Waterakkoord Rijnland en De Stichtse Rijnlanden

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Beleid > Waterakkoorden > Waterakkoord Rijnland en De Stichtse Rijnlanden

Waterakkoord Rijnland en De Stichtse Rijnlanden

Hieronder is de officiële tekst van het waterakkoord tussen Rijnland en De Stichtse Rijnlanden opgenomen. Dit waterakkoord regelt de doorvoer door de sluis bij Bodegraven en heet dan ook heel toepasselijk Waterakkoord Sluis Bodegraven.

In het waterakkoord komen de volgende artikelen aan bod:

algemeen
artikel 1 - begripsomschrijving
artikel 2 - verplichtingen van de deelnemers
artikel 3 - geschillen en evaluatie
artikel 4 - financiële aspecten
artikel 5 - wijziging van het waterakkoord
artikel 6 - overgangs- en slotbepalingen

Verder is op deze site nog een toelichting op het waterakkoord opgenomen.
Ook de volgende bijlagen zijn opgenomen:
bijlage 1 - overzicht poldergemalen en capaciteiten De Stichtse Rijnlanden
bijlage 2 - monitoring waterkwaliteit op het schakelpunt
bijlage 3 - kaart

 

Waterakkoord betreffende de aan- en afvoer van (overtollig) water uit het beheersgebied van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden via de sluis te Bodegraven naar het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Rijnland.

Ondergetekenden, vertegenwoordigende het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden.

Overwegende dat:

  • Het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden op grond van artikel 20 van de Verordening Waterbeheer Rijnland en de artikelen 17 en 18 van de Verordening waterhuishouding Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden aangewezen zijn een waterakkoord te sluiten.
  • Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden een uit 1202 daterend recht heeft water af te voeren naar Het Hoogheemraadschap van Rijnland uit het rayon Oude Rijn met inachtneming van de verplichtingen van beide hoogheemraadschappen aangaande de waterhuishouding.
  • De bestaande overeenkomst daterend van 1960, herzien in 1983, met name de financiële afwikkeling van de waterafvoer behelst.
  • Het daarnaast noodzakelijk is om tussen de betrokken waterbeheerders onderling afstemming te bereiken met betrekking tot het waterbeheer onder normale en bijzondere omstandigheden.
  • Voor de aan- en afvoer van water naar en uit beide beheersgebieden het waterakkoord Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, het waterakkoord Hollandsche IJssel en Lek, het waterakkoord Rijnland-Delfland en het waterakkoord Rijnland-Inliggende waterschappen vigeren. 
  • Voor de aanvoer van water naar Midden-Holland onder bijzondere omstandigheden, met name verzilting, het waterakkoord ´de Beheersovereenkomst Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen´ (of zijn opvolger) vigeert.

Gelet op de artikelen 17 tot en met 20 van de Wet op de Waterhuishouding.

Verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

1. Begripsomschrijving

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit waterakkoord bepaalde wordt verstaan onder:

Bijzondere
omstandigheden

Situatie waarin sprake is van een verstoring van de waterbeheersing of een situatie waarin een calamiteit optreedt in een van de of beide beheersgebieden:

  • Lokaal watertekort: situatie waarin de wateraanvoer onvoldoende is om aan de minimaal benodigde hoeveelheden water voor de beheersgebieden te voldoen, om die waterstanden te handhaven die nodig zijn om onomkeerbare droogteschade te voorkomen of de stabiliteit van kaden te behouden.
  • Regionaal watertekort: situatie waarin de zoetwateraanvoer voor de beheersgebieden Rijnland, Schieland en Delfland onvoldoende is en waarbij de KWA in werking wordt gesteld.
  • Wateroverlast: situatie waarin de boezemwaterstanden in een of beide beheersgebieden boven de in het betreffende calamiteitenbestrijdingsplan vastgestelde peilen stijgt of dreigt te stijgen.
  • Calamiteit: onvoorziene gebeurtenis, waardoor in een of beide beheersgebieden plotseling een situatie ontstaat van waterverontreiniging, wateroverlast of watertekort en waarvoor het betreffende calamiteitenbestrijdingsplan in werking is gesteld.

