a. Concept-begroting
VIII Krediet bemonsteringsapparatuur ten behoeve van in situmetingen
IX Uitvoeringsnota baggerwerken 2004
XI Herinrichting Leidschendam; Nieuwe Driemanspolder
XII Keuze renovatievariant boezemgemaal Katwijk
XIII Evaluatie Verordening Stimuleringsregeling Innovaties Rijnland (STIR)
XIV Verslag vorige commissievergadering d.d. 8 oktober 2003
b. Implementatie diffuse bronnen
e. Intentieverklaring Gouwe Wiericke West
f. Evaluatie gebiedsgerichte bestrijding van eutrofiëring in Rijnland
g. (vervallen)
h. Aanwijzing voorzitters vaste commissies 2004
Beknopt verslag van de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit op woensdag 10 december 2003, in het kantoorgebouw van Rijnland te Leiden.
de hoogheemraden: mevrouw mr. Meijer (voorzitter) en de heer v.d. Nagel (plv. voorzitter);
de leden: de heer Alkemade, de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer de Lange, de heer Vooijs en de heer ir. Wotte;
de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer Bol (bij de punten III en IV) en mevrouw ing. Oude Essink (bij punt XI);
de heren Baas en ir. Kerssens.
Mevrouw Meijer opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom.
Gezien hun onderlinge relatie worden beide agendapunten gelijktijdig behandeld.
Inleidend stipt de heer Bol een aantal aandachtspunten aan. De stukken hebben tot en met gisteren ter inzage gelegen; er zijn geen bedenkingen ingediend. Ten opzichte van de beleidsvoornemens, behandeld in oktober, is een aantal tarieven naar beneden bijgesteld. Het amendement van de categorie Gebouwd is verwerkt. Voorts is de intentie van het Najaarsakkoord zichtbaar gemaakt. Ook zullen, als gevolg van de verschuiving in de tijd van investeringsprojecten, de kapitaallasten verminderen. Voorts zijn de kosten van Delfland voor grensoverschrijdend afvalwater lager dan oorspronkelijk verwacht. Overigens blijkt uit de zojuist uitgereikte vergelijking met andere hoogheemraadschappen dat Rijnland goed scoort op het gebied van zuivering, vooral in het licht van de relatie tussen kosten en prestaties. Aan de risicoparagraaf is de onzekerheid toegevoegd met betrekking tot de resultaten van de inspectie van de veendijken.
Als nieuw fenomeen vermeldt hij de productbegroting, die als eerste vingeroefening voor de organisatie gaat gelden. Zo kunnen prestaties en kosten daarvoor beter inzichtelijk worden gemaakt. Aan alle (bestuurlijke) aspecten rond de productbegroting zal in mei 2004 een thema-VV worden gewijd.
De begroting voldoet overigens aan de budgettaire uitgangspunten. De saldireserves zijn niet ingezet, omdat deze zich bevinden binnen de daarvoor gestelde bandbreedtes.
Als bijzonderheid meldt hij dat we aan een bepaling in de Wet Financiering Decentrale Overheden (ter voorkoming van risicovol vermogensbeheer) niet kunnen voldoen. Het gaat om een lening die in één keer wordt afgelost en daarmee wordt de maximum-aflossing in verhouding tot de lening overschreden. De lening dateert van vóór de inwerkingtreding van die wet, maar er moet toch ontheffing worden aangevraagd.
De heer Vooijs vraagt of bekend is wanneer het grondwaterbeheer al dan niet naar de waterschappen overgaat. Voorts leest hij over de vangnetregeling in het kader van de WOZ-taxatie; dat de kosten met 90% kunnen stijgen verontrust hem. Ook merkt hij op dat een laat besluit over de toekomstige KTV zal leiden tot een late verzending van de aanslagen en dus renteverlies oplevert. Tenslotte zegt hij moeite te hebben met het omslag-tarief voor boezemland, zoals dat er na de fusie gaat uitzien.
