Presentatie door de heer ing. W.N. van der Heeden, hoofd van de afdeling Vergunningen en Emissies, over 'Lozingenbeleid awzi's'.
Tevens behandeling van punt IX van de agenda.
VI Beleidsvoornemen tarieven 2004 en Meerjarenraming 2004-2008
IXa Verslag vorige commissievergadering d.d. 10 september 2003
b. Begrotingsvergelijking 2003
Beknopt verslag van de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit op woensdag 8 oktober 2003, in het kantoorgebouw van Rijnland te Leiden.
de hoogheemraad: mevrouw mr. Meijer (voorzitter);
de leden: de heer Alkemade, de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer de Lange, de heer Vooijs en de heer ir. Wotte;
de heer ing. v.d. Heeden (plv. secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer Bol (Directeur Financiën) (bij de punten VI en XIa) en de heer ir. Knaapen (bij punt IX)
de heren Baas, ir. Kerssens en v.d. Nagel.
Mevrouw Meijer opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom. Ze deelt mede dat de heren v.d. Nagel en Baas zich voor deze vergadering hebben afgemeld. Zoals bekend is de heer Kerssens tot februari afwezig. Secretaris Mooiman wordt vandaag vervangen door de heer v.d. Heeden. Tenslotte deelt ze mede dat de bijeenkomst zal starten met een presentatie door de heren v.d. Heeden en Knaapen over 'lozingenbeleid awzi's'. Om praktische redenen zal dan meteen het desbetreffende agendapunt worden behandeld.
De heren v.d. Heeden en Knaapen geven een presentatie, die een vervolg is op die in de informele VV van 27 augustus. In de jaren 90 zijn de stikstof- en fosfaatbelastingen vanuit awzis op het boezemstelsel fors teruggebracht. In de laatste jaren is daarin een kentering opgetreden en neemt de belasting weer toe. Oorzaak hiervan is o.a. de groei van de bevolking en de bedrijvigheid. De doelstellingen zijn dus nog niet bereikt en naar verwachting zal de Europese Kaderrichtlijn Water de normen nog aanscherpen. Op een vraag van de heer Alkemade wordt geantwoord dat deze richtlijn geldt voor alle EU-landen; per land zullen slechts functies van wateren verschillen. Via vergunningverlening en handhaving, doelgroepoverleg en de aanpak van diffuse bronnen doet Rijnland veel moeite om de fosfaat- en stikstoflozingen door derden te verminderen. Ook de Rijnlandse awzis behoren tot de bronnen en ook daarvoor moeten aanvullende maatregelen worden getroffen. Bovendien heeft Rijnland als overheid een voorbeeldfunctie. De voorgestelde maatregelen zijn gericht op de invloed op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Eén van de voorwaarden, die we onszelf stellen, is dat de maatregel bijdraagt aan de vermindering van de algenbloei; er moet dus sprake zijn van limitering. Doorrekening en modellering van het watersysteem en awzis heeft geleid tot het voorstel om BUT-maatregelen te treffen op alle awzis en verdergaande maatregelen op een aantal geselecteerde awzis. Dit laatste volgens het MTR-effectief scenario, op basis van effect en efficiëntie.
De heer de Lange blikt terug op alle maatregelen die in het verleden al op de awzis zijn getroffen. Hij heeft daarover geen rapportages gezien waaruit blijkt dat die maatregelen ook het beoogde effect hebben gehad. Voor wat betreft de nu voorgestelde maatregelen vraagt hij zich af of deze wel in verhouding staan tot de verwachte effecten. De stoffen die op een awzi worden toegevoegd, in het slib terecht komen en daarna worden verbrand zullen naar zijn mening niet bijdragen aan een milieurendement. Zijn samenvattende vraag is of Rijnland voor zichzelf de lat niet te hoog legt om de voorbeeldfunctie tot uiting te brengen.
Mevrouw Meijer bestrijdt die gedachte: de normen zijn vastgelegd in de 4e Nota Waterhuishouding, in 2010 zal landelijk moeten zijn voldaan aan de MTR-waarden. Er is geen sprake van eigen normen.
