Agendapunten VV:
VI Motie van Warmerdam; tarieven 2004
X Nota afkoppelen verhard oppervlak
XI Ontwerp Deelstroom Gebiedvisie Midden-Holland
XV Verslag vorige commissievergadering d.d. 9 april 2003
b. Technische rapportage Waterbeheer in Rijnland 2002
d. Gouwe Wiericke west; voortgang 1e helft 2003
e. Gebiedsaanpak Gouwe Wiericke west; notitie peilbeheer en bodemdaling
f. Europese Kader Richtlijn Water
Overige agendapunten:
Aanwezig : de hoogheemraden: de heer v.d. Nagel (plv. voorzitter) en mevrouw mr. Meijer (vanf punt X);
de leden: de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer ir. Kerssens, de heer de Lange, de heer Vooijs en de heer ir. Wotte;
de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer van Wijk (Algemeen Directeur) (bij de punten V en VI), de heer Heijnis (Directeur Sector Werken), de heer Bol (Directeur Financiën) (bij de punten V en VI) en de heer Janse (medewerker bij de afdeling IPP) (bij punt X).
Afwezig : de heer Alkemade en de heer Baas.
De heer v.d. Nagel opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom. Omdat mevrouw Meijer vanochtend ook een handhavingsoverleg moet bijwonen zal zij later in deze vergadering binnenkomen en neemt hij de voorzittersfunctie waar. Hij deelt mede dat de heren Alkemade en Baas zich voor deze vergadering hebben afgemeld.
a. Concept jaarrekening
Toelichtend zegt de heer Bol dat de accountantsverklaring positief is, waarbij werd geoordeeld dat de administratieve organisatie bij Rijnland van een hoog niveau is.
De jaarrekening sluit met een voordelig saldo ad € 1,7 miljoen. Hoewel een ideale overheidsrekening neutraal zou moeten afsluiten, is dit toch een mooi resultaat. Het grootste deel van het saldo wordt veroorzaakt door incidentele baten bij 'waterkwantiteitsbeheer'. Tevens zijn, door vertragingen, minder investeringsuitgaven gedaan. Deze werken zijn nu wel in uitvoering, zodat de uitgaven in 2003 zichtbaar zullen worden. Een negatieve uitschieter is te zien bij personeelskosten, met als voornaamste oorzaak de Organieke Functiewaardering, waarvan de effecten ook nog in 2003 te zien zullen zijn. De balans is nauwelijks gewijzigd en de solvabiliteitspositie is iets verbeterd tot 17%. Het aantal belastingcrediteuren is iets teruggelopen en het aantal oninbaar-verklaringen ligt ruim onder de norm. Het aantal kwijtscheldingen is globaal gelijk gebleven.
De heer Vooijs vindt het een goed leesbaar stuk. Hij wijst op de sale lease back-regeling, die de laatste tijd in discussie is geraakt. Hij vraagt zich af hoe lang Rijnland daar nog gebruik van kan maken.
De heer Bol zegt hierop dat, volgens een arrest van de Hoge Raad, dit volstrekt legaal is. We gaan er dan ook mee door. Het zal pas wijzigen als de Europese wetgeving daarop is aangepast en dat zal niet op korte termijn gebeuren. Hij bevestigt dat de tegen-geluiden steeds sterker worden.
De heer de Lange verbaast zich over de kennelijk administratieve chaos bij energie-leverancier Nuon. Voorts valt het hem op dat zo beperkt gebruik is gemaakt van de bijdrageregeling voor riolering in het buitengebied. De heer Mooiman verwacht dat er dit jaar meer aanvragen zullen komen.
Tevens uit de heer de Lange zijn zorgen over het proces van de functiewaardering. Als er 139 functies zijn gewaardeerd en daartegen worden 115 bezwaarschriften ingediend dan lijkt het er op dat er fundamenteel iets mis is. De heer Bol geeft aan dat er hier geen sprake is van een één op één-situatie: onder één functie kunnen vele medewerkers vallen, die dan allen tegen dezelfde waardering bezwaar maken. Niettemin is het aantal hoog. De heer van Wijk geeft vervolgens een toelichting op de ORFU-procedure. Over het grote aantal bezwaarschriften zegt hij dat daaruit ook kan worden afgeleid dat het indienen van een bezwaar kennelijk een lage drempel heeft, wat kan betekenen dat er geen angstgevoelens leven.
