I Opening
Waterkansenkaart en communicatie
III Jaarrekening 2000
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout
XIV Krediet zakelijke rechten
XV Krediet vervanging Informatie Systeem Personeel
XVI Verslag vergadering d.d. 2 april 2001
Mededelingen
XVIII RondvraagOverige punten
Aanwezig:
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)
de heer J.L. van Klaveren (plv.-voorzitter)
C. Bremmer, P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh , F.J.M. Lagas,
E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);
mr. C.C. Bakker (secretaris)
Agendapunt III in aanwezigheid van de directeur financiën
Agendapunt I in aanwezigheid van R. Schepers (Schepers Adviseurs), E. Albrecht (COM) en ir. J.P.T. Caris (projectleider IPP)
Agendapunt VI in aanwezigheid van ing. P. Smit (hoofd Onderhoud Centraal)
De voorzitter heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder de heer Schepers. De heer Schepers treedt als communicatie-adviseur op voor diverse waterschappen en provincies. Hij adviseert overheden hoe om te gaan met de communicatieve aspecten van WB21 en de waterkansenkaarten. De voorzitter stelt voor om, voorafgaand aan de overige agendapunten, over dit onderwerp een korte inleiding van de heer Schepers met aansluitend discussie in te lassen. Hiermee wordt ingestemd.
Waterkansenkaart en communicatie
Er volgt een inleiding van de heer Schepers aan de hand van sheets (bijgevoegd).
De commissie benadrukt vervolgens veel waarde te hechten aan de ontwikkeling waardoor waterbeheer en waterschappen in toenemende mate als onderdeel van de maatschappij worden ervaren. De commissie betreurt het dan ook weerstand te bespeuren tegen het nieuwe waterbeleid (`hakken in het zand´). Door de toenemende juridificering ervaart menigeen de waterkansenkaart als een vaststaand gegeven. Er is zo enerzijds behoefte aan het geven van duidelijkheid, anderzijds is een flexibele formulering gewenst. Dit maakt de communicatie er niet eenvoudiger op.
Naar de mening van de heer Schepers heeft Rijnland een kans laten liggen in de communicatie rond het nieuwe watermanagement. Zowel intern als (vooral) extern is onvoldoende duidelijk gemaakt waarom een radicaal nieuw waterbeleid nodig is. Hierdoor is voor velen, ook binnen Rijnland zelf, de betekenis van de waterkansenkaart ongewis. Het kader waarin Rijnland de waterkansenkaart brengt is cruciaal en van gevoelig bestuurlijke aard. Ook dit aspect verdient volgens de heer Schepers meer aandacht. Rijnland moet er steeds voor waken en dit ook uitdragen bij het ´meedenken´ in zijn rol te blijven. Rijnland zorgt voor water, ruimtelijke ordening is de taak van andere overheden. Toch ziet de heer Schepers juist in de waterkansenkaarten de mogelijkheid deze, niet als visie of plan, maar als uitdrukkelijk kennisproduct in te zetten in een actieve en open dialoog over het anders omgaan met water. In die open discussie zou Rijnland zowel zichzelf als de ander de vraag moeten durven stellen waarom die ander moeite heeft met Rijnlands ideeën.
De voorzitter dankt de heer Schepers en zegt dat de commissie zijn aanbevelingen ter harte zal nemen.
a. concept jaarrekening
De directeur Financiën licht toe dat de jaarrekening een gunstige ontwikkeling laat zien. Het verschil met de begroting wordt steeds kleiner. Heugelijke uitschieter van het afgelopen jaar vormt de gunstige afloop van de fiscale beroepsprocedure over de toegepaste sale/lease back-constuctie met betrekking tot de bedrijfsinstallaties die zijn ondergebracht in de Stichting Beheer van het Gemeeneland.
De heer Bremmer informeert naar de gedachte achter de reservering van 0,5 mln. voor calamiteuze omstandigheden. Welk scenario heeft Rijnland hierbij in gedachte. Voorts vraagt de heer Bremmer uitleg over de stand van zaken bij de post ´debiteuren´.
De heer De Meijer vraagt of in de voorliggende jaarrekening doorgeschoven of uitgestelde posten voorkomen.