De heer v.d. Heeden vult aan dat voor defosfatering inderdaad ijzerchloride of ijzersulfaat wordt gebruikt; in de voorgestelde maatregelen is met die milieubelasting rekening gehouden, op basis van een balans tussen rendement en verontreiniging.
De heer Vooijs vindt de autonome toename van de belasting door de awzis nu en in de toekomst onacceptabel en is het dan ook eens met de voorgestelde maatregelen. Hij steunt de MTR-effectief benadering.
Mevrouw Jong verwijst naar haar zorgen die ze regelmatig heeft geuit bij het lezen van de jaarrapportages ten aanzien van de hoeveelheden fosfaat en stikstof in het oppervlaktewater. De nu voorgestelde maatregelen ter bestrijding daarvan liggen daarmee in lijn. Het zijn forse investeringen die evenwel noodzakelijk zijn. Ze is het eens met het gekozen scenario.
De heer Wotte is gereserveerd en heeft dezelfde gedachten als de heer de Lange. Ook hij kijkt terug naar de situatie van decennia geleden toen de Haarlemse grachten nog open riolen waren. Met de komst van de awzis is daarna een aanzienlijke verbetering opgetreden. Die omslag was destijds een flinke financiële aanslag voor zowel huishoudens als bedrijven. De nu voorgestelde maatregelen zijn erg fors ten opzichte van het te bereiken resultaat. Met betrekking tot de naleving van de Europese regelgeving meent hij dat Nederland daarin geen koploper hoeft te zijn. Zijn terughoudende stelling wordt mede ingegeven door het feit dat de awzis slechts voor een deel de veroorzaker van de nutriënten zijn.
Met betrekking tot de gehouden presentatie zegt de heer Alkemade dat deze voor hem veel heeft verduidelijkt. Principieel meent hij dat aanpak bij de bron de beste methode is. Het voorliggende voorstel ligt in die lijn. MTR-effectief vindt hij logisch. Hij kan zich derhalve vinden in het voorstel.
De heer Burger heeft dezelfde gedachtengang als mevrouw Jong. Ook hij uitte in het verleden vaak zijn zorgen over de hoge stikstof- en fosfaatgehaltes in het oppervlaktewater en vindt het voorliggende voorstel vanzelfsprekend.
Ingaand op de opmerkingen van de heren Wotte en de Lange verwijst mevrouw Meijer naar de negatieve trendbreuk die de laatste jaren is opgetreden. Als we doorgaan met het huidige beleid zullen er steeds meer nutriënten in het water komen. De zorg voor een goede waterkwaliteit is een primaire taak van Rijnland. De voorgestelde maatregelen kunnen worden beschouwd als een vorm van bronaanpak, die moet worden geprefereerd boven symptoombestrijding, zoals de beluchtingsinstallaties in het Nieuwe Meer en de Zegerplas. Het is inderdaad zo dat de eerste stappen in de zeventiger jaren erg veel rendement hebben opgeleverd. Vervolgens is in de jaren '90 de tweede generatie awzi's gerealiseerd. Niettemin worden de doelstellingen nog niet gehaald en in het algemeen zijn de laatste stappen naar een goed resultaat de meest kostbare. De studie naar de beste systematiek is diepgaand en langdurig geweest; het college vindt het voorliggende voorstel een verantwoorde keuze.
Na een tweede ronde stelt mevrouw Meijer vast dat mevrouw Jong en de heren Vooijs, Alkemade en Burger akkoord zijn met het voorstel. Als kanttekening wordt opgemerkt dat de sprong in de kosten tussen 2007 en 2008 erg groot is. Het heeft hun voorkeur dit in de tarieven te egaliseren. De heren Wotte en de Lange gaan nog niet akkoord. Het uitvoeren van de BUT-maatregelen op de huidige installaties heeft wel hun instemming, maar verder denken ze aan een pas op de plaats. Naar hun mening moet eerst een breder beeld worden verkregen alvorens tot dergelijke ingrijpende maatregelen wordt overgegaan.
