I Opening
III STOWA innovatiefonds
IV Technisch jaarverslag 2000
IX Gemaal en persleiding Zwammerdam
X Verslag vorige commissievergadering d.d. 13 juni 2001
XI Mededelingen
c. Plaatsen van IBAs aan de Parallelweg te Reeuwijk
e. Beleidsvisie GS van Zuid-Holland inzake de organisatie van het waterbeheer in Zuid- Holland
f. Planning vergaderingen in 2002
g. Wisseling voorzitterschap commissie
Overige agendapunten
Rondvraag
Aanwezig:
de hoogheemraad: mevrouw mr. Meijer (voorzitter);
de leden: de heer Alkemade, de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer de Lange, de heer Vooijs en mevrouw drs. de Zwart;
de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer v. Wijk (bij punt 3, overige agendapunten);
Afwezig:
de heer v.d. Nagel, de heer ir. Wotte en de heer ir. Kerssens.
Mevrouw Meijer heet ieder welkom. Ze deelt mede dat de heren v.d. Nagel, Kerssens en Wotte zich voor deze vergadering hebben afgemeld.
De heer Vooijs verwijst naar de Stowa-brief, waarin een vermelding staat van een eenmalige bijdrage van het Rijk. Hij vraagt naar de hoogte van die bijdrage.
De heer Burger vraagt naar de grootte van het totale fonds.
De heer Alkemade vraagt naar de betekenis van het vaak in de Stowa-brief voorkomende woord "verbreding". Voorts verwijst hij naar de gewenste bijdrage per v.e., wat inhoudt dat grote waterschappen ook een grotere bijdrage leveren. Hij vraagt zich af of dit ook meer zeggenschap betekent.
Mevrouw Jong leest in het D&H-voorstel de zinsnede "extra lasten en risicos". Ze vraagt wat "extra" inhoudt.
Op de laatste vraag antwoordt mevrouw Meijer dat het bij b.v. de toepassing van membraamtechnologie niet redelijk is de (als gevolg daarvan) extra risicos voor rekening van het initiatief nemende waterschap te laten komen.
"Verbreding" betekent verbreding en uitbreiding van de Stowa-taken.
Een hogere bijdrage betekent niet meteen meer zeggenschap.
De heer Mooiman vult hierop nog aan dat Rijnland geen directe vertegenwoordiging in Stowa heeft. Er wordt wel gestreefd naar een bestuurlijke of ambtelijke vertegenwoordiging, zodat meer invloed op uit te voeren onderzoek kan worden uitgeoefend.
Mevrouw Meijer zegt toe dat naar de Rijksbijdrage en naar de grootte van het totale fonds navraag wordt gedaan.
De commissie vindt het innovatiefonds een goede ontwikkeling en adviseert positief.
In algemene zin uit de commissie complimenten voor de vormgeving, lay-out en overzichtelijkheid van het technisch jaarverslag.
De heer Alkemade had graag meer aanbevelingen gezien hoe met sommige tegenvallende resultaten in de komende jaren wordt omgegaan.
De heer Mooiman verklaart dat de statische informatie in het verslag wordt gebruikt als input voor de beleidsinitiatieven, die worden verwoord in de evaluatie van het WBP2000 en zo een doorvertaling krijgen in de meerjarenraming. In oktober zal die evaluatie aan de VV worden aangeboden.
Mevrouw Meijer geeft nog een toelichting op het begrip "marap". Dit staat voor managementrapportage, die drie maal per jaar verschijnt en een inzicht geeft in de geleverde prestaties, vergeleken met de planning. Ook nieuwe ontwikkelingen komen in die rapportage aan de orde. De rapportage bevat erg veel gegevens, die lastig te lezen zijn. In het kader van de planning & control-cyclus wordt een samenvatting ontwikkeld, waarvan de VV gebruik kan maken.
Vervolgens gaat de commissie inhoudelijk in op het technisch jaarverslag.
De heer Vooijs leest bij "peilbeheer" dat in 2000 760 m3 water is afgevoerd, dit zal 760 miljoen m3 moeten zijn.
Hij vindt het verheugend dat het rendement van de Rijnlandse awzis hoger is dan het landelijk gemiddelde.
Het valt spreker voorts op dat de waterkwaliteit in de zandwinplassen beter is dan in de plassen met een geringere diepte. Hij zou willen weten wat daaraan wordt gedaan. Als vervuilde bagger de oorzaak is, ligt baggeren voor de hand.
