Verslag commissie waterkwaliteit 13 juni 2001

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie waterkwaliteit 13 juni 2001

Agenda

I Opening
III Jaarrekening 2000
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout
VII Krediet vervanging laboratorium apparatuur
X Krediet standaard bestekken
XI Planvormingsstudie Zandvoort; krediet aanleg persleiding Zandvoort awzi Haarlem-Waarderpolder
XIII Krediet herstel brandschade awzi Katwijk
XIV Krediet zakelijk rechten
XVI Verslag vorige commissievergadering d.d. 4 april 2001
XVII Mededelingen
a. Jaarverslag 2000
b. Raamagenda
d. Bedrijfsvergelijking zuiveringsbeheer
h. Strategienota Streekplan Noord-Holland Zuid
Overige agendapunten
1. Mededelingen voorzitter
2. Planvormingsstudie Leidse regio/bollenstreek
Rondvraag

Verslag

Aanwezig:

de hoogheemraad: mevrouw mr. Meijer (plaatsvervangend voorzitter);

de leden: de heer Alkemade, de heer Burger, mevrouw drs. Jong, de heer ir. Kerssens, de heer de Lange, de heer Vooijs,

de heer ir. v.d. Veer (plaatsvervangend secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);

de heer v. Wijk (bij punt III), de heer ir. C. de Booij (bij punt XI), mevrouw de Groot en de heer de Rijke (bij punt VII) en de heer ing. Smit (bij de punten VI en XIV);

Afwezig:

de heer v.d. Nagel, de heer ir. Wotte en mevrouw drs. de Zwart.

Voorafgaand aan de vergadering houden mevrouw drs. M. Lucieer en mevrouw A. de Groot een presentatie over de automatiseringssystemen en applicaties binnen de sector Waterbeheer in het algemeen en de (relaties met) "Star-Lims" in het bijzonder.

I Opening

Mevrouw Meijer heet ieder welkom en dankt de medewerkers van het laboratorium voor de gastvrijheid. Ze deelt mede dat zij, bij afwezigheid van de heer v.d. Nagel, de vergadering zal voorzitten. Mevrouw de Zwart en de heer Wotte hebben zich voor deze vergadering afgemeld. Tenslotte deelt ze mede dat de secretaris van deze commissie, de heer Mooiman, wegens vakantie is verhinderd en wordt vervangen door de heer v.d. Veer, hoofd van de afdeling Watersystemen bij de sector WAB.

III Jaarrekening 2000

    1. Concept jaarrekening

    Hierbij is directeur Financiën v. Wijk aanwezig. Hij zegt zich in zijn toelichting te beperken tot "waterkwaliteit" en zegt dat daar sprake is van een positief resultaat ter grootte van 1,3 % ten opzichte van de begroting. Gesteld kan dus worden dat de realiteit vrijwel gelijk is aan het ambitieniveau. De nog open staande vorderingen v.w.b. de verontreinigingsheffing over het jaar 2000 bedragen 1,7%, uit het jaar 1998 staat nog slechts 0,2% open. De door de VV vastgestelde bandbreedte voor het eigen vermogen voor "waterkwaliteit" is 25% - 50%; het eigen vermogen over 2000 blijft daar met 47% binnen.

    De heer Kerssens stemt in met de voorstellen m.b.t. de inzet van het voordelig resultaat. Het valt hem voorts op dat de ingezetenenomslag lager is uitgevallen dan begroot, terwijl in "Rijnland in cijfers" staat dat het aantal eenheden 6000 méér bedroeg dan geraamd. Dit valt naar zijn mening niet te combineren.

    De heer v. Wijk beaamt dit en zegt toe hierover met aanvullende informatie te komen.

    M.b.t. personeelszaken meent de heer Kerssens dat het aantal formatieplaatsen, dat niet is ingevuld, namelijk 30, erg hoog is. Mevrouw Meijer bevestigt dit, in 2000 is er een fors personeelsverloop geweest. De heer v. Wijk vult hierop aan dat dit niet leidt tot een financieel voordeel: de taken moeten toch worden uitgevoerd en het gebruiken van uitzendkrachten of het inzetten van een ingenieursbureau is altijd kostbaarder.

