Verslag commissie bestuurszaken 8 april 2002

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie bestuurszaken 8 april 2002

Agenda

I Opening

IV Krediet Planning & Controlecyclus

VII Voorjaarsnota 2002

VIII Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Reeuwijk

IX Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Sassenheim

XVI Verslag commissievergadering d.d. 11 februari 2002

XVII Mededelingen

a. Treasurystatuur

b. Wm-rapportage vergunningverlening en handhaving

e. Wijziging Waterschapsreglementen

f. Floriade 2002; brief dijkgraaf waterschap Groot-Haarlemmermeer

g. Beveiligingsplan

XVIII Rondvraag

Overige punten

- TAM-lijst

- Organigram Rijnland

- Nabeschouwing brief dhr. Van Beek aan D&H en VV d.d. 10 febr. 2002

Concept verslag

Aanwezig:
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)

J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)

drs. C. Bremmer, P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh, F.J.M. Lagas, E.C. de Meijer, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (leden);

mr. C.C. Bakker (secretaris)

I Opening

De voorzitter heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt vastgesteld als voorgedragen.

IV Krediet Planning & Controlecyclus

De voorzitter licht het agendapunt kort toe.

De heer Bremmer wijst op pagina 2 van het voorstel en de bijlage, waarin data staan vermeld waarop diverse producten met de VV kunnen worden besproken. Spreker vraagt om een toelichting daarover. De voorzitter verduidelijkt dat het denkbaar is dat men over deelproducten met een bespreking in één of meer commissies kan volstaan, wanneer de VV al over de hoofdzaak heeft beslist.

Voorts informeert de heer Bremmer, duidend op dezelfde pagina van het stuk, op welk moment Rijnland voor medewerkers van de werkgroep Bedrijfsinformatie externe begeleiding inschakelt. De voorzitter antwoordt dat de externe begeleiding vooral ten doel heeft op diverse momenten de eigen medewerkers, die zelf voldoende materiedeskundig zijn, te coachen.

Naar aanleiding van pagina 3 merkt mevrouw De Jongh op dat de afschrijvingstermijn van 5 jaar haar lang voorkomt. De voorzitter zegt haar toe dit te zullen nagaan.

Verder akkoord.

Noot:

Conform de Nota Afschrijvingsbeleid Rijnland wordt voor immateriële activa een afschrijvingstermijn gehanteerd van maximaal vijf jaar.

VII Voorjaarsnota 2002

In grote lijnen is de Voorjaarsnota volgens de voorzitter bedoeld om nieuwe speerpunten van beleid te kiezen; de in de nota aangedragen alternatieven zijn daarbij een hulpmiddel voor de keuzes voor het bestuur.

De heer Bremmer uit zijn waardering voor de overzichtelijkheid en compactheid van de nota. Wel vraagt hij zich af wat er gebeurt als de VV de nota, de keuze van de beleidsthema´s, of de aangedragen alternatieven afkeurt. Zijn alle scenario´s aanvaardbaar? Verder trekt spreker een vergelijking met de gelijknamige rijksnota. Die wordt door de

minister van Financiën als eerste ondertekend. Spreker vraagt wie hier de nota ten principale draagt en wat het karakter ervan is. Inhoudelijk wijst hij erop dat niet alle scenario´s even goed zijn beargumenteerd (7.3.5) en dat het stuk voor niet-ingewijden moeilijk leesbaar zal zijn (bijvoorbeeld de aanduiding ´geen spijt-beleid´). Hij adviseert in de VV een toelichting te geven.

Naar de mening van de heer Lagas is de status van het stuk wel duidelijk. Anderzijds zou hij in het algemeen een aktievere houding van Rijnland in de nota willen lezen; spreker vindt de keus van de scenario´s behoudend en mist concreet omschreven akties. Nu lijkt het of het bestuur de initiatieven moet nemen en de medewerkers daar nog niet aan toe zijn, aldus spreker. Ook zou hij graag over concrete detailinformatie beschikken. Een inflatie van 2,5% komt hem overigens te gunstig voor.

De heer De Meijer mist wat de voorgestelde keuzes betekenen. Graag zou hij zien dat onzekerheden in de nota nog verder worden ingevuld. Bij het WBP staat op enkele onderdelen ´geen opmerkingen´, terwijl Rijnland daar volgens spreker niet op schema ligt. Ten aanzien van het onderdeel Baggeren merkt hij op dat hem niet meer duidelijk is of de start van dit werk nu afhangt van de vaststelling van de legger of van het vinden van een stortlokatie. Voorts vraagt spreker bijzondere aandacht voor het op pagina 24 van de nota genoemde personeelsgebrek bij de Afdeling Vergunningen en Emissies. Tot slot is de heer De Meijer geen voorstander van het vooruitschuiven van besluiten in het kader van WB 21; dit thema dult naar zijn mening geen enkel uitstel.

Mevrouw De Jongh sluit zich aan bij de opmerking van de heer Bremmer over de consequenties van het afwijzen van de voorgestelde keuzes. Voor de te formuleren doelen betreft zou zij willen teruggrijpen op Rijnlands taakomschrijving.

