Verslag commissie waterkwaliteit 12 juni 2002

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie waterkwaliteit 12 juni 2002

 

Agenda

I Opening

V Jaarrekening 2001

                   1.   concept jaarrekening

    XI Maatregelen waterbezwaar / Katwijk & Bergingslocaties

    XII Krediet inrichting peilvakken De Zilk

    XIII Aanvullend krediet brandschade awzi Katwijk

    XIV Waterakkoord Delfland-Rijnland 2002

    XV Deelstroomgebiedsvisie Midden-Holland en Rijnlandse wateropgave

    XVII Verslag vorige commissievergadering d.d. 10 april 2002

    XVIII Mededelingen

    a.1..Jaarverslag 2001

    a.2. Technische jaarrapportages

    Water in Rijnland en

    Waterzuivering in Rijnland

    d. Interim baggerprogramma

    Overige agendapunten:

    1. Mededelingen voorzitter
    2. Rondvraag
    3. Sluiting

    Concept Verslag

    Aanwezig 
    hoogheemraad: mevrouw mr. Meijer (voorzitter);

    de leden: de heer Alkemade, de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer ir. Kerssens, de heer de Lange en de heer Vooijs;

    de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);

    de heer v. Wijk (directeur Financiën) (bij punt V), ir. Heijnis (directeur sector Werken) (vanaf punt XIII)

    Afwezig
    de heer v.d. Nagel, mevrouw drs. De Zwart en de heer ir. Wotte

    I Opening

    Mevrouw Meijer heet ieder welkom. Ze deelt mede dat de heren v.d. Nagel en Wotte en mevrouw de Zwart zich voor deze vergadering hebben afgemeld.

    V Jaarrekening 2001

    1. Concept jaarrekening

    In zijn eerste inleidende toelichting zegt de heer v. Wijk dat tegen de jaarrekening geen bezwaren zijn ingediend. Er is een goedkeurende accountantsverklaring; de management lettre wordt, zodra gereed, aan de VV-leden gestuurd.

    De jaarrekening kent een ogenschijnlijk hoog voordelig saldo, maar daarvan maakt deel uit een incidentele baat ad € 2,7 miljoen voor SBG-bijzonderheden. Als deze niet wordt meegerekend wordt het voordelig saldo 1,4%. De voordelen vloeien voornamelijk voort uit de inkomsten, de uitgaven zijn vrijwel gelijk aan wat is begroot. Het voordelig saldo bij waterkwaliteit bedraagt € 30.000,-, wat eigenlijk niets is. De boekwaarde van de investeringen daalt met 7%, wat betekent dat ook de rentelasten met 7% dalen. Deze verminderen nog eens extra omdat het gemiddelde rentepercentage is gedaald van 5,7 naar 5,3. De investeringen zijn, in tegenstelling tot andere jaren, niet gehaald. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat we nu meer investeren in (financieel) kleinere projecten; de gevoeligheid ten opzichte van de begroting is dan groter. Belastingdebiteuren verontreinigingsheffing is onverminderd laag. Het vermogen van Rijnland is gestegen van 14,6% naar 16,4%, waarbij moet worden aangemerkt dat € 13 miljoen door de VV is bestemd om het tarief verontreinigingsheffing ad € 40,- zo lang mogelijk te handhaven. Er is een rubriek niet uit de balans blijkende verplichtingen, hierin zijn onder andere de lopende arbitragezaken opgenomen. Bij de opbrengsten verontreinigingsheffing wordt er van uitgegaan dat de begrote bedragen worden gehaald. Vooral de aanslagen voor de bedrijven worden pas later definitief: als over het jaar 2001 in 2002 aangifte wordt gedaan zal de definitieve afrekening in 2003 plaats vinden.