Toelichtend zegt mevrouw Meijer dat er een drietal voorstellen ligt: het stemmen per brief of via internet mogelijk te maken voor alle categorieën in alle kiesdistricten, het zelf betalen van de € 100.000,- die Verkeer en Waterstaat weigert bij te dragen alsmede een krediet ad € 300.000,- voor het internet-experiment.
Desgevraagd geeft de heer Bol een verklaring van de hoge kosten, die met de verkiezingen gepaard gaan: drukwerk en papier, publiciteit, aanpassen GIBS t.b.v. het kiezersbestand, internet en de beveiliging van het internet-stemmen. Een specificatie is beschikbaar.
De commissie adviseert positief en spreekt haar ongenoegen uit over de houding van Verkeer en Waterstaat.
De heer Bol geeft aan dat beide onderwerpen nu in één stuk zijn verwerkt. Bovendien verduidelijkt hij dat nu wordt gevraagd in te stemmen met de voorlopige tarieven 2004, waarbij de meerjarenraming een ondersteuning is. In december zullen de begroting en daarmee de definitieve tarieven aan de orde komen. Die kunnen dan in detail afwijken van de voorliggende cijfers.
Vervolgens geeft hij, aan de hand van een presentatie, een toelichting op de inhoud, onderverdeeld in: hoofdpunten van het beleid, de belangrijkste mutaties, de gevolgen daarvan voor de tarieven, een doorkijkje naar de gevolgen van de fusie, het verdere begrotingsproces.
De heer Vooijs gaat akkoord met het voornemen. Hij ziet de noodzaak van de tariefsverhogingen in. Hij vindt het jammer dat de invoering van Togtema/Leemhuis zo'n onzekere factor is.
Ook mevrouw Jong kan met het beleidsvoornemen 2004 instemmen. Reeds nu merkt ze op dat ze het oneens is met de omslagstijging voor 'boezemland' na de fusie.
De heer Wotte constateert een tweetal aspecten. Enerzijds bevat het stuk goede argumenten om tot de stijging van de tarieven te komen. Anderzijds denkt hij dat waterschappen, na alle publiciteit in de afgelopen zomer, met een imagoprobleem kampen. In die situatie is het juist nu moeilijk verkoopbaar dat de waterschapslasten aanzienlijk stijgen. Het argument dat burgers de laatste jaren eigenlijk een te lage verontreinigingsheffing hebben betaald, zal niet goed overkomen. Mede gezien de huidige economische situatie pleit hij er voor de forse stijging van de tarieven in een aantal fasen door te voeren. Zijn kritische houding ten aanzien van het lozingenbeleid awzi's resulteert in een gelijke opvatting over het aandeel daarvan in de tarieven.
De heer Alkemade verwijst naar de hogere lasten m.b.t. het grensoverschrijdend afvalwater en vraagt naar de afspraken die daarover zijn gemaakt. Voorts refereert hij aan de veel hogere WOZ-taxatiekosten, het ontbreken van invloed daarop moet een machteloos gevoel geven. Hij stemt in met het voorgestelde.
De heer de Lange stemt in met het voorstel. Hij heeft evenwel moeite met het combineren van de bijdragen in de kosten van het afkoppelen van verhard oppervlak met de subsidieregeling voor riolering in het buitengebied. Naar zijn mening komen in veel gemeenten de rioleringsplannen nu tot uitvoering wat aanzienlijke aanvragen zal opleveren. Hij vreest dat daardoor de bijdragen voor afkoppelplannen in de knel komen. Liever ziet hij beide zaken apart genoemd, ook voor een goed overzicht.
Evenals mevrouw Jong denkt de heer Burger dat het aan kiezers moeilijk is uit te leggen waarom na de fusie de omslag voor boezemland fors stijgt. Overigens kan hij zich vinden in de voorgenomen stijging van de tarieven voor 2004, voorlopig met uitzondering van de verontreinigingsheffing. Beseffend dat hij zojuist positief heeft geoordeeld over het lozingenbeleid awzi's wil hij over de heffing eerst overleggen in zijn categorie.