Ook de heer Wotte prijst de leesbaarheid van het stuk. Verwijzend naar de management lettre van de accountant bemerkt hij een vorm van continuïteit; na de wisseling van de wacht is dat een compliment waard aan het adres van de heer Bol. Ook het feit dat het positief saldo beperkt is vindt hij gunstig voor een bestuursorgaan. Continuïteit constateert hij ook bij de vertraging in de investeringsprojecten; daarmee is hij minder gelukkig.
De heer Bol zegt dat deze trend zich ook manifesteerde in de jaren negentig, waarna Vitesse is geïntroduceerd, teneinde een betere grip te krijgen op het proces. Dat proces had toen voornamelijk betrekking op eigen installaties. In de huidige periode ligt het accent op projecten die samen met derden worden voorbereid en waar dus sprake is van enige afhankelijkheid. Thans wordt onderzocht op welke wijze de optimistische planningen kunnen worden getemperd.
Op een vraag van de heer Wotte over normen en bandbreedtes zegt de heer Bol dat deze door het bestuur zijn vastgesteld. In het kader van de komende fusie wordt door de vier waterschappen in de werkgroep Financiën gekeken naar harmoniseren van deze aspecten, solvabiliteit, afschrijvingsbeleid en de vermogenspositie van het nieuwe hoogheemraadschap.
Naast complimenten voor het heldere stuk en het lage positief saldo vraagt de heer Kerssens naar de stand van zaken m.b.t. de Oostvlietpolder, genoemd op pagina 17. De heer v. Wijk antwoordt dat we ons geen illusies meer moeten maken; de zaak wordt afgewikkeld. Voorwaarden hierbij zijn de toegang tot de Slufter voor bagger uit Noord-Holland en dat BZH schadevrij van de grond af komt.
Mevrouw Jong zegt haar gebruikelijke opmerking te maken over de, naar haar mening, te ruime bandbreedtes van de saldireserves. Ze is er evenwel van op de hoogte dat hierover in het kader van de fusie wordt gesproken. De heer van Wijk geeft aan dat financiële reserves geen doel op zich zijn, maar je bij het doen van investeringen marktonafhankelijk maken v.w.b. leningen en bijbehorende renterisicos.
Het door mevrouw Jong geconstateerde verschil in de exploitatieresultaten van 2001 en 2002 verklaart de heer Bol door te wijzen op de gunstige uitspraak van de Hoge Raad over de sale lease back-constructie, wat incidenteel in 2001 meer baten opleverde. Mevrouw Jong vraagt voorts naar het gebruik van groene stroom door Rijnland. De heer van Wijk herinnert eraan dat de VV heeft afgesproken dat alleen voor het kantoorgebouw hiervan gebruik wordt gemaakt. Toepassing op alle gebouwen en installaties zou een aanmerkelijke kostenverhoging met zich meebrengen. Burgers krijgen dat vergoed via de belastingen, maar in de zakelijke sector kan dat niet. Overigens wekt Rijnland op de installaties zelf energie op.
Op pagiina 14 leest mevrouw Jong dat bedragen van gebouwen zijn opgenomen tegen de historische kostprijs. Ze neemt aan dat die waarden nu hoger zijn. De heer Bol bevestigt het eerste; de waardeontwikkeling van installaties en kantoorgebouwen loopt echter niet parallel met die van bijvoorbeeld woningen. De huidige marktwaarde kan dus even goed lager zijn.
De heer Burger is tevreden met het financiële resultaat alsmede met het overzichtelijke boekwerk. In Rijnland in cijfers leest hij dat de personeelskosten sterk zijn gestegen, zelfs met € 4.000,- per mensjaar. Deze stijging wordt weliswaar verklaard, maar hij waarschuwt toch voor een zich doorzettende ontwikkeling.
De commissie adviseert positief.
