Nationaal Bestuursakkoord Water

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Beleid > Waterakkoorden > Nationaal Bestuursakkoord Water

Nationaal Bestuursakkoord Water

Door klimaatverandering, een stijgende zeespiegel en hevigere neerslag en bodemdaling krijgen we steeds vaker te maken met wateroverlast. Zonder ingrijpende maatregelen houden we het niet droog. Technische maatregelen (dijken en andere waterkeringen, pompen en malen) alleen zijn niet meer genoeg. We moeten water letterlijk meer ruimte geven. Waterberging op het land is nodig, waar mogelijk in combinatie met landbouw en natuur. Waterberging moet een prominente plaats krijgen in het ruimtelijke ordeningsproces.

Op 2 juli 2003 is het Nationaal akkoord ondertekend door het rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen. Het Nationaal Bestuursakkoord Water kunt u hier lezen. (Word document)

Het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) in het kort

Dit 'contract' tussen rijk, provincies, gemeenten en waterschappen omvat een pakket maatregelen om de wateroverlast in Nederland aan te pakken. De vier overheden leggen in het akkoord vast wat op het gebied van regionaal waterbeheer moet gebeuren, met welk tempo, wat het kost, en wie, waarvoor verantwoordelijk is.
In het bestuursakkoord is een programma van maatregelen afgesproken voor de korte termijn (2003-2007). Totale kosten voor deze periode bedragen 1,3 miljard euro. Het rijk draagt hieraan éénmalig bij met 100 miljoen euro.

Het betreft ruim 250 regionale projecten, groot en klein, die kunnen ingezet in het kader van het ruimte-voor-waterbeleid uit het Waterbeheersplan 21e eeuw. Deze projecten en activiteiten komen voort uit de meerjarenprogramma's van de waterschappen.

Afspraken over ruimte voor water

In het akkoord is afgesproken dat de waterschappen in de periode 2003-2005 de ruimte die nodig is om water te bergen aangeven. Vervolgens wegen de provincies tussen 2003 en de eerste helft van 2006 deze zogenoemde ruimteclaims af in het streekplan. In 2007 kan dan de definitieve besluitvorming plaatsvinden.
In 2005 wordt vastgesteld of het wenselijk en mogelijk is om in 2006 tevens een volgend maatregelenprogramma voor de periode ná 2007 vast te stellen.

De verdere uitwerking van de wateropgave (ten gevolge van watertekorten) nog in volle gang is. De aandacht is tot in de tweede helft van 2006  gericht op het verkrijgen van de noodzakelijke gegevens over normering, stedelijke wateropgave, en uitgewerkte en gecomplementeerde deelstroomgebiedsvisies.

De uitkomsten moeten volgens het Nationaal Bestuursakkoord Water de basis vormen voor het maatregelenprogramma na 2007. Deze tweede generatie deelstroomgebiedsvisies zullen daarmee een meer integraal karakter krijgen en bovendien op tijd klaar zijn voor de stroomgebiedbeheerplannen die volgens de Kader Richtlijn Water worden opgesteld.

*De wateropgave is in feite de omvang van de oplossingen van het waterprobleem. Het gaat daarbij om ruimte (hectares) die nodig zijn voor de opvang van de wateroverlast en de voorraadvorming voor watertekort. In plaats van ruimte kun je de wateropgave ook uitdrukken in volume die op een bepaalde plaats of tijd nodig is. Een ander element van de wateropgave zijn de vereisten die vanuit de waterkwaliteit worden gesteld.

Naar boven