Verslag commissie waterkwaliteit 7 april 2004

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie waterkwaliteit 7 april 2004

Agenda

Agendapunten VV:

I Opening

III Voorjaarsnota 2004

IV Rapport IBO bekostiging waterbeheer

VIII Krediet aanpassen polder-boezem; modelinstrumentarium

IX Krediet afvalwatertransportgemalen Hillegom-Vosselaan / Elsbroek / Zanderijpolder

X Krediet uitbreiding vijzelcapaciteit rioolgemaal Meerzicht te Zoetermeer

XI Awzi Noordwijk; keuzemogelijkheid. Toepassing MBR-techniek

XIII Verslag vorige commissievergadering d.d. 11 februari 2004

XIV Mededelingen

a. Regionale bijeenkomsten Nationaal Bestuursakkoord Water

d. Tussenrapportage Gebiedsaanpak Gouwe Wiericke West

e. Stand van zaken herinrichting Leidschendam; waterberging Nieuwe Driemanspolder

h. Handreiking natuurvriendelijke oevers

i. Zoutlozing awzi Zwaanshoek

j. Stand van zaken baggernota

k. Waterketen

Overige agendapunten:

    1. Mededelingen voorzitter

    2. Bestuursrapportage t/m periode 13 - 2003 (reeds toegezonden)

    3. Rondvraag

    4. Sluiting

    Agendapunten VV

    I Opening


    De heer v.d. Nagel opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom. Hij deelt mede dat mevrouw Meijer zich wegens ziekte heeft afgemeld en vraagt de heer Vooijs haar vanavond in het categorie-overleg te verontschuldigen. Ten behoeve van de behandeling van de Voorjaarsnota, het IBO-rapport en de Bestuursrapportage zijn de heren v. Wijk en Bol aanwezig; in verband hiermee stelt hij voor de Bestuursrapportage (overige agendapunten 2) tussen de agendapunten III en IV te bespreken. De vergadering stemt hiermee in.

    III Voorjaarsnota 2004

    M.b.t. 'calamiteitenbestrijding' begrijpt de heer de Lange dat één fte hiervoor onvoldoende blijkt te zijn. Dit verbaast hem, hij pleit ervoor niet kritiekloos mee te gaan in de landelijke trend, maar realistisch te blijven.

    Mevrouw Jong verwacht, verwijzend naar de paragraaf 'begroting 2005 en meerjarenraming' dat de fusie niet veel financieel voordeel zal opleveren. Voorts wijst ze erop dat in de eerste regel van 3.2.3 de naam van de staatssecretaris foutief (Schuld) is weergegeven. Tenslotte vraagt ze om een verklaring van de negatieve getallen, vermeld in het staatje op pagina 16.

    De heer Wotte bekruipt een frustrerend gevoel bij het lezen van de VJN. Gezien de terughoudendheid in verband met de fusie kan er eigenlijk niets over worden gezegd. Het uitgangspunt dat tot de fusie geen nieuw beleid wordt vastgesteld komt hem dogmatisch over. Hij vraagt zich bovendien af of de inliggende waterschappen eenzelfde houding aannemen.

    De heer Vooijs vraagt om een nadere verklaring van de normen voor de boezemkaden, te leveren door de provincie in 2004, vermeld op pagina 7. Voorts wijst hij op de gevolgen voor de tarieven van de grote investeringen na 2005 (gemaal Katwijk, bergingslocaties); hij begrijpt dat deze consequenties er zijn, maar vraagt toch, mede in het licht van de inkomenspositie van de burger, om voorzichtigheid.

    De heer Baas is het eens met de 'passen op de winkel'-houding.

    De heer Alkemade begrijpt enerzijds dat terughoudendheid op zijn plaats is, anderzijds moet worden gesteld dat het huidige bestuur weliswaar aftreedt, maar dat de Rijnlandse ontwikkelingen gewoon doorgaan (KRW, bergingslocaties). Niet over het graf heen regeren vindt hij op zichzelf een goede gedachte, maar mag niet te ver worden doorgevoerd.

    De heer Kerssens is het eens met wat de heer Wotte heeft gezegd en meent dat we niet overdreven voorzichtig moeten zijn. Tevens valt het hem op dat de Nota uitstraalt, en ook al in de pers is gepubliceerd, dat het tarief voor Ongebouwd sterk zal dalen. Hij is het daarmee niet eens en betwijfelt of dit al een hard feit is.