De heer v.d. Nagel vraagt naar de mening van de commissieleden over de inhoud van de motie alsmede over de reactie van het college.
Mevrouw Jong twijfelt nog en wil deze kwestie eerst bespreken in het categorie-overleg.
Ook de heer Kerssens heeft zijn standpunt over de motie nog niet geformuleerd. Vervolgens vraagt hij naar de besluitvorming over de Kostentoedeling. De heer van Wijk antwoordt dat deze wordt voorbereid door de Voorbereidingscommissie en de KTV per 2-1-2005 van kracht zal worden. De heer Kerssens zegt de voorgenomen kostentoedeling voor het nieuwe hoogheemraadschap onacceptabel te vinden en hij zal zich in zijn categorie sterk maken voor een ombuiging. Voor boezemland geldt een stijging voor Gebouwd met 150%, wordt de omslag voor Ingezetenen verdrievoudigd en wordt die voor Ongebouwd minimaal.
De heer Wotte vindt de onderliggende gedachte van de motie sympathiek, maar uitvoering daarvan niet haalbaar. Hij zal dan ook tegen de motie stemmen. Met betrekking tot de kostentoedeling per 1-1-2005 heeft hij dezelfde gevoelens als de heer Kerssens. Hij begrijpt dat de Voorbereidingscommissie de nieuwe KTV voorbereidt, waarna het nieuwe algemeen bestuur daarover zal moeten oordelen. Op zijn vraag of het huidige bestuur door de Voorbereidingscommissie van de voortgang op de hoogte moet worden gehouden antwoordt de heer van Wijk dat dat formeel niet hoeft, de commissie is onafhankelijk.
De heer de Lange onderschrijft het collegestandpunt en zal tegen de motie stemmen.
Ook de heer Burger steunt de motie niet. Het is naar zijn mening ook niet aan inwoners van een polder uit te leggen dat ze in 2004 onnodig meer moeten gaan betalen en in 2005 weer minder.
De heer Vooijs ziet teveel problemen bij de uitvoering en zal de motie, hoewel de grondgedachte sympathiek is, niet steunen.
De heer v.d. Nagel geeft aan dat de totstandkoming van het stuk wat lang op zich heeft laten wachten. Er is o.a. onderzoek gedaan naar het standpunt van andere waterbeheerders in Nederland m.b.t. dit onderwerp. Nu is in het voorstel de positie van Rijnland bepaald.
De heer Vooijs staat positief tegenover het voorstel. Uit de genoemde doelstellingen in percentages, te behalen op middellange en lange termijn, begrijpt hij dat er nog veel te doen is. Voor wat betreft de nieuwbouwgebieden leest hij dat het afkoppelen niet altijd op verantwoorde wijze gebeurt; hij vraagt zich af of Rijnland meer invloed kan uitoefenen om dat te voorkomen.
De heer Burger stemt in met het voorstel. Evenals de heer Vooijs leest hij doelstellingen op lange termijn; hij plaatst een kanttekening bij de realiteit van de te behalen percentages. Hij zegt voorts niet goed te kunnen beoordelen of de kosten per afkoppelplan, genoemd in de begeleidende brief, reëel zijn. Tenslotte verbaast hij zich over de diversiteit in aanpak van deze materie door de andere waterschappen. Een Unie-richtlijn zou hebben voorkomen dat ieder hetzelfde onderzoek moet doen.
