IX Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Sassenheim
XI Initiatiefvoorstel Rioleren of IBAs; composttoilet
XIII Evaluatie Waterplan Zoetermeer
XVa Aanvullend krediet gemaal Bosweg te Gouda
XVI Verslag vorige commissievergadering d.d. 13 februari 2002
Beknopt verslag van de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit op woensdag 10 april 2002 in het kantoorgebouw van Rijnland te Leiden; aanvang 9.00 uur
Aanwezig : de hoogheemraden: mevrouw mr. Meijer (voorzitter) en de heer v.d. Nagel (plv. voorzitter);
de leden: de heer Alkemade, de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer ir. Kerssens (t/m punt XI), de heer de Lange en mevrouw drs. de Zwart;
de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer Heijnis (directeur sector Werken)
Afwezig : de heren Vooijs en ir. Wotte
Voorafgaand aan de vergadering houdt de heer Warmerdam een inleiding over het project Bollenteelt na 2000. Als deelnemer aan dat project geeft hij, als voorstander van verantwoord ondernemerschap, aan wat de mogelijkheden zijn op het gebied van beperkt bemesten en toedienen van bestrijdingsmiddelen, wat een gunstige invloed heeft op de kwaliteit van het oppervlaktewater rond de bollenpercelen. Naar zijn mening zijn het vooral de jonge ondernemers die er dezelfde moderne ideeën op na houden.
De commissieleden uiten hun waardering voor de opvattingen en wijze van ondernemen van de heer Warmerdam en denken nu een genuanceerder oordeel te kunnen vormen over de bollensector.
I Opening
Mevrouw Meijer heet ieder welkom. Zij deelt mede dat de heren Vooijs en Wotte zich voor deze vergadering hebben afgemeld. Mevrouw de Zwart heeft medegedeeld dat ze rond 10.00 uur in de vergadering zal komen.
Mevrouw Meijer stelt voor eerst een algemene indruk te geven en de Voorjaarsnota daarna hoofdstukgewijs door te nemen.
Algemene indruk
De commissie vindt de Nota een boeiend stuk, dat door zijn beknopte omvang uitnodigt tot integraal lezen. Het is goed dat een aantal beleidsstukken nu is gebundeld. Er is waardering voor de goede vormgeving, in het bijzonder de voorjaarskaft. De complimenten gaan uit naar de ambtenaren, die veel en goed werk hebben verricht bij het samenstellen van de Nota.
Hoofdstuk 1 Inleiding
Hierover zijn geen opmerkingen.
Hoofstuk 2 Missie van het Hoogheemraadschap
De heer de Lange vindt de zinsnede Rijnland wil niet altijd koploper zijn te terughoudend.
De heer Alkemade zegt dat het hier gaat om de missie, waarin een hoog doel mag worden nagestreefd, waarbij het de vraag is of dat doel altijd wordt gehaald.
Mevrouw Meijer antwoordt dat Rijnland in vele gevallen koploper danwel trekker is, maar ook zijn beperkingen moet kennen. De toonzetting van de zin zou moeten zijn dat Rijnland wel koploper wil zijn, maar niet altijd.
Hoofdstuk 3 Besturingsmodel en bedrijfsorganisatie
De heer de Lange leest dat de Rijnlandse medewerkers zeer betrokken zijn, maar constateert tevens een aanzienlijk personeelsverloop. Hij vraagt zich af of dit nu alleen een kwestie is van financiën, of ook sfeer en ambitie daarmee te maken hebben.
De heer Burger is het er mee eens dat Rijnland Helder, Open en Transparant (HOT) moet zijn; de waterschappen hebben zich in het verleden te veel gemanifesteerd als een gesloten bastion. Hij denkt dat dit een langdurig proces zal zijn, want hij krijgt soms signalen uit de samenleving dat Rijnland niet altijd even HOT is.