    De heer Burger constateert ook dat de VJN defensief van aard is, zoals overigens is afgesproken. De ontwikkelingen gaan evenwel door en hij verwacht dan ook dat het nieuwe bestuur een explosie aan beleid over zich heen zal krijgen. Hij verwijst in dit kader ook naar het gestelde op pagina 25 (voorbereiding begroting 2005). De begroting zal op 3 januari 2005 door dat nieuwe bestuur moeten worden vastgesteld en hij vindt dat een goede voorbereiding noodzakelijk is.

    Ingaand op de gemaakte opmerkingen zegt de heer v.d. Nagel dat de Voorjaarsnota inderdaad een beperkt stuk is. Wat overigens is afgesproken en wat ook de lijn is van de inliggende waterschappen. Het is natuurlijk niet zo dat er niets meer gebeurt: de zaken die in de begroting en de meerjarenraming staan, worden gewoon voorbereid of uitgevoerd. Hierbij valt te denken aan het gemaal Katwijk en de bergingslocaties. Voorts deelt hij mede dat het nieuwe bestuur, zo snel mogelijk na de verkiezingen, zal worden voorgelicht en voorbereid.

    De heer v. Wijk vult hierop aan met de mededeling dat in de informele VV van mei de Voorbereidingscommissie zal presenteren hoe zij over de begroting 2005 denkt. Dan kunnen de VV-leden tevens hun adviezen aan de Voorbereidingscommissie meegeven, op basis van de opgedane kennis en ervaring. Met betrekking tot de bestuurswisseling zegt hij dat dit op zich geen nieuw fenomeen is, maar vanzelfsprekend na iedere verkiezing terug keert. Op dit moment wordt al gewerkt aan een inwerkprogramma voor de nieuwe bestuursleden, dat onmiddellijk na de verkiezingen zal starten.

    Over de noodzakelijke capaciteitsuitbreiding voor calamiteitenbestrijding wijst de heer v. Wijk erop dat we in Rijnland te maken hebben met vele gemeenten, provincies, brandweerregio's, enz. Gebleken is dat voor een goede organisatie en een goed onderhoud daarvan één fte beslist onvoldoende is. Met betrekking tot dit onderwerp mogen we geen risico lopen.

    Over het staatje op pagina 16 zegt de heer Bol dat dit het verloop weergeeft van het baggerfonds in de komende jaren. Hierin komen tot uitdrukking de onttrekkingen aan dat fonds voor baggerwerken die zijn goedgekeurd.

    De heer Mooiman zegt dat het antwoord op de vraag over de normen voor boezemkaden is te vinden in de (toegevoegde) VV-mededeling onder punt n.

    Op een vraag van mevrouw Jong geeft de heer v. Wijk een overzicht van de planning van het fusieproces. De nog resterende tijd tot 1-1-2005 is, in verhouding tot het nog te verrichten werk, beperkt. De termijn die de GOR heeft bij adviezen of goedkeuring bedraagt zes weken; ingeval van een negatief advies of afkeuring kan een nog grotere vertraging optreden. Gisteren is de GOR dan ook gevraagd deze termijn te bekorten. In het geval van de te beschrijven functieboeken is, om reden van een versnelde voortgang, de GOR gevraagd in te stemmen met het leidinggevenden-aspect daaruit te halen, zodat de benoemingsprocedure voor de leidinggevenden onafhankelijk van de andere procedure kan worden voortgezet. Daarna volgt immers de plaatsing van de medewerkers. Bij die plaatsing moeten door de dagelijks besturen van de huidige waterschappen de volgfuncties worden vastgesteld. Een medewerker kan daartegen bezwaar maken en een grote hoeveelheid daarvan kan de voortgang van het proces in de weg staan. Als locaties voor de districtskantoren is voorlopig gekozen voor de kantoren van de inliggende waterschappen.

    De commissie heeft kennis genomen van de Voorjaarsnota en adviseert positief.

    Overige agendapunten

    2. Bestuursrapportage t/m periode 13 2003

    Mevrouw Jong is erg tevreden met het feit dat de doelstellingen m.b.t. gezuiverd afvalwater zijn gehaald. Ze maakt zich evenwel zorgen over de kosten, gepaard gaande met het verbeteren van de Spaarndammerdijk. Terwijl Rijkswaterstaat de urgentie daarvan niet inziet, gaat Rijnland aan de slag en loopt daarmee voor de troepen uit.

