Verslag commissie Waterkwaliteit 1 december 2004

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Archief verslagen commissies > Commissie Waterkwaliteit > Verslagen 2004 > Verslag commissie Waterkwaliteit 1 december 2004

Verslag commissie Waterkwaliteit 1 december 2004

Agenda

I Opening

IV Gemeenschappelijke regeling Laboratorium

VII Project polder De Noordplas

VIII Integraal Waterplan Haarlem

IX Slibverwerkingsovereenkomsten

X.b Aanvullend krediet verkiezingen 2004 en 1e rapportage evaluatie

XI Verslag vorige commissievergadering d.d. 20 oktober 2004

XII Mededelingen

d. Herinrichting Leidschendam; Nieuwe Driemanspolder, stand van zaken MER

f. Sanering kleine Klinkenbergerplas

h. Handhaving termijnen Subsidieverordening Riolering Buitengebied

Overige agendapunten:

1. Mededelingen voorzitter

2. Rondvraag

3. Sluiting

Verslag

I Opening


De heer v.d. Nagel opent om 9.00 uur de vergadering en heet ieder welkom.

IV Gemeenschappelijke regeling Laboratorium

Mevrouw Jong wijst op de passage waarin staat dat deze regeling nog de goedkeuring behoeft van de provincie en de belastingdienst en vraagt of het hier beide provincies betreft en mogelijk ook twee belastingdiensten (Leiden en Rotterdam). De heer Mooiman zal dit nagaan. (Noot van de adj.-secretaris: de regeling behoeft alleen de toestemming van de provincie Zuid-Holland en de belastingdienst Leiden; dit laatste omdat Rijnland al dan niet BTW-plichtig is)

De commissie adviseert positief.

VII  Project polder De Noordplas

De heer de Lange begrijpt dat tegen een relatief geringe schadevergoeding voor de landbouw het peil sterk kan worden verhoogd. Naar zijn mening is dit dan ook de beste oplossing, al is het voorliggende stuk daarin voorzichtiger.

Op een opmerking van de heer Wotte over het ontbreken van een VV-besluit zegt de heer Mooiman dat het hier feitelijk gaat om een weergave van de stand van zaken. De conclusies van het onderzoek worden verwerkt in WBP 2006 en besluitvorming vindt op dat moment plaats.

Mevrouw Jong constateert dat gedurende vijf jaar onderzoek is gedaan en leest niet wat nu uiteindelijk is bereikt. Ze begrijpt dat daarentegen weer vervolgonderzoek komt.

De heer v.d. Nagel ontkent dat laatste en wijst erop dat het hier gaat om een praktijkonderzoek waarvan de resultaten ook toepasbaar kunnen zijn in andere gebieden. De maatschappelijke effecten moeten dan helder zijn.

Ook de heer Vooijs kreeg de indruk dat er nieuw onderzoek volgt. Hij wijst in dit kader op de proeven die zullen worden genomen om de welflux door middel van injectietechnieken te beperken. De heer Mooiman antwoordt dat dit geen onderzoek meer is, maar direct wordt bezien of deze methode goed werkt.

In een vorige rapportage las de heer Alkemade dat zich boven een zogenaamde zandbaan een sloot bevindt en door de verminderde tegendruk de kwel aanzienlijk was. Toen werd als mogelijke oplossing gegeven het verleggen van die sloot en die nieuwe sloot een mindere diepte geven. Hij vindt over dit onderwerp in het voorliggende stuk niets terug en vraagt naar de reden daarvan. De heer Mooiman zal dit nagaan.            

De commissie adviseert positief.

VIII Integraal Waterplan Haarlem

Mevrouw Meijer geeft een toelichting op het proces van totstandkoming van het waterplan. Het is in 2001 gestart en daaruit blijkt dat het een langdurig proces is geweest. Er is alles aan gedaan om de besluitvorming nog door het huidige bestuur te laten plaatsvinden. Na het visiedeel en de inspraak daarop kwam het concept-waterplan, waarvan de inhoud redelijk vaag was. Rijnland miste een aantal essentiële onderdelen en de financiële dekking ontbrak. Daarna zijn hardere afspraken gemaakt, zoals: in 2007 haalt Haarlem 80% van de basisdoelstelling voor waterkwaliteit, 130 ongerioleerde lozingen worden aangesloten, 53 knelpunten worden opgelost. Voorts is afgesproken dat Haarlem en Rijnland met de uitvoering gelijk optrekken. Na het akkoord van D&H volgde de inspraak, waaruit een beperkt aantal kleine wijzigingen voortkwam. Het uiteindelijke plan is door zowel B&W als D&H goedgekeurd en ligt nu voor.