    De heer de Lange merkt op de lasten per medewerker hoog te vinden. Mevrouw Meijer wijst er op dat Rijnland relatief veel HBO-ers en academici in dienst heeft, de trendontwikkeling van uitvoerend naar mede-beleidsbepalend vraagt om een andere formatie-samenstelling.

    De heer Vooijs wijst op de aanzienlijk lager uitgevallen kosten voor de onderwerpen "peilbeheer" en "waterlopen". De heer v. Wijk zegt dat enerzijds projecten zijn geschrapt, wat een voordeel oplevert, en anderzijds projecten zijn opgeschoven, wat een verplaatsing van kosten betekent.

    Mevrouw Jong vindt de bandbreedte m.b.t. het eigen vermogen te ruim en herinnert eraan dat er een discussie over dat onderwerp zou plaats vinden in de commissie Financiën.

    De heer v. Wijk zegt dat dat onderwerp van gesprek is geweest in de vorige vergadering van de commissie Financiën en dat die commissie geen aanleiding heeft gezien de bandbreedtes te wijzigen. Hij zal de notitie met de onderbouwing van de bandbreedtes aan mevrouw Jong verstrekken.

    Op verzoek van de heer de Lange geeft de heer v. Wijk de stand van zaken weer m.b.t. het conflict met de gemeente Haarlemmermeer.

    De heer Burger zegt dat de inzage-termijn van de concept-jaarrekening is verstreken; op zijn vraag antwoordt de heer v. Wijk dat niemand van die mogelijkheid heeft gebruik gemaakt.

    De commissie adviseert positief.

    VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout

    Hierbij is de heer ing. P. Smit, hoofd van de afdeling WOC, aanwezig.

    Ten aanzien van het besluitvormingsproces geeft hij de stand van zaken weer. Zowel B&W van Noordwijkerhout als de Raad van commissarissen van DZH zijn akkoord. De fiscus heeft ambtelijk ingestemd met de BTW-vrijstelling voor het waterketenbedrijf en met de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting voor DZH. De aandeelhoudersvergadering van DZH is op 21 juni, de gemeenteraad van Noordwijkerhout vergadert op 28 juni en de Rijnlandse VV-vergadering vindt volgende week plaats. Voor de ondertekening van de overeenkomsten is (na goedkeuring in genoemde vergaderingen) 4 juli gepland.

    De heer Kerssens staat positief tegenover de pilot. Hij ziet vooral voordelen in de "achterkant van de waterketen" (afvalwaterinzameling, -transport en zuivering), uit te voeren door de gemeente en Rijnland. De rol en toegevoegde waarde van DZH aan de "voorkant van de waterketen" vindt hij erg beperkt. Voorts vindt hij dat van een maatschappelijk (financieel) voordeel nauwelijks sprake is. Tevens wil hij worden geïnformeerd over het ontbreken van de noodzaak van een Europese aanbesteding bij een gemeenschappelijke regeling, over de niet verrekenbare kosten ad f 180.000,- en over de bewaking van de prijsstelling.

    Ook de heer Vooijs heeft een positieve indruk.

    Mevrouw Jong gaat akkoord en uit haar waardering voor de helderheid van het stuk en de zorgvuldigheid die bij het gehele proces in acht is genomen. Ze wijst hierbij op het overleg met Binnenlandse Zaken en de Belastingdienst.

    De heer Alkemade benadrukt dat het om een pilot van 5 jaren gaat en vraagt zich af hoe daarna wordt verder gegaan. Dat moet na een evaluatie blijken, maar om te voorkomen dat die een te vrijblijvend karakter heeft lijkt het hem noodzakelijk reeds nu criteria daarvoor vast te stellen. Een partij mag niet op oneigenlijke gronden een negatief oordeel uitspreken.

    De heer de Lange vraagt naar de mogelijkheden om te constateren wanneer overstorten in werking treden.

    De heer Burger is voorstander van de pilot, in het stuk ziet hij evenwel voornamelijk een opsomming van voordelen van de samenwerking, hij vraagt zich af of er ook nadelen te noemen zijn. Voorts constateert hij dat Rijnland het Gemeentelijk Rioleringsplan zal samenstellen en het daarna moet beoordelen. Hij vraagt naar een duidelijke scheiding tussen Rijnland als partner in het waterketenbedrijf en Rijnland als overheid.

