Agenda en verslag van de vergadering van de Commissie Waterkwaliteit op woensdag 2 oktober 2002 om 9.00 uur in de D&H-zaal van het kantoorgebouw van Rijnland, Archimedesweg 1 te Leiden.
IV Beleidsvoornemen Tarieven 2003
VIII Krediet geluidsmaatregelen awzi Noordwijk
VIIIa Verslag vorige commissievergadering d.d. 18 september 2002
b. Evaluatie waterbodemsanering Sassenheimervaart
Beknopt verslag van de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit op woensdag 2 oktober 2002 in het kantoorgebouw van Rijnland te Leiden.
Aanwezig : hoogheemraad: mevrouw mr. Meijer (plv. voorzitter);
de leden: de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong en de heer de Lange;
mevrouw dr. ir. van Duin (plv. secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer Bol (directeur Financiën) (bij de punten III en IV)
Afwezig : mevrouw drs. de Zwart en de heren Alkemade, ir. Kerssens, Vooijs en ir. Wotte
Mevrouw Meijer opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom. Ze deelt mede dat ze, wegens afwezigheid van de heer v.d. Nagel, deze vergadering zal voorzitten. Mevrouw de Zwart en de heren Alkemade, Kerssens, Vooijs en Wotte hebben zich voor deze vergadering afgemeld. Secretaris Mooiman wordt vervangen door mevrouw van Duin. Tenslotte meldt ze dat aan de agenda zijn toegevoegd: Gouwe Wiericke-west en Bestuursrapportage t/m periode 8.
Omdat deze beide agendapunten veel raakvlakken hebben geeft de commissie er de voorkeur aan ze gelijktijdig te behandelen.
De heer de Lange leest in de inleiding, onder 1.1 dat de hoogte van de tarieven door een aantal factoren wordt bepaald, waaronder de voorgestelde wijziging van de KTV op basis van de methode Togtema/Leemhuis. Hij vraagt in hoeverre het nu zeker is dat die methode wordt doorgevoerd.
Voorts verwijst hij naar de benodigde personeelsuitbreiding voor vergunningverlening en handhaving (2.1.5.) met 3,3 fte en vraagt in welke verhouding dat staat tot de huidige bezetting. Mevrouw Meijer schat dit op ca. 5%. Ze geeft vervolgens een toelichting op de noodzaak hiervan: het van kracht worden van de amvb open teelt, de werkzaamheden rond het Bouwstoffenbesluit, het actualiseren van Wvo-vergunningen en het voldoen aan de normen voor handhaving van die vergunningen. Dit is gebaseerd op de knelpuntennotitie, die door ieder kan worden geraadpleegd.
In 2.2 van de MJR staan de activiteiten genoemd waarmee nog geen rekening is gehouden. De heer de Lange denkt aan de awzi Harnaschpolder en vraagt zich af of die geen financiële consequenties heeft.
Met betrekking tot de overheveling kosten passief waterkwaliteitsbeheer, genoemd in 2.6.1, vraagt hij aandacht voor de toch al minder rooskleurige vooruitzichten voor de agrariërs en pleit voor een minder zware omslag voor de categorie Ongebouwd.
In de opsomming van de investeringen in transport en zuivering van afvalwater in 5.6 staat voor de renovatie van de awzi Noordwijk € 24,9 miljoen genoteerd. Hij vraagt of daar al een besluit over is genomen.
In de tabel op bladzijde 27 ziet hij dat de personeelskosten tot 2007 met 30% zullen stijgen; hij vindt dat fors. In dezelfde tabel staat voor bijdragen aan derden een bedrag dat meer dan de helft is van de personeelskosten. Als dat betrekking heeft op het uitbesteden van werk acht hij dat buiten verhouding.
Met betrekking tot de problematiek rond het storten van baggerspecie wil spreker een suggestie doen. Relatief schone bagger kan in een laag tot ca. 0,20 m op het land worden gedeponeerd. Na verloop van tijd is dat uitgedroogd en kan een nieuwe laag worden aangebracht. Via de WLTO is het wellicht mogelijk contact met agrariërs te zoeken die hun land graag daarvoor (tegen vergoeding) beschikbaar stellen.
Met verwijzing naar de tabel op bladzijde 5 vraagt mevrouw Jong wat de financiële gevolgen zijn wanneer een agrariër zijn land beschikbaar stelt voor natuurontwikkeling.