    De heer Kerssens is tevreden met de jaarrekening. Deze vertoont een positief resultaat, hoewel hij aantekent dat een positief resultaat eigenlijk voor een overheid niet goed is. Hij beseft evenwel dat de SBG-bijzonderheden het resultaat gunstig beïnvloeden. De tabel Rijnland in cijfers lezend ziet hij dat vrijwel alle posten ongeveer gelijk zijn aan de raming, hij kan het voordelig resultaat van € 4 miljoen hieruit niet destilleren. Voorts vindt hij het opvallend dat de investeringen in drie jaar tijd zijn gedaald van € 70 miljoen naar € 10 miljoen. Tenslotte zegt hij een aantal malen te hebben gelezen dat er hogere opbrengsten zijn, waarvan een deel structureel. Als die structureel zijn zouden ze in de begroting 2002 moeten zijn opgenomen.

    De heer Vooijs heeft een goede indruk van de jaarrekening. Op blz. 45 leest hij dat de kosten van slibafvoer voor AGV hoger zijn dan voor DRSH, hij vraagt naar een verklaring daarvoor. Voorts ziet hij dat de budgetten, bestemd voor verschillende subsidieregelingen, nauwelijks worden gebruikt. Hij vraagt zich af of die regelingen bij het publiek wel voldoende bekend zijn.

    De heer de Lange is positief over de jaarrekening. Op zijn vraag over het eigen vermogen verwijst de heer v. Wijk naar de specificatie op blz. 64. De reserves voor b.v. baggeren staan bij voorzieningen. Van de € 33 miljoen heeft de VV € 13 miljoen bestemd voor verlaging van de tarieven. In 1995/96 heeft de VV uitgesproken dat het eigen vermogen moet zijn gerelateerd aan de omvang van de taken van Rijnland, deels om calamiteiten te kunnen opvangen, deels om niet altijd afhankelijk te zijn van de grilligheid van de rentestand bij noodzakelijke leningen. Ook de bandbreedtes zijn door de VV vastgesteld.

    Voorts vraagt de heer de Lange naar de effecten van de kwijtscheldingsregeling.

    Mevrouw Jong zegt dat de jaarrekening een betrouwbaar beeld geeft. Met betrekking tot de belastingopbrengsten leest ze op blz 8 dat van het openstaande debiteurensaldo 60% wordt gereserveerd voor kohiermutaties, kwijtschelding en oninbaarverklaringen. Ze vraagt naar de motivering van dat percentage. Op blz 21 leest ze dat met betrekking tot de omslag gebouwd nog € 60.000,- open staat en vraagt naar de kans of dat bedrag nog zal worden geïnd. Tenslotte ziet ze in de opmerkingen van de heer de Lange over het eigen vermogen steun voor haar opmerkingen nu, en in de voorgaande jaren, over de hoge saldireserves.

    Ook de heer Burger verwijst naar de toelichting op de balans op blz 21. Bij ingezetenenomslag staat nog € 80.000,- open, dat bedrag vindt hij niet terug in de onderstaande tabel. Tevens vraagt hij, nu we een paar maanden verder zijn, naar de stand van zaken met betrekking tot de invordering van de nog openstaande posten. Voorts ziet hij in de tabel op blz 26 dat we met waterkwaliteit tegen de bovengrens aanzitten, bij waterkwantiteit tegen de ondergrens en bij waterkeringen vrijwel op de ondergrens. Het lijkt hem goed eens over de bandbreedtes te discussiëren. De in de op blz 64 vermelde bedragen ten aanzien van de reserves steunen hem in die gedachte. Met betrekking tot de tabellen op blz 22, 26 en 64 denkt hij dat het bedrag aan eigen vermogen van waterkwaliteitsbeheer ad € 37.560.000,- in de tabel op blz 64 moet terug komen. Het totaalbedrag voorzieningen, vermeld op blz 26, daalt van € 42.050.000,- per 31-12-2001 naar € 2.520.000,-. Het bedrag totaal voorzieningen in de tabel op blz 64 (per 1-1-2001) verschilt echter ongeveer € 200.000,-.

    De heer v. Wijk gaat in op de nog openstaande vragen en opmerkingen waarbij hij begint met de mededeling dat hij op de laatste opmerking van de heer Burger nu geen antwoord kan geven, hij zegt toe dit te zullen onderzoeken.