    De heer v.d. Nagel antwoordt hierop dat Rijnland, als beheerder van deze primaire waterkering, zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. De heer Mooiman vult aan dat de Spaarndammerdijk een van de primaire, niet direct kerende, waterkeringen is en onderdeel uitmaakt van dijkring 14. De taak van de dijk is te voorkomen dat west-Nederland wordt geïnundeerd als er een breuk ontstaat in de zeewering. Over deze primaire waterkeringen wordt regelmatig een toets uitgevoerd en die was voor de Spaarndammerdijk, evenals trouwens voor de Goejanverwelledijk, niet goed. Thans loopt een discussie over de normen die daarbij zijn gehanteerd. Rijk en provincie wijzen voor wat betreft de financiële betrokkenheid naar elkaar. AGV, de Stichtse Rijnlanden en Rijnland proberen hierover een uitspraak te krijgen, maar de tijdsduur van de discussie mag er niet toe leiden dat Rijnland met een te zwakke waterkering te maken heeft. De voorbereidingsprocedure zal trouwens geruime tijd in beslag nemen.

    Het valt de heer Vooijs op dat op velerlei terrein minder geld is uitgegeven, omdat de uitvoering van projecten in de tijd is verschoven.

    De heer Bol zegt dat dit inderdaad een jarenlange trend is; we moeten ons realiseren dat we nog steeds te optimistisch plannen. Gestreefd wordt naar een meer beredeneerde wijze van planning, waarbij mogelijke risico’s worden meegenomen.

    De commissie heeft hiervan kennis genomen.

    Vervolg agendapunten VV

    IV Rapport IBO bekostiging waterbeheer

    De heer v.d. Nagel geeft aan dat dit in de vorige VV al even ter sprake is geweest, waarbij het IBO-rapport is uitgereikt. Thans is de visie van Rijnland aan de orde.

    De heer de Lange meent dat het stuk belangrijke elementen bevat. Als voorbeeld noemt hij het terecht ontzenuwen van de gedachte dat één prijs voor drink- en afvalwater tot kostenverlaging zal leiden.

    De heer Burger stemt in met de Rijnlandse reactie; hij vindt deze een juiste nuancering op de wat simplistische benadering van het Rijk.

    Mevrouw Jong stelt dat de VV hierover eigenlijk niets meer kan besluiten, omdat de reactie van Rijnland al is verzonden. Wat haar betreft zou dit onderwerp onder ‘Mededelingen’ kunnen worden behandeld. Voor wat betreft de inhoud is ze het eens met de opmerking van de heer de Lange en zegt ze voorts moeite te hebben en te houden met de kostentoedeling tussen Gebouwd en Ongebouwd.

    De heer Wotte is het zowel inhoudelijk als redactioneel eens met Rijnlands reactie. Zij het dat dit een reactie is op een uitgebracht stuk; hij heeft grote reserves ten aanzien van de aspecten ‘bestuurssamenstelling’ en ‘kostenverdeling’.

    De heer Kerssens zegt het stuk van Rijnland met enig historisch besef te hebben gelezen. In dat licht bezien begrijpt hij dat Rijnland nu geen bezwaar heeft tegen één tarief voor water, op basis van het drinkwaterverbruik. Hij herinnert zich uit een vorige bestuursperiode dat hiertegen krachtig stelling werd genomen. Tevens wijst hij op de mening dat in de waterketen-gedachte de voordelen van samenwerking met het drinkwaterbedrijf relatief gering zullen zijn. De categorie Gebouwd heeft dat bij voortduring beweerd en hij is blij dat dit nu is onderkend. Met betrekking tot de OZB vindt hij dat OZB-gebruikers evenzeer belang hebben bij een goed waterbeheer. Tevens vindt hij dat er een wanverhouding bestaat tussen de waarde van gebouwd en ongebouwd: resp. € 142 miljard en € 26 miljard. Naar zijn mening wordt er ten onrechte uitgegaan van de vaste waarde van landbouwgrond, terwijl het zou moeten gaan om voorkoming van productieschade.

    De commissie adviseert positief.