Aanvullend benadrukt de heer v.d. Nagel dat met de gemeente Haarlem goede financiële afspraken zijn gemaakt.

De heer Vooijs complimenteert de opstellers van het waterplan en is blij dat er nu, na zo’n lange voorbereidingsperiode, een goed plan ligt. Het is goed dat er op korte termijn ook met de uitvoering wordt begonnen. Uit de inspraak blijkt dat er onder de Haarlemse bevolking draagvlak voor het plan is en ook dat is positief.

De heer Baas constateert dat het grootste deel van Haarlem is voorzien van een gemengd rioolstelsel en dat de gemeente pas op lange termijn dat probleem wil oplossen. Dat vindt hij teleurstellend.

Ook de heer Alkemade uit complimenten. Met betrekking tot het ‘gelijk optrekken’ meent hij enerzijds dat de activiteiten van de gemeente nauwkeurig in het oog moeten worden gehouden, anderzijds zal Rijnland zijn verantwoordelijkheden niet uit de weg mogen gaan.

De heer Burger vindt dat gebiedshoogheemraad mevrouw Meijer en haar voorganger de heer Steegh trots mogen zijn op dit resultaat. Hij hoopt dat voortvarend aan de slag wordt gegaan.

Mevrouw Jong informeert naar de onderhoudsplichtige van de te verruimen duikers. Voorts wijst ze op de passage op pagina 3 van de samenvatting over de reservering van 15% open water in het kader van waterneutraal bouwen; ze vraagt zich af hoe dit kan worden afgedwongen. De tekst over het opheffen van ongezuiverde lozingen per 1-1-2005 zal, gezien de laatste ontwikkelingen, moeten worden veranderd in 1-1-2008. Tenslotte verwijst ze naar een van de inspraakreacties over het ontbreken in het IWP van acties die de burger zelf kan uitvoeren om te voorkomen dat regenwater in het gemengd riool terecht komt. Het antwoord van Rijnland komt naar haar mening niet overeen met de afwijzende houding ten opzichte van de regenton-actie van Novib.  Bovendien is het in strijd met het afkoppelbeleid en is het antwoord erg formalistisch.

De heer Wotte vindt het een prestatie van formaat dat met de gemeente tot zo’n integraal plan is gekomen. Hij gaat er vanuit dat het niet bij plannen blijft en de uitvoering spoedig ter hand zal worden genomen. Hij wenst het volgende bestuur daarbij veel succes.

De heer de Lange sluit zich aan bij de lovende woorden van zijn mede-commissieleden. In het stuk leest hij dat een groot deel van het Haarlems grondgebied verhard is en met het oog daarop meent hij dat afkoppelen van verhard oppervlak over een te lange periode (tot 2050) wordt uitgevoerd. Voorts begrijpt hij dat het huidige rioolstelsel niet voldoet aan de basiskwaliteit; hij vraagt zich af of verbetering van het stelsel wel tot een betere waterkwaliteit zal leiden. Tevens twijfelt hij aan de haalbaarheid van de gewenste bergingscapaciteit oppervlaktewater van 150 hectare. Hij wordt in deze twijfel gesterkt door de opmerking dat bij uitbreidingen compensatie van gedempt water kan worden afgekocht via een waterboekhouding. Hij is hier sterk tegenstander van. Tenslotte merkt hij op dat het terugbrengen van ‘cultuurhistorisch water’ niet in het plan is te herkennen.

Ingaand op de gemaakte opmerkingen en gestelde vragen dankt mevrouw Meijer voor de lovende woorden vanuit de commissie.