De heer de Lange heeft met verlangen naar de nota uitgekeken en vindt het een goed stuk. Op pagina 1 wordt gesproken over actualisering; dit begrijpt hij niet, want het is volgens hem een nieuw onderwerp voor Rijnland. De streefjaartallen 2007 en 2008 worden door elkaar gebruikt. Ditzelfde geldt voor de te verlenen subsidiepercentages: op pagina 2 van de brief staat 40% en op pagina 31 van de nota staat 45%. Hij pleit ervoor dit percentage te brengen op 50. Bij de criteria, genoemd op pagina 3 van de brief, ziet hij achter het op één na laatste streepje graag dat bij de beoordeling van aanvragen niet alleen wordt gelet op de belangen voor de waterkwaliteit en het zuiveringssysteem, maar ook op het belang van de berging; er wordt immers ook mee beoogd dat het water langer wordt vastgehouden. Op bladzijde 11 van de nota leest hij dat de kosten van afkoppelen in bestaand gebied ongeveer van gelijke grootte zijn als die voor de bouw van bergbezinkbassins. Hij begrijpt dan ook niet dat met deze stimulering van afkoppelen (die veel meer voordelen biedt) zo lang is gewacht tot nu vele gemeenten min of meer zijn gedwongen dergelijke bassins aan te leggen. Hij wordt hierin gesterkt door de mededeling dat bij afkoppelen van 20% van het verhard oppervlak in bestaand gebied de vuiluitworp uit de overstorten met 50% wordt verminderd. Hij betreurt het dat voor de stimuleringsregeling particulieren zijn uitgesloten. Deze gedachte wordt hem temeer ingegeven door de opmerking dat berging in de bodem mogelijk is bij een grondwaterstand, lager dan 0,70 m beneden het maaiveld. Naar zijn mening ligt het grondwater vaak lager en kunnen particulieren dus ook worden gestimuleerd het regenwater op het eigen perceel vast te houden. Op pagina 14, onderaan, wordt gesproken over de rechtsmiddelen die Rijnland heeft om zgn. 'dun' water niet op de awzi terecht te laten komen; hij pleit ervoor dat deze middelen ook worden ingezet. Hij is geschrokken van het feit dat zink nog steeds mag worden toegepast voor dakgoten. Voorts constateert hij dat als standaard is aangenomen dat van een woning 150 m2 aan het riool wordt aangesloten. Hij heeft de indruk dat in tuinen van woningen de laatste tijd veel verharding wordt aangelegd. Om ervoor te zorgen dat particulieren 'waterbewuster' worden stelt hij voor toe te staan dat de bestaande woning aan de riolering mag worden aangesloten, maar van de latere uitbreiding van de verharding slechts 30%. Hij overweegt hierover in de komende VV een motie in te dienen, de concept-tekst reikt hij nu uit, met de vraag hierover een mening te vormen en te bespreken in het categorie-overleg. Hij weet dat een aantal provincies ook actief is op het gebied van afkoppelen en hij vraagt het college initiatieven te nemen om met de provincies Noord- en Zuid-Holland op dit gebied samen te werken. Tenslotte geeft hij aan grote moeite te hebben met het budget ad € 2,2 miljoen. De nota ademt immers de sfeer uit van voordelen voor iedereen en op velerlei gebied (berging, kwaliteit, zuivering). Deze voordelen mogen naar zijn mening niet financieel worden beperkt en hij pleit voor een open eind-regeling.
De heer Wotte vindt de nota een interessant stuk. Volgens de nota biedt afkoppelen talloze voordelen. Waarom er dan zo lang mee is gewacht roept bij hem de vraag op of er geen onderliggende mitsen en maren zijn. Hij bespreekt het eerst in zijn categorie-overleg.
De heer Kerssens is blij met de nota. Hij heeft immers altijd al gepleit voor afkoppelen van verhard oppervlak. Hij herinnert zich dat vanuit de VV vaak initiatieven zijn getoond om tot afkoppelen te komen en daarop heeft het college altijd terughoudend gereageerd. Verbazingwekkend vindt hij het dus dat deze nota er nu ligt. Evenals de heer Burger verwijst hij naar het maximumbedrag van € 10.000,- voor een afkoppelplan. Op zijn vraag of dit per plan of per gemeente is en over welk tijdvak wordt geantwoord dat dit geldt per gemeente, éénmaal in de periode van drie jaren. Evenals de heer de Lange ziet hij in tuinen van woningen steeds meer verharding verschijnen; het is naar zijn mening van belang te weten of het water, dat daarop valt, al dan niet naar de riolering wordt afgevoerd. Controle daarop zou zeer wenselijk zijn.
Ook mevrouw Jong is tevreden met de nota. Ze vraagt een verklaring van het begrip 'afkoppelen op niet verantwoorde wijze'. Voorts vindt ze de initiatieven van particulieren onderbelicht.