Calamiteiten
bestrijdingsplannen

De voor de onderscheiden beheersgebieden geldende plannen, waarin onder meer de tactische en strategische benadering van calamiteiten, zo veel als mogelijk is, is vastgelegd.

Calamiteitenplan

De voor de onderscheiden beheersgebieden geldende plannen, waarin onder meer de bevoegdheids- en verantwoordelijkheidsverdeling en de organisatie in geval van calamiteiten zijn vastgelegd.

De Stichtse Rijnlanden

Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

KWA

Beheersovereenkomst Kleinschalige Wateraanvoervoorzieningen Midden Holland: overeenkomst geldend voor buitengewone omstandigheden waarin de mond van de Hollandsche IJssel is verzilt of dreigt te verzilten en waardoor een tekort aan zoetwater voor de beheersgebieden van Delfland, Rijnland en Schieland kan ontstaan. De overeenkomst voorziet in dergelijke gevallen in de doorvoer van zoet water uit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek.

Normale omstandigheden

Situatie waarin voldoende mogelijkheden zijn voor de waterbeheerders om zonder beperkingen water te kunnen aan- of afvoeren en waarin geen sprake is van een calamiteit.

Rijnland

Het Hoogheemraadschap van Rijnland

Schakelpunt

Locatie op de grens van de beheersgebieden van partijen waarbij uitwisseling van oppervlaktewater plaatsvindt. Schakelpunt van Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden dan wel Het Hoogheemraadschap van Rijnland is sluis Bodegraven in de Oude Rijn te Bodegraven.

Waterbeheersplan

De voor de onderscheiden beheersgebieden geldende beheersplannen ex. art. 9 van de Wet op de Waterhuishouding.

 

2. Verplichtingen van deelnemers

2.1 Normale omstandigheden

  • Rijnland verplicht zich – met inachtneming van het bepaalde in paragraaf 2.2 (bijz. omstandigheden) – het overtollige water uit het afwateringsgebied van de Oude Rijn te ontvangen van de Stichtse Rijnlanden (zie kaart 1).
  • Het overtollige water van de Stichtse Rijnlanden wordt onder vrij verval op de boezem van Rijnland gebracht via de sluis bij Bodegraven (het schakelpunt).
  • De huidige capaciteit van poldergemalen en de Spuisluis + spuikoker Bodegraven inclusief de afvoer van boezemland is opgenomen in bijlage 1.

2.2 Bijzondere omstandigheden

2.2.1 Lokaal Watertekort

  • Bij watertekort op Rijnlands Boezem kan Rijnland aan De Stichtse Rijnlanden een verzoek doen om extra water via Bodegraven op Rijnlands Boezem aan te voeren.
  • De Stichtse Rijnlanden heeft een inspanningsverplichting om zoveel mogelijk aan dit verzoek te voldoen.

2.2.2 Regionaal Watertekort

  • Als aan het waterakkoord KWA wordt voldaan, wordt de KWA in werking gesteld.

2.2.3 Wateroverlast

  • Indien er sprake is van wateroverlast op het hoofdwaterstelsel van De Stichtse Rijnlanden of in Rijnlands boezem dan zal het betreffende calamiteiten(bestrijdings)plan in werking worden gesteld en zal overeenkomstig dat plan worden gehandeld.
  • In geval van wateroverlast en of om grotere wateroverlast op de boezem van Rijnland te voorkomen kan Rijnland een verzoek doen aan De Stichtse Rijnlanden om de waterafvoer bij Bodegraven te verminderen. 
  • De Stichtse Rijnlanden heeft een inspanningsverplichting om zoveel mogelijk aan dit verzoek te voldoen.

2.2.4 Calamiteitenbestrijding

  • Bij grensoverschrijdende calamiteiten zal gezamenlijk overleg gevoerd worden over de te treffen maatregelen. Hierbij zullen de risico’s voor beide beheersgebieden tegen elkaar worden afgewogen.
  • Bij een calamiteit op Rijnlands boezem kan Rijnland een verzoek doen aan De Stichtse Rijnlanden tot extra wateraanvoer.
  • De Stichtse Rijnlanden heeft een inspanningsverplichting om zoveel mogelijk aan dit verzoek te voldoen.