De laatste alinea op bladzijde 7 vindt ze onsamenhangend en daardoor niet te begrijpen. De heer Bol zegt hierop dat één van de themas in de Voorjaarsnota is: invulling van WB21. Dit wordt geconcretiseerd in de aspecten uitbreiding capaciteit gemaal Katwijk en inrichten bergingslocaties. De nieuwbouw van Katwijk is in de MJR opgenomen, de bergingslocaties vergen een veel langere adem. Van de totaal 5 fte is 3 fte nodig in de voorbereidingsfase, de overige 2 fte worden ingezet als het tot uitvoering komt. Spreker neemt de opmerking over de onduidelijkheid ter harte en streeft naar een betere redactie in de definitieve versie.
In 2.8 wordt gesproken over de aanwending van saldireserves. Mevrouw Jong heeft verheugd kennis genomen van de vermelding op de TAM-lijst t.b.v. agendering in 2004.
Met betrekking tot het verwachte verloop in de belastingtarieven, vermeld in 3.1 raadt ze aan hierover een goede voorlichtingscampagne te voeren. Dit zou uitgebreider moeten zijn dan een vermelding in de bijsluiter die, naar haar mening, door burgers niet goed wordt gelezen. Artikelen in bijvoorbeeld de huis aan huisbladen zouden een beter middel kunnen zijn.
De heer Burger verwijst naar de stevige discussie in de vorige commissievergadering alsmede in de daarop volgende VV over de pilot van het waterketenbedrijf in Noordwijkerhout. In paragraaf 2.1.1 van de MJR staat: Als zich een gelegenheid voordoet om tussentijds in te spelen op een kansrijke aanmelding van actieve gemeenten, dan zal deze mogelijkheid aan de VV worden voorgelegd. In het licht van genoemde discussies, onder andere over het ontbreken van goede toetsingscriteria, vindt hij dat hier zeer terughoudend mee moet worden omgegaan.
Hij is blij met de verhoogde aandacht die de calamiteitenbestrijding (2.1.6) krijgt, maar vindt het jammer dat dit in het verleden zon lage prioriteit heeft gehad.
In het verwachte verloop van de belastingtarieven (3.1) staat in de tabel voor Ingezetenenomslag voor 2003 een stijging vermeld van 6,3%. Dit getal vindt hij ook terug in de D&H-besluitenlijst van 10 september; in de besluitenlijst van 27 augustus leest hij 3,8%. Hij vraagt om een verklaring.
Op bladzijde 12 van Beleidsvoornemen tarieven staat dat de tot nu toe bekende gevolgen van de functiewaardering (3,7%) voor de gehele organisatie worden geëxtrapoleerd. Hij vraagt of dat wel reëel is.
De heer Bol gaat in op de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen.
In het Reglement van het nieuwe hoogheemraadschap, na de fusie per 1-1-2005, is de KTV volgens de methode Delfland opgenomen. Dit betekent dat het kostenaandeel van Gebouwd en Ongebouwd niet meer wordt berekend op basis van te bemalen oppervlak, maar op basis van de economische waarde. Het aandeel van Ongebouwd zal daardoor sterk dalen, voor Gebouwd gebeurt het tegenovergestelde. De gevolgen van Togtema-Leemhuis zijn vérstrekkend. De kosten voor waterkeringszorg en waterkwantiteitszorg worden samengebracht tot watersysteembeheer. Hiernaar wordt ook overgeheveld het zgn. passief waterkwaliteitsbeheer. Deze kosten worden opgebracht door Gebouwd, Ongebouwd en Ingezetenen. Het ziet er niet naar uit dat de voor deze methode vereiste wetswijziging er op korte termijn zal zijn. Om die reden wordt het in de meerjarenraming in het laatste jaar opgenomen. De KTV op basis van het nieuwe reglement enerzijds en Togtema-Leemhuis anderzijds moeten worden gezien als twee afzonderlijke ontwikkelingen: de eerste is zeker, de tweede nog lang niet.
Het grensoverschrijdend afvalwater naar Delfland is in feite een bestaande situatie. Voor Rijnland is er geen sprake van b.v. nieuwbouw, reden waarom dit in de stukken ook niet is terug te vinden.
Awzi Noordwijk: gebruikelijk is dat eerst de Nota van uitgangspunten, op basis van de planvormingsstudie, door de VV wordt vastgesteld. Daarna worden de investeringen geraamd die met de uitvoering hebben te maken.
De belangrijkste stijging in personeelskosten is zichtbaar in 2003. De nieuwe CAO is iets hoger uitgevallen dan verwacht, waarin ook een inhaaleffect ten opzichte van de vorige jaren is te zien. Daarna is een normale stijging van 3% geraamd. Daarenboven wordt gerekend met een stijging van 1,1% voor periodieke verhogingen en bevorderingen. Samen leidt dat tot een stijging met 4,1%.