    (Nadere toelichting: Het gaat om het verschil tussen € 42.280.000,- en € 42.050.000,-. het verschil van € 230.000,- is de resultaatbestemming die heeft plaats gevonden tussen 31-12-2000 en 1-1-2001. De resultaatbestemming was de calamiteitenvoorziening boezembeheer. Dit zijn gegevens uit de jaarrekening 2000)

    Uit de tabel Rijnland in cijfers is inderdaad niet op te maken wat de herkomst is van het voordelig resultaat. Dit is wel te zien in de tabel op blz 7. Het is altijd lastig een afweging te maken tussen gedetailleerdheid enerzijds en het nog overzichtelijk houden anderzijds. Met het opnemen van structurele afwijkingen in de begroting voor het volgend jaar wordt voorzichtig omgegaan. Hij licht toe dat de jaarrekening volgende week door de VV zal worden behandeld, maar morgen al wordt begonnen met de begroting 2003. Vaak zullen structurele afwijkingen dus pas een jaar later in de begroting worden doorgevoerd. Het verschil in prijs van slibverwerking kan verklaard worden door het feit dat we een tweetal leveranciers hebben: DRSH Zuiveringsslib N.V. en AGV. In de eerste zijn we partner met alle lusten en lasten, met AGV is er een contract. De subsidieregelingen zijn redelijk actief in de publiciteit gebracht. Bedacht moet evenwel worden dat pas subsidie verleend kan worden als er sprake is van een subsidiabel werk, iemand anders moet het initiatief nemen. Met betrekking tot de reservering van het debiteurensaldo zegt hij dat het college een aantal jaren geleden heeft besloten dit percentage, gebaseerd op ervaringscijfers; op 60 te stellen. Op de vragen over de openstaande bedragen gebouwd en ingezetenen zegt hij dat het boekhoudkundig beleid is alle restanten na 3 jaar ten laste te brengen van de jaarrekening. Dit wil overigens niet zeggen dat invorderingsacties worden gestaakt. Met de kwijtscheldingsregeling is in 1997 gestart, waarbij de maximale norm van 100% is gehanteerd. De toen gemaakte schatting bleek te hoog; nu gaan we uit van de sociale dienst-cijfers m.b.t. bijstandsgerechtigden, vermeerderd met 30% personen met kleine pensioenen. Het gaat om ongeveer 37.000 v.e. en 18.000 ingezetenen. Het streven is de aanvragen vóór de zomerperiode te hebben afgehandeld.

    Op een slotopmerking van de heer Kerssens spreekt de commissie uit dat met een mooi resultaat wordt bedoeld dat het verschil tussen de jaarrekening en de begroting vrijwel nihil is. Als overheidsorganisatie mag Rijnland niet naar winst streven.

    De heer v. Wijk zegt toe dat de leden van deze commissie de Nota reserves en voorzieningen zullen ontvangen.

    De commissie adviseert positief.

    XI Maatregelen waterbezwaar / Katwijk & Bergingslocaties

    Mevrouw Meijer geeft aan dat in het stuk staat dat over dit onderwerp advies wordt gevraagd aan de commissies Financiën en Waterstaat. De VV-agenda geeft evenwel aan dat het ook in deze commissie behandeld wordt. Omdat het onderwerp ook waterkwaliteitselementen in zich heeft, stelt ze voor het hier te behandelen. De commissie gaat hiermee akkoord.

    De uitgebreide VV-brief bevat een samenvatting van de achterliggende notitie en voorts het voorstel. Het voorstel houdt in: uitbreiden van het gemaal Katwijk tot 65 m3/sec, met behoud van die capaciteit in stormomstandigheden, wat betekent dat de capaciteit in normale omstandigheden kan oplopen tot 95 m3/sec; het voorbereiden van de bergingslocaties Driemanspolder en Zwaansbroek; het verzoek aan GS van Noord-Holland en Zuid-Holland deze locaties als piekberging op te nemen in het streekplan. Uitgangspunten zijn geweest: de studie toekomstig waterbezwaar, waterbeheer 21e eeuw en de deelstroomgebiedvisies.

