Waterakkoord Rijnland en Delfland

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Beleid > Waterakkoorden > Waterakkoord Rijnland en Delfland

Waterakkoord Rijnland en Delfland

Hieronder is volledige tekst van het waterakkoord Rijnland - Delfland opgenomen. Het akkoord is in 2002 door de dijkgraven van Rijnland en Delfland ondertekend.  

Het akkoord bestaat uit de volgende artikelen:

Aanhef          Waterakkoord
Titel 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1        Definities
Titel 2. Uitvoering van dit waterakkoord
Artikel 2        Verplichtingen
Artikel 3        Werken
Artikel 4        Meting en bemonstering
Artikel 5        Randvoorwaarden peil
Artikel 6        Randvoorwaarden kwaliteit
Artikel 7        Waarschuwingsplicht bij slechte kwaliteit
Titel 3. Van de naleving van dit waterakkoord
Artikel 8        Calamiteitenbestrijding
Artikel 9        Geschillen
Artikel 10      Uitvoering van besluiten
Artikel 11      Evaluatie
Titel 4. Financiën
Artikel 12      Vergoedingen
Artikel 13      Vaste vergoedingen
Artikel 14      Variabele vergoeding
Artikel 15      Facturering en betaling
Titel 5. Slotbepalingen
Artikel 16      Werkingsduur
Artikel 17      Citeertitel

Verder is er nog een toelichting op het waterakkoord, die een nadere uitleg geeft op de diverse artikelen. 
Tenslotte zijn er een meerdere bijlagen bij het waterakkoord met daarin opgenomen:
I.   Bemonstering kwaliteit boezemwater door Rijnland
II.  Bemonstering kwaliteit boezemwater door Delfland
III. Procedure en Operationeel beheer

Waterakkoord inzake de aanvoer en afvoer van water ten behoeve van de waterhuishouding in de beheersgebieden van de Hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland.                    

 

Ondergetekenden:

het Hoogheemraadschap van Rijnland, gevestigd te Leiden, ten deze vertegen­woordigd door ir. E.H. baron van Tuyll van Serooskerken, dijkgraaf van het Hoogheemraad­schap van Rijnland, ter uitvoering van het besluit van de verenigde vergade­ring van          ;

hierna te noemen "Rijnland"

en

het Hoogheemraadschap van Delfland, gevestigd te Delft, ten deze vertegen­woordigd door drs. P.H. Schoute, dijkgraaf van het Hoogheemraadschap van Delfland, ter uitvoering van het besluit van de verenigde vergadering van ;

hierna te noemen "Delfland"

overwegen:

  • dat het in het belang is van de waterhuishouding binnen het beheersgebied van Delfland, dat Delfland - naast de mogelijkheid van watervoorziening vanuit het Brielse Meer - op structurele basis water kan aanvoeren uit Rijnlands boezem;
  • dat het in het belang is van de waterhuishouding binnen het beheersgebied van zowel Rijnland als Delfland, dat Rijnland en Delfland op inciden­tele basis water uit elkaars beheersgebied kunnen aanvoeren of naar elkaars beheersgebied kunnen afvoeren;
  • dat ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Verordening Waterbeheer Zuid-Holland en artikel 20, lid 1 onder a, van de Verordening Water­beheer Rijnland, Delfland en Rijnland verplicht zijn gezamenlijk een waterakkoord vast te stellen als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de Waterhuishou­ding;
  • dat dit waterakkoord onverlet laat de voor Rijnland en Delfland geldende rechten en verplichtingen krachtens de beheersovereenkomst KWA van 1 november 1989; 
  • dat dit waterakkoord onverlet laat de voor Rijnland en de inliggende waterschappen geldende rechten en verplichtingen krachtens het waterakkoord Rijnland – inliggende waterschappen van 3 april 1997;

gelet op de artikelen 17 tot en met 20 van de Wet op de Waterhuishouding als mede de artikelen 26 en 27 van de Verordening Waterbeheer Zuid-Holland en artikel 20 van de Verordening Water­beheer Rijnland:

komen overeen

I   te ontbinden het Waterakkoord Rijnland-Delfland d.d. 9 december 1992;
II  een waterakkoord aan te gaan als volgt:

