Dat is het uitgangspunt van het Waterbeheersplan 2000.
Meer ruimte voor water om:
Doel van het waterbeheersplan 2000
NatuuroeversKleine vervuiling, groot probleem
Water, plassen, vaarten, sloten en rivieren, moeten geschikt zijn om in en bij te kunnen wonen, werken en recreëren. Daarnaast speelt water een belangrijke rol bij natuur- en milieuontwikkeling.
Om dit te bereiken moet water gezond zijn, goed worden beheerd en onderhouden, niet worden belast met vervuilende stoffen. Het waterpeil moet in orde zijn en water moet een thuisbasis zijn voor verschillende planten en dieren. Al deze onderdelen zijn verwerkt in het Waterbeheersplan 2000.
Plannen maken en uitvoeren doen de waterbeheerders niet alleen, maar samen om zo alle activiteiten op elkaar af te stemmen. Water is niet alleen een zaak van het waterschap. Ook provincies, gemeenten en de rijksoverheid houden zich er mee bezig. En een steeds groter wordende groep van verschillende organisaties geeft meer aandacht aan water: drinkwaterbedrijven, land- en tuinbouworganisaties, watersportverenigingen, visverenigingen, natuur- en milieuorganisaties, kamers van koophandel en recreatieschappen. Allemaal organisaties die te maken hebben met water. De waterbeheerders gaan met al die partijen samenwerken om van projecten successen te maken. Voor problemen praktische oplossingen te zoeken, waarin iedereen zich kan vinden en kan herkennen ondanks dat er keuzes gemaakt moeten worden. Kortom waterbeheer waar u wat aan heeft. Overheden en maatschappelijke organisaties op één lijn. Dat is de kracht van samenwerking.
Het waterpeil op orde brengen
Het peil van het water wordt door de waterschappen beheerd. Komt het water te hoog, dan krijgen we natte voeten. Staat het water te laag dan ontstaat er schade aan funderingen van gebouwen en dijken. Teveel water betekent dat gewassen verrotten. Te laag water laat de gewassen verdrogen.
Het waterpeil heeft dus nogal wat invloed op natuur en de gebruiksmogelijkheden van gebieden. Op dit moment zijn er nog teveel verschillen in de waterpeilen. Het gevaar hiervan is dat polders steeds dieper komen te liggen. U kunt zich voorstellen wat voor gevolgen dit kan hebben voor een woonwijk of de land- en tuinbouw. De waterbeheerders willen meer lijn in het waterpeil brengen om het inklinken van grond tegen te gaan. Water blijft dan bruikbaar voor de land- en tuinbouw, natuur en recreatie en voor de scheepvaart.
Dit gebeurt via het peilbesluit. Dit besluit geeft aan welke stand van het water de beheerders handhaven. Daarbij laten we de natuur zoveel mogelijk het werk doen. Hierdoor ontstaat er in het waterpeil een natuurlijk evenwicht en hoeven we minder kunstmatige en vaak dure ingrepen te doen om het waterpeil naar behoefte te handhaven. Een ander actiepunt bij het waterpeil is een studie naar de gevolgen van verzilting (zout water) en naar de gevolgen van klimaatveranderingen voor het waterpeil. Een goed voorbeeld van dit laatste is de zeespiegelstijging.
Hoe richten we watergangen in?
Op veel plaatsen zien we ze nog: harde beschoeiingen die het land scheiden van het water. Op zich functioneel, maar er is veel meer te bereiken met een andere inrichting van watergangen. Een natuurlijke inrichting van watergangen met natuurvriendelijke oevers.
Deze oevers zijn belangrijk om biologisch gezond water te krijgen met een grote variatie aan planten en dieren. Bij natuurvriendelijke oevers krijgen dieren en planten alle kans om te groeien en te bloeien. Per jaar leggen de waterbeheerders zon 8 kilometer natuurvriendelijke oever aan.
Opstellen van baggerprogrammas
Wanneer er veel regen valt moeten we plaats en ruimte hebben om al dat water op een goede manier af te voeren. Bij perioden van droogte moeten we mogelijkheden hebben om water in te laten. De diepte van vaarten, sloten, plassen en rivieren speelt hierbij een belangrijke rol.
