De waterkeringen in Nederland zijn onderverdeeld in primaire waterkeringen en secundaire waterkeringen. De zorg voor de waterkeringen is een van de taken van Rijnland. Zonder deze waterkeringen zou het hele gebied van Rijnland, met uitzondering van de duinenrij, onder water verdwijnen.
Rijnland heeft de volgende primaire waterkeringen onder beheer: de zeewering, de Spaarndammerdijk en de Goejanverwelledijk.
Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onderdeel uitmaken van een dijkringgebied. De primaire waterkeringen die Rijnland beheert, maken deel uit van dijkringgebied 14. Dijkring 14 wordt begrensd door de Nieuwe Waterweg, de Hollandse IJssel, het Amsterdam-Rijnkanaal, het Noordzeekanaal en de kust tussen IJmuiden en Hoek van Holland. Wanneer dit gebied geheel onder water komt te staan, bijvoorbeeld als gevolg van een dijkdoorbraak, loopt de schade al gauw op tot zo’n € 300 miljard. Voor 4,5 miljoen mensen zou een levensbedreigende situatie ontstaan. Om te garanderen dat de waterkeringen het water daadwerkelijk buiten de deur houden heeft Rijnland onder meer het waterkeringsbeheerplan en de legger opgesteld. Secundaire waterkeringen worden gevormd door bijvoorbeeld boezem- en polderkades.

Via onderstaande links komt u snel bij het betreffende onderwerp terecht in de tekst.
Waterkeringsbeheerplan
Waaruit bestaat de primaire waterkering
Regionale waterkeringen
Wat kan en mag wel, wat kan en mag niet?
Onderliggende documenten
Het doel van het beheerplan is ‘het op het vereiste niveau houden van de waterkerende functie van de waterkeringen, nu en in de toekomst en met oog voor andere belangen.’ Het waterkeringsbeheerplan komt voort uit de Wet op de Waterkering uit 1996. Hierin staat dat de beheerder van de waterkering verplicht is een legger en een beheersregister op te stellen.
Het waterkeringsbeheerplan kent een statisch en een dynamisch deel. Het statische deel bestaat uit de beleidsuitgangspunten van Rijnland, mede op basis van de externe beleidskaders (van rijk, provincies, andere waterschappen en gemeenten). Voorbeelden hiervan zijn de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening, de 3e Kustnota en de Visie Hollandse Kust 2050. Ook de verwachte fysieke veranderingen zijn daar in opgenomen, zoals de stijging van de zeespiegel en het opstellen van de nieuwe Randvoorwaarden.
Het dynamisch deel is een beschrijving van het te voeren beleid voor de periode van een jaar, dat jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld wordt. Hierin komen vooral de activiteiten op het gebied van aanleg en onderhoud aan de orde, inclusief en raming van de kosten. Het hoogheemraadschap beschikt daarvoor over de volgende instrumenten: de keur en het reglement, de schouw, de legger en het beheersregister.
De beleidsuitgangspunten in het waterkeringsbeheerplan (zowel statisch als dynamisch) vinden hun weerslag in de legger. In de legger staat voor elke zone (kernzone, beschermingszone en buitenbeschermingszone) aangegeven welke dimensies het desbetreffende deel van de waterkering moet hebben.
De primaire waterkering binnen Rijnland is opgebouwd uit de volgende delen:
Rijnland beheert de zeewering tussen Wassenaar en IJmuiden, in totaal ruim veertig kilometer. De zeewering bestaat geheel uit duinen, behalve de uitwateringssluis bij Katwijk. In Katwijk, Noordwijk en Zandvoort maakt de bebouwde kom deel uit van de zeewering. Rijnland heeft de verantwoording voor het onderhoud van de zeereep.
De zeewering heeft niet alleen de functie van waterkering, de duinen bieden ook ruimte aan toerisme en recreatie, natuur, waterwinning en wonen.
Op dit moment voldoet de zeewering aan de gestelde veiligheidsnorm van 1/10.000. De verwachting is dat de zee, als gevolg van de stijging van de zeespiegel, een kleine honderd meter in de richting van het land zal opschuiven. Dat levert vooralsnog geen problemen op, behalve bij Katwijk en Noordwijk; in Katwijk zal binnen nu en vijftig jaar versterking van de zeewering nodig zijn en in Noordwijk is dat tussen vijftig en honderd jaar na nu het geval.