Titel 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1        Definities

In dit waterakkoord wordt verstaan onder:
a. een partij: een deelnemer aan dit waterakkoord, zijnde Rijnland of Delfland;
b. normale omstandigheden: situatie in de beheersgebieden van de partijen waarin voldoende water beschikbaar is voor de wateraanvoer, waarin voldoende mogelijkheden zijn om zonder beperkingen te kunnen afvoeren en waarin geen bijzondere afwijkingen in de aanvoer en/of afvoer op de boezem van de ontvangende en/of leverende partij zijn te verwachten en waarin er geen sprake is van een calamiteit;
c.  bijzondere omstandigheden: daarvan is sprake in een situatie van:
a. dreigend watertekort: situatie waarin de wateraanvoer onvoldoen­de dreigt te worden om in de minimaal benodigde hoeveelheden water voor de beheersgebieden van de deelnemers te voorzien, om die waterstan­den te handha­ven die nodig zijn om onomkeerbare klink te voorkomen of de stabili­teit van kaden te behouden
b. wateroverlast: situatie waarin
    - de waterstand van Rijn­lands boezem te Nieuwe Wetering tot N.A.P. -0,50 meter stijgt;
    - de waterstand van Delflands boezem boven N.A.P. – 0,30 meter stijgt en door Delfland nog niet is vastgesteld dat sprake is van een calamiteit; en
    - het bovendien niet of onvol­doen­de moge­lijk is de vanuit de beheersgebieden van de ­waterschap­pen naar de boezem afgevoerde/af te voeren hoeveel­heden water via de normaal in gebruik zijnde werken, naar buiten het betreffende beheersgebied af te voeren;
c. inwerkingtreding van de Kleinschalige wateraanvoervoorzieningen Midden-Holland; dan wel
d. indien – in afwijking van de begripsomschrijvingen – door één der partijen zelf is bepaald dat voor het eigen beheersgebied sprake is van een bijzondere omstandigheid;
d. calamiteit: onvoorziene gebeurtenis, waardoor in zeer korte tijd een situatie ontstaat van waterverontreiniging, wateroverlast of watertekort, die uitstijgt boven de in de begripsomschrijvingen voor bijzondere omstandigheden omschreven omstandigheden;
e. wateraanvoer: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg naar een oppervlaktewater halen of laten stromen van water uit een ander oppervlaktewater in het andere beheersgebied;
f. waterafvoer: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg brengen of laten stromen van water uit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater in het andere beheersgebied;
g. werk: kunstwerken zoals (keer)sluizen, hevels, duikers, gemalen en pompen ten behoeve van de veiligheid en/of de aanvoer en afvoer van water;
h. schakelpunt: Locatie op de grens van de beheersgebieden van partijen waarbij uitwisseling van oppervlaktewater plaatsvindt. Schakelpunt van Rijnland dan wel van Delfland is het krooshek aan Rijnlands dan wel aan Delflands zijde van het gemaal Mr.Dr.Th.F.J.A. Dolk te Leidschendam.

Titel 2. Uitvoering van dit waterakkoord

Artikel 2        Verplichtingen

  1. Rijnland verplicht zich jegens Delfland tot het beschikbaar stellen van 8 m3 water per seconde voor wateraanvoer in normale omstandigheden, met behulp van het in artikel 3 genoemde werk.
  2. In geval van een (dreigende) bijzondere omstandigheid of een calamiteit binnen het eigen beheersgebied kan een partij de andere partij verzoeken water uit te wisselen tot een vast te stellen hoeveelheid per tijdseenheid en duur met behulp van de in artikel 3 genoemde werken.
  3. Bijzondere omstandigheden en een calamiteit kunnen aanleiding vormen de aan- of afvoer van water als bedoeld in het eerste en tweede lid, al dan niet tijdelijk, niet te laten plaatsvinden, te laten plaatsvinden, te verminderen of te vergroten.
  4. Bij het optreden van bijzondere omstandigheden en een calamiteit vinden (zo nodig) ten spoedigste overleg en besluitvorming plaats voor wat betreft wateroverlast en watertekort overeenkomstig de afspraken omschreven in bijlage III - over eventueel te treffen maatregelen;
  5. De partijen verplichten zich jegens elkaar tot betaling van een vergoeding als bedoeld in titel 4.

Artikel 3        Werken

De aan- en afvoer van water geschiedt  primair door middel van het bij Delfland in beheer en onderhoud zijnde ge­maal Mr.Dr.Th.F.J.A. Dolk te Leidschendam. Ook kan de aan- en afvoer plaatsvinden met de provinciale scheepvaartsluis en bijbehorende rinketten te Leidschendam. Eventueel worden noodpompen ingezet.