    Hoewel punt VI (krediet aanpassing GIBS) geen onderdeel uitmaakt van de agenda van deze

    commissie vraagt de heer Vooijs toch aandacht hiervoor. Hij merkt op dat de gevolgen voor de

    tarieven, genoemd op pagina 3, niet overeen komen met die, genoemd in het VV-besluit. De heer

    Bol zegt toe dat er voor de komende VV een verbeterde versie komt.

    VIII Krediet aanpassen polder-boezem; modelinstrumentarium

    De vraag van de heer Alkemade of dit in samenspraak met de inliggende waterschappen tot stand is gekomen wordt bevestigend beantwoord.

    Mevrouw Jong is niet overtuigd van de noodzaak. In 'Het Waterschap' las ze over een samenwerkingsverband tussen twaalf waterschappen op het gebied van ICT-zaken; ze mist Rijnland daarbij. In haar opinie zou Rijnland beter de samenwerking kunnen zoeken dan individueel programma's ontwikkelen.

    De heer Mooiman zegt hierop dat Rijnland wel degelijk, in Unie-verband, samenwerkt. Bijvoorbeeld in het kader van de Kaderrichtlijn Water, ter afstemming van systemen en modellen. Het voorliggende kredietvoorstel betreft een rekenmodel dat noodzakelijk is als ondersteuning bij diverse studies, zoals de studie toekomstig waterbezwaar fase 2. De aan de orde zijnde actualisatie van het modelinstrumentarium is jaarlijks en reikt dus niet verder dan ondersteuning van beleid dat voor 2004 is vastgesteld.

    Mevrouw Jong houdt haar reserves.

    Met uitzondering van mevrouw Jong adviseert de commissie positief.

    IX Krediet afvalwatertransportgemalen Hillegom-Vosselaan / Elsbroek / Zanderijpolder

    Op een vraag van de heer de Lange over het verschil in bijdrage-percentages per gemaal antwoordt de heer v.d. Nagel dat deze afhankelijk zijn van opvoerhoogte en transportafstanden.

    De heer Burger vraagt naar de financiële zekerheid voor wat betreft de regeling met de gemeente.

    De heer v.d. Nagel zegt dat in het stuk al is vermeld dat niet eerder wordt begonnen dan na instemming van het gemeentebestuur. De ervaringen over financiële afwikkelingen met de gemeente Hillegom zijn goed.

    De commissie adviseert positief.

    X Krediet uitbreiding vijzelcapaciteit rioolgemaal Meerzicht te Zoetermeer

    De heer de Lange zegt het op principiële gronden niet eens te zijn met het voorstel. Hij begrijpt dat dit voorstel te maken heeft met een toename van de hoeveelheid af te voeren water; deze zou kunnen worden voorkomen als daadwerkelijk wordt afgekoppeld, wat uiteindelijk winst oplevert voor alle partijen.

    De heer v.d. Nagel is het in beginsel hiermee eens, maar wijst erop dat afkoppelen een langdurig proces is en we nu voor een probleem staan, dat meteen moet worden opgelost. Tevens moet worden gerealiseerd dat afkoppelen niet kan worden afgedwongen.

    Naar aanleiding van de opmerking van de heer de Lange merkt de heer Kerssens op dat het van belang is te weten welk rioleringssysteem in Zoetermeer aan de orde is.

    De heer Uileman meent te weten dat de oude dorpskern een gemengd stelsel zal hebben, maar alle uitbreidingen zijn voorzien van een (al dan niet verbeterd) gescheiden stelsel.

    De heer v.d. Nagel zegt toe een en ander voor de komende VV na te gaan en daarbij ook te onderzoeken wat het Waterplan hierover zegt.

    Met inachtneming van de opmerking van de heer de Lange adviseert de commissie positief.

    XI Awzi Noordwijk; keuzemogelijkheid. Toepassing MBR-techniek

    De heer v.d. Nagel vult op het voorliggende stuk nog aan dat in de kostenvergelijking de opbrengst van de grond van de awzi, bij toepassing van MBR-techniek, niet is meegenomen. Deze zal niet spectaculair zijn, gezien de ligging naast een vuilverwerking, er is b.v. geen woningbouw voorzien.

