Verslag commissie waterkwaliteit 9 april 2003

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie waterkwaliteit 9 april 2003

Tijdens de vergadering van de commissie Waterkwaliteit van 9 april 2003 is uitgebreid gesproken over de bestuursrapportage.

Agendapunten VV:

I Opening

III Voorjaarsnota 2003

VII Krediet doorvoerovereenkomst Valkenburg/Katwijk

VIII Krediet influentpompen awzi Leiden noord

IX Krediet aanpassing slibverwerking awzi Haarlem Waarderpolder

XI Verslag vorige commissievergadering d.d. 12 februari 2003

XIII Mededelingen

c. Rapportage Vergunningverlening en Handhaving Wvo 2002

e. Stand van zaken Stedelijke waterplannen

f. Project De Tussenboezem

g. Beleidsnota Afkoppelen verhard oppervlak

h. Pilot Noordwijkerhout

Overige agendapunten:

1. Mededelingen voorzitter

2. Bestuursrapportage t/m periode 13 - 2002

3. Evaluatierapport calamiteit Getsewoud

4. Rondvraag

5. Sluiting

CONCEPT VERSLAG

Aanwezig : de hoogheemraden: mevrouw mr. Meijer (voorzitter) en de heer v.d. Nagel (behoudens bij punt VII); (plv. voorzitter),
de leden: de heer Alkemade, de heer Baas, de heer ing. Burger, mevrouw drs. Jong, de heer ir. Kerssens, de heer de Lange, de heer Vooijs en de heer ir. Wotte (t/m punt VIII);
de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris);
de heer Bol (Directeur Financiën) (bij punt III).

Afwezig :

Agendapunten VV

 

I Opening


Mevrouw Meijer opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom.

III Voorjaarsnota 2003

Aan de hand van een presentatie geeft de heer Bol een toelichting.

De Voorjaarsnota is een belangrijk bestuurlijk instrument. Deze geeft inzicht in de ontwikkelingen die nu aan de orde zijn, die we verwachten of die van invloed kunnen zijn op toekomstig Rijnlands beleid. Voorts is de Nota het kader voor de meerjarenraming en de begroting. De rode draad in de voorliggende Voorjaarsnota is: geen nieuwe beleidsthemas. Deze gedachte is niet ingegeven door het ontbreken van ambities, want die zijn er voldoende; er zijn evenwel geen ontwikkelingen die nopen tot aanpassing van de ingezette koers. We willen de plannen gaan uitvoeren en tot afronding brengen. Het werk, voortvloeiend uit één van de beleidsthemas van vorig jaar, WB21, is zó veelomvattend dat het nooit in één VJN-periode kan worden afgemaakt, dit loopt dus door. Bovendien kost het reguliere werk ook veel inspanning. Ook de aanstaande fusie gaat van de organisatie veel tijd vergen, juist van de medewerkers die zich tevens bezig houden met de implementatie van nieuw beleid. Er wordt in de plannen niets geschrapt, maar pas op de plaats gemaakt.

De Europese Unie krijgt steeds meer invloed, dus ook in Rijnland. Een belangrijk aspect is de Europese Kaderrichtlijn Water. Rijnland maakt deel uit van het deelstroomgebied Rijn-west. De implementatie van de Kaderrichtlijn gaat zowel financiële als capacitaire inzet vragen (typering van alle watergangen, bepaling van het effect van menselijk handelen, uitbreiding meetprogrammas).
Met betrekking tot WBP2000 is aan de VV een aantal beleids- en uitvoeringsnotities toegezegd. Deze zijn vrijwel alle gereed. Het project Doelen voor het waterbeheer moet het WBP verder concretiseren.
WBP2000 loopt trouwens in formele zin begin 2004 af. Met de provincie is overleg gaande om tot een duurverlenging te komen.

In het kader van WB21 is vorig jaar door de VV tot een koerswijziging besloten, in de vorm van de combinatie boezemgemaal Katwijk en waterbergingslocaties. Hierover zal in de loop van 2003 meer bekend worden. Vooral de bergingslocaties zullen een kwestie van lange adem zijn; toch komen ze al in streekplannen tot uiting.
Afgesproken is dat in de meerjarenraming en begroting pas budgetten worden opgenomen als de VV voor dat project een nota van uitgangspunten heeft vastgesteld. Een aantal daarvan staat in de Voorjaarsnota vermeld; bij verdere ontwikkeling kunnen ze (een beperkte) invloed hebben op de geraamde tarieven. Ook de projecten, waarvan de financiële consequenties steeds duidelijker worden, zijn in de nota opgesomd.