Artikel 4        Meting en bemonstering

  1. Bij aan- of afvoer van water als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, registreert Delfland de aan- of afvoeruren en de aan- of afgevoerde hoeveelheden water ter plaatse van gemaal Mr.Dr.Th.F.J.A. Dolk te Leidschendam op basis van de opgestelde capaciteit van de pompen en/of rinketten maal de tijdsduur. Delfland verstrekt in dat geval wekelijks een opgave van deze gegevens aan Rijnland. 
  2. Rijnland bemonstert de kwaliteit van zijn boezemwater bij gemaal Mr.Dr.Th.F.J.A. Dolk te Leidschendam. De parameters waarop en de frequentie waarmee bemonsterd wordt is weergege­ven in Bijlage I. Na iedere bemonstering verstrekt Rijnland zo spoedig mogelijk de analyseresulta­ten aan Delfland.
    Delfland bemonstert de kwaliteit van zijn boezemwater bij gemaal Mr.Dr.Th.F.J.A. Dolk te Leidschendam. De parameters waarop en de frequentie waarmee bemonsterd wordt is weergegeven in Bijlage II. Ingeval van aan- of afvoer van water uit Delfland naar Rijnland als bedoeld in artikel 2, tweede lid, verstrekt Delfland de meest recente analyseresultaten aan Rijnland en bij het voortduren van de aan- of afvoer vervolgens n ieder geval wekelijks.
    Voor het overige verstrekken partijen elkaar desgewenst en voorzover redelijkerwijs mogelijk overige gegevens met betrekking tot de kwa­liteit van het boezemwater binnen hun beheersgebied.
  3. Per 1 juli van ieder jaar rapporteren de partijen elkaar over de berekening van de stofvrachten in het overgedragen water met betrek­king tot de parameters die aangegeven zijn in Bijlage I respectievelijk Bijlage II van dit waterak­koord.
  4. Op verzoek van een van de partijen kan overleg plaatsvinden over de wijze waarop de kwaliteit van het overgedragen water wordt vastgesteld en over de plaats van de monsternamepunten.

Artikel 5        Randvoorwaarden peil

  1. Voor wat betreft de aanvoer van water van Rijnland naar Delfland en de afvoer van water van Delfland naar Rijnland, bedraagt het op het schakelpunt na te streven peil, het peil als bedoeld in het Peilbesluit voor Rijnlands boezem.
  2. Voor wat betreft de aanvoer van water van Delfland naar Rijnland en de afvoer van water van Rijnland naar Delfland, bedraagt het op het schakel­punt na te streven peil, het peil als bedoeld in het Peilbesluit voor Delflands boezem.

Artikel 6        Randvoorwaarden kwaliteit

De partijen streven er naar dat de kwaliteit van het aan of af te voeren water voldoet aan de normen als gehanteerd in het Waterhuis­houdings­plan Zuid-Holland.

Artikel 7        Waarschuwingsplicht bij slechte kwaliteit

  1. De partij die aan- dan wel afvoert en kennis draagt van een zodanige verontreiniging van het aan of af te voeren water, dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de kwaliteit veel slechter is dan onder normale omstandigheden mag worden verwacht, dient de andere partij hierover zo spoedig mogelijk informeren.
  2. Na te zijn geïnformeerd over een verontreiniging als bedoeld in het eerste lid, beslist de ontvangende partij of de aan- of afvoer van water kan plaatsvin­den of worden voortgezet. De risico's die voortvloei­en uit deze beslis­sing zijn voor rekening van de partij, op wiens verzoek de aan- of afvoer van water plaats­vindt.

Titel 3. Van de naleving van dit waterakkoord

Artikel 8        Calamiteitenbestrijding

Indien een in artikel 1 omschreven bijzondere omstandigheid dreigt uit te stijgen boven de in die begripsomschrijving daarvoor opgenomen criteria, dan wel indien één der partijen voor het eigen beheersgebied bepaalt dat sprake is van een calamiteit zal het calamiteitenbestrijdingsplan van de betreffende beheerder in werking worden gesteld en zal verder overeenkomstig dit plan worden gehandeld.

Artikel 9        Geschillen

Indien een partij dat stelt, is er sprake van een geschil als bedoeld in artikel 52 van de Wet op de waterhuishouding.

Artikel 10      Uitvoering van besluiten

Het geschil schorst niet de uitvoering van en de overige medewerking aan de maatregelen.

Artikel 11      Evaluatie

  1. Tenminste een keer in de twee jaar komen partijen bijeen om de effectiviteit van de in het kader van het waterakkoord gemaakte afspraken te evalueren.
  2. Elke partij kan een schriftelijk verzoek indienen bij de andere partij tot een tussentijdse evaluatiebijeenkomst. 
  3. De resultaten van een evaluatie kunnen aanleiding geven tot het indienen van een verzoek tot wijziging van het waterakkoord.