    Vervolgens gaat de heer Smit in op de gemaakte opmerkingen en gestelde vragen.

    Verwijzend naar de "kruisjeslijst", die als bijlage bij het stuk is gevoegd, geeft hij een samenvatting van de taken die DZH en Rijnland krijgen: Rijnland houdt zich bezig met de systeemzorg en DZH heeft als taak het operationele rioolbeheer (onderhoud, inspectie, databeheer). Als voordeel van de koppeling tussen "voor- en achterkant" van de waterketen kan worden genoemd een directe informatie-uitwisseling; een verhoogde vraag naar drinkwater leidt immers tot een groter aanbod van afvalwater. In de toekomst zou gedacht kunnen worden aan de levering van "half water", bestemd voor de industrie.

    Financieel voordeel kan worden behaald door de integrale benadering: kleine aanpassingen aan een awzi en aan de riolering kunnen samen tot een groot voordeel leiden.

    In overstorten kunnen tellers worden ingebouwd, waarmee de werking wordt geregistreerd.

    M.b.t. de vrijstelling van een Europese aanbesteding merkt spreker op dat dit geldt voor de dienstverlening door het waterketenbedrijf. Er mag geen verwarring ontstaan met investeringsprojecten ("werken"), die onder de normale regels vallen.

    Alle kosten zijn verrekenbaar, behalve die voor managing en voor inspectie. Bij de raming daarvan is een ruime marge aangehouden.

    Spreker deelt mede dat de prijsstelling door hem wordt bewaakt, waarover hij rapporteert.

    Met het oog op de toekomst deelt hij mede dat de intentie er is hiermee door te gaan, een verdere schaalvergroting zal tot meer voordelen gaan leiden.

    De heer Kerssens sluit zich over dit onderwerp aan bij de opmerkingen van de heer Alkemade en vindt dat oneigenlijke argumenten voor het eventueel niet voortzetten van de samenwerking moeten worden voorkomen. Ook hij is een voorstander van het vastleggen van criteria, te hanteren bij de evaluatie.

    Als nadeel kan worden aangemerkt het ontbreken van inhoudelijke expertise. Dit veroorzaakt een risico, dat evenwel zoveel mogelijk wordt beperkt.

    De taakscheiding binnen Rijnland wordt erg belangrijk gevonden. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen Rijnland als bedrijf en Rijnland als overheid. Een medewerker zal nooit zijn eigen werk gaan beoordelen, organisatorisch ligt het onderscheid tussen de sector Werken en de sector Waterbeheer.

    De commissie adviseert positief.

    VII Krediet vervanging laboratorium-apparatuur

    Hierbij zijn mevrouw de Groot en de heer de Rijke, resp. hoofd en coördinator van het laboratorium, aanwezig. Desgevraagd geven ze uitleg over de, voor een aantal leden, onbekende benamingen van diverse instrumenten.

    Het valt mevrouw Jong op dat kredietaanvragen voor laboratoriumapparatuur regelmatig op de agenda voorkomen. Ze vreest dat zo het overzicht verloren gaat en pleit voor een jaarlijkse investeringsbegroting. Mevrouw de Groot bevestigt dat het hier juist gaat om het jaarlijkse bedrag. Kredietaanvragen voor b.v. Lims staan hier los van.

    Op een vraag van de heer Vooijs geeft mevrouw de Groot een verklaring voor de diversiteit in prijzen voor verschillende analyses van monsters.

    De commissie adviseert positief.

    X Krediet standaard-bestekken

    De heer v.d. Veer licht nog toe dat een en ander moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit en een snellere werkwijze met zich mee moet brengen.

    De commissie adviseert positief.

    XI Planvormingsstudie Zandvoort; krediet aanleg persleiding Zandvoort awzi Haarlem -Waarderpolder

    Bij dit punt is de heer de Booij, projectleider bij de Afdeling Projecten, aanwezig. Als toelichting op de stand van zaken deelt hij mede dat de voorkeursvariant, o.a. besproken in een eerdere vergadering van deze commissie, is gehandhaafd. Hierover is op ambtelijk niveau met betrokkenen (gemeenten en provincie) overeenstemming; thans is het bestuurlijk besluitvormingsproces aan de orde.

    De heer Burger uit zijn tevredenheid over de overeenstemming die er is tussen alle partijen.