In 2004 zullen we bij Rijnland overgaan op de zogenaamde productenbegroting. (wat is het doel, wat moet daarvoor worden gedaan, wat kost het). De eerste uitgave zal nog niet perfect zijn.
De waterschapsfinanciering zal in tweeërlei opzicht veranderen: door Togtema/Leemhuis én door wijziging van de Kostentoedelingsverordening, als uitvloeisel van het reglement voor het nieuwe hoogheemraadschap. De KTV-wijziging houdt onder meer in dat zowel gebouwd als ongebouwd worden belast op basis van de economische waarde, wat een stijging voor gebouwd zal betekenen. Togtema/Leemhuis brengt waterkeringszorg, waterkwantiteitszorg en passief waterkwaliteitsbeheer samen in watersysteembeheer, gefinancierd uit de omslag. Het actief waterkwaliteitsbeheer wordt zuiveringsbeheer en wordt gefinancierd uit de verontreinigingsheffing.

Vervolgens gaan de commissieleden in op de voorliggende Voorjaarsnota.

De heer Kerssens is het in algemene zin eens met de inhoud van de Voorjaarsnota. Het is naar zijn mening een logische gedachte dat een bestuur met een verlengde zittingsduur tijdens die verlengingsperiode geen nieuwe zaken aanpakt; er is een vergelijking mogelijk met een demissionaire status. Ten aanzien van de Europese kaderrichtlijn stelt hij vast dat deze erg kwaliteitsgericht is en dan nog aspecten heeft die eind negentiger jaren in Nederland al waren ingevoerd. Op vele punten loopt de EKRW achter bij de Nederlandse regelgeving. In de nota wordt gesproken over stimuleringsregeling afkoppelen verhard oppervlak en uitvoeren van scheiden aan de bron. Hij mist echter in het stuk het verband met riolering in het buitengebied en verschuiving richting IBAs. Voorts uit hij zijn zorgen over de lange termijn, die de ontwikkeling van de bergingslocaties met zich meebrengt. Hij wijst hierbij op calculaties van het Centraal Planbureau, waaruit blijkt dat het inrichten van bergingslocaties vele malen duurder is dan conservatief dijkverhogen. Vooral in deze periode van economische teruggang vreest hij dat Nederland op zn schreden zal terugkeren en kiezen voor gewoon de dijken verhogen. Dit zal dan een uitstralend effect op de regios hebben. Voor wat betreft de waterschapsfinanciering zegt hij te kunnen instemmen met de methode Togtema/Leemhuis, maar vooralsnog niet met de voorgenomen KTV. In de afgelopen jaren is het tarief voor 'ongebouwd' al sterk verlaagd en hij denkt dat daarmee een grens is bereikt. Niet alleen de economische waarde zou bepalend moeten zijn, maar ook de waardederving (schade) bij wateroverlast. Hij zal zich hiervoor in de komende tijd in zijn categorie sterk maken. Op bladzijde 21 leest hij een passage over driehoeksmosselen, waarvan nu wordt onderkend dat deze een positief effect op de waterkwaliteit hebben. Hij herinnert er aan dat hoofdingeland v.d. Weijden, van wie onlangs afscheid is genomen, veel initiatief heeft getoond tot het onderzoek daarvan. Hij stelt voor de heer v.d. Weijden van dit resultaat in een brief op de hoogte te stellen. Mevrouw Meijer zegt toe eventuele acties hieromtrent na te gaan.