De heer Burger leest dat 100 bestemmingsplannen zijn beoordeeld en vraagt of nu trendmatig te zien is dat het aspect "water" belangrijk is geworden.
De heer Alkemade vraagt naar de bestuurlijke participatie bij de veelheid aan gebiedsgerichte activiteiten.
Mevrouw Jong begrijpt dat de ecologische waterkwaliteit op een groot aantal monsterpunten niet voldoet. Ze vraagt naar de reden daarvan. Bij de chemisch-fysische kwaliteit staat b.v.: 10% voldoet, 13% voldoet; dit betekent dat resp. 90% en 87% niet voldoet en ze vindt het een onterecht positieve formulering.
Voorts meent ze dat 84 dwangsommen een zorgelijk hoog aantal is.
Tenslotte vraagt ze informatie over de handhaving bij agrarische bedrijven, die bij de planning is achtergebleven, kennelijk als gevolg van personele problemen.
De heer de Lange leest dat de vergunningverlening voor overstorten stagneert, als gevolg van een discussie over veedrenking. Hij vraagt zich af of de Tweede Kamer nog strengere eisen wil stellen.
Mevrouw Meijer gaat in op de vragen en opmerkingen.
Zowel bij de vergunningverlening als bij handhaving worden planningen niet gehaald als gevolg van een aanzienlijk personeelsverloop. Ontstane vacatures zijn niet meteen vervuld en ook het inwerken van nieuwe medewerkers kost tijd. De heer Mooiman zegt dat dit probleem zich in 2001 voortzet. Er is een onbalans ontstaan tussen jonge en ervaren medewerkers. Bovendien is het opvallend dat men soms al na 2 jaar Rijnland weer verlaat, naar een ander waterschap, in een soortgelijke functie maar tegen een hogere beloning.
M.b.t. overstortvergunningen zegt mevrouw Meijer dat dit meer tijd kost dan gepland. Er komt een voorstel tot uitbesteding en dan alle gemeenten te voorzien van een vergunning met een saneringsverplichting. Zo wordt de verantwoording bij de gemeenten gelegd en kan Rijnland de maatregelen controleren. Hierbij wordt het accent gelegd op de risicovolle overstorten.
Een aantal van 84 dwangsommen lijkt veel maar is, gezien de duizenden bedrijven toch beperkt. Bovendien blijkt een dwangsom een uitstekend bestuursrechtelijk middel: voordat tot inning wordt overgegaan is de overtreding vaak al opgeheven.
De waterkwaliteit blijft, aldus mevrouw Meijer, een punt van zorg. Deze voldoet vaak niet aan de MTR. De verbeterende trend, die zichtbaar was na de invoering van de Wvo, neemt af. Als voorbeeld noemt ze diffuse bronnen, die moeilijk zijn aan te pakken, ook de awzis leveren nog geen schoon water. Bovendien blijven nutriënten een grote vervuiler, aanscherping van de regelgeving zal nodig zijn.
De heer Alkemade zegt dat baggeren een goed middel is: als watergangen zijn gebaggerd is meteen een sterke vooruitgang in de waterkwaliteit merkbaar.
De heer de Lange geeft hierop een aanbeveling. Als met een agrariër (door een financiële tegemoetkoming) kan worden overeengekomen dat hij een deel van zijn land een tijd niet gebruikt, kan dat voor de opslag in dunne lagen van licht verontreinigde bagger worden gebruikt. Zon kleinschalige opslag zal minder weerstand opleveren dan het inrichten van een gehele polder.
De heer Mooiman antwoordt hierop dat die mogelijkheden worden meegenomen in het regionaal baggeroverleg, dat met gemeenten wordt gevoerd.
Mevrouw Meijer vervolgt met de mededeling dat Rijnland in vrijwel alle gebiedsgerichte projecten is vertegenwoordigd, zowel bestuurlijk als ambtelijk.
In bestemmingsplannen is inderdaad een trend zichtbaar dat water meer aandacht krijgt dan in het verleden.
IX Gemaal en persleiding Zwammerdam;
overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling met de gemeente Alphen aan den Rijn
De heren de Lange en Vooijs verbazen zich over het grote verschil tussen de geraamde en de werkelijke kosten (f 6,3 miljoen versus f 3,0 miljoen).
Mevrouw Meijer zegt dit niet te kunnen verklaren, Als de heer v. Wijk in de vergadering komt (bij "overige agendapunten-3") zal hem dat worden gevraagd.