    De heer Alkemade refereert aan de informele VV, waarin dit onderwerp ook aan de orde is geweest. Daar werd opgemerkt dat over de uitbreiding van het gemaal Katwijk met de gemeente moet worden overlegd inzake bestemmingsplanprocedures. Hij vindt hierover in het stuk niets terug. Voorts stelt hij vast dat locaties voor piekberging een nieuw maatschappelijk fenomeen zijn en bepleit dan ook een goede communicatie met burgers en instanties. Hij vraagt zich af of de tijd, die nodig is om de Driemanspolder te vullen (48 uur) niet te lang is om het gemaal Katwijk te kunnen ontlasten. Tenslotte wijst hij op het begrip maalstop; deze wordt bij een bepaalde boezemstand ingesteld, maar hij zegt zich hierbij geen neerslaghoeveelheden te kunnen voorstellen. Hij vraagt of er een relatie te leggen is.

    (Noot van de adjunct-secretaris: navraag hieromtrent leverde het volgende op: dit is sterk afhankelijk van allerlei factoren zoals de windrichting, de waterstanden in de Noordzee, het Noordzeekanaal en in de Hollandse IJssel, het al dan niet verzadigd zijn van de bodem in de voorafgaande periode. Onder voorbehoud van deze factoren kan als richtcijfer worden gegeven dat bij een neerslag van 75 mm per etmaal er zeer veel problemen zijn en maatregelen worden genomen om de maalstop nog niet te hoeven afkondigen. Als het een aantal dagen achtereen intensief regent wordt genoemde 75 mm per etmaal vervangen door 40 mm per etmaal, (elke dag weer) omdat de problemen zich dan opbouwen. Het voorgaande is ontleend aan de Studie toekomstig waterbezwaar fase 1)

    De heer Kerssens is gelukkig met het stuk en stemt in met het voorstel. We streven immers niet alleen naar uitbreiding van het gemaal Katwijk, maar ook naar uitbreiding van de berging. In het begin van het stuk wordt voor de capaciteit van Katwijk onderscheid gemaakt tussen met storm en zonder storm. Bij de keuzes is alleen met storm als randvoorwaarde gebruikt. Mevrouw Meijer antwoordt dat we moeten uitgaan van een robuust watersysteem en dus de keuze zonder storm niet verder is meegenomen.

    De heer Vooijs stemt in met het voorstel. Hij is blij met de keuze voor nieuwbouw van het gemaal Katwijk ten opzichte van renovatie: renovatie zou verkeersproblemen met zich meebrengen en zo het draagvlak in de gemeente verminderen.

    De heer de Lange vindt het een duidelijk stuk. Ook hij stemt in met het voorstel. Hij vraagt zich af of de toevoerwatergangen naar de locatie Driemanspolder van voldoende capaciteit zijn om het water daarheen af te voeren.

    Ook mevrouw Jong stemt in met het voorstel. Ze uit voorts complimenten aan het adres van de opstellers van het stuk, dat helder is en alle vragen meteen beantwoordt.

    De heer Burger is overtuigd van het historisch belang van de inhoud van het stuk, hij stemt in met het voorstel. Hij vraagt naar de relatie met de waterkansenkaarten voor wat betreft de keuze van de bergingslocaties.

    Mevrouw Meijer gaat in op de gemaakte opmerkingen. Bij de keuze van de bergingslocaties hebben de waterkansenkaarten inderdaad als basis gediend, zij het dat haalbaarheid en financiën ook een rol hebben gespeeld. Het vullen van de Driemanspolder duurt 48 uur, wat als oorzaak heeft de beperkte capaciteit van de Stompwijkse vaart, die niet eenvoudig kan worden verbreed. De Driemanspolder hoeft echter geen directe ontlasting te zijn van het bemalingssysteem: het gebied rond Stompwijk is op zich qua berging problematisch, de locatie Driemanspolder is daarvoor een oplossing. Deze locatie heeft een regionale functie. Communicatie hierover vindt natuurlijk in ruime mate plaats, deze wordt geïntegreerd in het communicatietraject over de deelstroomgebiedvisies.