Antwoordend op de opmerkingen van mevrouw Jong en de heer Burger zegt mevrouw Meijer dat de gevolgen van de fusie voor de omslagtarieven slechts informatief zijn gegeven. Het huidige bestuur heeft daarop geen invloed.
De heer Bol verduidelijkt hoe vervelend het voortdurende uitstel van Togtema/Leemhuis is voor de juiste bepaling van de verontreinigingsheffing. Het is nu niet te voorzien hoe groot de aanspraak zal zijn m.b.t. het afkoppelen van verhard oppervlak, we moeten de ontwikkelingen daarover afwachten. Voorlopig is dit gecombineerd met de subsidieregeling voor riolering in het buitengebied, naar verwachting is het budget ruim voldoende om beide doelen te dienen. Administratief worden beide onderdelen gescheiden, zodat een overzicht altijd beschikbaar is. Hij onderschrijft het machteloze gevoel van de heer Alkemade met betrekking tot de WOZ-kosten. De stijging van de kosten voor grensoverschrijdend afvalwater wordt niet bepaald door de toekomstige awzi Harnaschpolder, maar door variabele aftrekposten. Het gefaseerd verhogen van de verontreinigingsheffing is mogelijk, maar zal betekenen dat de opgelopen achterstand in een later stadium extra moet worden ingehaald.
Tekstueel
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van
Er zijn geen verdere opmerkingen.
Mevrouw Meijer wijst er op dat het hier een vergelijking van begrotingen betreft en geen vergelijking op prestaties.
De heer Wotte zegt dat het wel interessant zou zijn het verschil tussen begroting en jaarrekening in beeld te brengen. In Rijnland is dat steeds kleiner geworden. Op zijn vraag over de financiering van het onderzoek zegt de heer Bol dat de kosten worden gedragen door de deelnemende waterschappen.
De heer Vooijs ziet dat Rijnland op vele punten hoog scoort, maar tot zijn teleurstelling met betrekking tot baggeren niet. Hierover is al veel gesproken, maar tot een daadwerkelijke uitvoering van de plannen schijnt het niet te komen.
Mevrow Meijer zegt dat 'baggeren' donderdag in D&H onderwerp van gesprek is, vermoedelijk volgt er volgende week informatie.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
Mevrouw Meijer verwijst naar een krantenartikel over de steigers in de Dwarswatering te Leiderdorp. Het suggereert dat Rijnland in de aanloop tot het voorbereidingsbesluit niets heeft gedaan. Uit de nu uitgereikte memo blijkt het tegendeel, daarin is het overlegtraject weergegeven.
De heer Vooijs uit zijn teleurstelling over de houding van LNV met betrekking tot de peilvakken in de Zilk: de ontheffing op grond van de flora- en faunawet wordt geweigerd en er moet een MER komen voor de randsloot. Dit zal zeer vertragend werken.
Mevrouw Meijer zegt dat het twee verschillende procedures betreft. Voor de peilvakken is op grond van de flora- en faunawet ontheffing aangevraagd en we kregen de indruk dat dit geen probleem zou opleveren. Voor de bufferzone (randsloot), die buiten de verantwoordelijkheid van Rijnland valt en die geen directe relatie met de peilvakken heeft, moet zonder meer een MER-procedure worden gevolgd. LNV heeft nu beide aspecten gekoppeld, waardoor de flora- en faunawetontheffing erg lang op zich zal laten wachten. Rijnland zal hierover nog met LNV spreken.
De heer Vooijs vernam de mening van de dijkgraaf van een inliggend waterschap, die inhoudt dat een vaste verbinding met het IJsselmeer voor de zoetwatervoorziening de beste oplossing is en veel beter dan de aanleg van kostbare zoetwaterbekkens. Spreker denkt dat door Rijnland beide wegen moeten worden bewandeld.
Mevrouw Meijer dankt ieder voor de actieve inbreng en sluit de vergadering om 12.20 uur.