2.3 Waterkwaliteit

  • De Stichtse Rijnlanden streeft er naar de waterkwaliteit van de van het te lozen water te laten voldoen aan de daarvoor geldende normen. Een en ander is vastgelegd in het vigerende waterbeheersplan.

2.4 Registratie en informatie

2.4.1 Registratieplicht

  • De waterbeheerders zijn verplicht de af- en aangevoerde hoeveelheid water van de van belang zijnde kunstwerken te registreren op dagbasis. Er dient hierbij gestreefd te worden naar een afdoende nauwkeurigheid.
  • De Stichtse Rijnlanden onderzoekt en registreert de kwaliteit van het aangevoerde water. De frequentie en plaats van monstername alsmede de van belang zijnde parameters staan vermeld in bijlage 2.

2.4.2 Informatieplicht

  • Jaarlijks wordt door beide waterbeheerders een overzicht opgesteld van de gemeten waterkwantiteit en waterkwaliteit. Deze overzichten worden vóór 1 mei  van het volgende kalenderjaar aan de andere waterbeheerder toegezonden.
  • In geval van calamiteiten verplichten de waterbeheerders zich om elkaar dagelijks op de hoogte te houden van de waterhuishoudkundige toestand van de watersystemen.

3. Geschillen en evaluatie

  • Indien een partij dat stelt, is er sprake van een geschil als bedoeld in artikel 52 van de Wet op de waterhuishouding.
  • Het geschil schorst niet de uitvoering van en de overige medewerking aan de maatregelen.
  • Twee jaar na de vaststelling van dit waterakkoord zal dit waterakkoord geëvalueerd gaan worden. Daarna zal evaluatie iedere 5 jaar plaats vinden.
  • Partijen onderkennen de knelpunten die in beide gebieden qua watertekort en –overlast bestaan. Partijen spreken de intentie tot samenwerking uit in het onderzoek naar en eventuele uitvoering van oplossingen.

4. Financiële aspecten

4.1 Waterafvoer

  • De Stichtse Rijnlanden verplicht zich de kosten, die door Rijnland worden gemaakt voor het lozen van het overtollige water uit De Stichtse Rijnlanden, te vergoeden.
  • De vergoeding bestaat uit de hoeveelheid door De Stichtse Rijnlanden geloosd water via de sluis van Bodegraven vermenigvuldigd met de Rijnlandse kostprijs.
  • De Rijnlandse kostprijs wordt vastgesteld aan de hand van de onderstaande formule:

    (6,5/7,5 x (B + (B/T) x A) ) / W

    De componenten uit bovenstaande formule hebben de volgende betekenis:
 

Factor  6,5/7,5

De formule houdt in dat De Stichtse Rijnlanden meebetaalt aan de beheerkosten van de totale Rijnlandse boezem, zowel ter zake van waterlozing als ter zake van waterverversing. De Stichtse Rijnlanden betaalt echter niet voor de waterinlaat t.b.v. het Rijnlandse peilbeheer (1/7,5-deel).

 

B

netto kosten boezembeheer Rijnland

 

T

netto kosten waterkeringszorg en waterkwantiteitsbeheer

 

A

Algemene kosten

 

W

Totale hoeveelheid door Rijnland geloosd water

  • De door De Stichtse Rijnlanden via de sluis Bodegraven geloosde hoeveelheid water wordt door een ter plaatse aanwezige akoestische debietmeter gemeten en geregistreerd. Deze gemeten hoeveelheid wordt gecorrigeerd op de volgende aspecten
    -  Uurwaarden kleiner of gelijk dan 1 m3/s worden beschouwd als “ruis” en worden van de gemeten hoeveelheid water afgetrokken;
    -  De hoeveelheid geloosd water van de gemalen Zuidzijderpolder en Oukoop en Negenviertel worden van de gemeten hoeveelheid afgetrokken;
    -  De hoeveelheid water die geloosd wordt bij Bodegraven in perioden dat door Rijnland water inlaat bij Gouda plaatsvindt, wordt van de gemeten hoeveelheid afgetrokken.
    -  Perioden van uitval van meetapparatuur worden gecorrigeerd.
    -  De hoeveelheid water die op verzoek van Rijnland door De Stichtse Rijnlanden wordt aangevoerd, wordt van de gemeten hoeveelheid afgetrokken.

