Tijdens de bijeenkomst van de commissie bestuurszaken van 2 december 2002 is onder meer gesproken over de Wijziging Omslagverordening Rijnland.
V Begroting 2003
a. Concept begroting
VI Wijziging Omslagverordening Rijnland
VIII Wijziging Verordening uitkering oeverherstel; 90% of normbedragen en natuurvriendelijke oevers
X Uitbreiding capaciteit boezemgemaal Katwijk
XI Gebiedsaanpak waterbeheer Gouwe Wiericke west
XII Overname waterkwaliteitsbeheer Zijkanaal B-noord
XIII Wijziging samenwerkingsovereenkomst DRSH Zuiveringsslib NV
XVI Arbeidsvoorwaarden waterschapspersoneel 2002
- Verslag commissievergadering d.d. 30 september 2002
1. Procedure ontwerppeilbesluit De Zilk
2. Ontheffingenbeleid Noord-Holland
f. Herinrichting Leidschendam; inspanningsverklaring Nieuwe Driemanspolder
h. Aanwijzing voorzitters vaste commissies
Beknopt verslag van de bijeenkomst van de commissie bestuurszaken van 2 december 2002 te Leiden
Aanwezig
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)
J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
drs. C. Bremmer, P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh, E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);
mr. C.C. Bakker (secretaris)
mr. drs. A.R. van Kampen (wnd. hJBZ)
Agendapunten II, III en IV in aanwezigheid van de directeur Financiën, de heer A. Bol
Agendapunt X in aanwezigheid van C. de Booy (PWE)
Agendapunt XI in aanwezigheid van mw. ir. R. Groen (IPP)
Afwezig
F.J.M. Lagas (met bericht)
De voorzitter heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt vastgesteld als in de aangepaste versie voorgesteld. De heer Lagas laat zich wegens ziekte verontschuldigen.
De heer Bol licht de Meerjarenraming (MJR) kort toe. Inmiddels zijn ook alle concept stukken via internet te raadplegen. Er zijn tot op heden nog geen reacties ontvangen. Hij meldt verder dat Rijnland op twee na het laagste tarief voor de verontreinigingsheffing in Nederland heeft. Volgens de voorzitter gaat het hier niet om een gerichte inzet, maar een constatering achteraf.
De heer Bremmer informeert naar het effect dat het landelijke sociaal akkoord over de loonmatiging heeft op de MJR. Ook vraagt hij wat de verwachte gevolgen zijn van de in Unieverband op te stellen functieclassificatie op de functiewaardering binnen Rijnland.
Naar de mening van de heer De Meijer is het jammer dat het tarief van de omslag Ongebouwd en Ingezetenen omlaag gaat om reden dat enkele natuurvriendelijke oevers niet worden aangelegd.
De voorzitter licht toe dat het sociaal akkoord geen directe werking zal hebben ten aanzien van voor de loonontwikkeling binnen Rijnland. De uurtarieven bij de waterschappen liggen overigens onder rijksniveau en zullen daar naar verwachting, ook na de verhoging als gevolg van de nieuwste CAO, enige procenten onder blijven. De voorzitter hoopt dat de functieclassificatie voor het gefuseerde waterschap geen aanmerkelijke effecten zal hebben. Hij betwijfelt of het in ontwikkeling zijnde Uniemodel al kan worden gebruikt, maar heeft daar nog geen volledig zicht op.
De heer Bol meldt, onder verwijzing naar de Begroting onder 2.1, dat de daling van de twee omslagtarieven het gevolg is van uitstel van de aanleg van enkele natuurvriendelijke oevers, die door derden werden uitgevoerd. Rijnland kent een financiële bijdrage in deze projecten, die waarschijnlijk een jaar later wordt besteed. In de Begroting 2004 zullen deze kosten dus weer terugkomen.
Verder akkoord.
De heer Bol kondigt aan dat aan de VV-leden een nieuwe druk van de Begroting 2003 zal worden uitgereikt. In de reproductie is op een aantal plaatsen een storing ontstaan. Ook enige redactionele aanpassingen kunnen dan worden meegenomen. Verder licht hij het agendapunt inhoudelijk toe. De heer Bol wijst met name op de risicoparagraaf. Daarin wordt een aantal mogelijk meerkosten in het vooruitzicht gesteld, onder meer op het gebied van de WOZ-taxaties en de sale and lease backregeling.