Mevrouw Jong sluit zich bij de opmerking van de heer Burger aan en wijst tevens op het fraaie begrip coachend leiding geven, ze vraagt zich af of men zich ervan voldoende bewust is wat dit daadwerkelijk inhoudt.
De heer Kerssens is het eens met de vorige sprekers. Voorts herinnert hij zich dat het proces van cultuurverandering al in de voorgaande zittingsperioden is ingezet; het is een langdurig proces, waarvan hij hoopt dat het een succesvol resultaat zal opleveren.
De heer Alkemade mist de concrete actiepunten als het gaat om een open cultuur naar doelgroepen, burgers, enz.
Mevrouw Meijer antwoordt dat de cultuurverandering inderdaad een lang proces is van een gesloten naar een open organisatie. Met open wordt trouwens niet alleen bedoeld open zijn in de richting van doelgroepen of burgers, maar ook open staan voor maatschappelijke ontwikkelingen, ze wijst hierbij op de rol van Rijnland als partner of goede buur. Als een van de door de heer Alkemade genoemde actiepunten noemt ze de regiobijeenkomsten, die burgers er niet toe hebben gebracht Rijnland te ontmoeten. Voor de ervaringen met betrekking tot de interne cultuurverandering geeft ze het woord aan de in deze vergadering aanwezige leidinggevenden.
Als directeur van de Sector Water geeft de heer Mooiman aan dat een organisatie bestaat uit mensen en het veranderen van de cultuur een lang proces is. Hij stelt vast dat na de reorganisatie van de Sector Water een open cultuur bestaat tussen leidinggevenden en medewerkers. Leidinggevenden worden ook geselecteerd op zowel mensgerichte als taakgerichte kwaliteiten. Als daartussen een goede balans bestaat is het ook mogelijk aan het begrip coachend leiding geven invulling te geven. Gestart is met het monitoren van de externe open cultuur: bij klachtenbehandeling wordt achteraf nagegaan hoe de klager de afhandeling heeft ervaren.
Sectordirecteur Werken de heer Heijnis zegt het proces van vóór september 2001 niet te hebben meegemaakt. Het verraste hem wel dat men het op een awzi niet gewend was hem daar te ontmoeten. Goede communicatie is erg belangrijk, wat aan en onder leidinggevenden wordt gestimuleerd. Ogenschijnlijk simpele zaken als het nakomen van afspraken is de basis van een goede cultuur.
Voor wat betreft het personeelsverloop zegt mevrouw Meijer voornamelijk te kunnen oordelen over de afdelingen VRG en T&C, die tot haar portefeuille behoren. Daar is het verloop inderdaad fors, maar bedacht moet worden dat het hier om relatief veel jonge mensen gaat, die Rijnland niet als eindstation zien. Haar is niet gebleken dat er binnen die afdelingen iets aan de cultuur schort.
Op een opmerking van mevrouw Jong dat exit-gesprekken een goed beeld kunnen geven van de motieven van vertrekkende medewerkers zegt de heer Mooiman dat P&O daar vorig jaar mee is gestart.
Hoofdstuk 4 Ontwikkelingen
Mevrouw Jong verwijst naar de pilotprojecten, genoemd op bladzijde 15; ze vraagt of daarover al meer bekend is. Voorts vraagt ze om een nadere uitleg over het op bladzijde 17 genoemde kwaliteitszorgsysteem.
De heer Alkemade denkt dat iets gemeld kan worden over het eventueel aanpassen van de heffingssystematiek. Over de baggerproblematiek zegt hij dat het verondiepen van diepe zandwinplassen als mogelijkheid moet worden vermeld.
