Verslag commissie bestuurszaken 8 oktober 2001

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie bestuurszaken 8 oktober 2001

Agenda

I Opening
III Evaluatie 2001 WBP-2000 Rijnland
IV Kostentoedelingsverordening
V Concept Meerjarenraming 2002-2006
VI Beleidsvoornemen Tarieven 2002
Xa Verslag vergadering d.d. 10 september 2001
XI Mededelingen
a. Bestuursenquête website
c. Activiteiten bij het 150e lustrum van het magna charter van Rijnland
XII Rondvraag

Conceptverslag

Aanwezig:
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)

de heer J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)

C. Bremmer, mw. drs. J. de Jongh , F.J.M. Lagas, E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);

mr. C.C. Bakker (secretaris)

Afwezig:
P.J. van der Geest

Agendapunt I tot en met VI in aanwezigheid van de heer J. van Wijk, directeur Financiën.

I Opening

De voorzitter heet de aanwezigen welkom en stelt de agenda, als in de aangepaste versie voorgesteld, vast. Bijgevolg zal de kredietaanvraag voor het 750 jarig bestaan van Rijnland op een later moment aan de orde komen, nu zal slechts een mededeling aan het lustrum worden geweid. Van de heer Van der Geest is bericht van verhindering ontvangen.

III Evaluatie 2001 WBP-2000 Rijnland

De voorzitter licht het agendapunt kort toe en wijst erop dat de Voorjaarsnota voortaan de evaluaties van het WBP en van het College Beleidsprogramma zal vervangen. Vervolgens geeft hij de leden het woord.

De heer Bremmer vindt dat de omschrijving van de partnerrol van Rijnland duidelijker zou mogen en informeert naar de visie van Rijnland op het gebied van handhaving. Verder stelt de heer Bremmer voor om een lid van de Stuurgroep Calamiteitenzorg een toelichting in de commissie te laten geven.

Mevrouw De Jongh is van mening dat de omschrijving van de partner als goede buur de juiste is. Rijnland heeft een specifieke taak en dient zich daartoe te beperken. Wat de calamiteiten bestrijdingsplannen betreft zou zij graag zien dat, gelet op de recente wereldwijde terroristische aanslagen, de bestrijdingsplannen nog eens kritisch worden bezien en zonodig aangepast. Op het punt van baggeren adviseert zij, los van de taak, ook op het imago van Rijnland te letten.

De heer Van Velsen komt in de evaluatie meermalen dezelfde teksten tegen en informeert bij de directeur Financiën naar de financiële rode draad in het verhaal.

De heer Van der Smit vraagt zich bij lezing van de evaluatie af of Rijnland niet teveel nieuw beleid op de rails heeft willen zetten.

Naar de mening van de heer De Meijer ontbreekt voldoende afstemming met de inliggende waterschappen. Hij informeert bij de heer Van Wijk naar de financiële achtergrond van de evaluatie. Voorts is spreker van mening dat met baggeren zou moeten worden begonnen waar dat nu zou kunnen, ook zonder inmetingsprogramma. Veel onderzoeksgegevens zijn inmiddels bekend, wanneer start de uitvoering, zo vraagt spreker, verwijzend naar de genoemde onderzoeken op pagina 21 van de evaluatie (beheer oppervlaktewaterkwaliteit). De heer De Meijer vraagt of inmiddels de veiligheid van de waterkering voldoende in kaart is gebracht, onder verwijzing naar de wettelijke periodiek uit te voeren veiligheidstoets. Tot slot breekt spreker een lans voor meer en inzichtelijker communicatie van Rijnlands werkzaamheden en beleid in ´hapklare brokken´. De website zou hiervoor een uitmuntend medium kunnen zijn, aldus spreker.

De heer Lagas is verheugd over de progressie in het uitgevoerde beleid. Hij spreekt evenwel zijn zorg uit over de aangekondigde vertraging in de beleidsuitvoering door de komende reorganisatie in het waterbeheer.

