TNO: Leven met bagger

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

TNO: Leven met bagger

Leven met bagger is een door TNO opgezet programma met financiële ondersteuning uit het nationale "Leven met water" programma.

Het probleem

Nederland heeft een baggerstand van 400 miljoen m3 bagger die waterafvoer en bevaarbaarheid belemmeren. Met deze baggerwerkzaamheden zijn aanzienlijke bedragen gemoeid (500 miljoen euro om de achterstanden weg te werken en daarna 100 miljoen euro per jaar voor onderhoud).

De huidige knelpunten in de praktijk voor het beter omgaan met bagger liggen bij:

  • de sectorale en kennisintensieve wet- en regelgeving
  • maatschappelijke weerstand van burgers of milieuorganisaties,
  • de tijdrovende afstemming tussen de betrokken overheden,
  • de hoge kosten van verwerken of storten van verontreinigde bagger.

De uitdaging

De huidige praktijk kenmerkt zich dan ook door inefficiënte en dure processen rond besluitvorming en uitvoering. Nieuwe wet- en regelgeving is in de maak om aan (een deel van) de genoemde problemen tegemoet te komen. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn een meer pragmatische en op verdeling van risico’s gerichte benadering. Een gebiedsgerichte afweging van risico’s voor milieu, mens en landbouw vraagt echter veel nieuwe kennis en een andere benadering. Het Kabinet dringt er daarnaast op aan oplossingen vooral in de regio te zoeken om gesleep met bagger te voorkomen.

Een nieuwe aanpak

In het Leven met bagger programma wordt een nieuwe aanpak ontwikkeld, die moet bijdragen aan het oplossen van het complexe baggerprobleem. Deze aanpak gaat uit van de gedachte dat (i) gedacht wordt vanuit de eigenschappen van het gebied, (ii) actoren worden betrokken die bijdragen aan het probleem of bijdragen aan de oplossingen, (iii) waarin kennis van het systeem en begrip voor elkaars belangen wordt opgebouwd, en (iv) gedragen oplossingen gezamenlijk worden geformuleerd, zal bijdragen aan het oplossen van baggerproblemen.

Een concrete vertaling hiervan heeft geresulteerd in de volgende methodiek, waarbij een zestal stappen worden doorlopen om zo een baggerprobleem aan te pakken:

  • De eerste stap is gericht op het analyseren van het probleem rond de verwerking van bagger. Het probleem wordt met en door de deelnemers besproken met als resultaat drie beschrijvingen van het probleem.

  • De probleembeschrijvingen vormen de basis voor de volgende stap waarin de deelnemers wordt gevraagd om ten aanzien van de afzet of gebruik van bagger de ideale situatie in de toekomst voor te stellen (wensbeelden). Hierbij kan het zijn dat benodigde kennis ontbreekt. Het resultaat van deze stap is dan ook een beschrijving van drie wensbeelden, inclusief de bijbehorende kennisvragen.

  • In de derde stap worden de vragen beantwoord door een aantal experts. Het resultaat is een door alle deelnemers gedeelde beschrijving van de kennis die nodig is voor de oplossing van het baggerprobleem.

  • De vierde stap is gericht op het formuleren van concrete oplossingen die zoveel mogelijk overeenkomen met de eerder geformuleerde wensbeelden. Bij deze stap zoekt Rijnland ook andere betrokken overheden die bereidt zijn mee te werken aan het realiseren van oplossingen.

  • De oplossingen worden gepresenteerd aan de beslissingsbevoegde bestuurders. Hierbij wordt getracht een combinatie te vinden van elementen die in de oplossingen van de drie groepen naar voren komen (de grootste gemene deler).

  • Ten slotte worden met de bestuurders afspraken gemaakt over de voorliggende keuzes: de belanghebbenden kunnen de bestuurders adviseren en de bestuurders lichten hun overwegingen toe. Het resultaat is een lijst van afspraken over het verder onderzoeken, het uitwerken en het implementeren van de oplossingen en voor zover mogelijk, het voorbereiden van een besluit.

Tussen de verschillende stappen krijgen de belanghebbenden, wanneer zij dit nodig vinden, de gelegenheid om (deel)resultaten verder uit te werken.

Rijnland Zuidwest is één van de gebieden waar de nieuwe benadering zal worden toegepast. Ervaringen uit het gebied zijn belangrijk om praktische “handen en voeten” te geven aan de nieuwe wet- en regelgeving.

Naar boven