Mevrouw Meijer antwoordt dat de VV over de genoemde pilot-projecten voortdurend op de hoogte wordt gesteld; het waterplan Zoetermeer staat bijvoorbeeld nu op de agenda, over peilvakken in de bollenstreek komt er in juni een voorstel. De zorg voor de kwaliteit is binnen de afdelingen veelal gerealiseerd door het opstellen van een goede administratieve organisatie. Er wordt verder gewerkt aan een kwaliteitszorgsysteem, waarbij bijvoorbeeld vergunningen beter worden onderbouwd en gemotiveerd. Het laboratorium heeft een gecertificeerd systeem, of dat Rijnland-breed moet worden ingevoerd is nog onderwerp van discussie. Buiten discussie staat evenwel de noodzaak van het systeem op zich. De tekst hieromtrent kan wellicht worden verduidelijkt. De heffingssystematiek is vorig jaar in de VV aan de orde geweest en aanpassing daarvan is toen afgewezen. Naar verwachting komt de discussie dit jaar niet terug. Bij het zoeken naar baggerstortlocaties zijn de zandwinputten inbegrepen, gedacht kan worden aan de Zegerplas, Klinkenbergerplas en het Nieuwe Meer.
Hoofdstuk 5 Evaluatie College Beleidsprogramma
De heer Kerssens vraagt naar het al dan niet overnemen van het beheer van het ondiepe grondwater. Dit is, volgens de heer Mooiman, een onderwerp van de volgende informele VV en zal eventueel worden geregeld in het nieuwe reglement.
Hoofdstuk 6 Budgettaire uitgangspunten
Hierover zijn geen opmerkingen.
Hoofdstuk 7 Beleidsthemas
Mevrouw Meijer geeft aan dat er, naast de evaluatie WBP, drie themas zijn gekozen.
Evaluatie WBP medio 2002
Desgevraagd geeft mevrouw Meijer aan dat onderwerpen, waarvoor apart krediet nodig is, per geval aan de VV zullen worden voorgelegd.
Beleidsthema het opzetten en uitwerken van een waterketenbedrijf
Op een vraag van mevrouw de Zwart zegt mevrouw Meijer dat de genoemde uitbreiding van het aantal ftes niet tijdelijk is, maar structureel.
De heer Kerssens herinnert er aan dat bij de behandeling van de pilot Noordwijkerhout is toegezegd dat er criteria zouden worden geformuleerd, die bij de evaluatie worden gebruikt. Deze zijn nog niet verschenen. De heer v.d. Nagel zegt toe dat deze er in het najaar 2002 zullen zijn.
Commissiebreed wordt de keus van D&H (scenario 1) als te behoudend gezien. Weliswaar is het goed de pilot in Noordwijkerhout zorgvuldig te monitoren, maar gestreefd zal toch moeten worden naar het meest ambitieuze scenario 3. De vrees bestaat dat, als nu voor 1 wordt gekozen, de weg naar 3 wordt afgesneden.
Mevrouw Meijer antwoordt dat het hier de Voorjaarsnota 2002 betreft en elk jaar een nieuwe versie verschijnt. Er behoeft dus geen sprake te zijn van binding voor de langere termijn. Nu kiezen voor scenario 3 zou voor de begroting 2003 forse consequenties hebben. De keuze zal in de VV van volgende week moeten worden gemaakt.
Beleidsthema Doelen voor het waterbeheer in Rijnland
Mevrouw Meijer licht toe dat in het project Doelstellingen de taken, genoemd in WBP, worden geconcretiseerd voor wat betreft data, middelen en personeel. D&H stelt scenario 2 voor.
De heer Alkemade sluit scenario 1 uit en twijfelt tussen 2 en 3. Voor de korte termijn kan wellicht worden volstaan met scenario 2, maar het samen uitvoeren van activiteiten met de inliggende waterschappen alsmede de noodzaak van communicatie doen hem naar scenario 3 neigen.
De heer Kerssens kiest voor dit moment voor scenario 2, na de reorganisatie waterbeheer Zuid-Holland zal automatisch scenario 3 worden bereikt.
Mevrouw Jong, mevrouw de Zwart en de heren Burger en de Lange kiezen om dezelfde reden voor scenario 2.
Beleidsthema Hoe vult Rijnland WB21 in?