(Noot: desgevraagd deelde de heer v. Wijk mede dat dit verschil het gevolg was van een zeer gunstig aanbestedingsresultaat.)
De commissie adviseert positief.
X Verslag vorige commissievergadering d.d. 13 juni 2001
Tekstueel
In punt XVII.c. wordt "inzakt" vervangen door "vermindert".
Met deze wijziging wordt het verslag vastgesteld.
Naar aanleiding van
De heer Burger deelt mede dat het onderwerp "planvormingsstudie Zandvoort" (punt XI) morgenavond in de Bloemendaalse raadscommissie zal worden behandeld. Hij verwacht dat die commissie akkoord zal gaan.
M.b.t. het onderwerp "bedrijfssparen voor estuurders" (Rondvraag) deelt mevrouw Meijer mede dat het Rijnlandse reglement voor bedrijfssparen zegt dat die regeling alleen open staat voor ambtenaren, in de zin van artikel A.1. van het Algemeen Ambtenaren Reglement (m.a.w. de als zodanig benoemde Rijnlandse ambtenaren). Dus niet voor bestuurders of andere functionarissen.
De heer de Lange zegt dat in de gemeente Jacobswoude een regeling is getroffen.
Mevrouw Meijer adviseert hem dit in de VV aan de orde te stellen, zodat de behoefte daaraan bij alle VV-leden kan worden gepeild.
c. Plaatsen van IBAs aan de Parallelweg te Reeuwijk
De commissie vindt dit een goede ontwikkeling.
Omdat Rijnland het beheer en onderhoud heeft doet de heer de Lange de suggestie aansluiting te zoeken bij een landelijk opererende onderhouds- en storingsdienst.
e. Beleidsvisie GS van Zuid-Holland inzake de organisatie van het waterbeheer in Zuid-Holland
De heer de Lange verwacht nog veel weerstand van de inliggende waterschappen. Voorts vreest hij dat bij schaalvergroting de specifieke gebiedskennis verloren gaat.
De heer Mooiman zegt dat Rijnland nu al een groot gebied bestrijkt en daarom b.v. de keuropzichters al regionaal werken.
De heer Burger zegt niet altijd voorstander van schaalvergroting te zijn, maar de visie van GS wel te steunen, omdat integratie van Rijnland met de inliggende waterschappen veel duidelijkheid voor de ingelanden schept.
De heer Alkemade vindt het voorstel mager, omdat een verdere uitwerking nog ontbreekt. Op zijn vraag of daarover binnen Rijnland al ideeën leven antwoordt mevrouw Meijer ontkennend. Dit zal na de besluitvorming in Provinciale Staten vorm gaan krijgen.
De commissie neemt met instemming kennis van de beleidsvisie.
f. Planning vergaderingen in 2002
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
De heer Burger wijst op het feit dat in februari de commissievergaderingen in de Zuid-Hollandse voorjaarsvakantie zijn en de VV is gepland in die van Noord-Holland.
Mevrouw Meijer zegt toe dit in de eerstkomende D&H-vergadering te bespreken.
De heer de Lange vindt het bezwaarlijk dat er maar één week ruimte is tussen de commissievergaderingen en de VV. Gelegenheid voor onderlinge uitwisseling van meningen na ontvangst van de verslagen van de commissievergaderingen is er dan nauwelijks.
Mevrouw Meijer zegt dat dit onderwerp vorig jaar uitgebreid aan de orde is geweest en dat tot de huidige planning is besloten. Ze adviseert hem dit in de VV te bespreken.
Mevrouw Jong vindt het één maal gebruiken van het gebouw aan de Breestraat een wat geforceerde methode.
g. Wisseling voorzitterschap commissies
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
Mevrouw Meijer deelt mede dat de volgende commissievergadering (op 10 oktober) zal worden voorgezeten door de heer v.d. Nagel.
Mevrouw Meijer zegt zitting te hebben in het regionaal doelgroepoverleg bollenteelt. De problemen m.b.t. soms hoge concentraties carbendazim blijven een punt van zorg. Ze toont een door Rijnland ontwikkelde poster over dat onderwerp, die in de schuur o.d. van de telers kan worden opgehangen, zodat wellicht tot een mentaliteitsverandering wordt gekomen.
