Rijnland voert, voordat er gebaggerd gaat worden, eerst een meetprogramma uit waarbij voor alle watergangen gegevens worden verzameld over de volgende zaken:
Kwantiteit
Kwaliteit
Kenmerken van de omgeving
Overige onderzoeken
Meetresultaten per project
Alle watergangen in het beheersgebied moeten met enige regelmaat gebaggerd worden. De vereiste diepte is vastgelegd in de legger. Om te achterhalen of er gebaggerd moet worden en om de hoeveelheid bagger te kunnen bepalen, meet Rijnland eerst de dikte van de sliblaag. Dat gebeurt door elke 100 meter een loodlijn dwars over de watergang te spannen. Langs die loodlijn wordt op verschillende punten (meestal iedere meter) de afstand tussen de bovenkant van de sliblaag en de waterlijn gemeten. Door de huidige hoogte van het water af te trekken van de gewenste hoogte (de leggerhoogte) kan worden berekend óf en hoeveel er gebaggerd moet worden.
Voor het verspreiden, toepassen, verwerken of storten van de bagger moet Rijnland precies weten wat de kwaliteit van de bagger is. Daarom worden van elke watergang 10 baggermonsters per 500 meter genomen. Deze 10 monsters worden samengevoegd tot 1 mengmonster. In het laboratorium van Rijnland worden de fysische en chemische eigenschappen van de bagger bepaald. Fysische eigenschappen worden bepaald door te kijken naar bijvoorbeeld de hoeveelheid organische stoffen, de deeltjesgrootte, de bodemtextuur en de hoeveelheid zand. Chemische eigenschappen duiden op de verontreiniging van de bagger met zware metalen, minerale oliën of bestrijdingsmiddelen.
Archiefonderzoek en onderzoek naar lokaal historisch gebruik geven ook aanwijzingen over mogelijke verontreinigingsbronnen, zodat aanvullend onderzoek kan worden uitgevoerd.
Voor de praktische uitvoering van het baggerwerk zijn gegevens over de omgeving van de watergangen belangrijk: kunnen de watergangen bereikt worden met het baggermateriaal? Liggen er bruggen of kunstwerken in de weg? Is de oever steil? Moeten we over particulier eigendom om bij een watergang te komen? Waar bestaat de mogelijkheid om de bagger op de kant te verspreiden? Zijn natuurvriendelijke oevers te realiseren?
Dan zijn er nog extra zaken die vooraf uitgezocht moeten worden, zoals kabels en leidingen in de grond, eventueel aanwezige munitie of asbest, woonboten langs de oevers, de aanwezigheid van archeologisch materiaal of aanwezigheid van beschermde planten- en dierensoorten.
Alle resultaten worden per watergang opgeslagen in een database. De gegevens worden geanalyseerd en verwerkt in een zogenaamd beslisdocument. Daar staat in:
Via de overzichtskaart zijn de meetresultaten voor de omgeving Zuidwest Rijnland op te vragen. Onder vervuiling van bagger is een uitleg gegeven van de mogelijke risico’s van de afzonderlijke vervuilende stoffen.