Voor wat betreft de laatste opmerking van de heer de Lange over het afkopen van watercompensatie zegt ze dat men zich hierover geen zorgen hoeft te maken. Het compenseren van gedempt water is Rijnlands beleid, wat wordt gehanteerd in het vergunningenstelsel dat daarop van toepassing is. Dat beleid geldt voor geheel Rijnland, dus ook voor Haarlem. Als compensatie werkelijk onmogelijk is of als deze bij de ontwikkeling van een plan even op zich laat wachten kan het instrument van afkopen worden gehanteerd. Dit gebeurt pas in allerlaatste instantie. We hebben bedongen dat Rijnland de beheerder is van een dergelijk waterfonds.

De eis van 15% open water is ook algemeen Rijnlands beleid en geldt dus ook voor Haarlem. Als bij de toetsing van een bestemmingsplan blijkt dat dit percentage niet wordt gehaald zal de provincie het negatief advies overnemen. Een en ander staat vermeld in de notitie ‘waterneutraal bouwen’.

Op de streekplankaart staan ook voor Haarlem zoekgebieden ter bevordering van een ruimere waterberging.

Met betrekking tot het rioolstelsel kan worden opgemerkt dat de gemeente al veel heeft gedaan en veel in gang is gezet. De knelpuntoverstorten zullen vóór 2007 zijn gesaneerd; een viertal bergbezinkbassins is al aangelegd en de aanleg van andere zal in de tijd naar voren worden gehaald. Over de omvang en termijnen van de te nemen maatregelen zijn met de gemeente harde afspraken gemaakt, verwoord in een ambtelijke brief en een memo. Deze zijn aan dit verslag gehecht.

De onderhoudsplicht van de duikers is vastgelegd in de legger.

Afkoppelen is inderdaad een langlopend proces; wellicht kan in de volgende bestuursperiode een extra stimulans worden gegeven.

De heer de Lange vindt het onjuist dat m.b.t. de riolering de nadruk wordt gelegd op het saneren van knelpuntoverstorten en de aanleg van bergbezinkbassins.  Vanuit die gedachte zullen overstortingen blijven plaats vinden. Afkoppelen van verhard oppervlak is een structureel goede oplossing.

Tenslotte deelt de her Mooiman nog mede dat het concept VV-besluit niet voorziet in het beschikbaar stellen van 50.000 euro voor natuurvriendelijke oevers. Er zal een verbeterd exemplaar komen.

De commissie adviseert positief.

IX Slibverwerkingsovereenkomsten

De heer de Lange vindt het niet fraai van de gemeente Amsterdam het contract met Rijnland tussentijds op te zeggen. Dat we hier uiteindelijk niet ongunstig uitkomen doet daar niets aan af.

Mevrouw Jong heeft dezelfde gedachte als de heer de Lange, al vindt ze anderzijds dat een contract geen wurggreep hoeft te zijn. Ze heeft dus een ambivalente mening. Ze kan zich overigens vinden in het voorstel.

De heren Burger en Alkemade denken ook dat met het al dan niet vasthouden aan een contract genuanceerd kan worden omgegaan. Op een vraag van de heer Alkemade over het begrip 'hoofdelijke aansprakelijkheid' zegt de heer Mooiman dat dit betrekking heeft op de financiële verplichtingen jegens de bank en niet op (de gevolgen van) het aangeleverde materiaal.

De commissie adviseert positief.

X.b Aanvullend krediet verkiezingen 2004 en 1e rapportage evaluatie

Toelichtend zegt de heer v.d. Nagel dat ieder kennis heeft genomen van de uitspraak van de Raad van State, inhoudende dat de verkiezingen voor Gebouwd in het district Noord moeten worden overgedaan. Daarvoor is een aanvullend krediet nodig.

De commissie meent dat aan het aanvullend krediet niet valt te ontkomen, gezien de uitspraak van de Raad van State. Voorts uit de commissie in algemene zin kritiek op de houding en wijze van handelen van de zijde van de heer Bremer.

Mevrouw Jong heeft bezwaar tegen het neerleggen van de extra kosten bij de categorie Gebouwd. Naar haar mening ligt de oorzaak van het toelaten van de heer Bremer tot de verkiezingen op een ander niveau en moeten de kosten naar rato worden verdeeld over alle categorieën. Ze kondigt een amendement van de categorie Gebouwd in de VV aan.