Ook mevrouw Jong heeft bezwaar tegen de forse stijging van de omslag voor boezemland na de fusie. Ze gaat om die reden niet akkoord met de Meerjarenraming. Het interesseert haar voorts hoe de fusiepartners aankijken tegen de in 2005 in te voeren methode Delfland. Met betrekking tot de bandbreedte van de saldireserves informeert ze of dit onderwerp van gesprek is in de commissie die de fusie voorbereidt; ze ziet graag dat de nieuwe VV over dit punt een uitspraak zal kunnen doen. Tevens leest ze dat, met betrekking tot de grondwaterproblematiek, Rijnland de kosten voor waterafvoer voor 50% voor haar rekening neemt; ze vraagt of dit tegen elke prijs is.
Ingaand op de opmerkingen van de heer Vooijs en mevrouw Jong over het toekomstig tarief voor boezemland wijst de heer Wotte erop dat aan de VV wordt gevraagd ‘kennis te nemen’ van de Meerjarenraming. Dat lijkt hem ook logisch, omdat de situatie na 1-1-2005 vol onzekerheden zit. In de begroting 2004 staat op de pagina’s 17 en 18 een tekst over de uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. Klaarblijkelijk is het mogelijk (b.v. door plaatselijke omstandigheden) een uitzonderingspositie te vragen. Omdat west-Nederland aan het eind van de delta ligt en ook wel ‘het afvoerputje van Europa’ wordt genoemd meent hij dat zo’n uitzondering op Rijnland van toepassing kan zijn. Hij pleit ervoor (wellicht in Unie-verband) de regering ertoe te bewegen nu al Europa op de hoogte te brengen van de bijzondere positie van west-Nederland en aan te dringen op verzachting.
De heer de Lange uit zijn waardering voor de goed leesbare en overzichtelijke boekwerken. Hij vraagt een verklaring voor het begrip, en de daarbij behorende cijfers, ‘verhouding afschrijving/aflossing’, vermeld in de tabel op pagina 5 van de Begroting. Voorts denkt hij dat het nuttig is de stijging van ‘ongebouwd’ te dempen met de negatieve saldireserve; met de methode Togtema zal dat tarief immers weer sterk dalen en zo worden de forse fluctuaties voorkomen. Naar aanleiding van de tekst op pagina 25 van de Begroting vraagt hij er bij de provincie op aan te dringen goede aandacht te schenken aan de muskusrattenbestrijding. Op pagina 27 leest hij over de betere zuiveringsprestaties; daarmee zal het zuiveringsslib ook van een betere kwaliteit zijn en hij vraagt zich af of het dan nog moet worden verbrand. Tevens herinnert hij aan de discussie over het lozingenbeleid awzi’s tijdens de vorige vergadering. Toen werd gezegd dat de uitbreiding van de awzi’s een verhoogde energiebehoefte met zich mee zou brengen. In de gegevens, vermeld op pagina 28 ziet hij dat niet terug en hij vraagt om een verklaring.
Voor wat betreft de opmerkingen over de omslag ingezetenen voor boezemland na de fusie sluit de heer Burger zich aan bij de stelling van mevrouw Jong; ook hij kan daarmee niet akkoord gaan. De heer Bol verklaart hierop dat het eenduidige tarief voor zowel boezem- als polderland in het reglement voor het nieuwe Rijnland door de provincie is bepaald. De VV heeft daarmee ingestemd. De financiële consequenties daarvan zijn toen ook vermeld. De gevolgen voor de tarieven van de fusie zijn als informatie in de Meerjarenraming opgenomen, maar daarop hebben we nu geen invloed. De heer Burger zegt op deze materie in het categorie-overleg terug te komen en daar te bezien welke actie alsnog kan worden genomen. Hij vervolgt met een compliment aan het adres van de opstellers van de begroting, waarin hij op pagina 4 leest dat de gerealiseerde investeringen achter zullen blijven bij de ramingen; verwijzend naar het verleden hoopt hij dat dit geen trend wordt. Over de reorganisatie waterbeheer, vermeld in 2.6, herinnert hij eraan dat de VV destijds een krediet van € 1,1 miljoen heeft verstrekt; hij kan zich geen verantwoording herinneren en vraagt voorts of dit bedrag nog toereikend is. Met betrekkintg tot de risicoparagraaf vraagt hij wanneer over de veendijken meer bekend is. In hoofdstuk 3 staan de beleidsvelden genoemd; hij doet de suggestie daar in het vervolg ook de desbetreffende portefeuillehouder bij te vermelden.