Mevrouw Meijer zegt dat D&H het spanningsveld heeft afgewogen tussen de wens dat Rijnland niet over zijn graf wil heen regeren en anderzijds ontwikkelingen moeten doorgaan. Het college stelt scenario 3 voor.
Mevrouw de Zwart kan zich in het D&H-voorstel vinden.
De heer de Lange kiest ook voor scenario 3. Voorts verwijst hij naar bladzijde 36, regel 10, waarin wordt gesproken over andere financieringsbronnen. Hij vraagt welke dat kunnen zijn. De heer v.d. Nagel zegt dat gedacht kan worden aan gelden van het Rijk en de aardgasbaten.
Ook de heer Burger kiest voor scenario 3. Hij heeft nog een opmerking over de tekst in de aanbiedingsbrief: het valt hem op dat dit scenario geen benaming heeft. De heer Mooiman geeft als verklaring dat in dit beleidsthema aan de scenarios geen benamingen zijn gegeven, het zou verwarrend werken. De : moet vervallen.
Mevrouw Jong heeft eveneens voorkeur voor scenario 3. Op haar vraag over de omslagtarieven, genoemd op bladzijde 41 bovenaan, antwoordt mevrouw Meijer dat in 2008 de omslag voor ingezetenen en gebouwd inderdaad zullen zijn samengevoegd, maar dat daar nu nog niet vanuit mag worden gegaan.
De heer Kerssens vindt de opmerking dat Rijnland qua veiligeheid tegen wateroverlast op orde is, iets te positief. Bij de laatste periode van hevige regenval kon het systeem het ternauwernood aan. Hij vindt voorts de financiële onderbouwing van de scenarios verwarrend; mevrouw Meijer legt in dit verband uit dat in dit beleidsthema er geen opgaande lijn is, scenario 2 is het duurste. De heer Kerssens vindt de bedragen, genoemd bij de verschillende scenarios nog onduidelijk, als scenario 2 niet duurder is dan 3 kiest hij voor scenario 2.
Ook de heer Alkemade had problemen met de kosten, behorend bij de scenarios 2 en 3, na de gegeven uitleg steunt hij het D&H-voorstel. Op zijn vraag over de implementatie van de uitspraken van de commissie Luteijn antwoordt de heer Mooiman dat binnenkort, in het kader van de deelstroomgebiedsvisie, daarover een voorstel aan de VV zal worden gedaan.
Hoofdstuk 8 Ontwikkelingen in bestaande taakuitoefening
Hierover zijn geen opmerkingen.
Hoofdstuk 9 Voorstellen
Hierover zijn geen opmerkingen.
VII Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Reeuwijk
De commissie adviseert positief.
IX Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Sassenheim
De commissie adviseert positief.
XI Initiatiefvoorstel Rioleren of IBAs; composttoilet
De heer de Lange krijgt de indruk dat van het systeem composttoilet nu afscheid wordt genomen. Hij betreurt dat, want in bijvoorbeeld natuurgebieden zou dit goed toepasbaar zijn.
De heer Burger is het met hem eens.
Het valt mevrouw Jong op dat de brief een negatieve ondertoon heeft.
De heer Kerssens vindt het jammer dat een initiatief vanuit de VV zo wordt weggedrukt. Hij vervolgt met de stelling dat het hem niet expliciet gaat om de toepassing van een composttoilet, maar om de toepassing van alternatieven bij zeer kostbare rioolaansluitingen. IBAs zijn zon alternatief en een composttoilet is een vorm van een IBA.
Mevrouw Meijer zegt dat de lijn van toepassing van IBAs door Rijnland is ingezet, alleen de proef met het composttoilet is door D&H afgewezen.
XIII Evaluatie Waterplan Zoetermeer
Mevrouw Meijer licht toe dat, na de discussie in de VV van februari, dit onderwerp wederom op de agenda staat.
Ter beantwoording van vragen is bij dit onderwerp mevr. drs. Loeffen, medewerker bij de afdeling IPP, aanwezig.
