In december 2003 is de Beleidsbrief Bodem naar de tweede Kamer gezonden. De beleidsbrief kondigt de verbreding van het bodembeleid aan en belooft de tegenstrijdigheden in het huidige beleid op te lossen. De belangrijkste vernieuwingen zijn:
Nadruk op bewust en duurzaam gebruik van de bodem. De (gebruiks)waarden van de bodem moeten behouden blijven. De gebruikers van de bodem krijgen meer eigen verantwoordelijkheid. Naast het recht van benutting, staat de plicht van zorgvuldigheid: beslissingen over het gebruik van de bodem moeten gebaseerd zijn op een beoordeling van de effecten van het bodemgebruik.
De bodem wordt beschouwd als een dynamisch ecosysteem. De gebruikswaarden van de bodem hebben economische, sociale en een ecologische dimensie. Het vermogen van de bodem om nu en in de toekomst zo goed mogelijk maatschappelijke diensten te leveren is vertrekpunt.
Vereenvoudiging van, en meer consistentie in, het beleid. Decentrale overheden krijgen ruimte voor het realiseren van gebiedsgerichte oplossingen. Via transparante besluitvorming formuleren zij welke waterkwaliteit voor welke functies gewenst is en welke baggeropgave daarbij hoort. Het bevoegd gezag, voor waterbodems de waterkwaliteitsbeheerder, legt dit vast in een bodembeheernota.
Meer aandacht voor de risico’s op het ontstaan van verontreiniging, op blootstelling aan of verspreiding van verontreiniging. Provincies, waterschappen en gemeenten moeten de effecten van het gebruik van de bodem van te voren beoordelen.
Versterking van de kennisinfrastructuur en de toegankelijkheid van informatie voor decentrale overheden, burgers en bedrijven.
