Hieronder vindt u een beknopt verslag van de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit op woensdag 12 februari 2003, aanvang 9.00 uur, in het kantoorgebouw van Rijnland te Leiden.
PRESENTATIE door de heer ir. J. Timmermans over het onderwerp waterberging, beelden in discussie.
VII Lozingsverordening Rijnland 2003
VIII Verslag vorige commissievergadering d.d. 4 december 2002
a. Integraal Waterplan Haarlem
c. Pact van Teylingen; RO Duin- en Bollenstreek
d. Waterkansenkaart Wilck & Wiericke
Aanwezig
de hoogheemraden: mevrouw mr. Meijer (voorzitter) en de heer v.d. Nagel (plv. voorzitter);
de leden: de heer Alkemade, de heer Baas, mevrouw drs. Jong, de heer ir. Kerssens, de heer de Lange en de heer Vooijs; de heer Mooiman (secretaris) en de heer Uileman (adj.-secretaris); de heer v. Wijk (algemeen directeur).
Afwezig
de heren ing. Burger en ir. Wotte.
Voorafgaand aan de vergadering houdt de heer ir. Timmermans, senior projectleider bij de afdeling Integrale Plannen en Projecten van de sector Water, een presentatie over het onderwerp 'waterberging, beelden in discussie'.
De aanwijzing van gebieden als piek- of seizoensbergingslocatie gebeurt door de provincie in een streekplan. De uiteindelijke invulling zal mede een taak van de waterschappen worden. Daarbij is een optmale communicatie met alle betrokkenen van essentieel belang. Deze presentatie zal dan in een soortgelijke vorm in de streek worden gehouden. Verklaard wordt wat het verschil is tussen piekberging en seizoensberging. Voorts wordt een fictieve polder gecreëerd, waarin talloze functies voorkomen, waarbij dan voor elke functie een oplossing wordt bedacht ingeval de bergingsfunctie operationeel wordt. Door de belanghebbenden daarbij te betrekken wordt getracht een zo breed mogelijk draagvlak te krijgen. De heer Timmermans zal de door de commissieleden gemaakte opmerkingen meenemen in het uiteindelijke communicatietraject.
Mevrouw Meijer opent de vergadering. Ze heet ieder welkom, in het bijzonder de heer Baas, als nieuw VV-lid. De heer Burger heeft zich voor deze vergadering afgemeld.
Mevrouw Meijer geeft aan dat de huidige verordening van 1985 is en, mede onder invloed van nieuwe regelgeving, moest worden geactualiseerd.
De heer Vooijs vindt het goed dat de verordening is afgeleid van het Unie-model. Met betrekking tot de reactie van de WLTO/KAVB merkt hij op het belangrijk te vinden dat ondernemers zonodig worden geholpen bij het indienen van een vergunningaanvraag.
Mevrouw Meijer vult hierop aan dat het al tijden gebruikelijk is dat o.a. met agrariërs vooroverleg wordt gevoerd teneinde tot een goede aanvraag te komen. De door de WLTO/KAVB geuite bezwaren worden dan ook niet herkend.
Ook de heer de Lange is blij met genoemde ondersteuning.
De heer Alkemade zegt tot de conclusie te zijn gekomen dat de begeleiding van Rijnland goed en zorgvuldig is. Eerdere navraag hierover van de zijde van de WLTO/KAVB had de brief wellicht kunnen voorkomen.
Het komt de heer Kerssens voor dat de brief van de WLTO/KAVB een nogal standaardmatig karakter heeft. Over de reactie vindt hij dat Rijnland een professionele organisatie is, die vanzelfsprekend assistentie verleent als dat nodig is.
Mevrouw Jong denkt dat men zich bij een ingediend bezwaar moet bedenken wat de achtergrond daarvan zou kunnen zijn. Rijnland zou zich hebben kunnen afvragen of de tekst nóg leesbaarder kan worden gemaakt.