De voorzitter dankt de leden voor hun reacties. De opmerkingen over veiligheid en baggeren zal de heer Van Klaveren voor zijn rekening nemen. Het overige zal de voorzitter toelichten.

Wat betreft het partnerschap licht de voorzitter toe dat het gebruik van deze omschrijving een uitdrukkelijk wens is geweest van het vorige college. De vraag is nu wat de term partner precies inhoudt in het licht van Rijnlands taak. Het huidige college geeft vanwege de betere hanteerbaarheid de voorkeur aan de uitleg van ´goede buur´.

Op de vraag van de heer Van der Smit bericht de voorzitter dat nog niet alle nieuwe beleidsonderdelen voldoende uit de verf komen. Er zit volgens de voorzitter echter goed schot in een aantal dossiers, zoals ook de heer Lagas opmerkte. Andere dossiers hebben meer tijd nodig om tot wasdom te komen.

Het doen van onderzoeken is een voortdurend proces en dient volgens de voorzitter tevens om verantwoording over gemaakte kosten en genomen maatregelen te kunnen afleggen naar de verschillende kostendragers.

Over de handhaving merkt de voorzitter op dat het in de praktijk niet eenvoudig blijkt de negen verschillende handhavingsregio´s waarmee Rijnland te maken heeft op één lijn te krijgen. In niet geringe mate hangt de kracht van de samenwerking af van de politieke moed van plaatselijke politici. Ook het oor van de wetgever is bij wijle ongevoelig voor de praktijkervaring van Rijnland en dat belemmert een goede taakuitoefening soms ernstig , zie de ervaringen met het Bouwstoffenbesluit in de affaire Getsewoud.

De voorzitter kan zich vinden in het voorstel van de heer Bremmer, om een lid van de Stuurgroep Calamiteitenzorg een inleiding te laten verzorgen in deze commissie, alsmede in het voorstel van de heer De Meijer om informatie over de WBP-thema´s via de website in begrijpelijke taal en omvang weer te geven.

Twee stukken worden in de vergadering uitgedeeld over de reorganisatie van het waterbeheer. Het betreft de reactie van Rijnland van 3 oktober 2001 op de beleidsvisie van GS van Zuid-Holland en de brief van GS van Noord-Holland van 25 september 2001 inzake het waterschap Groot-Haarlemmermeer. De voorzitter licht toe dat zijns inziens de personele consequenties van de reorganisatie van het waterbeheer onderling tussen de waterschappen sterk verschillen.

De heer Van Klaveren gaat vervolgens in op de vragen over het baggeren en de veiligheid van de waterkering. Hij schetst dat het aanvankelijk de bedoeling van het college was om snel met baggeren te beginnen. De studie naar de voorgenomen renovatie van het gemaal Katwijk bracht echter aan het licht dat baggeren niet steeds en overal noodzakelijk lijkt te zijn. Dit inzicht leidde ertoe dat de koers voor het opstellen van de nieuwe legger moest worden bijgesteld, hetgeen uitstel van baggerwerkzaamheden met zich meebracht. Dit is voor het college de aanleiding geweest te komen met een interim-programma voor het baggeren. Gaat de VV met dat interimprogramma akkoord, dan kan in 2002 grootschalig met baggeren worden gestart. Er is hiervoor is voldoende budget gereserveerd. Waar bagger verontreinigd is kan Rijnland niet zonder meer van particulieren verwachten de specie op de kant te zetten, zeker niet zolang Rijnland zelf terughoudend is met baggeren. De hernieuwde inspoeling van verontreinigde bagger in de kopsloten bij Aalsmeer, vanuit de Ringvaart, is onderwerp van overleg met de provincie.

Wat betreft de veiligheidstoets van de waterkering geeft de heer Van Klaveren aan dat voor de Spaarndammerdijk een MER-procedure loopt en dat er voor de Goejanverwelledijkdit jaar een onderzoek komt. Uit de eerste resultaten van de in overleg met de provincie opgestelde Kustvisie 2050 blijkt dat ons kustdeel veilig is en blijft.