Diensten door derden hebben slechts marginaal betrekking op het uitbesteden van personeelswerk, het overgrote deel van het bedrag gaat over het zuiveren van grensoverschrijdend afvalwater door Delfland. Onderhandelingen over de kostprijs voor de Harnaschpolder zijn gaande.
Het beschikbaar stellen van land voor natuurontwikkeling heeft geen invloed op de belastingheffing voor zon perceel. De vergelijking tussen een veeteeltbedrijf en een natuurgebied uit zich in de combinatie van belastingonderdelen voor het veeteeltbedrijf (land plus waarde plus vervuilingseenheden).
Waar mogelijk zullen we de belastingplichtigen zo snel en zo goed mogelijk informeren over de stelselwijzigingen.
De gevolgen van de functiewaardering zijn een reële aanname.
Voor het verschil tussen de mutatiepercentages van 3,8 en 6,3 in de D&H-besluitenlijsten verwijst hij naar de tabel op pagina 27 van het Beleidsvoornemen. Als gevolg van de meest recente wijzigingen was het nodig de afronding naar de laatste stand van zaken een andere wending te geven, waardoor de mutatie ook is geactualiseerd.
Met betrekking tot het verwerken van bagger op het land zegt mevrouw van Duin dat dit inderdaad een mogelijkheid is, mede ter bestrijding van maaivelddaling. Gezien de kwaliteit van de bagger heeft dit echter zijn beperkingen. In het project Gouwe Wiericke wordt dit fenomeen verder uitgewerkt.
De commissie heeft kennis genomen van de concept-meerjarenraming 2003-2007 en adviseert positief over het beleidsvoornemen tarieven 2003.
Mevrouw Meijer zegt dat onder andere wordt gevraagd een besluit te nemen over het maatregelenplan 2002-2003 en financiële middelen te reserveren voor een aantal maatregelen.
Toelichtend zegt mevrouw van Duin dat dit het tweede waterplan is. Met de totstandkoming van het eerste plan, voor Zoetermeer, hebben we goede ervaringen. Bedacht moet daarbij worden dat dit voor Rijnland een betrekkelijk eenvoudig plan was, we zijn daar immers alleen waterkwaliteitsbeheerder. In Gouda zien we voor een groot deel boezemwater en hebben we dus meerdere taken. Er spelen ook meer en grotere problemen, zoals riolering en bagger; bovendien is het gebied complex. Het was problematisch om een goed maatregelenpakket samen te stellen, waarin iedere partij zich kan vinden.
Over het proces van totstandkoming geeft mevrouw Meijer aan dat dit plan een aantal malen in D&H is teruggekomen alvorens het nu aan de VV kon worden aangeboden. De slechte toestand van de riolering en het groot aantal ongezuiverde lozingen maakten het noodzakelijk daarover concrete afspraken te maken, om te voorkomen dat wordt gebaggerd met de kraan open. In de bij de stukken gevoegde brief van de stuurgroep staat het resultaat vermeld.
De heer de Lange vindt het een goed opgezet en uitgebreid plan. Hij is blij met de actieve participatie van Rijnland en uit zijn tevredenheid over de concrete afspraken die zijn gemaakt omtrent de riolering. Gezien de kwetsbaarheid van de binnenstad vraagt hij aandacht voor de gevolgen voor de grondwaterstanden. Hij hoopt dat het uitgebreide plan, met zijn vele aspecten, snel tot uitvoering komt.
Hierop zegt mevrouw van Duin dat daarom is afgesproken nu te starten met het eerste maatregelenplan en intussen te werken aan het volgende, waarin de harde afspraken over riolering en baggeren zijn opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat door het wachten op plannen en studies de aandacht voor het totale plan wegvloeit.
Mevrouw Jong onderschrijft de visie droge voeten, gezond water, sprekend water. Ze is het eens met de twijfels omtrent het aantal geplande uren voor de watercoördinator. Haar tevredenheid met de aandacht voor natuurvriendelijke oevers wordt door de overige leden gedeeld.
De heer Burger vindt het een goed stuk. Hij is tevreden met de stevige stellingname van Rijnland. Hij zou graag het aantal uren voor de watercoördinator zien uitgebreid.
Op de laatste opmerking zegt mevrouw van Duin dat deze functionaris in Zoetermeer vrij eenvoudig werd aangereikt, maar dat de discussie in Gouda problematischer ligt.
De commissie adviseert positief.
