Met ingang van april 2006 hanteert Rijnland voor het gebruik van haar eigendommen nieuwe tarieven. De nieuwe tarieven gaan over de volgende categorieën eigendommen:
Tarieventabel
Wanneer passen we de nieuwe vergoedingen toe
Uitgangspunt van het nieuwe beleid
Opstalvoorwaardenbeleid per 1 juni 2007
Een andere methode van berekenen
Overgangsregeling
Eeuwigdurend opstalrecht
Afkoop
Hardheidsclausule
Minimum en maximum grondprijs
Keuzemogelijkheid
Bedrijven
Verdere uitwerking
Inspraak/bekendmaking
Rijnland gaat optreden
Meer informatie
Met behulp van de Rekenmodule Opstalrechten kunt u zelf uitrekenen hoeveel u jaarlijks aan opstalvergoeding moet betalen en wat de afkoopsom is.
Om de tarieven te bekijken, download de tarieventabel (pdf) .
De nieuwe vergoedingen worden toegepast bij nieuwe uitgiften, verlengingen en heruitgiften. Bestaande contracten blijven gehonoreerd. Bij verlenging/heruitgifte van bestaande rechten, hanteert Rijnland een overgangsperiode. Bij tussentijdse wijziging van gebruik(er) bij bestaande persoonlijke gebruiksrechten worden wel de tarieven uit de tabel toegepast.
Uitgangspunt bij vaststelling van dit beleid is een redelijke vergoeding te vragen voor gebruik van Rijnlands eigendom. Vanuit deze optiek is besloten vergoedingen te gaan hanteren die meer in lijn zijn met algemeen gehanteerde vergoedingen, bij andere overheden.
Per 1 juni 2007 hanteert Rijnland een gewijzigd beleid met betrekking tot de opstaltarieven. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste punten.
Bij de vaststelling van de opstalvergoedingen hebben we gekozen voor een gewijzigde methodiek. De opstalvergoeding is gebaseerd op:
Rijnland voert een overgangsperiode in van 20 jaar. In de overgangsperiode loopt het opstalrecht per jaar stapsgewijs op van het huidige peil naar het van de grondwaarde afgeleide peil.
De overgangsperiode van twintig jaar geldt voor opstalrechten die vanaf 1 juni 2007 aflopen tot een overgangsperiode van 0 jaar voor rechten die vanaf 1 juni 2027 aflopen.
Dit houdt in dat de opstalhouder die tussen 2007 en 2027 de overgangsperiode instapt, per jaar 5% op het verschil tussen het oude niveau en het nieuwe niveau inloopt.
Het eeuwigdurend opstalrecht wordt ingevoerd in plaats van een opstalrecht voor 50 jaar.
Per 1 juni 2007 kunt u een lopende overeenkomst afkopen. Rijnland hanteert als disconteringsfactor het geldende rentepercentage van de IRS. Dit rentepercentage staat vast voor de resterende looptijd van het contract. Daarnaast gaan we uit van een jaarlijkse stijging van de tarieven van 1% voor de gevallen waar tussentijds contractueel nog periodieke tariefwijzigingen moeten worden aangepast.
Ten aanzien van percelen waarbij, binnen tien jaar na aanvraag van de afkoop, planologische en/of infrastructurele wijzigingen worden verwacht, maken we een voorbehoud.
Per 1 juni 2007 kunt u een nieuwe, eeuwigdurende overeenkomst afkopen. De waarde van de afkoopsom van eeuwigdurende contracten is gelijk aan de grondwaarde (zie Een andere methode van berekenen, punt 1).
Als de eeuwigdurende overeenkomst wordt afgekocht op een moment vóór de ingangsdatum, wordt de grondwaarde op het moment van afkopen met 1% per jaar geïndexeerd tot de ingangsdatum van de eeuwigdurende overeenkomst.
Ten aanzien van percelen waarbij, binnen tien jaar na aanvraag van de afkoop, planologische en/of infrastructurele wijzigingen worden verwacht, maken we een voorbehoud.
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Rijnland zal een hardheidsclausule verder uitwerken.
Door bijzondere opstallen ontstaan soms scheve verhoudingen tussen de WOZ-waarde en de grondoppervlakte. Voor zulke gevallen heeft Rijnland minimum en maximum grondprijzen per m² vastgesteld. De minimum grondprijs is € 54/m² (na depreciatie). De maximum grondprijs is € 390/m² (na depreciatie). Deze bedragen worden periodiek aangepast.
Opstalhouders van overeenkomsten die na 12 april 2006 en vóór 1 juni 2007 aflopen, krijgen de keuze om de methodiek gebaseerd op de WOZ-waarde en de grondquote te volgen óf de keuze om de methodiek zoals bepaald in het VV besluit van 12 april 2006 en de uitwerking daarvan in het D&H besluit van 18 april 2006 te volgen.
Percelen met niet-woon functies (bedrijven) worden van geval tot geval getaxeerd op basis van referentie-objecten. Voor deze percelen hanteert Rijnland dezelfde contractsvorm en overgangsperiode.
In de komende maanden (tot uiterlijk 1 juni 2007) zullen we het beleid met betrekking tot de opstaltarieven verder uitwerken. Zoals bijvoorbeeld
De vaststelling van tarieven voor gebruik van Rijnlands eigendom betreft private zaken/overeenkomsten. Hiertegen staat geen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter open (art. 8.3 Awb). Ook is de inspraakverordening hier niet op van toepassing. Wij hebben daarom niet de verplichting u bij vaststelling van dit beleid te horen.
Het vaststellingsbesluit van de nieuwe tarieven is in huis-aan-huisbladen bekendgemaakt. Ook zijn belanghebbenden apart geïnformeerd via onze brief (kenmerk 06.13380) van 18 mei 2006. Als u het niet eens is met een nieuw tarief kan Rijnland voor de burgerlijke rechter dagvaarden. Wij adviseren u in dat geval contact op te nemen met een advocaat.
Bovendien hebben we geconstateerd dat op diverse locaties in het beheersgebied onrechtmatig gebruik wordt gemaakt van de onroerende zaken van Rijnland. Ongevraagd worden strookjes grond bij de tuin getrokken, boten afgemeerd in water, op de grond spullen gedeponeerd en gebruikt men bijvoorbeeld zonder toestemming grond als weg/pad. In de Handhavingsnota (pdf) kunt u lezen hoe Rijnland hiertegen op zal gaan treden.
Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met het team Eigendommen, telefoon 071 – 306 3063 of eigendommen@rijnland.net.
