I Opening
IV Waterbezwaar 21e eeuw Rijnland een toekomstig waterbezwaar fase 1 + water aan- en afvoer
V Vervolgtraject bestuurlijke besluitvorming Waterkansenkaarten
VI Beleidsvisie naar een Blauwgroene Deltametropool
VII Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
VIII Aanvullend krediet inventarisatie toekomstige RO-ontwikkelingen
IX Krediet project Rijnl@ndnet
XIII Stimuleringsregeling Innovaties
XV Verslag vergadering d.d. 12 februari 2001
XVI Mededelingen
XVII Rondvraag
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)
de heer J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh, E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);
mr. C.C. Bakker (secretaris)
C. Bremmer, F.J.M. Lagas
De voorzitter heet de aanwezigen welkom. Van de heren Bremmer en Lagas is bericht van verhindering ontvangen.
De heer Van Klaveren licht het onderwerp kort toe.
De heer Van der Geest is van mening dat met de uitbreiding van gemaal Katwijk naar 75 m3/s nog steeds slechts een geringe reële overcapaciteit aanwezig is. De heer Van Klaveren geeft daarop aan dat nog geen definitieve keuze is gemaakt. Die keus is mede afhankelijk van wat Rijnland gaat beslissen over extra bergingsmaatregelen. De studie daarover loopt nog.
Het valt de heer Van Velsen op dat in Rijnlands stukken dijkring 14 steevast tot de oude Spaarndammer zeedijk loopt. Spreker vraagt of niet het Noordzeekanaal de grens zou moeten zijn. De voorzitter antwoordt dat uit historisch oogpunt de Spaarndammer zeedijk de begrenzing vormt. Het Noordzeekanaal is in beheer bij het Rijk.
Overigens akkoord.
Door omstandigheden is ir. J.P.T. Caris, projectleider IPP, die gevraagd was als deskundige een toelichting te geven, niet aanwezig. De heer Van Klaveren licht het agendapunt toe.
De heer Van Velsen bepleit een spoedige normering en uniformering van de waterkansenkaarten. Procedureel gezien vraagt hij zich af of de waterkansenkaarten een tweede maal in een inspraakronde komen, als reacties op de eerste tot aanpassing leiden. Hij is daar wel voorstander van, omdat hij een zorgvuldige voorlichting in deze beginfase essentieel acht.
De heer Van der Geest informeert naar de beantwoording op de schriftelijke vragen van de heer Alkemade. In de toegezonden VV-stukken staat de beantwoording nog pro memorie.
De heer Van Klaveren licht toe dat de schriftelijke beantwoording van de vragen van de heer Alkemade voor deze commissie, mede gezien de late indiening van de vragen, helaas niet is gelukt. Uiteraard zal de beantwoording tijdig alsnog aan de VV-leden worden toegezonden.
Voorts gaat de heer Van der Geest in op de beantwoording van de door hem gestelde schriftelijke vragen. Hij benadrukt het belang van baggeren voor het zelfreinigend vermogen van de watergang. Minder doorspoeling is evenmin nodig bij het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water. Voorts vraagt spreker aandacht voor vermelding van de overige, in de verkenning nog niet vermelde polders in de Kagerplassen, in het vervolgtraject van de waterkansenkaarten.
De heer De Meijer wijst op de onderlinge relatie tussen de behoefte aan normering en flexibiliteit in de discussie over de waterkansenkaarten enerzijds en het nog te nemen nieuwe peilbesluit anderzijds. De heer Van Klaveren beaamt dat er een relatie met het nog te nemen peilbesluit bestaat, maar dat het gezien de diverse en vaak tegenstrijdige belangen buitengewoon gecompliceerd is iets aan het boezempeil te veranderen. Zijn verwachting is dat hoewel dat nog niet vaststaat het peil niet zal worden gewijzigd. Een flexibel peil is volgens spreker evenwel denkbaar, vooral met het oog op de belangen voor de bollenteelt.
Verder akkoord.
De voorzitter geeft een korte toelichting op het onderwerp en vraagt de leden naar hun mening over het voorliggende stuk.
De heer De Meijer kan zich minder vinden in de bestuurlijke hoofdlijnen van het stuk, maar is akkoord wat het water betreft.
De heer Van der Geest is verrast dat de waterkansenkaarten hier reeds als een vaststaand gegeven worden beschouwd. De voorzitter antwoordt dat de waterkansenkaarten een informatief instrument vormen zonder formele status.
Naar de mening van de heer Van der Smit mogen de kaarten dan geen formele status genieten, ze zijn toch wel van belang om vast te stellen als input voor de streekplannen.
De voorzitter onderschrijft dat de waterkansenkaarten op dit moment de meest actuele kennis van Rijnland weergeeft over de ruimtelijke behoefte van water.