De heer Alkemade verwijst naar het fenomeen ‘productbegroting’ en vraagt zich af hoever hierin kan worden gegaan. Refererend aan de afgelopen zomer denkt hij dat het goed zou zijn te weten wat de prijs is van een m3 water uitmalen, voor bergen en voor inlaten uit het IJsselmeer. Dit kan een goede basis zijn bij bestuurlijke keuzes. Hij is het eens met de suggestie van de heer Wotte om een uitzonderingspositie te bepleiten in het kader van de KRW. Als ‘afvoerputje van Europa’ moeten we extra geld uitgeven en dat vindt hij onacceptabel. Tenslotte sluit hij zich aan bij de opmerking van de heer de Lange ten aanzien van de afvlakking van de tarief-fluctuaties voor ‘ongebouwd’.
Vervolgens gaat de heer Bol in op de gemaakte opmerkingen en gestelde vragen. De verdeling van de taxatiekosten voor de WOZ is het resultaat van onderhandelingen tussen Rijk, VNG en Unie. Afgesproken is dat de meerkosten zullen worden verdeeld over de partijen. Aanvankelijk leek de overschrijding 50% te zijn, nu stijgt die naar 90%. De Waarderingskamer controleert weliswaar nog alle rekeningen, maar uiteindelijk zullen we moeten betalen. Overigens is deze slechte regeling nu achter de rug, in het vervolg wordt er een vast bedrag betaald. De nieuwe KTV is, met het oog op de fusie, samen met de inliggende waterschappen gemaakt; hij bevestigt dat deze voor ‘gebouwd’ ongunstig is ten opzichte van ‘ongebouwd’. In 2005 kunnen we geen belasting heffen voordat de KTV van kracht is. De provincie zal de KTV pas goedkeuren nadat de VV deze heeft vastgesteld. Het is dus van groot belang deze procedure zo kort mogelijk te laten zijn. De bandbreedtes van de saldireserves zijn onderwerp in de fusie-werkgroep Financiën. Daarin wordt een nota ‘hoe gaan we om met het eigen vermogen van het nieuwe waterschap’ voorbereid. De Voorbereidingscommissie zal deze ter vaststelling aan de nieuwe VV aanbieden. De bijdragen in het kader van de grondwaterproblematiek zullen nooit tegen elke prijs worden gedaan; wat overigens geldt voor alle zaken, zoals onlangs bij de discussie over het lozingenbeleid awzi's. Over de suggestie omtrent de KRW-hardheidsclausule vult hij nog aan dat dit formeel de 'economische analyse' heet. Op basis daarvan kunnen waterschappen niet zelf bij Brussel bepleiten aan lagere doelstellingen te hoeven voldoen, dit moet landelijk gebeuren. Ter nuancering van 'het afvoerputje van Europa' zegt hij dat de rivieren bij binnenkomst in Nederland schoner zijn dan bij uitstroming in zee. De verhouding aflossing/afschrijving heeft te maken met de Wet Financiering Decentrale Overheden; de wijziging in het kengetal is het gevolg van de eerdergenoemde eenmalige aflossing van een lening. Het tarief voor ongebouwd niet of minder verhogen is financieel-technisch mogelijk, maar zou een trendbreuk in de begrotingsstrategie veroorzaken omdat er dan een negatief saldo is. De fusiepartners daarmee confronteren zou tegen de bestuurlijke afspraak zijn. Het zuiveringsslib wordt juist vuiler naar gelang het water beter wordt gezuiverd. Vooral metalen als koper en zink beletten dat slib bijvoorbeeld in de landbouw kan worden afgezet. Op pagina 50 (toelichting energie) staat vermeld dat het lozingenbeleid awzi's meer energie vraagt. Het realiteitsgehalte van investeringen blijft een probleem, er wordt binnen de organisatie hard gewerkt om de verwachtingen en de werkelijkheid zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Het fusie-budget ad € 1,1 miljoen is de verantwoordelijkheid van het projectbureau. Blijkens informatie is men tot nu toe binnen het budget gebleven. Wanneer de gevolgen van de veenkaden-inspecties duidelijk zijn is niet bekend. De kosten per m3 water voor malen, bergen of inlaten horen thuis in een specifiek daarover te voeren discussie. De cijfers kunnen daarbij ondersteunend zijn, maar ook de lijn 'vasthouden-bergen-afvoeren speelt een belangrijke rol.
