Bijlagen
Bijlagen behorende bij het Waterakkoord Rijnland-Delfland
Er zijn drie bijlagen die onderdeel uitmaken van het waterakkoord:
I. Bemonstering kwaliteit boezemwater door Rijnland
II. Bemonstering kwaliteit boezemwater door Delfland
III. Procedure en Operationeel beheer
Bijlage I: Bemonstering kwaliteit boezemwater door Rijnland
Parameter | meetfrequentie (aantal maal per jaar) |
|---|
Temperatuur Zuurstof/zuurstofverzadiging Chloride Zuurgraad BZV Ammoniak stikstof totaal fosfor totaal zwevende stof zware metalen PAK's Bestrijdingsmiddelen | 52 52 52 12 12 12 12 12 12 4 4 4 |
Bijlage II: Bemonstering kwaliteit boezemwater door Delfland
Parameter | Meetfrequentie (aantal maal per jaar) |
|---|
Temperatuur Zuurstof/zuurstofverzadiging Chloride Zuurgraad BZV Ammoniak stikstof totaal fosfor totaal zwevende stof zware metalen PAK's Bestrijdingsmiddelen | 26 26 26 26 -- -- 26 26 -- -- -- -- |
Bijlage III: Procedure en Operationeel beheer
PROCEDURE
- Een verzoek zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 tot afvoer van overtollig water of tot aanvoer van water in een watertekortsituatie wordt door de dienstdoende boezem- of peilbeheerder (van respectievelijk Rijnland en Delfland) gericht aan de andere partij. Het verzoek wordt geacht bestuurlijke instemming te hebben.
- Noodzakelijke afstemming en intern overleg voorafgaand aan het verzoek wordt door iedere partij op afdoende wijze zelf geregeld.
- Het verzoek wordt gehonoreerd als aan bepaalde criteria (zie onder operationeel beheer) is voldaan.
- Het verzoek wordt zo spoedig mogelijk, dat wil zeggen binnen drie uur na het verzoek, gehonoreerd of afgewezen. De honorering dan wel afwijzing wordt geacht bestuurlijke instemming te hebben.
- Bij ontevredenheid over afwijzing van het verzoek, treden de Dijkgraven van de partijen met elkaar in contact. Uiteindelijk beslist de partij waaraan het verzoek als bedoeld in artikel 2 lid 2 is gedaan.
- Verzoek en honorering dan wel afwijzing kunnen in de eerste instantie mondeling plaatsvinden, maar worden binnen 24 uur schriftelijk bevestigd.
OPERATIONEEL BEHEER
De criteria en acties naar aanleiding van een verzoek tot afvoer dan wel aanvoer kunnen voor de partijen verschillend zijn. Voor zover nodig wordt onderscheid gemaakt.
Verzoek
Een verzoek tot afvoer dan wel aanvoer, wordt door de verzoekende partij gericht aan de ontvangende dan wel leverende partij. Bij verzoek aan Rijnland, tel: 071 - 306 306 3 Bij verzoek aan Delfland, tel: 015 - 26 08 108
Honorering en afwijzing
Het verzoek zoals genoemd in artikel 2 lid 2 wordt gehonoreerd:
1a. Indien in geval van wateroverlast sprake is van normale omstandigheden in het beheersgebied van de ontvangende partner. Richtinggevend waterpeil op Rijnlands boezem is een gemiddelde waterstand beneden -0,58 m NAP te Nieuwe Wetering, op Delflands boezem is een waterstand beneden 0,35 m NAP te Leidschendam en/of Schipluiden richtinggevend.
1b. Indien in geval van watertekort sprake is van normale omstandigheden in het beheersgebied van de leverende partner. Ingeval van watertekort is richtinggevend waterpeil op Rijnlands boezem van een gemiddelde waterstand boven 0,60 m NAP, op Delflands boezem een waterstand boven 0,40 m NAP.
2. Indien geen bijzondere afwijkingen in de aanvoer en/of afvoer op de boezem van de ontvangende dan wel leverende partner zijn te verwachten (zoals omschreven in artikel 1 onder c.).
- De te verwachten totale aanvoer in Rijnlands boezem wordt, naast de aanvoer van het boezemland, awzi´s en directe neerslag, mede gevormd door de aanvoer van de inliggende waterschappen, De Stichtse Rijnlanden en de aanvoer van Amsterdam West door AGV.
De afvoermogelijkheden worden bepaald door de te verwachten waterstand op het Noordzeekanaal, de Hollandsche IJssel en op de Noordzee.
De boezembeheerder wint informatie in bij alle bij de hiervoor bedoelde aan- en/of afvoer van water betrokken beheerders. - De te verwachten totale aanvoer in Delfland wordt gevormd door de aanvoer van polders en boezemland en door directe neerslag. De afvoermogelijkheden worden gevormd door de reguliere afvoer van Delfland, te weten via boezemgemalen en spuisluizen naar de Noordzee en de Nieuwe Waterweg.
- Van de onder 1 genoemde waterstanden kan worden afgeweken indien de verwachte aanvoeren en/of afvoeren (genoemd onder 2) daartoe aanleiding geven.
- Het verzoek wordt, indien de situatie dit toelaat, gehonoreerd tot een vastgesteld waterpeil, voor een gemaximaliseerde capaciteit (m3/s) en voor een vastgestelde tijdsduur. Waterpeil, capaciteit en tijdsduur worden schriftelijk vastgelegd.
Beëindiging
De afvoer van overtollig water wordt, op eerste aanzegging door de boezem/peilbeheerder, beëindigd als de wateroverlast dan wel de watertekortsituatie is verholpen, indien de waterstand in een wateroverlastsituatie op de ontvangende boezem boven het vastgestelde waterpeil stijgt dan wel de waterstand in een watertekortsituatie in de leverende boezem daalt beneden het vastgestelde waterpeil of indien de verwachte reguliere aanvoer en/of afvoer van de ontvangende boezem daartoe aanleiding geven.
|||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| |||||||||||||||||| ||||||||||||||||||