De heer De Meijer vraagt tot slot of de waterkansenkaarten in een openbare inspraakronde gaan, zoals gebruikelijk in de procedures in de ruimtelijke ordening. Volgens de voorzitter zou dit een heel andere status voor de waterkansenkaarten betekenen. Vooralsnog zijn het geen zelfstandige wettelijke instrumenten. De voorzitter zegt toe, gelet op de reacties van de commissie, waar nodig aandacht te schenken aan de relativering van de betekenis en invloed van waterkansenkaarten in de verdere besluitvorming.
Verder akkoord.
De heer Van der Geest wijst er ook in de voorliggende conceptreactie aan de minister op, dat de waterkansenkaarten naar zijn gevoelen nog in ontwikkeling zijn. Liever zou hij vermeld zien dat Rijnland nog met het onderwerp bezig is. Ook de heer Van Velsen is van mening dat de waterkansenkaarten nog in een groeiproces verkeren. De heer Van der Smit is geen voorstander van een formulering die onduidelijkheid ademt. De periode van onzekerheid ziet hij liefst zo kort mogelijk.
Ook mevrouw De Jongh kan zich in de huidige tekst goed vinden, hoewel ze van mening is dat het rijk, eerder dan de provincies, een coördinerende rol zou behoren te spelen. De voorzitter licht toe dat de provincies een regiefunctie hebben en dat het rijk zal toezien op de daadwerkelijke samenwerking. Na een korte gedachtewisseling concludeert de voorzitter dat de huidige tekst op dit onderdeel gehandhaafd kan blijven.
Naar de mening van de heer De Meijer is de passage bovenaan pagina 2 van de conceptreactie, waarin een ruimtebehoefte wordt genoemd van circa 21.000 hectare te stellig geformuleerd, gezien de nog lopende discussie over de normering.
De voorzitter zegt toe in het college voor te stellen de formulering af te zwakken naar ´in de orde van grootte van 20.000 hectare´.
Overigens akkoord.
Akkoord.
De voorzitter licht het agendapunt toe. Hij benadrukt dat de uitwerking van het project diep in de organisatie zal ingrijpen. De hoogte van het benodigde krediet bestaat voor een belangrijk deel uit kosten voor ICT-assurance.
De leden De Meijer, De Jongh en Van der Geest vragen of duidelijk is wat de impact van het project is op het bestuur, hoe de ervaringen zijn bij vergelijkbare organisaties en of er opleidingenbudget voorhanden is.
De voorzitter zegt toe een inventarisatie te zullen houden onder bestuursleden over de behoefte aan ICT-ondersteuning door Rijnland. De reden dat het opleidingenbudget tot op heden weinig is gebruikt zal worden nagevraagd en gemeld. Het resterende budget zal vetgedrukt worden aangegeven. Tevens zal worden nagegaan of er andere organisaties zijn waar vergelijkbare ontwikkelingen hebben plaatsgevonden, waarvan, in voorkomend geval, het resultaat zal worden gemeld.
Op de vraag van de heer De Meijer of de investering duurzaam is met het oog op een toekomstig samengaan van waterschappen binnen Rijnland, antwoordt de voorzitter dat het systeem op zichzelf daarvoor geschikt is, maar wellicht zal moeten worden aangepast of uitgebouwd. Frictiekosten zijn onvermijdelijk, aldus de voorzitter.
Verder akkoord.
(Noot secretaris:
Het opleidingenbudget staat vermeld op pagina 12 van de Bestuurssamenvatting Masterplan Rijnl@ndnet. De reden dat dit budget bijna niet is aangewend heeft te maken met het opschorten van de uitvoering van een aantal deelprojecten. Dit komt door de integrale benadering van het project. Een toelichting op deze benadering staat op pagina 1 en 2 van het VV-voorstel.
Rijnland wil geen voorloper (innovator) zijn met de implementatie van ´de elektronische overheid´. Daardoor zijn er ervaringsfeiten van vele vergelijkbare organisaties (gemeenten, provincies, departementen, et cetera) voorhanden. Ervaringen worden op internet onder meer uitgewisseld via www.helpdesk.overheid.nl. Ten aanzien van bijvoorbeeld het deelproject postregistratie werkt Rijnland samen met een aantal waterschappen, die in dezelfde fase verkeren of iets verder zijn met een dergelijk project.
Rond de informele VV-bijeenkomst van 21 maart jl. is een enquête over de website aan de bestuursleden uitgedeeld cq. toegezonden. De doelstelling van deze enquête is tweeledig:
Akkoord.
Verslag zonder opmerkingen vastgesteld.
Kennis genomen
De heer De Meijer uit zijn teleurstelling over het uitstel van het peilbesluit naar 2005. De heer Van Klaveren licht toe het uitstel alleen te hebben gevraagd omdat Rijnland nog niet over alle benodigde gegevens beschikt.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Bestuurszaken van 11 juni 2001.