Op een vraag van de heer Baas over de totstandkoming van de IPPC-richtlijnen antwoordt mevrouw Meijer dat deze niet van Rijnland afkomstig zijn; het zijn Europese richtlijnen.
Mevrouw Meijer geeft nog aan dat met de WLTO/KAVB regelmatige contacten worden onderhouden. Over dit specifieke onderwerp is geen extra overleg geweest; de normale formele procedure is gevolgd. Tenslotte merkt ze op dat van het VV-besluit een verbeterde versie zal verschijnen, waarin niet wordt gesproken van 'bezwaren' maar van 'zienswijzen'.
De commissie adviseert positief.
Tekstueel: Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
Naar aanleiding van
Mevrouw Jong verwijst naar de toezegging die de heer v.d. Nagel in de Rondvraag heeft gedaan over de toetsingscriteria m.b.t. de pilot waterketenbedrijf in Noordwijkerhout. Deze zouden in de februari-VV worden aangeboden, als onderdeel van een algemeen stuk over de pilot. Ze constateert dat dit niet het geval is.
De heer v.d. Nagel antwoordt hierop dat een dergelijk stuk in D&H is besproken, waarbij werd geconcludeerd dat nog een aantal zaken ontbrak. Het was dus nog niet rijp om aan de VV aan te bieden. Het is uitgesteld tot de VV van april. Hij is het met een opmerking van de heer Kerssens eens dat het fraaier was geweest dit per brief aan de VV te melden.
a. Integraal Waterplan Haarlem
Mevrouw Meijer geeft aan dat dit stuk de stand van zaken weergeeft. Het visiedeel is nog niet vastgesteld, maar inmiddels zodanig dat ermee naar buiten kan worden gegaan. Er wordt gesproken over de maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. Het plan is nog in ontwikkeling en veel moet nog worden uitgewerkt. Ten behoeve hiervan vraagt ze suggesties en opmerkingen.
Met betrekking tot de zorgen van de VV over de financiële bijdrage van de gemeente Haarlem voor de baggerkosten vult de heer v.d. Nagel hierop aan dat er inmiddels een raadsvoorstel ligt hiervoor een krediet vast te stellen. De heer Kerssens zegt over dit onderwerp het persbericht van Rijnland te hebben gelezen, waarin de bijdragen van gemeente en Rijnland alsmede het subsidiebedrag zodanig slordig staan vermeld dat het niet meer te begrijpen is. De heer v.d. Nagel zal dit met de afdeling Communicatie opnemen.
Het valt de heer Kerssens op dat in de brief van D&H een aantal malen we wordt gebruikt, waarbij de indruk ontstaat dat Rijnland de initiatiefnemer van het plan is. Naar zijn mening liggen de initiatieven bij de gemeente Haarlem. Mevrouw Meijer bevestigt dit laatste, met we wordt de stuurgroep bedoeld.
Het plan spreekt de heer Kerssens trouwens erg aan; het past goed in de gedachten die Rijnland heeft over stedelijk waterbeheer. Het lijkt hem verstandig alert te reageren op waterontwikkelingen in de stad en kansen te benutten . Hij vindt het wel vervelend dat sommige tekstdelen van het visiedeel wat cryptisch van aard zijn. Als voorbeeld noemt hij: de kwaliteit van het effluent van de rwzis is minimaal gelijk aan MTR voor.
De heer Baas zegt in het verleden te hebben meegewerkt aan het waterplan voor de gemeente Amsterdam en vindt het voorliggende visiedeel, ook al beseft hij dat het een uittreksel is, aan de magere kant. Hij mist o.a. de onderdelen over de belevingswaarde en het gebruik van water in de stad, waaronder recreatie. Met betrekking tot de compartimentering in Schalkwijk wijst hij op de noodzaak van migratiemogelijkheden voor vissen. Bekend is dat vis in de stadswateren overwintert om zich daarna weer over het buitengebied te verspreiden. Zo heeft stedelijk water ook zijn invloed op het omliggende gebied. Mevrouw Meijer bevestigt dat in dergelijke discussies de belangen van vismigratie worden meegenomen.