De heer Alkemade vindt de Voorjaarsnota een goed leesbaar en overzichtelijk stuk. Ingaand op de voorstellen, genoemd in hoofdstuk 9, komt hij tot de volgende opmerkingen. Punt 1: het niet opnemen van nieuwe beleidsthema's geeft hem, juist in een periode waarin water maatschappelijk erg in de belangstelling staat, een onprettig gevoel. We moeten ervoor waken dat we over een jaar niet de conclusie trekken dat we iets hebben gemist. Punt 2: hij vraagt zich af of de verder gaande ontwikkelingen toch niet vragen om een bijstelling c.q. herziening van WBP2000. Punt 3: de Europese Kaderrichtlijn zal veel en grote gevolgen hebben; de implementatie zal in 2003 zijn beslag krijgen en hij vindt dat over de consequenties uitvoerig moet worden gesproken. Punt 4: naar zijn mening moeten ad hoc-participatie en -maatregelen op het gebied van grondwaterbeheer toch gebaseerd zijn op uitgekristalliseerd beleid. Punt 5: hiermee kan hij instemmen. Met betrekking tot de nieuwe KTV vraagt hij naar het besluitvormingsproces daarover. Door mevrouw Meijer en de heer Bol wordt hierover gezegd dat de Voorbereidingscommissie hiervoor de voorstellen doet en de nieuwe VV in 2005 het besluit zal nemen. Daaraan voorafgaand zal er voldoende gelegenheid tot discussie zijn.

De heer Baas vindt het verstandig geen nieuwe beleidsthema's op te nemen. De fusie zal veel tijd gaan vergen en ook de implementatie van de Europese Kaderrichtlijn vraagt veel van de organisatie. De voorgestelde duurverlenging van WBP2000 vindt hij lang: de nieuwe organisatie zou voor een volgend WBP twee jaar hebben, naar zijn mening is enige tijdsdruk een goede stimulans. Hij adviseert overigens rekening te houden met de cyclus van het WBP die, volgens de Europese regels, zes jaar zal worden. De heer Mooiman antwoordt hierop met de informatie dat het plan vanaf 2009 een deelstroomgebiedsplan is en vanaf dat jaar zes jaar geldig is. Het WBP daaraan voorafgaand moet daarvoor al aansluitingspunten hebben. Voorts is de heer Baas het in algemene zin eens met de opmerking dat Rijnland bij de implementatie van de Europese kaderrichtlijn geen voortrekkersrol wil vervullen. Hij wijst er echter op dat Rijnland een visstandbeheerscommissie heeft, wat uniek voor Nederland is. Visstandbeheer zal onderdeel gaan uitmaken van de noodzakelijke monitoring en hij denkt dat Rijnland op dit onderdeel juist wel voortrekker kan zijn.

De heer de Lange vindt dat de Voorjaarsnota een sfeer van consolidatie in zich heeft. Veel punten uit de Nota van vorig jaar komen weer terug. Met de heer Kerssens heeft hij de indruk dat de organisatie soms meer wil dan het bestuur. Voor het overige kan hij zich in de inhoud vinden.

Mevrouw Jong uit haar complimenten voor de leesbaarheid van de Voorjaarsnota. Ze uit haar zorgen over de hardnekkige knelpunten in de waterkwaliteit, genoemd op bladzijde 21; ze vindt onvoldoende terug welke maatregelen daarvoor genomen zullen worden. Met de gevraagde besluitvormingspunten kan ze instemmen. Niet duidelijk is wie in Nederland wél de voortrekkersrol in het kader van de EKRW op zich neemt. De heer Mooiman zegt hierop dat sommige waterschappen dat voortvarend hebben opgepakt, vaak parallel aan een daar lopend fusieproces. Mevrouw Meijer vult hierop nog aan dat niet de indruk mag ontstaan dat Rijnland op dit gebied passief is, we lopen alleen niet voorop.

De heer Vooijs betreurt het dat nog steeds zoveel onduidelijkheid bestaat over het grondwaterbeheer. Hij ziet hierin graag een meer actieve rol voor de provincie. Voorts uit hij zijn zorgen over de eutrofiëringsbestrijding, waarmee Rijnland landelijk laag scoort. Hij vraagt om meer maatregelen. Tenslotte wijst hij op de verwachte sterke stijging van de waterschapstarieven, juist in een tijd dat de lasten voor de burger toch al toenemen. Hij denkt dat het volgende bestuur op dat gebied een lastiger tijd tegemoet gaat dan het huidige. Voor het overige is hij het eens met het gestelde in de Nota.

