Samenwerkingsprogramma Baggerspecie Noord-Holland 2003-2008 waarin zij een gezamenlijke strategie presenteren voor de organisatie van de baggerwerkzaamheden in Noord-Holland om daarmee het baggeren in Noord-Holland beheersbaar te maken.