Met inachtneming van de kanttekeningen van mevrouw Jong en de heer Burger ten aanzien van de omslagtarieven voor boezemland na de fusie neemt de commissie kennis van de Meerjarenraming 2004-2008 en adviseert positief over de Begoring 2004.
De commissie stelt vast dat het gevraagde krediet netjes binnen het bedrag blijft, waarmee al rekening was gehouden in de begroting en adviseert positief.
Mevrouw Meijer geeft aan dat in dit stuk wordt uitgelegd wat we volgend jaar gaan doen: Haarlem, Gouda, een tweetal extra clusters en kleine knelpunten. Het is de bedoeling dat, als het baggerplan structureel is, er een voortschrijdend plan komt. Uit overleg met een ambtenaar van de gemeente Haarlem bleek haar dat de subsidie voor die gemeente mag worden verwacht.
De commissieleden kunnen instemmen met de nota, maar vinden het triest dat er nog steeds geen baggerprogramma is.
De heer Wotte vult aan dat het nut van baggeren steeds moet worden aangetoond, het mag geen automatisme worden. Anekdotisch voegt hij hieraan toe dat het nut van baggeren in Haarlem wel is aangetoond: het nieuwe VV-lid Marselje had de eer als Sinterklaas in de stad Haarlem te worden onthaald en had daar de ervaring dat zijn stoomboot vastliep.
Voor wat betreft de voortgang geeft de heer Mooiman aan dat aan een groot aantal voorwaarden moet zijn voldaan alvorens een integraal meerjaren-baggerprogramma aan de VV kan worden aangeboden. De criteria voor watergangen zijn vorig jaar vastgesteld. Thans is, na vele inspanningen en overwegingen m.b.t. de waterkwantiteit en -kwaliteit, de ontwerp-legger gereed. Na goedkeuring in D&H gaat de legger de inspraak in, tijdens welke veel discussie mag worden verwacht omdat andere dan waterstaatkundige belangen (b.v. varen) niet zijn meegenomen. Daarna (wellicht september 2004) volgt vaststelling door de VV en weten we aan welke afmetingen de watergangen moeten voldoen. Een tweede pijler is het inmeten van alle watergangen en zodra dat gereed is kan het verschil worden bepaald tussen 'hoe het is' en 'hoe het moet'. Aan de hand daarvan kan het baggerprogramma worden gemaakt.
Op een vraag van de heer Vooijs over het verschil in kosten per m3 in de gemeenten Haarlem (€ 44,-) en Gouda (€ 55,-) zegt de heer v.d. Nagel dat dit te maken heeft met het verschil in afzetmogelijkheden.
De heer Burger leest over de kleine knelpunten, die in 2003 zijn aangepakt; aangegeven is het aantal, maar niet de locatie. Mevrouw Meijer zegt dat dit zal worden nagegaan.
Noot van de adjunct-secretaris: het betreft de locaties Dinsdagse watering te Voorhout, Da Costastraat te Leiden, Seringenlaan te Wassenaar en Lisserbeek te Lisse)
De commissie adviseert positief.
De heer Burger zegt te hebben vernomen dat in de commissie Financiën verwarring ontstond over het verschil tussen piekberging en seizoensberging en de daarbij behorende kosten. De heer v.d. Nagel bevestigt dat en geeft aan dat daar een verbeterd stuk is toegezegd. De heer Burger vervolgt met de vraag wanneer de inspanningsverklaring wel wordt ondertekend en wat de gevolgen zullen zijn als de gemeenten inderdaad, wegens financiële problemen, niet zullen bijdragen.