    De heer Kerssens constateert dat er vele argumenten zijn vóór de MBR-techniek en eigenlijk maar één tegen: het financiële. Het allergrootste voordeel van MBR-techniek is het beperkte ruimtebeslag en dat uit zich in het bijzonder bij nieuwe installaties. Bij bestaande installaties is het de vraag hoe de vrijkomende ruimte te gelde kan worden gemaakt; uit de aanvulling van de heer v.d. Nagel begrijpt hij dat dit in het onderhavige geval minimaal zal zijn. Hij stemt in met het voorstel, maar meent dat Rijnland voor de toekomst zal moeten inzetten op MBR-techniek. Zijn vraag of de keuze voor de conventionele techniek inclusief een denitrificerend zandfilter en een desinfecteerinstallatie is, wordt bevestigend beantwoord.

    De heer Alkemade ziet vele voordelen in de MBR-techniek. Daarnaast vindt hij dat het voorstel tot toepassing van de conventionele techniek in dit geval erg risicovol is. In dit kader wijst hij op de richtlijnen van de KRW die een lozing op het Katwijks Kanaal (met uitwatering op de Noordzee) aan banden zouden kunnen leggen. Gebrek aan vooruitstrevendheid kan zich dan tegen ons keren. Hij pleit voor toepassing van de MBR-techniek.

    De suggestie van de heer Baas een reserve te creëren om daarmee het financiële verschil te kunnen dekken wordt door de heer v.d. Nagel bestreden: de kosten zullen hoe dan ook door de burger moeten worden opgebracht.

    Gezien de hoge kosten voor de MBR-techniek én de aanvullende maatregelen die bij de conventionele techniek worden toegepast stemt de heer Vooijs in met het collegevoorstel.

    De heer Wotte verwijst naar zijn eerdere afwijzende opmerkingen over de financiële consequenties van het verbeteren van awzi's. In dat licht bezien zal het duidelijk zijn dat hij een nog sterkere kostenverhoging van de hand wijst. Hij steunt derhalve het voorstel. Deze mening geldt overigens voor het voorliggende geval. Hij kan zich immers voorstellen dat de MBR-techniek in de toekomst minder kostbaar zal worden en als die omstandigheid dan wordt gecombineerd met minder ruimtebeslag biedt de MBR-techniek zeker kansen.

    Mevrouw Jong ziet veel mogelijkheden in de MBR-techniek, maar vindt de kosten daarvan in het voorliggende geval te hoog ten opzichte van de conventionele techniek. Ze stemt in met het voorstel.

    De heer de Lange heeft dezelfde reserves bij het toepassen van MBR-techniek als bij de maatregelen, voortvloeiend uit het 'lozingenbeleid awzi's'. Hij vindt dat de milieuaspecten in een breder perspectief moeten worden gezien dan alleen die voor de waterkwaliteit. MBR-techniek vraagt meer energie- en meer chemicaliëngebruik. Het is de vraag of de voordelen voor de waterkwaliteit opwegen tegen deze milieunadelen. Hij stemt in met het voorstel.

    De heer Burger is het eens met de opvatting van de heer de Lange, al zullen de milieuvoor- en nadelen moeilijk zijn te kwantificeren. De argumenten in de vergadering gehoord hebbend, komt hij nog niet tot een definitief standpunt over het voorstel.

    XIII Verslag vorige commissievergadering d.d. 11 februari 2004

    Tekstueel

    Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

    Naar aanleiding van

    Er zijn geen opmerkingen.

    XIV Mededelingen

    a. Regionale bijeenkomsten Nationaal Bestuursakkoord Water

    De commissie heeft hiervan kennis genomen.

    d. Tussenrapportage Gebiedsaanpak Gouwe Wiericke West

    De commissie heeft hiervan kennis genomen.

    e. Stand van zaken herinrichting Leidschendam; waterberging Nieuwe Driemanspolder

    Gezien de financiële positie van de gemeenten pleit de heer Burger ervoor bij hen druk te blijven uitoefenen om hen aan de toezeggingen te houden.

    De heer Alkemade vindt dat met Delfland goede afspraken moeten worden gemaakt voor wat betreft de waterhoeveelheden en de kosten daarvan.