    De commissie adviseert positief.

    XII Krediet inrichting peilvakken De Zilk

    Mevrouw Meijer zegt dat de problematiek bekend moet zijn; in het voorliggende stuk is de historie beschreven, evenals de voorafgaande besluitvorming. Het college heeft na rijp beraad gekozen voor alternatief 2, we hebben immers een taak op het gebied van peilbeheer en we moeten onze verantwoordelijkheid nemen. Compensatie in de vorm van m2 of m3 staat financieel niet in verhouding tot het resultaat. Daarom is gekozen voor een compensatie in operationele zin, wat wil zeggen dat de peilvakken als berging worden benut als dat werkelijk nodig is. Het zoeken naar andere vormen van compensatie (b.v. de woonbotenhaven) gaat wel door, maar is losgemaakt van dit onderwerp.

    De heer Burger leest dat schade, ontstaan na het buiten werking stellen van de peilvakken, moeilijk zal zijn vast te stellen. Hij twijfelt dan ook aan het goed functioneren van een schaderegeling. Mevrouw Meijer zegt dat juist daarom een schaderegeling zal worden opgesteld, waarin objectieve criteria zullen worden gehanteerd. Eventuele schades zullen door onafhankelijke deskundigen worden vastgesteld.

    Mevrouw Jong uit ook haar reserves over de schaderegeling. Voorts verwijst ze naar de passage over de Habitat-richtlijn, geconcludeerd wordt dat de maatregelen geen effect hebben op de flora en fauna in het gebied. De ervaring heeft haar geleerd dat onderzoeksbureaus vaak tegengestelde meningen hierover hebben en ze vindt het dan ook karig dat maar van één bureau gebruik is gemaakt. Ze betreurt het dat de VV-motie over de compensatie niet wordt uitgevoerd.

    De heer de Lange ziet dat de kostenraming nogal afwijkt van eerdere verwachtingen. Mevrouw Meijer antwoordt dat een dergelijk project geen routine is, lopende het ontwikkelen van de plannen zullen de cijfers steeds betrouwbaarder worden. De heer Mooiman vult aan dat pas nu een juist beeld is ontstaan over het daadwerkelijke inrichtingsplan. Ook de heer de Lange vindt de schaderegeling een zwak punt.

    De heer Vooijs gaat akkoord met het voorstel, maar uit zijn verontrusting over de invulling van de schaderegeling.

    Ten aanzien van de compensatie benadrukt de heer Alkemade dat niet in alle peilvakken de pompen op het zelfde moment zullen worden stopgezet en dat het overgaan op minder capaciteit ook mogelijk is. Bovendien vindt er extra berging plaats als een peilvak, met een lager peil, wordt opgevuld tot boezemniveau. Voorts herinnert hij eraan dat in de projectgroep met onder andere Duinbehoud en GWA is gesproken over het plaatsen van een puttenrij. Hiermee wordt voorkonen dat de grondwaterspiegel bol gaat staan wat, naar zijn mening, de grootste veroorzaker is van de bollenschade. Het toepassen van een schaderegeling moet worden voorkomen.

    De heer Kerssens vindt het een zorgvuldig opgebouwd stuk, maar is het inhoudelijk niet eens met peilverlagingen, verdroging, kostenverdeling en in het bijzonder de schaderegeling. Maar, als tot deze maatregelen al is besloten, stemt hij in met de oplossing van operationeel compenseren. Dit is in feite een vorm van berging met natuurlijke peilfluctuaties. Ook hij vindt dat het toepassen van een puttenrij een goede oplossing zou zijn.

    Als antwoord op de vraag van mevrouw Jong zegt de heer Mooiman dat voor de Habitat-richtlijn inderdaad door één bureau het onderzoek is verricht, talloze organisaties (waaronder Duinbehoud) hebben daaraan deelgenomen. Dit laatste stelt mevrouw Jong tevreden.