Ook de heer Alkemade heeft moeite met het begrijpen van de uitgangspunten en cijfers, genoemd in de bijlage; bij voorbeeld over inrichtingskosten en grondverwervingskosten. Hij is het spoor al snel bijster.
Mevrouw Jong herinnert aan de eerdere vragen van de heer Alkemade over de kosten per m3 water uitmalen, bergen en inlaten. Ze vindt deze gegevens erg interessant om de discussies rond bergingslocaties goed te kunnen voeren.
De heer Vooijs heeft ook behoefte aan een duidelijker weergave van de kosten van inrichting en grondverwerving, genoemd in bijlage 1.
Mevrouw Oude Essink geeft een toelichting. De financiering van piekberging en van seizoensberging zijn twee gescheiden zaken. Verwijzend naar het VV-besluit van september zegt ze dat we de gronden voor inrichting van de waterstaatkundige werken voor de piekberging gaan verwerven. De grondverwervingskosten voor de seizoensberging worden opgebracht door het ministerie van LNV, in het kader van groen en recreatie (de plas krijgt een recreatiefunctie). Als de piekberging op dezelfde locatie komt behoeven daarvoor dus geen extra kosten te worden gemaakt. Rijnland betaalt dus alleen voor de verwerving van de grond voor de waterstaatkundige voorzieningen voor de piekberging. Hieronder behoren onder andere de kades, de aanvoerroutes en de plaats van een gemaal. De (permanente) seizoensberging is 90 ha groot. De piekberging, die daar 'gestapeld' bovenop komt, kan een oppervlak krijgen van 225 ha. Die meer-oppervlakte krijgt de functie agrarisch en natuur. Omdat dit een piekberging is wordt deze maar b.v. één maal per vijfentwintig jaar gebruikt; daarvoor wordt een beheersovereenkomst met de eigenaren/gebruikers getroffen.
De recreatieplas is een initiatief van de provincie. De rol van de gemeenten ligt primair in de sfeer van de bestemmingsplannen. Ze hebben echter ook belang bij het recreatieve karakter van de plas voor hun inwoners en denken uit dien hoofde aan een bijdrage. Daarvoor bestaat evenwel geen garantie. De inspanningsverklaring wordt (nog) niet getekend omdat over de bijdragen van de partijen, gezien de onduidelijke houding van de gemeenten, nog geen zekerheid bestaat. Als de gemeenten niet bijdragen zullen de kosten voor de overige partijen evenredig stijgen.
Naar aanleiding van een vraag van de heer Alkemade zal een overzicht worden gegeven van de uitgangspunten voor de beheer- en exploitatiekosten.
Met betrekking tot het vervolg van het proces zegt mevrouw Oude Essink dat in de stuurgroep is afgesproken dat er in januari een akkoord is van alle algemeen besturen. Dan kan in februari de MER-procedure worden gestart.
Afgesproken wordt dat er een verduidelijking komt op het voorliggende stuk, voorzien van kaartmateriaal. Zo mogelijk wordt dit gelijktijdig met de verslagen van de commissies naar de VV-leden gestuurd.
De heer v.d. Nagel geeft een toelichting. Op een vraag van de heer Vooijs zegt hij dat de impact op de omgeving van de uitbreiding aan de noordkant van het gemaal terdege zal worden meegenomen.
De commissie is het eens met de keuze voor variant R2 en adviseert derhalve positief.
Mevrouw Meijer zegt dat van de regeling erg weinig gebruik is gemaakt en dus wordt voorgesteld de verordening in te trekken, met dien verstande dat er voor échte innovaties een bijdrage mogelijk moet blijven.
De heer Alkemade zegt dat het bestaan van de regeling al veel discussie en ideevorming heeft opgeleverd en dat is op zich al winst. Hij denkt dat de criteria te streng zijn om veel aanvragen op te laten leveren. Omdat de KRW nieuwe eisen aan het water zal stellen is het mogelijk dat naar aanleiding daarvan nieuwe ontwikkelingen naar voren komen. Om deze redenen zou hij het jammer vinden als de subsidieregeling wordt ingetrokken.