Mevrouw Jong vindt de doelstellingen, vermeld op blz. 1 van de brief, erg abstract geformuleerd en ziet dat graag concreter. Voorts onderschrijft ze de stelling dat natuurvriendelijke oevers van groot belang zijn voor de belevingswaarde, vooral in een stad.
De heer Alkemade wijst op de talloze doelstellingen en nog uit te werken maatregelen voor de korte en middellange termijn. Gezien de globale fase waarin het visiedeel nu nog verkeert en de besluitvorming die in het najaar zal moeten plaatsvinden, denkt hij dat in het traject ertussen vele stappen moeten worden genomen. Hij vreest bij de besluitvorming het gevoel te krijgen iets te hebben gemist.
De heer de Lange heeft bewondering voor het initiatief van de gemeente Haarlem. In de brief leest hij dat semi-afkoppelen moet leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit met minimaal 1 ecologische klasse. Op zijn vraag om een verklaring zegt mevrouw Meijer dat het hier gaat om de STOWA klasse-indeling I t/m V die een indicatie geeft van de biologische waterkwaliteit.
Voorts wijst hij op de passage over de afvalwaterketen, waarin staat dat de doelstellingen v.w.b. de emissies vanuit de riolering voor 2007 worden aangescherpt. Naar zijn mening geldt algemeen voor de sanering van overstorten 1-1-2005. Het mag niet zo zijn dat dit ongelijkheid voor andere gemeenten veroorzaakt. Mevrouw Meijer zegt hierop dat dit nog een van de punten is die voor de vaststelling moeten worden aangescherpt.
In 'streefbeeld oppervlaktewater in 2050' leest hij geen overstorten. Zijn vraag of dit betekent dat er dan ook geen bergingsbezinkbassins nodig zijn wordt ontkennend beantwoord. Mevrouw Meijer erkent dat dit een verkeerde indruk geeft; een rioolstelsel is nooit zodanig te dimensioneren dat overstortingen niet zullen plaatsvinden. De bassins zijn nodig om de mate van oppervlaktewatervervuiling te beperken.
De heer de Lange twijfelt aan het realiteitsgehalte van het streven naar beperking van het drinkwatergebruik. Als dat betrekking heeft op hergebruik is besparing nog voorstelbaar, een algemeen lager verbruik verwacht hij toch niet.
De heer Vooijs plaatst een kanttekening bij het jaartal 2050 voor wat betreft de na te streven emissiereducties. Dit is een wel erg lange termijn. Mevrouw Meijer zegt dat dit ook een aandachtspunt voor het college is en onder andere om deze reden nog moet worden overlegd alvorens het visiedeel wordt vastgesteld.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
De heer Vooijs leest in de alinea 'vervolg' dat een plan van aanpak ter verbetering van de waterkwaliteit in de Duin- en Bollenstreek in samenwerking met de WLTO en KAVB wordt voorbereid. Bij voldoende voortgang en na overeenstemming zal dit worden gepresenteerd tijdens het aanstaande voorjaarscorso. Hij reageert instemmend op deze samenwerking die, naar zijn mening, de basis moet zijn voor een goed resultaat.
Hierop inhakend doet de heer Alkemade de suggestie de inhoud van het plan, voorafgaand aan het corso in mei, nader in deze commissie uiteen te zetten.
De commissie heeft hiervan kennis genomen.
d. Waterkansenkaart Wilck & Wiericke
Mevrouw Meijer schetst het langdurige proces en de overwegingen die uiteindelijk tot deze conclusie hebben geleid.
De commissie heeft hiervan kennis genomen en betreurt de passieve houding van Wilck & Wiericke.