    Mevrouw Meijer concludeert dat de commissie instemt met de vorm van operationele compensatie, maar zorg heeft over (de formulering en latere uitvoering van) de schaderegeling. De commissie wil voorts dat meer invloed wordt aangewend om tot een puttenrij te komen.

    XIII Aanvullend krediet brandschade awzi Katwijk

    De heer Heijnis geeft aan dat het herstel van de brandschade is aangegrepen om meteen een kwaliteitsverbetering toe te passen. Deze bedraagt trouwens slechts € 25.000,-, het overgrote deel van de kredietoverschrijding wordt gevormd door een langere huurperiode van de benodigde voorzieningen.

    De heer Kerssens leest dat de oorspronkelijke inschrijfsom van de aannemer omlaag is gebracht door te kiezen voor werk in regie; dit heeft echter tot veel meer begeleiding geleid. Hij vraagt zich af of hier het middel niet erger dan de kwaal is gebleken.

    De heer Vooijs vindt het bedrag dat Rijnland zelf moet betalen erg hoog, in verhouding tot de uitkering van de verzekeringsmaatschappij. De heer Heijnis antwoordt dat het hier voornamelijk om gevolgschade gaat. Deze moet in een redelijke verhouding staan tot de directe schade, anders is het verzekeringstechnisch een onrealistische zaak. Om de premies laag te houden heeft Rijnland gekozen voor het verzekeren van alleen de directe schade en gevolgschade voor eigen risico te nemen. Naar aanleiding van deze zaak zullen de polissen nog eens worden bestudeerd, maar het vermoeden is dat het nemen van het risico voordeliger is, mede omdat dit soort gebeurtenissen slechts zelden voorkomt.

    Gezien de grote saldireserves stelt mevrouw Jong voor de kosten van dit soort calamiteiten daaruit te betrekken.

    De commissie adviseert positief.

    XIV Waterakkoord Delfland-Rijnland 2002

    De heer Vooijs leest dat Delfland een vast bedrag ad € 153.000 betaalt voor een periode van vijf jaren. Mocht in die periode de hoeveelheid van 5 miljoen m3 worden overschreden, dan worden de variabele kosten in rekening gebracht. Op zijn vraag wat hiermee wordt bedoeld en hoe vaak dit in de voorgaande vijf jaren is voorgekomen antwoordt de heer Mooiman dat dit alleen de extra energiekosten betreft en dat zon geval zich twee maal heeft voorgedaan.

    De commissie adviseert positief.

    XV Deelstroomgebiedsvisie Midden-Holland en Rijnlandse wateropgave

    Als voorzitter van de projectgroep geeft de heer Mooiman een toelichting. Er is een scala aan verschillen tussen de deelnemende waterschappen; we zitten nu in de fase waarin naar uniformiteit moet worden gezocht ten aanzien van uitgangspunten en normering. Vooral ten aanzien van het watertekort is men er nog niet uit.

    De heer Burger ziet in deze periode van de kabinetsformatie het gevaar dat de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening wellicht weer ter discussie wordt gesteld, wat gevolgen kan hebben voor het onderhavige onderwerp.

    De heer Kerssens merkt op dat een figuur in een van de bijlagen door het kopiëren niet meer te lezen is, voorts stoort hij zich aan het grote aantal spellings- type- en grammaticafouten.

    De commissie adviseert positief.

    XVII Verslag vorige commissievergadering d.d. 10 april 2002

    Tekstueel

    Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

    Naar aanleiding van

    Afgesproken wordt dat het tussentijds binnen komen of verlaten van de vergadering consequent en consistent in het verslag zal worden vermeld.

    Mevrouw Meijer heeft de vraag van mevrouw Jong over de bagger in het landgoed Elswout doorgesluisd naar haar collega-hoogheemraad. Klaarblijkelijk heeft dat nog niet geresulteerd in een antwoord.

    XVIII Mededelingen

    a.1. Jaarverslag 2001

    De commissie vindt het verslag in het algemeen een fraaie en leesbare uitvoering hebben.