Watergangen slibben vaak dicht. Om het water op diepte te houden en te zorgen voor een goede doorstroming, is het dus zaak voor de waterbeheerders om die bagger eruit te halen. Ook al omdat de bagger vaak vervuild is. Op dit moment is er sprake van een baggerachterstand. Dit wil zeggen dat op een aantal plaatsen dringend gebaggerd moet worden. Met het opstellen van baggerprogrammas gaan de waterbeheerders die achterstand wegwerken. Die bagger moet ergens naar toe. Een voorbeeld hiervan is het depot in de Haarlemmermeerpolder. In het depot, met een bruto oppervlak van 27 hectare, kan bagger uit alle categorieën worden opgeslagen. Een belangrijk deel van de in het depot gestorte bagger kan worden hergebruikt. Doel is om 75% van de aangeboden specie te hergebruiken.
Het depot ontvangt bagger uit de gehele regio Noord-Holland zuid-west. Overcapaciteit kan worden opgevuld door baggerspecie van buiten de genoemde regio.
Ondanks dit depot zijn er te weinig stortlocaties en uitbreiding van bestaande locaties is niet mogelijk. Toch zoeken de waterbeheerders naar mogelijkheden om bagger op een milieuverantwoorde manier te storten. Alternatieven om bagger te hergebruiken hebben de voorkeur van de waterbeheerders boven het storten van bagger.
Aandacht voor water in de stad
De waterbeheerders willen meer aandacht geven aan water in de stad. Te meer omdat er een aantal problemen zijn met dit stedelijke water. Zo komt het voor dat er ongezuiverd water uit rioleringen wordt geloosd in oppervlaktewater. Dit gebeurt bij zware regenval, wanneer de riolering de afvoer van water niet meer
aankan. Belangrijk aandachtspunt is het vergroten van het aantal aansluitingen op de riolering. In het gebied moeten nog 7000 woningen, bedrijven en woonboten worden aangesloten. De waterbeheerders willen samen met gemeenten dit soort problemen oppakken en de kwaliteit van het water en de waterbodem in de stad verbeteren. Het waterplan Gouda is daar een goed voorbeeld van. Wonen aan het water is voor veel mensen aantrekkelijk. De waterbeheerders willen samen met gemeenten bekijken hoe je woonwijken met behulp van water kunt (her)inrichten. Voor de waterbeheerders zijn er kansen om de waterkwaliteit te verbeteren. Voor inwoners ontstaat er een aantrekkelijke plek om te wonen en te recreëren.
Tegengaan van vervuiling door meststoffen
De stoffen die zorgen voor vervuiling van het water zijn stikstoffen en fosfaten.
Al onze activiteiten brengen vervuiling met zich mee. Veel meststoffen van huishoudens en bedrijven komen via de riolering terecht op afvalwaterzuiveringsinstallaties. Daar wordt dit vervuilde water schoongemaakt en weer geloosd op oppervlaktewater.
Meststoffen worden in de agrarische sector gebruikt voor groei van het gewas op het land. Een teveel aan meststoffen nemen gewassen niet op en spoelt uit in het water. Samen met de vervuilers van water door meststoffen, willen de waterbeheerders oplossingen bedenken om deze vervuiling tegen te gegaan. Doel is het verbeteren van de waterkwaliteit.
De waterbeheerders zelf gaan het water schoner maken door hun zuiveringstechnieken te verbeteren.
Stoffen als fosfaat en nitraat vormen vaak een ideale voedingsbodem voor organismen met schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid. Een bekende daarvan is de blauwalg. Blauwalgen bedreigen in de zomer de kwaliteit van bijvoorbeeld zwemwater.
De waterbeheerders bestrijden de blauwalg met een bubbelbadbehandeling. In diepe plassen waar deze speciale alg vaak voorkomt, wordt het water in beweging gehouden door onderin de plas lucht te pompen. De luchtbellen zorgen ervoor dat het water constant in beweging is, waardoor de leefomstandigheden voor deze algen ongeschikt zijn. Door deze bubbelbadbehandeling kan iedereen toch blijven zwemmen en recreëren.
Aanpak kleine verontreinigingen
Afgewerkte olie, fotochemicaliën, vette jus en medicijnen. Voorbeelden van zaken die wel eens via de riolering of het afvoerputje in het water terecht komen. Al die kleine vervuilingen opgeteld vormen een groot gevaar voor de waterkwaliteit. Denk ook aan het gebruik van geïmpregneerd hout, zinken dakgoten, loden regenpijpen, neerslaande uitlaatgassen van autos, koper dat afslijt van bovenleidingen van de spoorwegen, vervuiling door de scheepvaart en koperen waterleidingen. Allemaal voorbeelden van kleine vervuilingen die grote problemen veroorzaken.
