I Opening
III Uitgangspunten begroting 2002
VI Beleidskader Overname stedelijk water
IX Waterkansenkaarten 1e fase
XV Verslag vergadering d.d. 27 november 2000
XVI Mededelingen
XVII Rondvraag
Overige punten
1. Stimuleringregeling innovaties
2. Egalisatiefonds verontreinigingsheffing
3. Communicatienota 2001-2005
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)
de heer J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
C. Bremmer, P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh , F.J.M. Lagas,
E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);
mr. C.C. Bakker (secretaris)
Agendapunt III in aanwezigheid van de directeur financiën
Agendapunt IX. in aanwezigheid van ir. J.P.T. Caris, projectleider IPP
De voorzitter heet de aanwezigen welkom, en wel zeer in het bijzonder mevrouw De Jongh, die na geruime afwezigheid voortaan weer aan de commissievergaderingen en de VV zal deelnemen.
De heer De Meijer stelt voor het onderwerp onder XIII van de VV-agenda, inzake het Beleidsplan DRSH Zuiveringsslib NV, toe te voegen aan de agenda van deze commissievergadering, waarmee de vergadering instemt.
Tevens meldt de voorzitter dat de directeur Financiën aanwezig is voor een eventuele toelichting op agendapunt III, Uitgangspunten begroting 2001, en anders dan de volgorde in de agenda vermeldt - aansluitend een inleiding zal houden over de werking van het
Egalisatiefonds Verontreinigingsheffing. Onder de mededelingen zal aandacht worden geschonken aan de voorgenomen bestuursdwang jegens De Oude Rijnstromen.
Als overig punt vraagt de voorzitter de aandacht van de commissie voor de Communicatienota 2001-2005, welke ter kennisname aan de VV zal worden gezonden.
De heer Bremmer refereert aan berichten in de media over de overschrijding van de nitrietwaarden in de Bollenstreek met een factor 200. Hij vraagt de voorzitter om een toelichting. De voorzitter verduidelijkt het nieuwsbericht. Het betreft een handhavingsactie van Rijnland in de Bollenstreek. In de omgeving van meerdere bedrijven wordt een te hoog gehalte aan carbendazim in het oppervlaktewater gemeten. Hoewel het in het algemeen bij diffuse vervuilingen lastig blijkt de bron te traceren, is Rijnland in het recente verleden, juist met betrekking tot deze stof, met succes tegen twee bedrijven opgetreden. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe ontwikkeling in het optreden van Rijnland. Mogelijk heeft de actie meer aandacht getrokken.
De voorzitter licht het agendapunt toe. Desgevraagd door de heer Van Velsen verduidelijkt de voorzitter het onderscheid tussen autonome kosten en investeringen. De heer Bremmer vraagt waarom er op een begroting, die toch zeer zorgvuldig wordt voorbereid, alsnog wijzigingen worden aangebracht, zoals bijvoorbeeld ook de VV-agenda onder punt VII, Krediet structurele maatregelen Bollenstreek, laat zien. De voorzitter schetst drie mogelijke oorzaken: inspelen op de actualiteit, voortschrijdend inzicht van Rijnland of correctie van cijfermatige inschattingen. Naar de opvatting van de heer Van Klaveren is de
kredietaanvraag voor de maatregelen in de Bollenstreek nu een voorbeeld van het inspelen op de actualiteit, waarbij op basis van recent bekend geworden gegevens naar een oplossing voor een knelpunt kan worden gezocht.
De heer Van Wijk zegt toe te zullen bezien of een systematisch overzicht kan worden gegeven van begrotingswijzigingen.
Overigens akkoord.
Vervolgens geeft de heer Van Wijk een presentatie over de werking van het Egalisatiefonds verontreinigingsheffing. De essentie van de werking van het fonds, ingesteld in 1987, ligt in de egalisatie van het tarief van de verontreinigingsheffing gedurende de planperiode van de meerjarenbegroting. Door vervroegde afschrijving op investeringen, te financieren uit het fonds, ontstaat ruimte in de begroting. Dit biedt de mogelijkheid de stijging van de verontreinigingsheffing te dempen. De werking van het fonds is erop gericht at aan het eind van de planperiode het saldo in het fonds nihil is. Jaarlijks besluit de VV omtrent toevoeging aan en onttrekking ten laste van het fonds.