De heer Burger leest dat de regeling met name bekend is gemaakt in de agrarische sector en niet of nauwelijks in de industriële. Dan is het niet verwonderlijk dat het aantal aanvragen zo beperkt is. Ook in het kader van 'Nederland kenniseconomie' meent hij dat de regeling moet worden gehandhaafd. Hij zal tegen het voorstel stemmen.
Ook de heer de Lange vindt dat aan het bestaan van de regeling te weinig bekendheid is gegeven en dat de criteria te streng zijn. Hij bepleit dan ook versoepeling en zal tegen intrekking stemmen.
De heer Vooijs betreurt het dat alleen in de agrarische sector bekendheid aan de regeling is gegeven.
De heer Wotte en mevrouw Jong gaan akkoord met het voorstel.
Mevrouw Meijer zegt de gevoelens over de strenge criteria wel te begrijpen, maar stelt dat versoepeling het karakter van innovatie teniet zal doen. Juist uit de agrarische hoek hadden we meer aanvragen verwacht.
De heer Burger heeft het voornemen met een tegenvoorstel te komen.
Tekstueel
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van
De heer Burger verwijst naar de Rondvraag waarin het bezwaar van LNV tegen de inrichting van de peilvakken de Zilk aan de orde kwam. Hij vraagt naar de stand van zaken.
De heer Mooiman antwoordt dat we tegen de weigering van de ontheffing op grond van de Flora- en faunawet bezwaar hebben ingediend. Die procedure loopt. Gebleken is dat we ook vergunning nodig hebben op grond van de Natuurbeschermingswet. Die aanvraag gaat nog deze week uit. Bij die behandeling vindt de echte afweging plaats en bekend is dat LNV mitigrerende maatregelen zal eisen. Deze kunnen alleen maar in het omringende gebied plaats vinden.
De heer Mooiman verwacht dat voor de februari-VV de Evaluatie Beleidscyclus Water zal worden geagendeerd. Daarin staat concreet beschreven welke acties worden uitgevoerd, naar aanleiding van de analyses.
Desgevraagd zegt mevrouw Meijer dat van de subsidieregeling voor het inbouwen van vuilwatertanks in recreatieschepen nauwelijks gebruik wordt gemaakt.
Rijnland houdt zich inderdaad niet intensief bezig met diffuse bronnen als atmosferische depositie, dat wordt opgepakt door de regioteams.
Hiervan heeft de commissie kennis genomen.
Hiervan heeft de commissie kennis genomen.
Hiervan heeft de commissie kennis genomen.
Dit is een uitwerking van wat in de laatste informele VV is behandeld.
De heer de Lange vindt het een interessant stuk, waaruit blijkt dat deze materie erg weerbarstig is. De resultaten van maatregelen zijn niet altijd voorspelbaar en kennelijk is de interne eutrofiëring vaak van grote invloed.
De heer Alkemade zegt het bijna niet hardop te durven uitspreken, maar komt eigenlijk tot de conclusie dat kunstmatige bestrijding in de vorm van een beluchtingsinstallatie een erg goede methode is.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
Geen.
De heer Vooijs las dat Rijnland als één van vijf waterschappen is geselecteerd om deel te nemen aan de zgn. 'imago-brigade'. Dit is een eervolle zaak.
De heer Vooijs wijst op gewijzigde aanbestedingsregels.
Mevrouw Jong mist op de agenda de startnotitie waterketenbeheer. De heer v.d. Nagel zegt hierop dat D&H het desbetreffende stuk in juni qua vorm en in september inhoudelijk niet goed vond om naar de VV te sturen. Hij hoopt op de VV van februari.
De heer Burger memoreert dat het waterplan voor de gemeente Bloemendaal in ontwikkeling is. Omdat hij én VV-lid is én lid van de Bloemendaalse gemeenteraad zal hij zich, om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, in beide besturen onttrekken aan de besluitvorming.
Mevrouw Meijer dankt ieder voor de actieve inbreng en sluit de vergadering om 12.40 uur.