Mevrouw Meijer deelt mede dat juist voorafgaand aan de vergadering een memo is ontvangen van de heer Heijnis, directeur sector Werken. Hierin staat dat Rijnland voor het treffen van de maatregelen zes maanden tijd heeft gekregen. Door een intern misverstand is dit een vergadering te laat aan de VV aangeboden. Aan de commissie wordt gevraagd, bij instemming met het kredietvoorstel, tevens akkoord te gaan met starten van de werkzaamheden voordat formele besluitvorming in de VV van 16 oktober plaats vindt. Alleen dan kan de termijn van zes maanden worden gehaald. Vermeld wordt nog dat de commissie Financiën akkoord is.
De commissie adviseert positief op het kredietvoorstel en stemt in met het bovengenoemde verzoek.
Tekstueel
Mevrouw Jong vindt dat bij de agendapunten Doelen voor het waterbeheer en Pilot Noordwijkerhout het genotuleerde in een te vriendelijke toonzetting staat, deze geeft naar haar mening niet het gevoelen van de vergadering weer. Ze heeft overigens geen behoefte aan een tekstuele wijziging. Het verslag wordt derhalve ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van
Er zijn geen verdere opmerkingen.
De heer Burger wijst er op dat de aanstaande VV in de herfstvakantie in Noord-Holland is en hoopt dat met de vakanties in het voorliggende schema rekening is gehouden.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
b. Evaluatie waterbodemsanering Sassenheimervaart
De commissie heeft kennis genomen van het teleurstellende resultaat en kan zich overigens vinden in de genoemde aanbevelingen m.b.t. het waterbodembeleid van Rijnland.
1. Mededelingen voorzitter
Geen.
2. Duurzaam waterbeheer Gouwe Wiericke-west vervolgaanpak Rijnland
Mevrouw Meijer zegt dat dit een omvangrijk en ingewikkeld project is. Gevraagd wordt het nu te bespreken, het komt zeker nog eens terug. Het nu besprokene zal als input worden meegenomen in het verdere overleg- en communicatieproces.
Toelichtend verwijst mevrouw van Duin naar de Voorjaarsnota, waarin invulling van WB21 is opgenomen. Hierbij is het begrip waterberging geïntroduceerd, waarbij twee soorten moeten worden onderscheiden. De eerste is piekberging om overtollig water in de winter tijdelijk te kunnen opslaan (Driemanspolder, Zwaansbroek); de tweede soort betreft de opslag van water om tekorten in de zomerperiode te kunnen opvangen zodat niet met boezemwater, wat uiteindelijk Rijnwater is, een polder hoeft te worden gevoed. Het laatstgenoemde bergingstype is van toepassing in het voorliggende stuk. Voor dit gebied zijn de waterbeheerders tot de slotsom gekomen dat, willen we de functies kunnen blijven bedienen en de duurzaamheid bewaren, moet worden afgestapt van het traditionele waterbeheer als inlaten en uitmalen. Voor de landbouw (boomkwekerijen) en voor de Reeuwijkse plassen is een goede waterkwaliteit essentieel. Het fenomeen waterberging is in Nederland vrij nieuw en gedurende het proces zullen vele aspecten, ook onverwachte, aan de orde komen. Daarom is bedacht vast met een eerste fase te beginnen.
De heer Burger kan zich vinden in de punten die op bladzijde 13 en 14 staan. Zijn vragen zijn in de zojuist gegeven toelichting al beantwoord.
Mevrouw Jong deelt de in het stuk vermelde visies en intenties. Ze onderschrijft de randvoorwaarden, genoemd op bladzijde 13. Ze denkt bovendien dat de samenwerking met Wilck en Wiericke bevorderend kan zijn voor het fusieproces. Op bladzijde 12 leest ze dat de kosten € 62 bedragen. Ze vraagt een nadere uitleg van de kostenverdeling over de diverse partijen.
Mevrouw van Duin verwijst hiervoor naar de beslisnotitie in bijlage 2. Op pagina 9 staat een tabel waar in de derde kolom de kosten van flexibel met bekkens staan vermeld. Over de kostenverdeling wordt nog onderhandeld, maar het overgrote deel komt voor rekening van de provincie.
De heer de Lange vindt het een goed plan. Voor de financiering wijst hij op de mogelijke aanwending van de Europese POP-gelden (Plan van aanpak Ontwikkeling Platte land).
De commissie heeft hiervan kennis genomen en uit waardering voor de heldere en overzichtelijke wijze van rapporteren.
De heer Burger deelt mede dat hij in de aanstaande VV van 16 oktober niet aanwezig zal zijn.
Mevrouw Meijer dankt ieder voor de positieve bijdrage en sluit de vergadering om 11.30 uur.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit d.d. 4 december 2002.
