I Opening
* presentatie gebiedsaanpak Gouwe Wiericke WestIII Meerjarenraming 2002-2006
IV Begroting 2002
a. concept begroting
V Wijziging belastingverordeningena. wijziging Verordening Verontreinigingsheffing
b. herziening Omslagverordening Rijnland
VI Euro
IX Regionaal samenwerkingsverband GBKN ZHXV Kostenverdelingsovereenkomst met gemeente Alphen aan den Rijn inzake transportsysteem awzi Alphen-Kerk en Zanen
XVII Verslag vergadering d.d. 8 oktober 2001XVIII Mededelingen
c. evaluatie besturingsmodel
XIX Rondvraag
Aanwezig
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)
de heer J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
C. Bremmer, P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh , F.J.M. Lagas, E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);
mr. C.C. Bakker (secretaris)
Agendapunt I in aanwezigheid van mevrouw dr. ir. E.H.S. van Duin, hoofd van de afdeling Integrale plannen en projecten (IPP)
Agendapunten III t/m VI in aanwezigheid van de heer J. van Wijk, directeur Financiën.
De voorzitter heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder mevrouw ir. R.D. Groen, beleidsmedewerker van de afdeling IPP, die een inleiding zal verzorgen, en stelt de agenda als voorgesteld vast. Bij de uitnodiging werd reeds aangekondigd dat het agendapunt VII, Dummy Voorjaarsnota, komt te vervallen. Dit zal op een later moment aan de orde komen.
* Presentatie gebiedsaanpak Gouwe Wiericke west
Er volgt een presentatie met behulp van sheets door mevrouw Groen. Een kopie van de gebruikte sheets is aan het verslag gehecht. Daarnaast is ter vergadering uitgereikt een afschrift van het TNO-rapport ´Uitwerking duurzaam waterbeheer in het Herinrichtinggebied Reeuwijk´ van juni 2000, alsmede kopie van de Ontwerp initiatiefnotitie Reeuwijk van de provincie Zuid-Holland d.d. 28 mei 2001.
Het project behelst het eventueel aanwenden van een deel van een polder voor waterconservering, nodig voor peilhandhaving, ter bestrijding van verzilting en ten behoeve van de watervoorziening van de nabijgelegen boomkwekerijen. Bijgevolg zal de kwaliteit van het nu te voedselrijke water in zijn algemeenheid verbeteren. Gelet op de onzekerheden waarmee agrarische gebruikers de komende jaren worden geconfronteerd, voorziet de planvorming onder meer in een overbruggingsplan, bestaande uit een fonds waaruit schadevergoedingen kunnen worden betaald. Het project is nog niet geheel uitgekristalliseerd. Toch, of juist daarom, kiest Rijnland ervoor alvast met het project naar buiten te treden.
De heer Van der Geest informeert in hoeverre het project voor bewoners en andere belanghebbenden wordt gepresenteerd. Mevrouw Groen antwoordt dat inmiddels meerdere informatieavonden, door het gebied verspreid, hebben plaatsgevonden. In het algemeen blijkt dat het probleem wordt herkend. De door Rijnland voorgestelde oplossingen roepen zowel weerstand als begrip op.
Mevrouw De Jongh vraagt welke kosten met de realisatie van het project zullen zijn gemoeid. De voorzitter benadrukt dat dit het eerste integrale waterbeheerproject van Rijnland betreft. De vraag van de kosten komt pas aan de orde als eerst duidelijk is of Rijnland op deze ingeslagen weg verder wenst te gaan.
De heer Van Velsen informeert of bekend is wanneer de op waterconservering toegesneden schadevergoedingsregeling, als bedoeld in de startovereenkomst van WB 21, het licht zal zien. Mevrouw Van Duin antwoordt dat Rijnland voorstander is van een dergelijke schaderegeling, maar dat de provincie in dit geval leidend is.
De voorzitter vraagt de leden of zij kunnen instemming met de doelstellingen van het project.
Naar de mening van de heer Van Velsen is door de regering het beleid al uitgezet, Rijnland zal moeten volgen. In die zin ziet spreker dit project als een landelijke testcase.