Verder kennis genomen.
De heer Van Klaveren licht het agendapunt kort toe. De leden zijn er voorshands niet van overtuigd dat het beleidskader voldoende antwoord geeft op de vragen die erin worden opgeworpen. Mevrouw De Jongh vindt de definiëring van ontwatering en afwatering moeilijk toe te passen in de dagelijkse praktijk. Naar de mening van de heer Van der Smit is nog teveel onduidelijk. Wat neemt Rijnland over, hoe om te gaan met de ontvangstplicht bij lintbebouwing buiten de bebouwingscontour, waar laten we het baggerslib en hoe zit de financiering van de hele operatie in elkaar. Daarnaast is spreker ten aanzien van de door de VV aangenomen motie de mening toegedaan dat een overeenkomst met een gemeente, ter voorkoming dat tweemaal voor dezelfde dienst zal worden betaald, geen haalbare kaart is. De heer Van Velsen stelt voor de ervaringen die met de vier proefgemeenten worden opgedaan direct in te zetten in de vervolgfase. De proefperiode zou zo kort mogelijk moeten zijn, aldus spreker. De heer Lagas informeert naar de juridische basis voor de overname van het onderhoud. Ook vraagt hij zich af of Rijnland de mede-overheden kan dwingen tot overname of samenwerking. De heer De Meijer bepleit ook het minder goed bereikbare stedelijk water over te nemen. Hij zou graag zien dat het onderhoud in de proefgemeenten nog dit jaar wordt overgenomen.
De heer Van Klaveren maakt duidelijk dat een burger pas bij Rijnland aan kan kloppen als het peil in de sloot te hoog staat en ontwatering van zijn perceel daardoor niet goed mogelijk is. Het onderhoud bij lintbebouwing is veelvuldig in particuliere handen. Het college wil dat in voorkomend geval voorlopig zo laten. Baggeren zal een Rijnlandse activiteit zijn, maar achterstallig onderhoud komt voor rekening van de gemeenten. De ontvangstplicht voor baggerslib ligt bij gemeenten. Om een depot te realiseren zullen gemeenten tenminste planologische medewerking moeten verlenen, aldus spreker. De zorg dat de burger tweemaal betaalt is naar de mening van de heer Van Klaveren niet gegrond. Het verlagen van de betrokken begrotingspost zal voor Rijnland een harde voorwaarde zijn. Of van de in de proefgemeenten opgedane ervaringen direct gebruik kan worden gemaakt betwijfelt hij. Eerst zal terugkoppeling plaatsvinden naar de VV. Een juridische basis voor de overname ontbreekt. Dit zal derhalve langs de weg van bestuurlijke afspraken moeten verlopen. De notitie is niet bedoeld als eindproduct, maar geeft richtlijnen voor de onderhandeling. Meerkosten voor overname van onrendabele delen kunnen van die onderhandelingen deel uitmaken.
De voorzitter benadrukt dat de overname maatschappelijk voordeel moet brengen. Rijnland zal dat moeten verdedigen en waarmaken. De burger zal beslissen op basis van een kostenplaatje. In dat verband merkt de voorzitter op dat overname van architectonisch water, met het oog op kosten en efficiëntie, niet voor de hand ligt.
Verder akkoord, met de aantekening dat de heer Van der Smit niet overtuigd is, vooral niet wat betreft de uitwerking van het uitgangspunt dat moet worden voorkomen dat de burger tweemaal betaalt.