De voorzitter benadrukt dat Rijnland op dat laatste punt haar beleid pas zal wijzigen als een concrete wetswijziging daartoe noopt.
De heer De Meijer vraagt waarom er voor het baggeren in Haarlem verschillende bedragen worden gegeven (Begroting, par. 2.8.4). Verder wijst hij op de intentie van Rijnland om vanaf 2005 met een regulier baggerprogramma van start te gaan. Spreker vraagt wanneer dat baggerprogramma gereed is. Voorts wijst hij op het peilbesluit voor De Zilk in par. 2.8.2, waar nog december 2002 als besluitdatum staat vermeld.
De heer Bremmer vraagt waarom in de risicoparagraaf staat vermeld dat het "niet wenselijk" is voor bepaalde risicos voorzieningen te treffen en wat bedoeld wordt met het verschil in bedragen netto en bruto.
De heer Van Klaveren antwoordt dat naar verwachting in 2005 de secundaire en tertiaire wateren zijn ingemeten en Rijnland een regulier baggerprogramma gereed zal hebben.
De heer Bol voegt toe dat de verschillende bedragen voor het baggeren in Haarlem hun oorsprong vinden in de verdeling over twee jaren. De totale kosten van 14 mln. euro worden over twee jaren verdeeld, waarbij in de begrote jaarlijkse kosten van 6 mln. euro rekening is gehouden met een bijdrage van de gemeente Haarlem. De nieuwe datum voor het peilbesluit De Zilk (februari 2003) zal in de "nieuwe druk" van de Begroting worden meegenomen, aldus de heer Bol. Dat voor sommige projecten een voorziening "niet wenselijk" is, vindt zijn achtergrond in de onmogelijkheid in die gevallen een realistische schatting van de benodigde budgetten te maken.
De heer Bremmer adviseert de tekst te wijzigen door te wijzen op het verschil in aard en orde van de betreffende risicos. Aldus wordt besloten.
Verder akkoord.
Akkoord.
De heer Van Klaveren licht het onderwerp kort toe. Hij wijst op een omissie in het voorstel: waar op pagina 4 onder Financiële consequenties wordt gesproken van een periode van 40 jaar moet 20 jaar worden gelezen. In de verdere tekst en in het conceptbesluit is deze termijn wel juist vermeld.
De heer Bremmer informeert naar de achtergrond van de keuze voor subsidie van 90%. De heer Van Klaveren antwoordt dat ervoor is gekozen ook enige kosten bij de eigenaar te laten.
Verder mist de heer Bremmer in de regeling een duidelijke omschrijving van het begrip natuurvriendelijke oever en stelt hij voor de gewijzigde regeling na drie jaar te evalueren.
Naar de mening van de heer Van Velsen is het ontbreken van een definitie geen gemis. Als subsidie voor oeverherstel wordt verleend hangt het van de situatie af of dat aan een natuurvriendelijke oplossing wordt besteed of niet.
De heer Van der Smit is van mening dat het knelpunt bij natuurvriendelijke oevers vooral het onderhoud is, niet zozeer de aanleg. Hij stelt voor in een evaluatie dit aspect mee te wegen.
De heer De Meijer merkt nog op dat met de nieuwe regeling toch vooral een wijziging van het karakter van een oever wordt gestimuleerd. Verder meent hij dat een wijziging van de bestedingen van het Fonds Oeverherstel ook in de Begroting door zou moeten klinken.
De heer Van Klaveren antwoordt daarop dat er niet voor is gekozen het onderhoud te subsidiëren, omdat dit sterk afhankelijk is van de vraag hoe de betreffende oever is ingericht. Jaarlijks wordt in de VV van de maand juni het tarief voor de vaarvergunningen vastgesteld. Op dat moment zal het college hierop terugkomen.
Alles bijeen adviseert de commissie de gewijzigde verordening na drie jaar te evalueren.
Verder akkoord.
De heer Van Klaveren licht het agendapunt toe.