Titel 4. Financiën

Artikel 12      Vergoedingen

  1. Ter zake van de wateraanvoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is Delfland aan Rijnland een vaste vergoeding verschuldigd. Bij een levering van meer dan 5 miljoen m3 per jaar is Delfland bovendien voor het meerdere een variabele vergoeding verschuldigd.
  2. Ter zake van de aan- of afvoer van water als bedoeld in artikel 2, tweede lid, vergoedt de partij die het verzoek als bedoeld in artikel 2, tweede lid, heeft gedaan de andere partij de door hem werkelijk gemaakte kosten in verband met het voldoen aan het verzoek.

Artikel 13      Vaste vergoedingen

  1. De in artikel 12, eerste lid, genoemde vaste vergoeding wordt voor iedere vijfjaarlijkse periode, te beginnen met 2002, herrekend op basis van de begroting van het eerste jaar van die periode.
  2. De berekening van de hoogte van de vaste vergoeding (V) gebeurt aan de hand van de volgende formule:
    V      =   K x (8/35-4/35), waarin:
    K      =   bedrag kostentoerekening volgens rekenmodel op basis van Rijn­lands begroting in het eerste jaar van iedere vijfjaarlijkse periode;
    8/35 =    factor beschikbaarstelling door Rijnland te Leidschendam ten behoeve van Delfland, waarbij de teller staat voor de maximale inmaalcapaciteit van Delfland te Leidschendam en de noemer voor de maximale inlaatcapaciteit van Rijnland;
    4/35 =    reductiefactor wegens eigen gebruik beschikbaarstelling door Rijnland.
  3. De in het tweede lid genoemde vergoeding zal - met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid - voor het tweede jaar en voor de volgende jaren van de vijfjaarlijk­se periode aan de hand van het indexcijfer voor de gezins­consumptie van het CBS worden verhoogd overeenkomstig de gemiddelde jaarlijkse ontwikkeling van dit indexcijfer.
  4. De in het tweede lid bedoelde reductiefactor wordt om de tien jaren, in onderling overleg tussen de partijen, opnieuw vastgesteld op basis van de alsdan beschikbare actuele gegevens.

Artikel 14     Variabele vergoeding

  1. De in artikel 12, eerste lid, bedoelde variabele vergoeding (VV) wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
    VV    =   Kj/Wj x (L - 5.000.000), waarin:
    Kj     =   bedrag kostentoerekening volgens het rekenmodel op basis van Rijnlands jaarrekening over het desbetreffende jaar;
    Wj    =   de hoeveelheid in het desbetreffende jaar te Gouda ingelaten en ingemalen water, inclusief de hoeveelheid water via de Enkele Wiericke en exclusief de hoeveelheid ingelaten water via de KWA-voorzieningen;
    L       =   de hoeveelheid te Leidschendam ingemalen water in m3 in het desbe­treffende jaar.

Artikel 15     Facturering en betaling

  1. Betaling van het bedrag van de vergoeding als bedoeld in artikel 12, eerste lid, vindt bij voorschot plaats per 1 juli van het betreffende kalen­der­jaar. Het bedrag van het voorschot is gelijk aan het bedrag van de overeenkomstig artikelen 13 verschuldigde vaste vergoeding over het voorgaande jaar.
  2. De afrekening van het bedrag van de vaste vergoeding en de eventueel verschuldigde variabele vergoeding als bedoeld in artikel 12, eerste lid, vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 13 en 14, alsmede onder verrekening van het betaalde op grond van het eerste lid van dit artikel.
    Betaling van het nog resterende verschuldig­de bedrag vindt uiterlijk plaats op 1 september van het jaar, dat volgt op het jaar waarop de betaling betrekking heeft.
  3. Betaling en terugbetaling, bedoeld in het eerste en tweede lid geschie­den op basis van facturering door Rijnland.
  4. Betaling van de vergoeding als bedoeld in artikel 12, tweede lid geschiedt tegelijk met de jaarlijkse afrekening.

Titel 5. Slotbepalingen

Artikel 16     Werkingsduur

Dit waterakkoord geldt voor onbepaalde tijd.

Artikel 17     Citeertitel

Dit waterakkoord kan worden aangehaald als "Waterakkoord Rijnland-Delfland 2002".

Ondertekening partijen.

Hoogheemraadschap van Rijnland:

Dijkgraaf, ir. E.H. Baron van Tuyll van Serooskerken


Hoogheemraadschap van Delfland:

Dijkgraaf, drs. P.H. Schoute        

 

Naar boven