De heer Van der Smit ziet een onderscheid tussen probleem en oplossing; naar zijn mening is het probleem nog onvoldoende helder om al over te gaan tot de oplossingsfase. Spreker zou meer duidelijkheid wensen over de schade die samenhangt met de waterconservering en de vergoeding daarvan. Vooral het overbruggingplan is in zijn ogen cruciaal. Voor de heer Van der Smit is het ook nog geen uitgemaakte zaak dat extra waterberging per se tot de verantwoordelijkheid van het waterschap behoort. Wel spreekt hij zijn waardering uit voor de open communicatie van Rijnland door de bewoners en andere betrokken belanghebbenden in een vroeg stadium bij het project en de te maken keuzes te betrekken. Hij meldt overigens voor de transparantie dat hij zelf rechtstreeks belanghebbende is.
De heer Bremmer vraagt of de onzekerheden in het project zijn in te schatten, ook in financiële zin. Volgens de heer Van Klaveren is een reële schatting eigenlijk niet te maken.
De voorzitter benadrukt dat in de vraagstelling een zekere fasering ligt besloten. Alvorens tot de afweging van kosten over te gaan, ligt eerst de meer principiële vraag voor, of de commissieleden ermee akkoord gaan dat Rijnland sowieso meebetaalt aan extra waterberging. Daarnaast speelt nog een ander waterschap mee.
De heer Bremmer stelt de vraag anders: zien we dit project als een uitwerking van WB 21?
Mevrouw De Jongh adviseert het oor te luister te leggen bij de Recreatieschappen. Naar verluid hadden deze in soortgelijke vraagstukken de financiering redelijk rond voorafgaand aan het proces, aldus spreekster.
De voorzitter rondt de gedachtewisseling af, onder dankzegging aan mevrouw Groen en mevrouw Van Duin, met de opmerking dat dit voor de commissie de eerste proeve van extra waterberging is.
De heer De Meijer mist enige beleidsonderdelen in het overzicht op pagina 7. De voorzitter wijst erop dat de nieuwste beleidsthema´s nog niet in dit overzicht zijn opgenomen.
De heer Bremmer zag graag in de inleiding een kort overzicht van gewijzigde onderdelen ten opzichte van de vorige Meerjarenraming. De heer Van Wijk licht toe dat die wijzigingen gering zijn en wijst daarvoor naar de hoofdstukken 8 en vooral 2.
Overigens akkoord.
De heer De Meijer vraagt of de BTW-constructies in de toekomst nog toepasbaar zullen zijn. De voorzitter antwoordt dat de belastingbesparende constructie volgens de Hoge Raad is toegestaan, maar dat de politiek inmiddels meent dat lagere overheden, inclusief waterschappen, zich niet meer van deze constructie zouden mogen bedienen. Een wetswijziging waarbij de toepassing voor provincies en gemeenten wordt verboden is in de maak, maar voor waterschappen is vooralsnog geen belemmering. Daarnaast heerst nog een grote mate van onduidelijkheid over de reikwijdte van de bepalingen. Rijnland is niettemin bereid zich naar het handelen van de mede-overheden te richten, al is vooralsnog de wetgever aan zet, aldus de voorzitter.
De heer Bremmer stelt voor een presentatie in de commissie over de Floriade te organiseren. Dit voorstel wordt aangenomen. In de eerstvolgende commissievergadering zal een presentatie over de Floriade worden verzorgd. Overigens zal dan ook een presentatie over de Calamiteitenzorg worden gegeven.
Overigens akkoord.
Uitgereikt is een overzicht van 22 november 2001 over de waterschapslasten in 2002 van omliggende waterschappen.
Kennis genomen.
V Wijziging belastingverordeningen
a. wijziging Verordening Verontreinigingsheffing
Zonder opmerkingen akkoord.
b. herziening Omslagverordening Rijnland
De heer Bremmer informeert naar de datum van inwerkingtreding. De voorzitter licht het voorstel toe.
Overigens akkoord.
De heer Bremmer wijst op een verschrijving in het bijgevoegde concept VV-besluit, waar onder II per abuis wordt verwezen naar het onder II gestelde, in plaats van het onder I gestelde. Deze verschrijving zal worden hersteld. Verder stelt hij voor in het bijgevoegde overzicht van delegatiebesluiten bij het besluit van 28 november 1979 onder 1.e in de (niet-limitatieve) opsomming van gerechtelijke instanties ook het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te vermelden. De commissie gaat hiermee akkoord. De voorzitter zegt toe de wijziging van het VV-voorstel. te bevorderen.
Overigens akkoord.