    Hij merkt voorts op dat PWN per 1 mei 2002 de grondwateronttrekking in de duinen geheel zal stoppen en vraagt zich af of dit niet tot nieuwe problemen zal leiden. De heer de Booij zegt hierop dat de verwachte hoeveelheden water kunnen worden afgevoerd; als die worden overschreden zal nader naar de mogelijke oplossingen moeten worden gekeken.

    Als raadslid van de gemeente Bloemendaal meldt de heer Burger dat dit onderwerp (in tegenstelling tot het vermelde in de brief) nog niet in de raadscommissie is geweest.

    De heer de Lange vraagt naar de capaciteit van de awzi Haarlem-Waarderpolder, na de toename van de wateraanvoer. De heer de Booij antwoordt dat de awzi naar aanleiding daarvan zal worden uitgebreid en van de gelegenheid gebruik wordt gemaakt de awzi aan de eisen van de laatste tijd te laten voldoen.

    Mevrouw Jong stemt in met variant 3A.

    Ook de heer Vooijs onderschrijft deze variant en uit voorts zijn waardering voor de loyale opstelling van Rijnland. Hij zegt tegenstander te zijn van het in grote hoeveelheden afvoeren naar een awzi van (schoon) grondwater. De heer de Booij zegt hierop dat afvoer naar de boezem weliswaar meer voor de hand ligt, maar dat dit het transporteren over grote afstanden van schoon water betekent, wat hoge kosten met zich meebrengt.

    De heer Kerssens wil een onderscheid maken in de problematiek: er is een afvalwater- en een regenwatercomponent. Hij verwijst naar het besprokene in deze commissie op 29 november 2000 over dit onderwerp, waarbij is uitgesproken dat het vervuilen van het regenwater en het daarna via een omweg (Haarlem Spaarndam IJmuiden Noordzee) geen duurzame oplossing is. Rechtstreeks afvoeren van het regenwater naar de Noordzee zou beter zijn. Hij vindt hierover in het stuk niets terug.

    De heer de Booij zegt dat afkoppelen van verhard oppervlak en daarna bergen en/of afvoeren van regenwater op ambtelijk niveau onderwerp van gesprek is en via het Gemeentelijk Rioleringsplan wordt gestimuleerd.

    De heer Kerssens zegt blij te zijn met die wetenschap, maar vindt dat het meer expliciet aan de gemeente moet worden overgebracht, mogelijk via een inspanningsverplichting tot in ruime mate afkoppelen van verhard oppervlak. Hij meent dat bestuurlijke druk noodzakelijk is.

    Met inachtneming van het bovenstaande adviseert de commissie positief.

    XIII Krediet herstel brandschade awzi Katwijk

    Mevrouw Meijer licht toe dat de kosten kunnen worden onderverdeeld in kosten, die verhaald kunnen worden op de verzekering en kosten die gemaakt worden om tegelijkertijd de installatie aan te passen aan de eisen van de moderne tijd. Ze zal nagaan of op korte termijn een nadere specificatie hiervan beschikbaar kan komen.

    Desgevraagd deelt ze mede dat het calamiteitenkrediet hiervoor te beperkt van omvang is en daarom apart krediet wordt gevraagd.

    De commissie adviseert positief.

    XIV Krediet zakelijk rechten

    Ook bij dit onderwerp is de heer Smit aanwezig. Hij zegt dat in een andere commissievergadering de indruk is ontstaan dat voor f 1,45 miljoen kapitaalvernietiging is ontstaan. Hiervan is geen sprake; slechts de werkzaamheden, die gemoeid zijn met het alsnog via de notaris aantekening maken in het kadaster, moeten opnieuw worden gedaan. De kosten van opnieuw te verrichten werk zijn trouwens niet meer bij de notaris te verhalen.

    De commissie is overtuigd van de noodzaak en adviseert positief.

    XVI Verslag vorige commissievergadering d.d. 4 april 2001

    Tekstueel:

    In punt XVI.b. wordt "handhavingsprognoses" vervangen door "ramingen".

    Met deze wijziging wordt het verslag vastgesteld.

    Naar aanleiding van:

    Met betrekking tot het inspraak- en informatietraject van de waterkansenkaarten (punt IV) vraagt de heer Burger naar de stand van zaken sinds de laatste VV. Mevrouw Meijer zegt hiervan niet gedetailleerd op de hoogte te zijn, de heer Steegh zal dit in de komende VV kunnen beantwoorden.