De heer Wotte vindt de Voorjaarsnota een interessant stuk; met de inhoud kan hij op hoofdlijnen instemmen. Toch, als hij met een helicopterview naar de besluitvormingspunten kijkt, ziet hij een vorm van conservatisme: geen nieuwe beleidsthema's, duurverlenging, geen voortrekkersrol en afwachten zijn geen termen die dynamiek uitstralen. Hij beseft evenwel dat met het oog op de fusie, de Europese kaderrichtlijn en de stand van de economie voorzichtigheid geboden is. Voorts stemt hij in met het voornemen zo weinig mogelijk werk uit te besteden; hij wijst hierbij op de kritische opmerkingen van de Algemene Rekenkamer over dit onderwerp. Tenslotte zegt hij het eens te zijn met de opmerking van de heer Kerssens met betrekking tot de kostentoedeling; hij vindt dat de onevenwichtigheid in de tariefstructuur niet nog groter mag worden.

De heer Burger complimenteert de opstellers van de nota en stemt in met de uitgangspunten, al heeft hij, evenals vorige sprekers, een ambivalent gevoel. Met betrekking tot de uitwerkingspunten van WBP2000 wijst hij op de verdieping van de polderwateren, hij denkt dat de VV over de pilots nader geïnformeerd moet worden. Hij sluit zich aan bij de zorgen van mevrouw Jong over de knelpunten in de waterkwaliteit. De totstandkoming van de Grondwaterwet duurt naar zijn mening veel te lang; hij vraagt Rijnland alle middelen aan te wenden om hierin voortgang te brengen.

Mevrouw Meijer gaat in op de gemaakte opmerkingen. Refererend aan de vijf beslispunten lijkt de formulering ambivalent; in de praktijk is die ambivalentie echter veel minder. We gaan verder met de beleidsthema's uit de vorige Voorjaarsnota en bijvoorbeeld het thema 'invulling en uitwerking WB21' is een veelomvattende en tijdrovende aangelegenheid. De indruk dat we passief zijn geworden bestrijdt ze. Het reguliere werk, de eerder geformuleerde speerpunten en alle integrale plannen en projecten zorgen voor een aanzienlijke werkbelasting. Bovendien moet het huidige bestuur er voor waken dat niet 'over het graf wordt heen geregeerd'. De voorgenomen duurverlenging van het WBP is inderdaad redelijk lang, anderzijds kan niet worden verwacht dat alles, wat in het WBP wordt beschreven, ook in vier jaren wordt uitgevoerd. Met betrekking tot de Europese kaderrichtlijn mag niet worden geconcludeerd dat we passief zijn, we houden ons aan de regelgeving. Het is inderdaad zo dat Nederland op het gebied van regelgeving verder is dan andere Europese landen. De gemaakte opmerking over visstandbeheer zal worden meegegeven aan de Rijnlandse vertegenwoordiger in de werkgroep. De eutrofiëring van het oppervlaktewater blijft inderdaad zorgen baren. De verbetering van de awzi's gaat evenwel door, de laatste tijd is die verbetering meer gericht op het waterkwaliteitsspoor. Ook de vervuiling door diffuse bronnen blijft een punt van aandacht. De verantwoordelijkheden rond het grondwaterbeheer blijven vooralsnog onduidelijk. Voorlopig houden we ons aan het beleid, geformuleerd in het 'gele boekje', zoals dat eerder is gepresenteerd in een informele VV. Van de standpunten m.b.t. de KTV heeft ze kennis genomen, zonder er nu verder op in te gaan.

Hierna wordt commissiebreed geconcludeerd dat de oorspronkelijk ontstane indrukken over passiviteit en conservatisme zijn weggenomen. Voorgesteld wordt de redactie van beslispunt 1 zodanig aan te passen dat de voortschrijdende werkzaamheden, voortvloeiend uit de beleidsthema's uit de vorige Voorjaarsnota daaraan een positievere wending kunnen geven. Met inachtneming hiervan adviseert de commissie verder positief.

VII Krediet doorvoerovereenkomst Valkenburg/Katwijk

In verband met zijn betrokkenheid bij deze zaak als wethouder van de gemeente Valkenburg is de heer v.d. Nagel bij de behandeling van dit punt afwezig.
Mevrouw Mijer geeft aan dat dit een regeling uit 1981 is en nu is gebaseerd op de af te voeren hoeveelheden afvalwater vanuit Valkenburg naar Katwijk.
De heer Vooijs wijst op mogelijke uitbreidingen die in Valkenburg plaats gaan vinden. De bebouwing van het vliegkamp is nog onzeker en voor de lange termijn, maar Duyfrak gaat zeker door. Hij vraagt in hoeverre met deze uitbreidingen rekening is gehouden.
Mevrouw Meijer moet daarop het antwoord nu schuldig blijven, het zal worden nagegaan.