Ingaand op de gemaakte opmerkingen zegt de heer v.d. Nagel blij te zijn met de positieve ontvangst van de nota. Hij wijst erop dat afkoppelen een beleid is dat al jaren wordt gehanteerd en dat vele gemeenten dat al tot uitvoering hebben genomen. In het college is lang nagedacht over de vraag of al dan niet een financiële bijdrage moet worden verleend; dat is er mede de oorzaak van geweest dat de nota niet eerder is verschenen.
Voor wat betreft de afdwingbaarheid van het afkoppelen in nieuw gebied zegt de heer Mooiman dat we in het verleden bij bestemmingsplannen slechts een adviserende rol hadden, maar sinds de invoering van de Watertoets is er voor ons een beter juridisch instrument.
De heer Janse geeft een toelichting op 'op niet verantwoorde wijze afkoppelen'. Gebleken is dat gemeenten soms het regenwater, afkomstig van b.v. straten en parkeerterreinen, rechtstreeks afvoerden naar een watergang. Hierbij werd het straatvuil dus ook meegenomen, wat nadelig is voor de waterkwaliteit. Beter is het de eerste millimeters neerslag naar het vuilwaterriool te brengen. Over de kosten van een afkoppelplan zegt hij dat een dergelijk plan vaak onderdeel uitmaakt van een totaal rioleringsplan en dat het deel geraamd is op 50% daarvan.
De heer v.d. Nagel zegt dat er geen uniforme Unie-regeling is.
Over de door de heer de Lange geconstateerde verschillen zegt de heer Janse dat het typefouten betreft: de juiste waarden moeten zijn: 40% subsidie en het jaartal 2008.
Aanvullend hierop zegt de heer v.d. Nagel dat bewust niet is gekozen voor een bijdrage van 50%, omdat duidelijk moet zijn en blijven dat gemeenten de verantwoordelijkheid hebben en dus ook het grootste aandeel moeten betalen.
De heer Janse bevestigt dat de aanleg van bergingsbezinkbassins en het afkoppelen van verhard oppervlak globaal dezelfde resultaten voor de vuiluitworp opleveren. Bassins kunnen evenwel snel worden gebouwd en afkoppelen zal een zaak van lange adem worden.
De reden dat particulieren van de regeling zijn uitgesloten ligt in het feit dat riolering per definitie een gemeentelijke zaak is en de relatie dus ook bij de gemeente ligt. Initiatieven van particulieren zijn mogelijk, maar dan via de gemeente.
De provincie Limburg schijnt wel een stimuleringsregeling te hebben, overwogen kan worden dit bij onze provincies onder de aandacht te brengen.
Verwijzend naar de passage over het op termijn geheel open zetten van de Haringvlietsluizen zegt de heer de Lange te hebben begrepen dat deze nu al 'op een kier' staan. De heer Mooiman bevestigt dit, volgens Rijkswaterstaat heeft deze geringe opening geen invloed op het chloridegehalte in de Hollandse IJssel.
Op een opmerking van de heer Wotte bevestigt de heer Mooiman een redactionele fout in het tweede blok op pagina 7: 'concrete plannen van de watertoets' moet zijn 'concrete plannen is de watertoets'. De zin zou trouwens in zijn geheel beter kunnen worden geformuleerd.
De heer Kerssens heeft de indruk dat in het kader op pagina 5 is weggestreept wat bovenaan toch weer terugkomt. Hij vraagt aandacht daarvoor.
De commissie adviseert positief.
De heer v.d. Nagel licht toe waarom deze notitie nog niet gereed is.
Zowel mevrouw Jong als de heer Burger spreken uit dat ze zich hierover nader zullen beraden in het categorie-overleg.
De heer v.d. Nagel vult aan dat het recht van overpad nog zal worden aangescherpt.
De commissie adviseert positief.
Desgevraagd zegt de heer Heijnis dat de afschrijvingstermijn voor civieltechnische werken normaal 30 jaar is en voor electro-mechanische werken 15 jaar. Dit zijn boekhoudkundige uitgangspunten en gelden als gemiddelde voor de werkelijke levensduur. De huidige installatie is erg slijtagegevoelig en voortdurende reparatie wordt kostbaar. Vandaar dat is gekozen voor vervanging door een minder slijtagegevoelige installatie.