4.2 Wateraanvoer

  • In situaties zoals omschreven in paragraaf 2.2.1 en 2.2.4 verplicht Rijnland zich de kosten, die door De Stichtse Rijnlanden worden gemaakt voor het aanvoeren van het water uit De Stichtse Rijnlanden, te vergoeden.
  • De vergoeding bestaat uit de hoeveelheid door De Stichtse Rijnlanden aangevoerd water via de sluis van Bodegraven vermenigvuldigd met de kostprijs van Rijnland.
  • Vanwege het incidentele karakter van deze aanvoer en de naar verwachting geringe hoeveelheden water wordt er voorlopig van uitgegaan dat de kostprijs van de Stichtse Rijnlanden gelijk is aan de kostprijs van Rijnland. Als op termijn blijkt dat de kostprijs van de Stichtse Rijnlanden anders is dan die van Rijnland, dan zal nader beoordeeld worden of de jaarlijkse verrekening op basis daarvan moet worden berekend.

4.3 Overige Kosten

  • De kosten voor meting, registratie en rapportage van zowel waterkwantiteit als waterkwaliteit worden door beide waterbeheerders afzonderlijk, ieder voor zijn eigen beheersgebied bekostigd.

4.4 Financiële afhandeling

  • Jaarlijks wordt een voorschot in rekening gebracht op basis van de Rijnlandse begroting van het verslagjaar. Rijnland zendt hiervoor een factuur voor 1 mei van het betreffende verslagjaar. Deze wordt door de Stichtse Rijnlanden binnen 2 maanden betaald.
  • Na afloop van het verslagjaar stelt Rijnland voor 1 juli de eindafrekening van dat jaar op. Deze afrekening is gebaseerd op de werkelijke lasten en baten volgens de jaarrekening van Rijnland en de werkelijk geloosde hoeveelheden water. De kosten van de, op verzoek van Rijnland, aangevoerde hoeveelheid water conform 2.2.1 en 2.2.4 worden hierbij verrekend. 
  • Dit wordt bij De Stichtse Rijnlanden in rekening gebracht onder verrekening van het betaalde voorschot. Deze afrekening gaat vergezeld van een accountantsverklaring, waarvan de kosten door De Stichtse Rijnlanden worden vergoed.
  • Finale afrekening van het verslagjaar vindt plaats binnen 2 maanden na ontvangst van de eindafrekening van Rijnland.

5. Wijziging van het waterakkoord

  • De deelnemer die een wijziging van het waterakkoord nodig acht, bijvoorbeeld naar aanleiding van de resultaten van een evaluatie, richt daartoe schriftelijk een verzoek aan de andere deelnemer.
  • Binnen een termijn van drie maanden na het verzoek tot wijziging zal een aanvang worden gemaakt met de voorbereidingen van de wijziging van dit waterakkoord. Voor de wijziging van het waterakkoord is de procedure voor de totstandkoming van een waterakkoord van toepassing.

6. Overgangs- en slotbepalingen

  • De volgende overeenkomsten komen hiermee geheel of gedeeltelijk te vervallen:
    - De overeenkomst Rijnland-Woerden d.d. 28 december 1960;
    - De overeenkomst Rijnland Woerden d.d. 4 november 1983, met uitzondering van artikel c11.
    - De overeenkomst betreffende wateraanvoer vanuit Woerden aan Rijnland via de Enkele Wiericke, d.d. 4 november 1983.
  • Beroep
    Tegen de vaststelling van dit waterakkoord kan beroep worden ingesteld bij Gedeputeerde Staten van Zuid Holland.
  • Kennisgeving
    De beide waterbeheerders dragen (in overleg) zorg voor de kennisgeving in de Staatscourant en in één of meerdere dag- nieuws of advertentiebladen, als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de wet.
  • Citeertitel
    Dit waterakkoord kan worden aangehaald als: “Waterakkoord Sluis Bodegraven”.
  • Inwerkingtreding
    Dit waterakkoord treedt in werking met ingang van de 8ste dag na die van de bekendmaking.

Bodegraven, 2004

Hoogheemraadschap van Rijnland

Ir. E.H. Baron van Tuyll van Serooskerken, dijkgraaf

 

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Ir. D. Vergunst, dijkgraaf

Naar boven