Met uitzondering van de heer de Lange steunt de commissie het standpunt van D&H inzake het kunstobject.
Mevrouw Jong vraagt of de opgedane kennis met dit waterplan kan worden gebruikt bij waterplannen in andere gemeenten. Mevrouw Loeffen zegt dat dit zeker het geval zal zijn, hoewel bedacht moet worden dat voor iedere gemeente weer maatwerk moet worden geleverd. In Zoetermeer speelden voor Rijnland bijvoorbeeld alleen waterkwaliteitsaspecten, in gemeenten als Haarlem, Gouda en Leiden is ook de waterkwantiteit aan de orde.
De commissie adviseert positief.
De commissie adviseert positief.
XVa Aanvullend krediet gemaal Bosweg te Gouda
De commissie adviseert positief.
XVI Verslag vorige commissievergadering d.d. 13 februari 2002
Tekstueel
Het verslag wordt vastgesteld.
Naar aanleiding van
Desgevraagd zegt mevrouw Meijer dat het beantwoorden van de vraag over de baggerkwaliteit in de watergangen op het landgoed Elswoud (Rondvraag) aan haar aandacht is ontsnapt. Ze zegt mevrouw Jong toe er op terug te komen.
b. Wm-rapportage vergunningverlening en handhaving
Mevrouw Meijer licht toe dat dit een rapportage in algemene zin is, binnenkort ontvangt de VV de zgn. Burap, waarin de gegevens nader zijn uitgesplitst. De rapportage gaat ook naar de Inspectie voor de Milieuhygiëne.
Op een vraag van mevrouw de Zwart antwoordt mevrouw Meijer dat van de zijde van de Inspectie nooit is gereageerd. De heer Mooiman vult hierop aan dat de Inspectie dit rapport gebruikt voor hun rapportage aan de Tweede Kamer en voorts dat Rijnland een jaarlijks overleg met de Inspectie heeft.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
c. Natuurvriendelijke oevers in Rijnlands gebied
De heer Alkemade ziet graag de evaluatie uitgebreid met de opmerking dat natuurvriendelijke oevers niet overal goed toepasbaar zijn. Er zijn gevallen bekend waarin het vee via de flauwe oever het water in loopt.
Mevrouw Jong juicht de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers toe, afgezien van de natuurbelangen zijn ze ook visueel aantrekkelijk.
Mevrouw de Zwart en de heren Burger en de Lange sluiten zich daar graag bij aan.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
d. Evaluatie Waterakkoord inliggende waterschappen
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
Geen.
2. Stand van zaken handhavingsstructuur in de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland en vooruitblik 2002
Mevrouw Meijer licht toe dat dit een overzicht is van alle handhavingsoverleggen. Het bevat een rapportage van de samenwerking, die voortvloeit uit de bestuursovereenkomsten, afgesloten met andere handhavingspartners.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
De heer Burger herinnert zich een toezegging van de heer van Wijk dat de VV-leden vrijkaartjes zouden krijgen voor de Floriade. Mevrouw Meijer zal dit in het college bespreken.
Het valt de heer Burger op dat het de laatste tijd opvallend stil is rond de geïntroduceerde waterkansenkaarten. Gevraagd naar de stand van zaken zegt de heer Mooiman dat deze worden ingekaderd in de deelstroomgebiedsvisie Midden-Holland. Het communicatietraject start in mei/juni, gericht op gemeenten en maatschappelijke organisaties.
De heer Burger ontving reacties van ingezetenen over de aanslagen van Rijnland. Met de verlaging van de heffing had men vanzelfsprekend geen moeite, maar er werd geklaagd over de steeds vroegere periode in het jaar waarin de aanslagen worden verzonden.
De heer v.d. Nagel antwoordt dat januari/februari de gebruikelijke periode is, vorig jaar was het later, als gevolg van de WOZ-problemen.
Om 12.00 uur wordt de vergadering gesloten.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit d.d. 12 juni 2002.
, voorzitter
, secretaris