De commissie adviseert positief.
Tekstueel
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld
Naar aanleiding van
Er zijn geen opmerkingen.
a. Jaarverslag 2002
De commissie heeft lovende woorden voor de uitvoering, presentatie en, in het bijzonder, de interactie met de burger.
b. Technische rapportage Waterbeheer in Rijnland 2002
Mevrouw Jong vindt het storend dat op de pagina's 5 en 7 het zelfde staat vermeld. Voorts wijst ze op de nog steeds voorkomende overschrijdingen van de normen voor stikstof en fosfaat. Vorig jaar zei de heer Steegh dat het door haar gevraagde beleid is weergegeven in een beleidsnota, maar de maatregelen hebben kennelijk nog niet tot resultaat geleid. Ze noemt nog de overschrijding van andere probleemstoffen. Ze vraagt naar beleid om dit terug te dringen. Bovendien vraagt ze naar de oorzaak van de slechte waterkwaliteit in de Haarlemmertrekvaart.
Naar aanleiding van een opmerking van de heer Kerssens wordt geconstateerd dat op pagina 8 'Gezien het geringe debiet..' zal moeten worden vervangen door 'Ondanks het geringe debiet..'. Spreker zegt zich voorts te storen aan de vele spellings- en grammaticafouten.
Ook de heren Burger en Vooijs uiten hun zorgen over de stikstof- en fosforoverschrijdingen en vragen om maatregelen.
De heer Vooijs vraagt tevens naar de gevolgen voor de chloridebelasting als gevolg van de HSL-tunnel.
Met betrekking tot de laatste vraag merkt mevrouw Meijer op dat het chloridegevaar in de aanlegfase van de tunnel groter is dan in de gebruiksfase (waarin een stijging wordt verwacht van ca. 5%). Besloten is om voor het gehele traject één verziltingsvergunning af te geven, waarin talloze voorwaarden staan, waaronder een monitorverplichting en noodscenario's. De monitoring zal tot 10 jaren na de totstandkoming verplicht blijven.
Ingaand op de opmerkingen over overschrijdingen van stikstof- en fosfaatnormen zegt mevrouw Meijer dat na het nemen van maatregelen de effecten daarvan niet meteen zichtbaar zijn. Dat is een proces van lange termijn. De Rijnlandse awzi's voldoen aan de wettelijke normen, maar zijn zelfs dan nog vervuilingsbronnen. In de informele VV van augustus zal een presentatie worden gehouden over het lozingenbeleid van awzi's, waaruit zal blijken dat meer zal worden gelet op de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. Ze herinnert voorts aan de kritiek die Rijnland geuit heeft in het kader van het Pact van Teylingen, waaruit ook moge blijken welke zorg Rijnland heeft over mest- en bestrijdingsmiddelen. In het gebied rond de Haarlemmertrekvaart worden in het najaar inderdaad verboden stoffen aangetroffen; probleem is dat de dader op heterdaad moet worden betrapt.
d. Gouwe Wiericke west; voortgang 1e helft 2003
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
e. Gebiedsaanpak Gouwe Wiericke west; notitie peilbeheer en bodemdaling
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
f. Europese Kader Richtlijn Water
De verbeterde versie van het stuk is ter vergadering uitgereikt. De commissie heeft nog geen gelegenheid gehad deze goed te lezen.
Mevrouw Meijer doet melding van de professionaliseringsslag handhaving die in Nederland plaats vindt. Er is onderzoek gedaan naar het functioneren van het handhaven van overheden, waarbij Rijnland zeer goed scoorde. Er komt nog een schriftelijke mededeling.
De heer Vooijs leest in het verslag van de SBG dat voor het laboratorium is geleend tegen 8% rente. Op zijn vraag of aan dat hoge percentage iets te doen valt zal de heer v.d. Nagel nog terug komen.
De heer v.d. Nagel dankt ieder voor de inbreng en sluit de vergadering om 12.00 uur.