Deze waterkering, ook wel bekend als de Spaarndammerdijk, is eigenlijk een aaneengesloten stelsel van dijken en loopt van Velsen tot aan Amsterdam West. De kering is 39 kilometer lang. Naast waterkerende functie biedt de dijk ook ruimte aan agrarische activiteiten, aan wonen en is de dijk in gebruik als grondlichaam voor een weg. Vanwege de bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarde is de dijk tussen Spaarndam en Halfweg een gemeentelijk monument. Het dagelijks beheer berust bij de onderhoudsplichtigen aan wie Rijnland de percelen in eigendom heeft gegeven dan wel heeft verpacht.

Deze primaire waterkering, vaak aangeduid als de Goejanverwelledijk, ligt langs de Hollandsche IJssel, tussen de Julianasluis in de Gouwe bij Gouda tot aan de grens met het hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden: de Wiericke bij Hekendorp. Behalve de functie van waterkering voor dijkringgebied 14 biedt de dijk ruimte aan industriële en agrarische activiteiten, aan wonen en aan verkeer en vervoer.

Rijnland beheert naast de primaire waterkeringen nog een aantal regionale waterkeringen. Deze waterkeringen zijn onder te verdelen in boezemkaden, landscheidingen en de voormalige BWO-keringen en Rijndijksluizen.
In het waterkeringsbeheerplan staan de regels beschreven op het gebied van bouwen, beweiden, beplanten, afzanden en het leggen van kabels en leidingen. De volgende onderdelen zullen de revue passeren.
Niet-waterkerende constructies in, op of nabij een waterkering kunnen een potentieel gevaar vormen voor de primaire functie van de waterkering. Niet alleen kan bebouwing het waterkerend vermogen negatief beïnvloeden, ook kan het toekomstige dijk- en duinverzwaringen in de weg staan. Het hoogheemraadschap heeft ten aanzien van het beleid voor de zeewering een "ja. Mits" en "nee, tenzij" beleidsprincipe. Uitgangspunt zijn de bebouwingscontouren en het keurgebied. "ja, mits" geldt binnen de bebouwingscontouren. Buiten de bebouwingscontouren geldt een "nee, tenzij".
Voor de overige primaire waterkeringen geldt een "nee, tenzij" binnen het keurgebied zoals aangegeven in de legger.
Alhoewel Rijnland in eerste instantie uitgaat van de waterkerende functie, wil het hoogheemraadschap ook rekening houden met belangen van anderen. Eigenaren of pachters van percelen die tot de waterkering behoren streven een rendabel gebruik van deze percelen na. Beweiding van deze gronden is – gezien de beperkte gebruiksmogelijkheden – veelal de meest rendabele optie. Vanwege de schadelijke invloed van groot vee (koeien, paarden) is het beweiden hiervan op waterkeringen in de kernzone op basis van de keur verboden. Wel is het beweiden door kleinvee (schapen en geiten) toegestaan.
Beplanting kan, afhankelijk van soort, vegetatie en locatie, het waterkerend vermogen van de waterkering nadelig beïnvloeden. Voor de zeewering geldt voor het verwijderen van beplanting het principe ‘nee, tenzij’. Verwijderen is alleen toegestaan uit onderhoudsoverwegingen, of wanneer bestaande beplanting wordt vervangen door soortgelijke. Voor dijken geldt bij het aanbrengen van nieuwe beplanting een beleid van ‘nee, tenzij’.
Afzanden is het afschuiven - tot een van te voren vastgestelde hoogte - van duintoppen. Dit heeft een nadelige invloed op het waterkerend vermogen van het duin. Het afzanden verplaatst een deel van de zandmassa naar het strand waar het veel kwetsbaarder is voor afslag en erosie. Bovendien verlaagt afzanden de hoogte van de duinrand. Daarom is het afzanden van de duinen verboden, tenzij er een maatschappelijk zwaarwegend belang is. En ook dan gelden er aanvullende voorwaarden: het niveau van het duin komt niet onder NAP + 8.00m, dan wel het niveau van de ter plaatse aanwezige boulevardbestrating en het zand wordt ter plaatse in het profiel verwerkt.
De aanwezigheid van kabels en leidingen in een waterkering kan het waterkerend vermogen negatief beïnvloeden. Langs de leiding kan een kwelstroom ontstaan, leidingen kunnen lek raken of exploderen, waardoor de stabiliteit van kades en dijken in gevaar komt. Om deze reden heeft Rijnland in de keur het aanbrengen van kabels en leidingen in de kern- en beschermingszone verboden. Onder voorwaarden mogen kabels en leidingen wel in of door waterkeringen worden aangebracht. Deze voorwaarden zijn afhankelijk van het soort leiding of kabel, de locatie en het type waterkering.
Het waterkeringsbeheersplan bestaat uit de hieronder genoemde katernen. Deze kunt u downloaden en bekijken (in PDF-formaat).
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Etienne Faassen (etienne.faassen@rijnland.net of 071- 306 3369).