Voor deze vervuiling bestaat een naam. Het zijn zogenaamde diffuse bronnen. In de aanpak van deze vervuiling hebben de waterbeheerders zelf een voorbeeldfunctie. Daarnaast gaan zij door voorlichting, het geven van subsidies voor milieuvriendelijke oplossingen en het afgeven van vergunningen en de handhaving daarvan, het probleem van diffuse bronnen te lijf.
Samenwerking waterbeheerder en landbouwer
De land- en tuinbouw bestaat uit veel sectoren: bollenteelt, veeteelt, boomkwekerij, akkerbouw en de glastuinbouw. Deze activiteiten leveren naast producten ook problemen op. Problemen die de waterkwaliteit kunnen bedreigen. Zo zorgt uit- en afspoeling van bestrijdingsmiddelen en meststoffen ervoor dat de waterkwaliteit onder druk komt te staan. Hoewel er in de afgelopen periode veel is verbeterd, is er nog een lange weg te gaan.
De waterbeheerders willen voornamelijk met behulp van overleg en voorlichting proberen verbeteringen door te voeren. Het afgeven van vergunningen en controle op de naleving daarvan is een ander instrument. Tot slot ontwikkelen de waterbeheerders enkele stimuleringsmaatregelen. Voor het gebruik van milieuvriendelijke technieken kan een boer een financiële bijdrage verwachten van de waterbeheerder.
Een goed voorbeeld van overleg en voorlichting is het keukentafeloverleg met melkveehouders in het veenweidegebied.
Duinen, dijken en kaden moeten veilig zijn
Duinen, dijken en kaden zorgen ervoor dat we droge voeten hebben en houden. Zij beschermen onze bezittingen, economische belangen en ons cultuurgoed tegen te veel water.
De duinen, dijken en kaden moeten op hoogte blijven, zodat ze altijd veiligheid bieden tegen te veel en te hoog water.
De waterbeheerders zorgen daarvoor. In en op duinen en dijken vinden steeds meer activiteiten plaats. Zo wordt er gebouwd, zijn er mogelijkheden om te recreëren en neemt het agrarisch gebruik toe.
Zetten al die activiteiten de veiligheid van duinen en dijken niet onder druk? Mogen er schapen en koeien over een dijk lopen? Mag je er overheen met de fiets? Mag je zomaar bouwen in de duinen?
Vragen die de waterbeheerders met het Waterbeheersplan 2000 beantwoorden. We kijken of de duinen, dijken en kaden nog wel veilig zijn en wat de invloed is van alle mens- en natuurgerichte activiteiten.
Nadenken hoe we Nederland willen inrichten
Door de economische ontwikkeling is steeds meer ruimte nodig voor wonen, werken en het verkeer. Denk maar aan grootschalige infrastructurele werken zoals de aanleg van de hoge snelheidslijn, de verbreding van de A4, de aanleg van de vijfde baan op Schiphol en ontwikkelingen in het Groene Hart.
Gezond en voldoende water speelt een steeds belangrijkere rol bij ruimtelijke ordeningsplannen. Hoewel hier nog veel werk te verrichten is, zijn er al enkele goede voorbeelden waarin te zien is hoe water en ruimtelijke ordening samengaan. Het Waterbeheersplan 2000 geeft water een rol binnen ruimtelijke ordening. Sterker nog, water wordt gezien als een sturend en ordenend principe. Niet alleen door de waterbeheerders, maar ook door gemeenten, provincies en de rijksoverheid. Samenwerking is dé methode om beter om te gaan met water.
Kennis is de basis van onze activiteiten
Een waterbeheerder heeft kennis van zaken. Daarmee wordt bedoeld dat een waterbeheerder weet hoeveel oppervlaktewater er is in het werkgebied, hoe breed, diep en lang watergangen zijn. Maar ook hoe het met de waterkwaliteit en de veiligheid van duinen, dijken en kaden gesteld is.
Om op een goede manier te werken aan water, moeten we er voortdurend voor zorgen dat de gegevens compleet en actueel zijn. Kortom de watergangen in het werkgebied van de waterbeheerders worden weer eens grondig in kaart gebracht.