Mevrouw Meijer refereert aan de brief van de gemeente Nieuwkoop over het meningsverschil betreffende de Rijnlandse bijdrage voor het baggeren van de Voorwetering. De brief was slechts gezonden aan de leden van de commissie waterkwaliteit en niet aan D&H. Als leden van deze commissie waren zij en de heer v.d. Nagel toch op de hoogte van de inhoud. Over de besluitvorming in het college zullen de VV-leden via de besluitenlijsten of in de volgende vergadering worden geïnformeerd.
2. Brief DWA inzake onderzoek driehoeksmosselen
De commissieleden stellen prijs op een toelichting door de heer v. Breukelen. Wegens ziekte van hem wordt dit doorgeschoven naar de volgende vergadering.
3. Begrotingsvergelijking 2001
Hierbij is de heer v. Wijk, directeur Financiën, aanwezig. Hij zegt dat de vergelijking met gepaste relativering moet worden bezien: men is snel geneigd bij slechte resultaten het systeem als niet deugdelijk te bestempelen. Hij vindt het trouwens belangrijker jezelf, naar aanleiding van de resultaten, onder de loupe te nemen.
Als reactie op deze inleiding merkt de heer Vooijs op dat uit de grafieken blijkt dat de verschillen tussen de diverse waterschappen soms wel erg groot zijn. Hij meent dat daaraan toch niet te snel aan voorbij mag worden gegaan. Er zal toch gestreefd moeten worden naar kleinere verschillen.
De heer v. Wijk antwoordt hierop dat elk waterschap slechts verantwoordelijk is voor het eigen functioneren en het dus vrijwel onmogelijk is grote verschillen door anderen te laten verminderen. Hij geeft als voorbeeld het onderwerp vergunningverlening en handhaving, waarin Rijnland duidelijk duurder is dan vele anderen. Dit is het gevolg van een bewust gekozen beleid over hoe we met deze zaken willen omgaan.
Op een opmerking over de kosten van onderhoud van watergangen zegt de heer v. Wijk dat in die vergelijking een misverstand is ontstaan, als gevolg van het simpele feit dat een watergang twee oevers heeft en de vraag verschillend werd geïnterpreteerd: per lengte watergang of per lengte oever. Na een herrekening komt het Rijnlandse bedrag op f 1,73 per m1 watergang, wat een goed resultaat is.
De heer Alkemade vraagt of het bedrag van de omslag ongebouwd geldt voor het Rijnlandse deel, vermeerderd met het deel van de inliggende waterschappen.
De heer v. Wijk bevestigt dit, in het andere geval zou een onjuiste vergelijking ontstaan met andere all-in-waterschappen. De totale Rijnlandse omslag is een gewogen gemiddelde van alleen boezemland en polderland, weer verdeeld over de drie waterschappen.
Op een vraag van de heer Alkemade over de kosten van baggeren geeft de heer v. Wijk een toelichting. De vergelijkingen zijn gebaseerd op de begrotingscijfers en dus op ambities. Naar zijn mening is het beter te vergelijken op basis van de jaarrekening, dus wat werkelijk is uitgevoerd. Dit wreekt zich bij het onderwerp "baggeren": een hoog begroot bedrag en slechts weinig verricht baggerwerk leidt tot een buitensporig hoog bedrag per m3.
Hij wil overigens de indruk wegnemen dat het meewerken aan de begrotingsvergelijking een nutteloze activiteit is. De meeste aspecten zijn interessant.
De heer Vooijs is tevreden over de uitslag van het onderzoek, waaruit blijkt dat Rijnland niet de goedkoopste is, maar in het algemeen een goed product levert tegen een aanvaardbare prijs.
De heer Burger verwijst naar de artikelen in de pers over de rechtzaak die diende over de slakken in Getsewoud. De rechter zou zich hebben verbaasd over de toestemming die Rijnland gegeven zou hebben om de slakken te gebruiken, voordat de uitslag van onderzoek bekend was.
Mevrouw Meijer zegt dat het Bouwstoffenbesluit van toepassing was en er dan geen sprake is van toestemming verlenen. Als uit de papieren, behorende bij de melding, geen bijzonderheden blijken kan de melding worden geaccepteerd. Later kan evenwel nog onderzoek worden gedaan. Naar haar mening treft Rijnland geen blaam. Desgevraagd zal ze in D&H bespreken of een samenvatting van het logboek ter beschikking kan worden gesteld.
Sluiting
Om 11.30 uur wordt de vergadering gesloten.