IX Regionaal samenwerkingsverband GBKN ZH
De voorzitter licht toe dat Rijnland, door deelname aan het samenwerkingsverband en de Stichting, meer invloed verwacht uit te kunnen oefenen op de doelen en werkzaamheden van de Stichting.
De heer De Meijer vraagt waar in de overeenkomst of de concept-statuten vastligt dat per sector niet meer dan één deelnemer in de Stichtingsbestuur zal zijn afgevaardigd.
De voorzitter zegt toe de overeenkomst en de statuten op dit punt te zullen nazien.
De heer Van Velsen vraagt of ook in de provincie Noord-Holland een soortgelijke overeenkomst geldt. De voorzitter zal dit nagaan.
Overigens akkoord.
(Noot: De bevoegdheid c.q. de verplichting om per sector één bestuurder te benoemen ligt vast in artikel 6.1 van de overeenkomst en in artikel 4, leden 2 en 6 van de concept-akte.
In de provincie Noord-Holland zijn alle gemeenten, behalve Amsterdam, verenigd in de VOF Basiskaart Noord-Holland. Rijnland, noch enig ander waterschap, participeert in die contructie.)
XV Kostenverdelingsovereenkomst met gemeente Alphen aan den Rijn inzake transportsysteem awzi Alphen-Kerk en Zanen
De heer Lagas vraagt of de voorgestelde afspraken via de weg van onderhandeling zijn totstandgekomen danwel volgens vaste criteria. De voorzitter antwoordt dat de onderhavige kostenverdelingsovereenkomst is gebaseerd op een model, ontwikkeld door de Unie van Waterschappen en de VNG gezamenlijk. Rijnland past dit model in voorkomende gevallen steeds integraal toe, zoals ook hier.
De heer De Meijer wijst op de in de pre-ambule (`Gelet op`) onder 1 genoemde Rijnlandse verordeningen. Hij vraagt zich af of de daar genoemde verordeningen nog alle van kracht zijn. De voorzitter zegt toe dit te zullen nagaan.
Overigens akkoord.
(Noot: De verordening waterkwaliteitsbeheer Rijnland is na het opstellen van het oorspronkelijk concept van de onderhavige overeenkomst ingetrokken en samen met de Verordening waterhuishouding Rijnland in april 2000 opgegaan in de Verordening waterbeheer Rijnland. De tekst van de tekenen overeenkomst zal op dit onderdeel worden aangepast.)
XVII Verslag vergadering d.d. 8 oktober 2001
Het verslag wordt zonder opmerkingen vastgesteld.
Naar aanleiding van het voorstel van de heer Bremmer op pagina 2 meldt de voorzitter dat een lid van de Stuurgroep Calamiteitenzorg in de eerstvolgende commissievergadering een inleiding zal verzorgen.
Naar aanleiding van een vraag van de heer Van Velsen licht de voorzitter de rol van de portefeuillehouder ten opzichte van de secretaris - algemeen directeur nader toe.
Voorts merkt de heer Van Velsen op dat de reorganisatie binnen Rijnland zijn einde nadert. Hij verzoekt om een overzicht hoe Rijnland nu in elkaar zit. De voorzitter zal ten behoeve van de commissie een overzicht laten opstellen.
Overigens kennis genomen.
De heer Bremmer is van mening dat de behandeling van amendementen in de VV kan worden verbeterd, vooral waar het gaat om het tijdstip van indiening en behandeling ervan. De voorzitter zegt toe het reglement van orde erop na te zullen zien.
Volgens de heer Van Velsen staan in Rijnlands brochure ´De zaak water´ foutieve bedragen voor waterkering en waterkwaliteit (zie onder ´Waar doen ze het van´). De voorzitter zal dit nagaan.
De heer Van Klaveren maakt tot slot melding van de behandeling van de Kustvisie 2050 in de informele VV van 16 januari 2002.
(Noot: Het reglement van orde van de VV geeft in artikel 14 een regeling voor amendering van voorstellen. Het tijdstip van indiening en behandeling van amendementen is niet geregeld.
De bedragen in de genoemde brochure zijn globaal juist. Het totaalbedrag dat binnen Rijnland aan waterbeheer wordt besteed is circa 210 miljoen gulden. Voor de effectiviteit van de communicatie is ´ongeveer 200 miljoen gulden´ als uitgangspunt genomen. Overigens zal de brochure , die al weer enige tijd geleden is verschenen, binnenkort worden herzien.)
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 11 februari 2002.