De heer Van Wijk licht vervolgens toe dat zowel de investeringen als de exploitatiekosten een vergelijking geven tussen de jaren 2001-2005 en 2002-2006. De reserves worden verminderd met datgene wat is afgewikkeld en uitgebreid met de gevolgen van het toegevoegde jaar.

Overigens akkoord.

IV Kostentoedelingsverordening

De voorzitter zet kort uiteen dat het college vanwege bestuurlijke argumenten geen wijziging van de verordening voorstelt en vraagt de reactie van de leden.

De leden neigen sterk naar handhaving van de verordening, onder meer door de komende reorganisatie in het waterbeheer en met het oog op de verlenging van de zittingsduur van het bestuur.

De voorzitter benadrukt dat het op korte termijn niet meer mogelijk is de afspraak met de VV de bestuurssamenstelling te wijzigen na te komen.

De heer Bremmer vraagt hoe de stemverhouding in het college is geweest. De voorzitter antwoordt dat het collegebesluit breed wordt gedragen.

De heer Van Wijk licht desgevraagd toe dat bij eventuele aanpassing van de verordening de tijdspanne geen probleem geeft, indien de tarieven uiterlijk ultimo 2001 worden vastgesteld. De aanslagen worden op zijn vroegst eind maart 2002 verzonden.

Overigens akkoord.

V Concept Meerjarenraming 2002-2006

De heer Van Wijk licht het agendapunt kort toe en wijst erop dat een aantal gegevens, zoals de grafieken op de pagina´s 18 tot en met 21 betreffende omslag en heffing mogelijk zullen wijzigen met de veranderingen in de organisatie van het waterbeheer.

Op de vraag van de heer Van Velsen hoe in de meerjarenraming om te gaan met het per 1 januari 2004 aan te treden interim-bestuur antwoordt de voorzitter dat een dergelijke vooruitblik niet doenlijk is. De burger moet bovendien op een consistent financieel beleid van de overheid kunnen vertrouwen.

De heer Bremmer informeert naar de achtergrond van het geringe verschil tussen het pessimistisch en het optimistisch scenario. De heer Van Wijk antwoordt dat dit samenhangt met het feit dat Rijnlands werken met name kapitaalintensief zijn.

De heer Lagas vraagt waarom de stijging van de personeelslasten in de tabel op pagina 17 niet als apart scenario is opgenomen. De heer Van Wijk antwoordt dat voor de personeelslasten dezelfde scenario-uitgangspunten worden toegepast als bij de inflatie. De scenariotabel zal, ter verduidelijking, met de personeelslasten worden uitgebreid.

Verder akkoord.

VI Beleidsvoornemen Tarieven 2002

De heer Van Wijk licht toe dat ook in dit beleidsvoornemen geen rekening is gehouden met het samengaan van Rijnland en de inliggende waterschappen per 1-1- 2004.

De heer Lagas merkt op dat dit stuk goed aansluit op de meerjarenraming.

De heer De Meijer merkt op dat op pagina 3 wordt gesproken van het handhaven van het tarief voor de Verontreinigingsheffing op fl. 90,00 door aanwending van de saldireserve, terwijl in de tabel eronder een tarief van fl. 88,15 staat vermeld. De heer Van Wijk zal dit aanpassen.

De heer Van Velsen vraagt of de egalisatiereserve langer te gebruiken zou zijn door het tarief te handhaven. De heer Van Wijk antwoordt daarop dat vanuit fiscale overwegingen de tarieven worden afgerond op hele euro´s. Mede in verband met de vraag vanuit de VV om het voordeel van de BTW-uitspraak zichtbaar te maken, is het tarief naar beneden afgerond en komt het (in euro´s) iets beneden de fl. 90,-.