Voorts refereert ze aan een voorstel in het vervolg de benodigde handtekening voor kandidaatstelling vergezeld te laten gaan van een kopie van een legitimatiebewijs. Ze heeft hiertegen bezwaar. Vrijwel niemand zal een dergelijke kopie in bezit hebben en bij het 'verzamelen' van de handtekeningen is een kopieerapparaat niet voorhanden. Het is ook voorstelbaar dat personen huiverig zijn een kopie af te geven. Navraag bij een jurist heeft haar geleerd dat het vermelden van het nummer van het legitimatiebewijs voldoende is; dit is voor het stembureau controleerbaar.

Tevens vindt ze het onjuist dat het stemrecht bij huiseigenaren (in geval van eigendom door man en vrouw) in het algemeen wordt toebedeeld aan de man. De reden dat deze in de notariële akte als eerste staat genoemd vindt ze niet relevant: partners moeten op gelijke wijze worden behandeld. Ze heeft begrepen dat deze ongelijkheid voor personen reden is geweest niet te stemmen.

Over de lage opkomst merkt ze nog op dat het haar opviel dat in studieboeken over de staatkundige inrichting van Nederland wordt gesproken over rijk, provincies en gemeenten als overheden. Hoewel de waterschappen de oudste democratie in ons land zijn, worden ze als zodanig niet genoemd.

De commissie adviseert positief op het kredietvoorstel.

XI Verslag vorige commissievergadering d.d. 20 oktober 2004 

Tekstueel

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

Naar aanleiding van

Er zijn geen opmerkingen.

XII Mededelingen

             

d. Herinrichting Leidschendam; Nieuwe Driemanspolder, stand van zaken MER

De commissie heeft hiervan kennis genomen.        

f. Sanering kleine Klinkenbergerplas

Op vragen van mevrouw Jong en de heer de Lange zegt mevrouw Meijer dat het hier gaat om een pilot. De resultaten kunnen worden gebruikt bij plannen tot verondieping van andere diepe putten. De vergelijking met het Braassemermeer gaat hier niet op omdat dit meer in open verbinding staat met de boezem en zich daar dus waterbewegingen voordoen; de Klinkenbergerplas is een afgesloten water.

De commissie heeft hiervan kennis genomen.

h. Handhaving termijnen Subsidieverordening Riolering Buitengebied

De commissie heeft hiervan kennis genomen en is teleurgesteld over de verschuiving van de einddatum, gesteld door andere overheden.      

k. Begrotingsvergelijking 2004

De commissie meent dat een vergelijking tussen alle waterschappen in Nederland, gezien het verschil in beheergebied, relatief is en heeft van de inhoud kennis genomen.

Overige agendapunten

1. Mededelingen voorzitter

Geen.

2. Rondvraag

De heer de Lange memoreert dat dit de laatste vergadering is van de commissie waterkwaliteit. Hij bedankt ieder voor de goede sfeer waarin en de openhartigheid waarmee we hier met elkaar zijn omgegaan.

Zijn woord van dank wordt door de overige commissieleden gedeeld.

De heer v.d. Nagel bedankt de commissieleden voor de prettige manier van vergaderen. Hij herinnert zich dat we elkaar altijd recht in de ogen konden kijken en steeds onze mening duidelijk konden uitspreken. Hij wenst ieder voor de toekomst alle goeds toe.

Mevrouw Meijer zegt deze commissie een heel prettige te hebben gevonden. Er werd serieus gepraat, er werd diep op de zaken ingegaan en gelukkig was er ook ruimte voor een humoristisch tintje. Ze wenst de herkozen leden succes toe in de komende bestuursperiode en de anderen voldoening in andere activiteiten.

Mevrouw Meijer betuigt ook haar dank voor de perfecte ondersteuning van de zijde van het secretariaat: de heren Mooiman en Uileman. Ze uit in het bijzonder waardering voor de heer Uileman die steeds uitstekende verslagen leverde. Ter onderstreping van haar dank overhandigt ze hem, onder applaus van de vergadering, een ruiker bloemen.          

3. Sluiting

De heer v.d. Nagel sluit de vergadering om 11.20 uur.

Naar boven