De voorzitter licht toe dat Rijnland zich wil voorbereiden op het scenario waarbij in geval van uiterste nood welbewust bepaalde polders onder water worden gezet, ter voorkoming van veel grotere maatschappelijke en financiële schade elders. Het afgelopen jaar heeft nogmaals de noodzaak van die voorbereiding duidelijk gemaakt. De kosten die een dergelijke inundatie met zich meebrengt rechtvaardigen een terugkerende toevoeging aan een voorziening als hier bedoeld. Voor de gebieden die Rijnland thans op het oog heeft is de directe schade van een volledige inundatie berekend in de orde van grootte van 50 miljoen gulden.
Op het punt van de openstaande debiteuren wijst de directeur Financiën er op dat een verdere verlaging van het niet-inbare percentage onevenredig hoge kosten met zich mee zou brengen. Landelijk gezien mag Rijnland zich gelukkig prijzen over het bovengemiddeld goede betaalgedrag van haar debiteuren. Voorts benadrukt spreker een sociaal aspect. Rijnland hanteert het beleid bij particuliere debiteuren nimmer over te gaan tot openbare verkoop.
Overigens akkoord.
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout
De voorzitter licht het agendapunt kort toe. De commissie kan zich vinden in de voorgelegde stukken, maar plaatst enige kanttekeningen bij de uitwerking van de hoofdlijnen.
Zo zou mevrouw De Jongh, bij een proefproject als dit, bij voorkeur vooraf evaluatiepunten formuleren om onder meer na te gaan wat voor Rijnland de meerwaarde van het project is.
De heer Van Velsen bepleit vooral een open houding aan te nemen, zodat de aanpak mogelijk ook voor andere gebieden toe te passen is.
De heer De Meijer mist in de overeenkomsten, met name in de samenwerkingsovereenkomst, een definitie van het waterketenbedrijf. Voorts vraagt hij zich af of anderen zich in de toekomst bij het waterketenbedrijf kunnen aansluiten.
De heer Bremmer stelt de vraag hoe de verschillende contracten in de tijd worden beheerd. Heeft Rijnland ervaring met geschillenbeslechting en het monitoren van dit soort contracten. Kan het goedkoper? Werkt de regeling al?
De heer Lagas sluit zich bij de vorige spreker maar spreekt tevens zijn grote waardering uit voor de gevonden fiscale constructie.
De heer Van der Smit betwijfelt of de lichte gemeenschappelijke regeling de juiste samenwerkingsvorm is. De gekozen vorm heeft geen eigen gezicht naar buiten vooral met het oog op een eventuele toekomstige uitbouw van de constructie.
De voorzitter benadrukt dat Rijnland met het proefproject op zoek gaat naar een mogelijke synergie in de waterketen. De opzet van een waterketenbedrijf is geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Of dat middel de beste vorm is maakt deel uit van de proef, die zou moeten uitmonden in hetzij een kostenbesparing voor de burger, hetzij in een betere waterkwaliteit, zoals in de intentieverklaring is aangegeven. Ervaring hiermee bestaat bij geen van de betrokken partijen. Het feit dat de tekst tussentijdse toetreding van nieuwe partijen uitsluit, wil alleen zeggen dat alle huidige partijen uitdrukkelijk zullen moeten instemmen met toetreding van een nieuwe partner in de eerste vijf jaar. De regeling voor geschillenbeslechting is voor Rijnland geen onbekende contractuele figuur. Voor het overige bouwt Rijnland met deze proef ´know-how´ op, wat in de toekomst voordeel voor de burger kan betekenen. Voor een omschrijving van het opgerichte waterketenbedrijf verwijst de voorzitter naar de samenwerkingsovereenkomst. De constructie zal in werking treden na goedkeuring door de VV. Overigens vermeldt de voorzitter dat ook de gemeente Zoetermeer belangstellend is.
Overigens akkoord.
(Noot secretaris: Inwerkingtreding vindt plaats na ondertekening door alle drie betrokken partijen. De gemeente Noordwijkerhout zal als laatste, naar verwachting op 28 juni 2001ondertekenen. Vervolgens is voor het verband tussen overheid en private partij goedkeuring vereist door het ministerie van BZK, hetgeen ongeveer zes weken kan vergen. Medio augustus 2001 is aldus een te verwachten ingangsdatum.)