    De commissie heeft hiervan kennis genomen.

    h. Handreiking natuurvriendelijke oevers

    De heer Burger zegt tevreden te zijn met de inhoud van de handreiking. Bij het proces en de houding van Rijnland heeft hij echter kritische kanttekeningen. Blijkbaar is de handreiking al in de zomer van 2003 tot stand gekomen en pas nu wordt deze aangeboden aan de VV. Voorts meent hij dat Rijnland met het onderwerp 'natuurvriendelijke oevers' te passief omgaat. Hij ziet graag dat dit actief in brede zin aan het publiek wordt kenbaar gemaakt.

    Mevrouw Jong en de heren de Lange en Vooijs sluiten zich aan bij wat de heer Burger heeft gezegd. Een vraag van de heer Vooijs over de soms erg hoge kosten per strekkende meter natuurvriendelijke oever (b.v. in Heemstede) kan de heer v.d. Nagel nu niet beantwoorden. Hij tracht dit na te gaan.

    De heer Baas zegt gedurende vier jaren actief te zijn met het beheer van natuurvriendelijke oevers. Vanuit de opgedane ervaring heeft hij een aantal vragen en opmerkingen over de inhoud. Hij zal deze, gecombineerd met een aantal voorstellen, schriftelijk aan het bestuur overhandigen.

    De heer Alkemade vindt dat de onderhoudsverplichtingen, genoemd in de Keur, te stringent zijn en een natuurvriendelijk beheer van wateren in de weg staan. Een flexibeler omgang hiermee zou al winst kunnen opleveren.

    i. Zoutlozing awzi Zwaanshoek

    De commissie is tevreden over de afhandeling en de maatregelen ter voorkoming van een herhaling.

    j. Stand van zaken baggernota

    De commissie heeft hiervan kennis genomen.

    k. Waterketen

    De heer de Lange leest o.a. bij Aalsmeer dat de capaciteit van de riolering en de awzi op elkaar zullen worden afgestemd. Hij denkt dat met afkoppelen van verhard oppervlak veel kan worden bereikt en mogelijk daardoor uitbreiding van de awzi kan worden voorkomen. Ook het bouwen van dure bergingsbezinkbassins kan daardoor achterwege blijven. De activiteiten in Valkenburg m.b.t. scheiden aan de bron juicht hij toe.

    De heer v.d. Nagel zegt dat afkoppelen ook, zowel bestuurlijk als ambtelijk, wordt gestimuleerd.

    De heer Burger verwijst naar de terugkerende discussies in deze commissie over de pilot Noordwijkerhout. Hij merkt op dat er nog steeds geen gedegen evaluatie is en intussen wel mogelijkheden met andere gemeenten worden onderzocht. Dit valt naar zijn mening niet te rijmen.

    De heer v.d. Nagel geeft aan dat in de VV van juni een evaluatie van de pilot Noordwijkerhout zal worden gepresenteerd.

    De commissie heeft hiervan kennis genomen.

    Overige agendapunten

    1. Mededelingen voorzitter

    De heer v.d. Nagel refereert aan het door de VV vastgestelde Lozingenbeleid awzi's. Daar staat in vermeld dat de daarin beoogde verbeteringen tot een uitgavenstijging zullen leiden van € 26 miljoen. Na verdere studie en nadere uitwerking blijkt dat het onderdeel 'aanschaf pompen' niet is meegenomen, wat een extra bedrag vereist van € 7 tot € 10 miljoen. Hierover volgt nog een notitie voor de juni-VV.

    De heer v.d. Nagel reikt een exemplaar uit van het persbericht, dat zojuist is uitgegaan over Zwaansbroek-west.

    3. Rondvraag

    De heer Mooiman geeft een toelichting op het persbericht, uitgereikt door de heer v.d. Nagel. In de Nota Ruimte, door het kabinet eind april vast te stellen, staat beschreven dat in de Haarlemmermeerpolder nog slechts gebouwd mag worden buiten de 20 Ke-geluidscontouren van Schiphol. Eén van de weinige locaties, waar dan nog wel kan worden gebouwd, is Zwaansbroek-west. Om de handen vrij te houden traineert de gemeente nu de ontwikkelingen voor de waterberging. De provincie zou een aanwijzing kunnen geven, maar doet dat voorshands niet. Hierdoor dreigen de belangen van Rijnland ernstig te worden geschaad.

    4. Sluiting

    De heer v.d. Nagel dankt ieder voor de inbreng en sluit de vergadering om 11.45 uur.

    Naar boven