Mevrouw Meijer verwijst naar het agendapunt 'Peilvakken de Zilk', dat volgende week in de VV aan de orde komt. Onlangs is een brief uitgegaan naar de provincie, waarin wordt gevraagd ons vóór 19 februari te bevestigen dat met de bijdrage van 50% voor de bufferzone akkoord wordt gegaan. Een kopie van de brief wordt ter vergadering uitgereikt en zal aan de afwezige heren Burger en Wotte worden toegezonden.
Vervolgens stelt ze de extra activiteiten rond de volgende commissievergaderingen aan de orde. Ze herinnert aan het inmiddels afgeronde proces van vergunningverlening voor de export-bollenspoelbedrijven; er kan een nadere verklaring worden gegeven over de inhoud van zo'n vergunning en er kan een bezoek aan een dergelijk bedrijf worden gebracht. Een tweede suggestie is de zojuist door de heer Alkemade voorgestelde presentatie van het plan van aanpak ter verbetering van de waterkwaliteit in de Duin- en Bollenstreek.
Als een bezoek o.d. moet worden georganiseerd is het wel nodig dat het overgrote deel van de commissie daaraan deelneemt.
De commissieleden denken hier positief over. Gedacht wordt aan Plan van aanpak Duin- en Bollenstreek in april (gezien de datum van presentatie tijdens het corso in mei) en aan een bezoek aan een bollenspoeler in het najaar (na het rooiseizoen).
Tenslotte wijst mevrouw Meijer erop dat de volgende commissievergadering staat gepland in het gebouw Breestraat 59.
De heer Vooijs zegt verheugd kennis te hebben genomen van de uitspraak van de geschillencommissie van de Waarderingskamer, waarbij Rijnland in het gelijk is gesteld inzake een geschil met de gemeente Jacobswoude over een WOZ-kwestie. Hij complimenteert de desbetreffende afdeling met dat resultaat.
De heer Vooijs las in de D&H-besluitenlijst iets over een kwestie rond het gebruik van 'de Kwakkelwei' te Katwijk. Op zijn verzoek geeft de heer v.d. Nagel een nadere toelichting.
In zijn hoedanigheid van raadslid van de gemeente Jacobswoude zegt de heer de Lange met betrekking tot de eerste opmerking van de heer Vooijs een andere mening te hebben.
Voorts wijst de heer de Lange op de motie van de VV van april vorig jaar, waarin werd aangedrongen op een regeling voor het afkoppelen van verhard oppervlak. Toegezegd werd de VV van december 2002, met een uitwijk naar februari 2003. Het stelt hem teleur dat de toezegging niet gestand wordt gedaan. Naar zijn mening lijkt het erop dat dit geen prioriteit heeft, terwijl het onderwerp toch erg belangrijk is.
De heer Mooiman zegt dat de prioriteit zeker wordt onderkend maar de totstandkoming van de notitie meer tijd heeft gevergd dan was verwacht, mede door de vraag of er al dan niet een bijdrageregling moet komen. Gezien de aanstaande behandeling in D&H en de procedure, voorafgaand aan een VV-vergadering, wordt nu gekoerst op de VV van juni. Met verwijzing naar de eerder gemaakte opmerkingen over de toetsingscriteria voor de pilot in Noordwijkerhout was het ook hier correcter geweest de VV te informeren dat de gedane toezegging niet kan worden waargemaakt.
De heer Baas verwacht gedurende zijn 'inwerkperiode' met voor velen duidelijke, maar voor hem nog onduidelijke zaken te worden geconfronteerd. Op zijn vraag hoe hij kan worden geïnformeerd zegt mevrouw Meijer dat medewerkers altijd bereid zijn tot nadere uitleg; om een en ander te stroomlijnen treedt de heer van Kampen (hoofd JBZ) op als intermediair. Er is een e-mail-adres voor beschikbaar.
Mevrouw Meijer dankt ieder voor de inbreng en sluit de vergadering om 11.20 uur.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Waterkwaliteit d.d. 9 april 2003.