De heer Bremmer wijst op de relatief geringe stijging van het tarief Ongebouwd ten opzichte van Gebouwd en Ingezetenen en informeert naar de achtergrond daarvan. Voorts vraagt hij in hoeverre de tariefwijzigingen zijn toe te schrijven aan concrete uitvoeringsmaatregelen. De heer Van Wijk antwoordt dat het relatieve verschil voortvloeit uit de verschillende taken van Rijnland. Het WBP vraagt met diverse nieuwe beleidsproducten om enige tariefstijgingen, zoals verwoord in het voorliggende stuk. Ook het effect van de WOZ werkt verschillend door in de categorieën.

Overigens akkoord.

Xa Verslag vergadering d.d. 10 september 2001

Verslag zonder opmerkingen vastgesteld.

Naar aanleiding van de ter vergadering reeds uitgereikte stukken over de reorganisatie waterbeheer (zie boven onder III) merkt de voorzitter op dat uit de brief van 25 september 2001 van GS van Nood-Holland blijkt dat deze de provincie Zuid-Holland steunt in zijn opvattingen over de reorganisatie.

In de reactie van 3 oktober 2001 op de beleidsvisie van GS van Zuid-Holland heeft Rijnland aangegeven het al dan niet op afstand stellen van de afvalwaterzuivering niet als een breekpunt voor de reorganisatie te beschouwen. Verder is onder meer aandacht gevraagd voor het 750 jarig bestaan in 2005.

XI Mededelingen

a. Bestuursenquête website

De voorzitter maakt melding van een relatief lage respons.

De heer Bremmer verwijst naar de Tweede Kamer, waar de leden allen een laptop met aansluiting op Intranet hebben ontvangen. Veel stukken gaan sindsdien digitaal. Dit heeft volgens spreker zeer bijgedragen aan het op gang brengen van de digitalisering bij onze volksvertegenwoordiging.
De voorzitter licht toe dat het rijk de waterschappen daarin nog niet ten volle wil steunen, omdat de (deeltijd) bestuursfuncties bij waterschappen niet op dezelfde lijn worden gesteld als het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging. Bijgevolg zouden de waterschapsbestuurders naast de apparatuur een fiscale bijtelling ontvangen. De waterschappen bepleiten opheffing van die bijtelling.

Verder kennis genomen

c. Activiteiten bij het 150e lustrum van het magna charter van Rijnland

De voorzitter licht nogmaals toe dat thans nog geen krediet voor het lustrum wordt gevraagd. Rijnland zal met de reorganisatie van het waterbeheer in 2004 net niet toekomen aan de viering van het 750 jarig bestaan in 2005. Niettemin wil Rijnland iets bijzonders doen, voor het personeel, voor de functionele relaties, maar vooral ook voor de burgers. Verder kennis genomen.

Geschil met gemeente Haarlemmermeer

Als overige mededeling meldt de voorzitter het geschil met de gemeente Haarlemmermeer inzake de kostenverdeling betreffende door Rijnland aangelegde c.q. aangepaste afvalwatertransportsystemen in de gemeente. Met de gemeente zijn voorheen over de kostenverdeling afspraken gemaakt, die de gemeente thans naast zich neerlegt. Het geschil is niet in der minne op te lossen, ondanks veelvuldig ambtelijk en bestuurlijk overleg. De door Rijnland voorgestelde arbitrage is door de gemeente van de hand gewezen, waardoor Rijnland thans geen andere keus heeft dan het geschil aan de rechter voor te leggen. Rijnland ziet de procedure met vertrouwen tegemoet.

XII Rondvraag

De heer De Meijer informeert naar de stand van zaken bij de Jeugdadviesraad. De voorzitter zegt toe hierop terug te komen.

(Noot secretaris: De Jeugdadviesraad komt maandelijks bijeen en zoekt zelf nog enigszins naar zijn rol. Naar verwachting zal de raad binnenkort een advies uitbrengen over Rijnlands website.)

De heer Van Velsen informeert naar het conceptverslag van het overleg tussen dijkgraaf en zijn sectie.

De voorzitter zal het verslag nagaan.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 26 november 2001.

 

Naar boven