De heer Van Velsen en de heer Van der Geest vragen of de bouwvergunning op later tijdstip nog is uit te breiden. De heer Bremmer kan zich voorstellen dat bij de aanvraag van de bouwvergunning nieuwe inzichten rijzen.
De heer De Booy antwoordt dat de aanvraag bouwvergunning in een later stadium aan de orde zal worden gesteld. Nu gaat het om het waterstaatkundig besluit.
De heer De Meijer hecht eraan dat het college ook de noodzaak van de bergingslocaties benadrukt.
Dat zal het college zeker doen, aldus de voorzitter. Tot slot schetst de voorzitter het procedurele vervolg van het voorgestelde besluit. Tegen het VV-besluit staat gedurende zes weken na publicatie ervan administratief beroep open bij GS, met daarna eventueel beroep op de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Datzelfde geldt overigens te zijner tijd voor de bouwvergunning, op het administratief beroep na.
Verder akkoord.
De voorzitter licht het agendapunt toe en kondigt aan het voorgestelde aktieve aankoopbeleid alsnog in het conceptbesluit op te nemen.
De heer Bremmer vraagt zich af hoe je een project van deze omvang beheersbaar houdt. Hij mist een financiële paragraaf en informeert naar de dekking van ruim 60 miljoen euro.
Positief is de heer Van Velsen over de gevolgde aanpak. Wel is hem nog niet duidelijk op welk moment bestuurlijke medewerking wordt verlangd en afstemming zal plaatsvinden voor de grondaankoop.
Ook mevrouw De Jongh ziet met belangstelling uit naar de resultaten van dit project. Zij vraagt of het aankoopbeleid betrekking heeft op de gebieden met flexibel peil of alleen voor de bergingslokaties.
De heer Van der Smit brengt zijn compliment uit voor de duidelijkheid van het voorstel. Bij meervoudig ruimtegebruik ziet hij vooral een mogelijke kostendrager in een woonfunctie ("drijvend wonen"). Dit vergt wel het akkoord van rijk, provincie en gemeente; hij adviseert vooraf op bestuurlijk niveau de hoofdlijnen met de betrokken overheden overeen te komen. Verder vraagt hij of de voorgestelde oplossing wellicht ook voor andere veenweidegebieden is toe te passen. Over een aktieve grondpolitiek van Rijnland merkt spreker op dat Rijnland daarmee een moedige stap zet, maar op moet passen voor een prijsopdrijvend effect in de regio.
De heer De Meijer sluit zich bij de vorige spreker aan en zou daarnaast graag, in plaats van een gefaseerde aanpak, een schets van een totaaloplossing zien.
De voorzitter benadrukt dat de medewerking van andere overheden essentieel zal zijn, met name die van het rijk in verband met de financiering van WB21. De voorzitter acht het rijk medeverantwoordelijk en verwacht met de medewerking van het rijk de waterberging wel te kunnen realiseren. Bij de bodemdaling liggen de kaarten anders. De dossiers hierover zijn nog niet eensluidend en onderzoeken zijn nog gaande. Doch ook hier zal de medewerking van het rijk van groot belang zijn. Wat de beheersbaarheid van het project betreft wil Rijnland volgens spreker wel trekker zijn, indien andere overheden voor de haalbaarheid van het project instaan. Over het voorgestelde aktieve grondbeleid stelt de voorzitter dat Rijnland geen politiek van "uitroken" nastreeft, maar anderzijds ook niet de grondprijs wenst op te drijven.
Mevrouw Groen voegt toe dat het gevraagde overzicht van kosten is weergegeven in de tabel op pagina 7 van het voorstel. De betrokkenheid van mede-overheden is juist inzet van de aangeboden samenwerkingsovereenkomst. Het aktieve aankoopbeleid zal zowel op de bergingsgebieden betrekking hebben als op de gebieden met flexibel peil, maar in eerste instantie op de MT-polder. In gebieden met flexibel peil is overigens de provincie al van start gegaan met grondaankoop, aldus mevrouw Groen. Wat de ruimtelijke ordening betreft zat Rijnland trachten een bestemming te realiseren die voor het hoogheemraadschap de minste kosten met zich meebrengt. Een totaalaanpak is volgens haar op dit moment niet goed te schetsen. De gefaseerde aanpak die nu wordt voorgesteld dient mede om tussentijdse ervaringen te kunnen verwerken.