(Noot: navraag leert dat de inventarisatie, die aan deze berekening ten grondslag heeft gelegen, in 2001 is uitgevoerd. Toen was nog niet duidelijk dat Duyfrak zou worden uitgevoerd. Evenals eventuele bebouwing van het vliegveld is dit niet in de berekening meegenomen. Als het daadwerkelijk tot uitvoering komt zal de berekening moeten worden aangepast)

De heer de Lange doet de suggestie voor de overschrijding de post onvoorzien te gebruiken.
Mevrouw Meijer zegt dat dit ongebruikelijk is, als er krediet nodig is, moet dat ook afzonderlijk worden gevraagd.
De commissie adviseert positief.

VIII Krediet influentpompen awzi Leiden noord

De heer Burger gaat er van uit dat de bijdrage van de gemeente Leiden ook evenredig hoger zal worden.
De heer v.d. Nagel bevestigt dat, de gemeente heeft dit inmiddels schriftelijk bevestigd.
De heer Vooijs leest dat de capaciteit van het gemaal tot het jaar 2010 voldoende is. Hij vindt dit een korte termijn.
De heer v.d. Nagel zegt dat dit niet zozeer te maken heeft met de technische toestand, maar meer met de horizon van de planperiodes m.b.t. stadsuitbreidingen.
Op een vraag van de heer Alkemade over de positieve gevolgen voor de waterkwaliteit antwoordt mevrouw Meijer dat die hier niet aan de orde zijn; het betreft de renovatie van een gemaal. dat ervoor moet zorgen dat het afvalwater in de awzi komt.
De commissie adviseert positief.

IX Krediet aanpassing slibverwerking awzi Haarlem Waarderpolder

Mevrouw Meijer geeft aan dat de eerste berekening was gebaseerd op design and construct, uit te voeren door derden. Een aantal kostenelementen was daarbij niet meegenomen, waaronder begeleiding, vergunningen en bouwrente. Centrifuge bleek ook niet goedkoper (en beter) dan een zeefbandpers. Uiteindelijk is een extra krediet van € 710.000,-, excl. BTW nodig. We hebben hiervan onder andere geleerd dat er altijd een eigen berekening naast moet worden gehouden.
De commissie betreurt de gang van zaken en adviseert overigens positief.

XII Verslag vorige commissievergadering d.d. 12 februari 2003

Tekstueel
Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van
Er zijn geen opmerkingen.

XIII Mededelingen

c. Rapportage vergunningverlening en Handhaving Wvo 2002

Op een opmerking van de heer de Lange zegt mevrouw Meijer dat de afdeling Vergunningen en Emissies en de afdeling Toezicht en Controle nu vrijwel op sterkte zijn. Dat zal zich uiten in de cijfers in 2003, al moet gerealiseerd worden dat het inwerken van nieuwe medewerkers ook tijd kost.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.

e. Stand van zaken Stedelijke Waterplannen

De commissie heeft hiervan kennis genomen.

f. Project De Tussenboezem

Mevrouw Jong verwijst naar de 2e regel van onder in de eerste alinea, waarin wordt gesproken over een VV-vergadering op 14 maart 2000. Dat kan naar haar mening niet juist zijn.
De heer Kerssens wijst op het benodigde oppervlak ter grootte van 13.000 ha. Dit is ongeveer 12% van Rijnlands oppervlak. Na aftrek van het polderoppervlak zal dat wellicht 25% zijn. Om die reden denkt hij dat dit niet haalbaar is. Wel zou naar een combinatie kunnen worden gezocht met strategische voorraadvorming en calamiteitenopslag.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.

g. Beleidsnota Afkoppelen verhard oppervlak

De heer de Lange pleit ervoor ook initiatieven van particulieren in de voorgenomen subsidieregeling te betrekken.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.