    De heer de Lange leest dat Rijnland een voorstander is van afkoppelen van verhard oppervlak. De heer Mooiman zegt hierop dat de VV over dit onderwerp in het najaar een beleidsnotitie krijgt aangeboden.

    Ten aanzien van het streven tot beperking van het aantal overstortingen zegt de heer de Lange dat het misschien niet altijd nodig is dure bergingsbezinkbassins te bouwen. Boeren gebruiken voor de mestopslag vaak kunststof zakken, die ook voor dit doel kunnen worden benut.

    De heer Vooijs vraagt of ook met kleinere gemeenten tot stedelijke waterplannen kan worden gekomen. Mevrouw Meijer bevestigt dat, afgesproken is dat het er niet meer dan drie per jaar zullen zijn.

    De heer Kerssens vindt het goed dat technische gegevens als b.v. de neerslaghoeveelheden in dit verslag worden vermeld. Zo kan de burger zien dat grondwateroverlast zijn oorzaken heeft.

    De commissie heeft van het verslag kennis genomen.

    a.2. Technische jaarrapportages

    Water in Rijnland

    Waterzuivering in Rijnland

    De commissie heeft hiervan kennis genomen. Geconstateerd wordt dat er nog veel probleemstoffen zijn, zoals koper, pesticiden en ook eutrofiëring. Ook de zwemwaterkwaliteit baart zorgen. De stoffenbalans is volgens de heer Kerssens erg informatief: duidelijk is dat de emissie vanuit de polders van nitraat en fosfaat zó overwegend is dat een optimalisatie van de awzis van beperkte invloed zal zijn.

    d. Interim baggerprogramma

    Hiervan heeft de commissie kennis genomen.

    Overige agendapunten

    1. Mededelingen voorzitter

    Mevrouw Meijer deelt mede dat zij en de heer v.d. Nagel in de VV van volgende week niet aanwezig zullen zijn, in verband met een reis naar Roemenië.

    Voorts onderzoekt ze de belangstelling voor een thema in één van de volgende vergaderingen. Gedacht wordt aan het combineren van de vergadering met een rondleiding over het bedrijf van een deelnemer aan het project water en mest op maat. Ook kan het project Vlietpolder worden bezocht.

    2. Rondvraag

    Mevrouw Jong heeft vernomen dat in de gemeente Bloemendaal ijzeroxyde in de drainage is aangetroffen. Ze vraagt of de resten, die bij het schoonmaken vrijkomen, schadelijk zijn voor de werking van de awzi. Tijdens de gedachtenwisseling hierover ontstaat geen duidelijkheid over de vraag of de drainage loost in de riolering en awzi danwel in het oppervlaktewater. De heer Heijnis zegt dat het in beide gevallen geen kwaad kan, het heeft zelfs nog een defosfaterende werking.

    De heer Vooijs heeft uit de pers vernomen dat er initiatief is geweest om van het Bentwoud een Bentwad te maken. Rijnland zou daar een voorstander van zijn, hij vraagt of we nog inspanningen hebben verricht om dat te bevorderen. Mevrouw Meijer bevestigt dat, maar zegt dat de provincie het niet wil steunen.

    De heer Kerssens ontving signalen over de starre houding van Rijnland inzake de kostenverdeling voor de awzi Harnaschpolder. Deze signalen zouden niet van Delfland komen.

    De heer Kerssens was (met de gemeente Haarlem en de provincie) in een bijeenkomst over het waterplan Waarderpolder. Daarbij kwamen afkoppelen en compensatie van boezemwater aan de orde. Dit biedt volgens hem mogelijkheden om (zoals bij peilvakken de Zilk) op een minder conservatieve manier om te gaan met het begrip compensatie.

    Tenslotte vraagt de heer Kerssens, als van de stukken een verbeterde expeditie wordt gezonden, ook deze te voorzien van de vier perforaties.

    3. Sluiting

    Mevrouw Meijer dankt ieder voor de constructieve bijdrage en sluit de vergadering om 12.30 uur.

    Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit d.d. 18 september 2002.

    Naar boven