Op aandringen van de heer Bremmer zegt de voorzitter nog toe een raming van de kosten van de eerste fase van dit project helderder in het voorstel tot uiting te brengen.
Verder akkoord.
De voorzitter licht het agendapunt toe aan de hand van een kaart van het betreffende gebied.
De heer Bremmer heeft vragen over de getrapte wijze van de overdracht, waarbij ook de provincie is betrokken. Voorts is hij van mening dat in het conceptbesluit het derde gedachtestreepje niet ziet op de aangeboden overeenkomst, maar een interne aangelegenheid van Rijnland betreft.
Mevrouw De Jongh uit haar zorg over de woonboten in het zijkanaal. Menig woonbooteigenaar zou bezwaar hebben tegen de aangeboden overeenkomst met aansluitplicht op het riool.
Naar de mening van de heer De Meijer is de betrokkenheid van de provincie nu niet meer van belang. De voor de overname noodzakelijke wijziging van Rijnlands reglement hebben we al gezien, aldus spreker. Verder is hem niet duidelijk hoeveel Rijnland nu precies ontvangt voor de overname; het voorstel vermeldt diverse bedragen, aldus spreker.
De voorzitter antwoordt dat het de uitdrukkelijke wens is van de provincie bij deze overname betrokken te zijn, waartegen Rijnland geen overwegende bezwaren heeft. De woonboten vormen wat Rijnland betreft uit waterstaatkundig oogpunt geen probleem. Ligt een gemeentelijk riool op maximaal 50 meter, dan geldt wel een aansluitplicht. Rijnland heeft daarvoor een subsidieregeling beschikbaar. Rijnland is met de gemeente Velsen in gesprek over die aansluitverplichting. De tekst van de overeenkomst is al van enige jaren geleden. Als CdK wordt nog de heer Van Kemenade genoemd, hetgeen in de te tekenen overeenkomst uiteraard zal worden gecorrigeerd. Het te ontvangen bedrag zal in het voorstel worden verduidelijkt en in het conceptbesluit zal een scheiding worden aangebracht tussen datgene wat de overeenkomst betreft en wat Rijnland intern regardeert.
Verder akkoord.
De heer Bremmer vraagt of er een verschil is in de fiscale gevolgen wanneer een geheel nieuwe overeenkomst wordt aangegaan, danwel wanneer de bestaande overeenkomst wordt gewijzigd. Het voorstel is hierover naar zijn mening niet geheel duidelijk. Verder is hij niet gelukkig met de redactie van het conceptbesluit.
De voorzitter antwoordt dat er belastingtechnisch een mogelijk verschil is. Dit is vaak niet met zekerheid op voorhand te zeggen, vandaar dat het college veiligheidshalve kiest voor een wijziging van de bestaande overeenkomst. De strekking van het conceptbesluit laat naar zijn mening niet veel ruimte voor een andere formulering, maar na enige discussie besluit de voorzitter dat de tekst van het besluit zal worden herzien.
Akkoord.
Het verslag wordt zonder opmerkingen vastgesteld.
De heer Van Klaveren licht het verdere verloop van de procedure toe. De grote hoeveelheid bedenkingen en een nader onderzoek naar een mogelijk toepassing van de Habitatrichtlijn leiden tot een uitstel van behandeling in de VV. Deze is thans voorzien in februari 2003.
Verder kennisgenomen.
Kennisgenomen.
Kennisgenomen.
Kennisgenomen.
De heer Bremmer informeert naar de besluitvorming bij de Provinciale Staten over de reorganisatie waterschappen Zuid-Holland. De voorzitter geeft een toelichting. De besluitvorming is gesplitst is verlopen en er is verdeeldheid ontstaan. De voorzitter voorziet vertraging.
De heer Van Velsen meldt dat hij bij de eerstvolgende commissievergadering tot zijn spijt verhinderd is.
Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter de vergadering en geeft te kennen aansluitend een onderwerp van personele aard met gesloten deuren te willen bespreken. De heer Van der Smit is door een afspraak gehouden de vergadering te verlaten.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 10 februari 2003.