    De heer Alkemade benadrukt nogmaals (naar aanleiding van "overige agendapunten, 2") de noodzaak van samenwerking tussen handhavingspartners, zodat controles niet direct na elkaar plaats vinden. Hij denkt dat een gezamenlijke planning een goed middel zou zijn. Mevrouw Meijer is het daar op zich mee eens, maar verwacht met betrekking tot planning problemen met de partners. Ze zegt toe haar gedachten hierover te laten gaan en er later op terug te komen.

    XVII Mededelingen

      a. Jaarverslag 2000

      De heer Kerssens is blij met het feit dat de dijkgraaf het uitgangspunt van WB21 nadrukkelijk onderkent, in het bijzonder het begrip "ruimte voor water". Van belang is naar zijn mening ook de organisatie waterbeheer Zuid-Holland. Op zijn vraag geeft mevrouw Meijer een toelichting op de stand van zaken. Het advies van de beleidsgroep luidt dat in fasen moet worden gekomen tot één waterbeheerder in het gebied "tussen IJ en Maas". In de eerste fase zal dit leiden tot een integratie van Rijnland met de inliggende waterschappen tot een all-in-waterschap.

      De heer de Lange heeft moeite met de stijl van weergave van de fotos, waarop personen slechts voor een deel zichtbaar zijn.

      De heer Burger zegt dat zijn e-mail-adres nog steeds foutief staat vermeld. "Amsterdam" moet worden vervangen door "gwa".

      b. Raamagenda Het vermoeden bestaat dat "stabiliteitstoets Goejanverwelledijk" en "stabiliteitstoets Goejanverwellesluis" één onderwerp zijn.De commissie heeft van de raamagenda kennis genomen.c. Bedrijfsvergelijking zuiveringsbeheer De heer Burger vindt de Rijnlandse reactie teleurstellend, in het bijzonder waar het gaat om de bedrijfsinterne milieuzorg. De kritiekpunten worden naar zijn mening te veel gebagatelliseerd. Hij meent dat Rijnland zich verplicht moet voelen te komen tot een gecertificeerd milieuzorgsysteem. Ook m.b.t. groene stroom vindt hij dat dit nu daadwerkelijk moet worden opgepakt.Mevrouw Meijer herinnert eraan dat Rijnland al in een vroeg stadium initiatiefrijk was en de aandacht mogelijk nu wat vermindert. Vanuit de Unie is er een actie gaande, die de deelnemers stimuleert kritisch naar zichzelf te kijken. De heer Kerssens wijst er op dat de tabellen 8 en 11 niet duidelijk zijn. Mevrouw Meijer beaamt dat en zegt toe dit voor de aanstaande VV op te helderen.h. Strategienota Streekplan Noord-Holland ZuidDe commissie heeft hiervan kennis genomen.Overige agendapunten1. Mededelingen voorzitterGeen.
        2. Planvormingsstudie Leidse regio/bollenstreek Dit onderwerp is al eerder in deze commissie behandeld, mevrouw Meijer licht toe dat inmiddels de 5e Nota Ruimtelijke Ordening is verschenen en daarop is geanticipeerd.De commissie stemt in met de gekozen variant.RondvraagDe heer de Lange verwijst naar de wijziging in vergoeding van o.a. de VV-leden: nu het gaat om een maandelijks bedrag staat naar zijn mening de weg open voor een vorm van bedrijfssparen. In de gemeenteraad zou een dergelijke constructie ook bestaan. Mevrouw Meijer zegt toe dit na te gaan.De heer Kerssens vraagt of, na het succesvolle stukje op een thema-avond, de ideeën rond een composttoilet en IBAs nog een vervolg krijgen. De heer Kerssens is morgen in een kennisconferentie water en zal daar de stelling "Water in de pot? Dood in de pot!" (is water als drager van menselijke afvalstoffen in de toekomst nog wel duurzaam?) verdedigen. Op zijn vraag of Rijnland daar vertegenwoordigd is antwoordt de heer v.d. Veer dat de heer v.d. Does daar zal zijn. SluitingOm 12.45 uur wordt de vergadering gesloten.  
        Naar boven