h. Pilot Noordwijkerhout

De heer v.d. Nagel zegt voorlopig blij te zijn met het feit dat er nu een stuk is. Over de te hanteren toetsingscriteria is lang geworsteld; het bepalen van een nulmeting in bestaand gebied is uitermate lastig. In juni zal er een uitgebreider notitie komen.
De heer Burger vindt de doelstellingen erg vaag. Zijn eerder geuite kritiek is met het voorliggende stuk niet weggenomen. Hij ziet met belangstelling de notitie van juni tegemoet.
De heer Vooijs verwijst naar de toenemende uitbreiding van de gemeente Noordwijk, die ook gevolgen kan hebben voor de capaciteit van de awzi Noordwijk. Hij vraagt zich af of dat nadelige effecten voor Noordwijkerhout kan hebben.

Mevrouw Jong herinnert er aan dat al een jaar geleden is gevraagd om toetsingscriteria. Gezien wat nu wordt geleverd lijkt het er op dat ze niet serieus wordt genomen; het nu gepresenteerde getuigt naar haar mening van weinig respect.
Mevrouw Meijer bestrijdt dat. Er is bijzonder serieus naar gekeken, maar het opstellen van criteria is veel moeilijker dan gedacht. Het gaat tenslotte om beleidsmatige criteria en niet om (gemakkelijker te formuleren) cijfermatige.
De heer Kerssens sluit zich aan bij de al gemaakte opmerkingen. Dat het formuleren van goede toetsingscriteria moeilijk is, is naar zijn mening begrijpelijk, want daar is in het verleden juist voor gewaarschuwd. De tastbare voordelen van het waterketenbedrijf zouden beperkt zijn.

Ten aanzien van de awzi Noordwijk zegt de heer v.d. Nagel dat de gemeente Noordwijk dit jaar hierover een beslissing moet nemen.
In Noordwijkerhout is met het waterketenbedrijf juist een pilot gestart om ervaring mee op te doen. De genoemde vijf punten zijn wel kernpunten.
De commissie heeft hiervan met reserves kennis genomen en kijkt uit naar de juni-notitie.

Overige agendapunten

 

1. Mededelingen voorzitter

De heer v.d. Nagel geeft de stand van zaken m.b.t. het gemaal Katwijk weer. In juni zal aan de VV een onderbouwd stuk worden aangeboden op basis waarvan een keuze kan worden gemaakt. Voorlopig zijn bergen, renovatie en nieuwbouw nog openstaande opties.

2. Bestuursrapportage t/m periode 13 2002

De commissie is tevreden met deze heldere rapportage. De heer Kerssens wijst er op dat in de meeste grafieken een resultaat boven de norm als positief kan worden beschouwd. Op bladzijde 17/18 gaat het echter mede over slibuitstroming en hier is dat een negatief resultaat.
De heer Vooijs vraagt om een verklaring van het sterk achtergebleven aantal bodemsaneringen, vermeld op bladzijde 7. Mevrouw Meijer zegt dat het hier gaat om controles bij geloosd grondwater, dat vrijkomt bij bodemsaneringen. Rijnland is hier dus volgend, het initiatief ligt bij derden.
De heer Vooijs plaatst ook een kanttekening bij het meetprogramma boezemwateren. Als het nu ingemeten aantal kilometers wordt geëxtrapoleerd naar het totaal, dan zal dat project nog tien jaar duren. De heer Mooiman antwoordt dat inderdaad een achterstand is ontstaan, maar vanaf nu wordt het werk in twee grote slagen afgerond.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.

3. Evaluatierapport calamiteit Getsewoud

De commissie heeft hiervan kennis genomen.

4. Rondvraag

De heer Kerssens meldt zich af voor de VV-vergadering van volgende week.
De heer de Lange verwijst naar de informele VV over bergingslocaties. In zijn woonplaats bevindt zich een uitvinder, die een soort opblaasbare dam (Dutch dam) heeft bedacht, die in dergelijke -tijdelijke- gevallen eenvoudiger werkt dan het traditioneel maken van dijken. Hij overhandigt mevrouw Meijer een folder.
Mevrouw Meijer wijst op het beschikbaar liggende boekje 'Kunst in de Wijk', waarin een wandeling staat beschreven door de Leidse binnenstad.

5. Sluiting

Mevrouw Meijer dankt ieder voor de inbreng en sluit de vergadering om 12.20 uur.

 

 

 

 

 

Naar boven