De leden kunnen zich in hoofdlijnen vinden in de voorliggende notitie, al blijft er nog te wensen over. De heer Bremmer wijst op het hoge technische en abstractieniveau van de notitie. Hij stelt voor externe deskundigen bij de VV-behandeling te betrekken. Naar gevoel van de heer Van Velsen zal de afstemming met en tussen de betrokken overheden nog veel missiewerk behoeven. Van de maatschappelijke zijde verwacht hij weerstand te ontmoeten. In eigen huis zal een meer eenduidig standpunt nodig zijn. Hij vraagt aandacht voor het woordgebruik en de definiëring van gehanteerde begrippen. Spreker is akkoord met het verslag van de informele VV van 17 januari jl. , maar wil daarbij enkele aantekeningen plaatsen. De voorzitter verzoekt de heer Van Velsen zijn opmerkingen schriftelijk ter kennis te brengen van de secretaris van de commissie. De heer De Meijer is van mening dat standaardisering en normering nog onvoldoende uit de verf komen, mede door de hoge abstractie van de waterkansenkaarten. Voorts merkt hij op dat de vergoeding van planschade bij bestemmingswijziging in eerste instantie ter beoordeling is aan de gemeente. Rijnland moet die afweging aan de algemene democratie laten, aldus spreker. De heer Van der Smit wijst erop dat gemeenten niet zullen meewerken als Rijnland met hen niet tot afspraken over planschadevergoeding komt. Wat de heer Lagas betreft zou Rijnland geen planschadevergoedingen moeten betalen. Dit gaat naar zijn mening het budget te boven. Verder vindt hij de notitie voor dit moment voldoende helder. Ook gaat hij akkoord met een schriftelijke vragenronde. Hij zal daarvoor de secretaris van de commissie een enquête voor de VV-leden sturen. De heer Van der Geest zou graag zien dat de maximale benutting van de technische mogelijkheden en de scheiding van goed en slecht water meer voor het voetlicht komen. Mevrouw De Jongh is van mening dat de streefkaarten vanwege hun andere intentie niet thuis horen in een waterkansenkaart.
De voorzitter licht toe dat de wetgever er (nog) niet voor heeft gekozen de waterkansen-kaarten in het wettelijk instrumentarium op te nemen. In IPO-verband zal een éénvormige duidelijkheid moeten worden geboden over de status en opzet van de waterkansenkaarten, mede gelet op de gewenste rechtszekerheid voor de burger. Vooralsnog lijken zij een bruikbaar instrument voor de waterstaatkundige invulling van ruimtelijke beslissingen. De provincie zal uiteindelijk de knopen moeten hakken. De voorzitter erkent het abstracte karakter van de waterkansenkaarten. Hij acht de suggestie van de heer Bremmer, om externe deskundigheid bij de VV-behandeling te betrekken, waardevol en zegt toe de gedachte voor te leggen aan het college.
De heer Van Klaveren vult aan dat de technische mogelijkheden optimaal zullen worden benut, wijzend op de voorgenomen uitbreiding van gemaal Katwijk, maar dat een uitsluitend technische aanpak niet voldoet. Meer flexibiliteit, meer veerkracht in het watersysteem zelf is noodzakelijk. Daarvoor moet zonder uitstel nu ruimte in streekplannen worden opgeëist.
Verder akkoord.
De heer De Meijer informeert naar de achtergrond van het geschetste tariefsrisico ter hoogte van slechts 10%. De voorzitter licht toe dat in dit geval in de risico-analyse geen onbekende factoren meespelen. Daardoor bestaat een grote mate van zekerheid.
Verslag zonder opmerkingen vastgesteld.
a. Aanwijzing waarnemend dijkgraaf
Kennis genomen.
- Bestuursdwang De Oude Rijnstromen
Kennis genomen.
De heer Van Velsen herinnert aan zijn opmerking in de VV van 13 december 2000, VV-verslag, pag. 9 onder X, Reactie op het advies van de Commissie waterbeheer in de 21e eeuw, betreffende de verdeling van kosten over Rijk, provincies en gemeenten. De voorzitter zegt toe in de VV op dit punt terug te komen.
Kennis genomen.
Zie boven, presentatie door directeur Financiën.
Kennis genomen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 2 april 2001.