De voorzitter licht toe dat al meerdere malen door Rijnland is getracht het complexe en omvangrijke vraagstuk van de oude zakelijke rechten op te lossen. Dit is door een combinatie interne (personeelswisseling) en externe oorzaken (notaris verzuimde de formele afhandeling) steeds niet gelukt.
De commissie is in het algemeen nogal geschrokken van dit dossier. Zij adviseert de eerder pogingen in het stuk op te nemen. De commissie is voorstander van een snelle en grondige aanpak, liefst uitgevoerd of begeleid door externe deskundigen (genoemd wordt de Gasunie). Voorts stelt de commissie in de prioriteitstelling onderscheid aan te brengen in de belangrijke en minder belangrijke leidingen, alsmede de ouderdom ervan en is bereid ingeval van uitbesteding aan een externe organisatie meer geld te investeren.
De heer Bremmer vraagt voorts of de HSL in dit verband nog een bijzondere prioriteit verlangt.
De voorzitter zegt toe de eventuele voorrang van de HSL na te zullen gaan en het standpunt
van de commissie over de zakelijke rechten in het college te brengen.
Overigens akkoord.
(Noot secretaris: De HSL brengt voor het onderwerp van de oude zakelijke rechten geen bijzondere prioriteit me zich mee. Rijnland oriënteert zich momenteel op een mogelijke civiele procedure tegen de HSL-projectorganisatie over de kostenvergoeding voor het verleggen van diverse leidingen in het tracé. De vergoeding die de projectorganisatie betaalt is onder meer afhankelijk van de vraag of in het verleden voor die leidingen een zakelijk recht is gevestigd.)
XV Krediet vervanging Informatie Systeem Personeel
Akkoord.
XVI Verslag vergadering d.d. 2 april 2001
Verslag zonder opmerkingen vastgesteld.
Mededelingen
a. Jaarverslag 2000
De heer Bremmer breekt een lans voor een portret van de dijkgraaf in het voorwoord. Nu prijkt daar Hare Majesteit, maar de dijkgraaf is toch het gezicht van Rijnland, aldus spreker.
De voorzitter geeft een toelichting op de sedert de afgelopen 15 jaar hierin gevolgde beleidslijn, maar zegt de suggestie te zullen overwegen.
Overigens kennis genomen.
b. Raamagenda
Kennis genomen.
g. Overzicht delegatiebesluiten eigendommen
Kennis genomen.
h. Strategienota Streekplan Noord-Holland
Kennis genomen.
i. Legger primaire waterkeringen
Kennis genomen.
j. Procedure Waterkeringsbeheerplan
Kennis genomen.
XVIII Rondvraag
Mevrouw De Jongh informeert naar de onderzoeksresultaten van de Spaarndammerdijk. Graag zou zij zien dat Rijnland hierover naar buiten toe informeert. De heer Van Klaveren antwoordt dat dit na de komende VV zal gebeuren.
De heer De Meijer spreekt zijn verontrusting uit over de situatie onder de bollentelers, die eigenhandig delen van de boezem dreigen af te dammen. Wat is Rijnlands beleid hierin?
De voorzitter geeft aan dat Rijnland hierover overeenstemming heeft bereikt met de provincie en het college op zo kort mogelijke termijn de VV een voorstel zal aanbieden. De heer Van Klaveren voegt toe dat hem op dit moment geen grootschalige problemen over afdamming hebben bereikt.
De heer De Meijer heeft vernomen dat Rijnlands milieuzorgsysteem als onvoldoende is beoordeeld. Hij vraagt naar de achtergrond van die stelling.
De voorzitter licht toe dat de Unie-enquête hierover door Rijnland onvolledig is ingevuld, als zou Rijnland geen milieuzorgsysteem hanteren. Dit heeft ten onrechte geleid tot de lage score. Rijnland hanteert wel degelijk een milieuzorgsysteem, zij het dat dit niet is gecertificeerd. De publiciteit over de benchmark zuiveringsbeheer heeft voor Rijnland overigens gunstig uitgepakt, aldus de voorzitter.
Voortgangsrapportage Arbeidsomstandigheden 2001
Kennis genomen.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 10 september 2001.