Naar het gevoelen van de heer Van Velsen komt de evaluatie van het WBP in deze nota nog niet goed uit de verf; de nota komt nog wat onzeker over. Wat de personele consequenties aangaat benadrukt hij dat die een rem op de keuzevrijheid van het bestuur zetten. Bij het WBP mist spreker de vermelding van de provinciale aanpak. Bij het onderdeel Waterberging adviseert hij een begripsomschrijving op te nemen, gelet op de vele in den lande gehanteerde termen.

De heer Van der Geest wijst erop dat de uitgewerkte beleidsthema´s redactioneel op verschillende wijze zijn vormgegeven. Een eenduidige presentatie zou de leesbaarheid van de nota goed doen, aldus spreker. Voorts mist hij op pagina 28 (Waterketenbedrijf) een beschrijving van de problemen met de overstorten, die naar zijn gevoel extra aandacht nodig hebben.

De voorzitter licht toe dat het stuk het oogmerk heeft het bestuur vroegtijdig in de noodzakelijke keuzes te betrekken, vóórdat er sprake is van een ingezet beleid. De nota is qua timing enerzijds gekoppeld aan de uitvoeringsplannen en vindt anderzijds zijn anker in de begroting. Het maken van andere dan de voorgestelde keuzes, die naar zijn mening voor besluitvorming voldoende zijn uitgewerkt, zal mogelijk tot andere (hogere) kosten leiden en zal daarmee effect hebben op de vast te stellen begroting. Wie concretere cijfers en financiële detailinformatie wenst, zal, ook wat de te verwachten inflatie betreft, vooral de begroting ter hand nemen. Overigens wijst de voorzitter er op dat de verschillen in de scenario´s mede in de dat de kans van slagen zitten, niet alleen in de personele consequenties.

De voorzitter gaat naar aanleiding van de vraag van de heer Bremmer voorts in op het verschil in financieel opzicht van de drie voorgehouden beleidsthema´s; deze variëren van circa 100.000 euro tot een startinvestering van 70 miljoen euro + pm. Daarnaast benadrukt hij dat er geen sprake is van zomaar afwachten.

De heer Van Klaveren vult aan dat de Voorjaarsnota niet de functie van een bestuurlijke rapportage vervult, het is geen jaarverslag.

De voorzitter licht daarop toe dat het bestuur driemaal per jaar een bestuurlijke rapportage (´BURAP´) aangeboden zal krijgen. Voor bijsturing van de begroting en het benoemen van nieuwe speerpunten zal de Voorjaarsnota, waarin de evaluatie van het WBP, jaarlijks en met actuele inhoud terugkeren. Wat het voortouw van de te maken keuzes betreft benadrukt de voorzitter dat die keus nu in handen van het bestuur ligt, maar dat het bestuur, ten behoeve van de continuïteit van beleid, draagvlak en vertrouwen moet invoelen bij de medewerkers.

Over het uitvoering van het WBP merkt de voorzitter op dat het tempo mede wordt beïnvloed door de reorganisatie van het waterbeheer. De reorganisatie vergt veel van de waterschappen, ook in personele zin (naar verwachting meer dan bij Rijnland). Als Rijnland nu teveel gaat versnellen bestaat de kans dat de fusiepartners adem tekort komen, wat noch voor de uitvoering van het WBP, noch voor de reorganistie gewenst is.

Ook de heer Van Klaveren bepleit een voorzichtig optreden van Rijnland, hoewel hij benadrukt dat bij meerdere delen van het WBP de samenwerking met de overige waterschappen zeer geslaagd is. Omtrent de regulering van ´gevaarlijke´ overstorten merkt de voorzitter op dat er van de 49 inmiddels 15 in samenwerking met Rijnland zijn gesaneerd, naast dat een aantal onder een vergunning is gebracht; in de komende jaren zullen de overige gesaneerd of met WVO-vergunning gereguleerd worden. Een optie is om mee te werken aan gemeentelijke rioleringsplannen. Rijnland neemt daartoe zelf het initiatief. Tot slot merkt de heer Van Klaveren op dat de op pagina 38 van de nota aangekondigde notitie over de keuze tussen malen of bergen nu nog niet in de VV komt. Het stuk zal, na informatie van de VV, eerst de formele inspraakprocedure doorlopen, waarna in een daarop volgende VV een besluit kan worden genomen. Het interim-baggerprogramma verwacht spreker in juni of september de VV te kunnen aanbieden; een vervolg op het besluit over de peilvakken in de regio De Zilk zal de VV zo spoedig mogelijk worden aangeboden, aldus spreker.

De voorzitter concludeert dat de commissie zich met bovenstaande opmerkingen globaal in de aangeboden nota kunnen vinden. Desgevraagd zegt hij toe bij de behandeling in de VV een inleiding te houden waarin hij de status van het stuk, de uitwisselbaarheid van de voorgestelde keuzes en scenario´s extra zal toelichten, uiteraard met vermelding van het niveau van kostendekking.

Verder akkoord.

De heer Van Velsen verlaat hierna de vergadering.

VIII Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Reeuwijk en

IX Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Sassenheim

De beide onderwerpen worden gevoegd behandeld.

De heer Bremmer constateert dat de overeenkomst wordt aangegaan terwijl de afrekening al binnen is. Bovendien wordt gesproken van een aanvullende overeenkomst, hoewel het voorstel VV-besluit geen blijk van geeft van een eerder eovereenkomst. Ook informeert spreker naar ervaringen met de opgenomen geschillenregeling.

De heer De Meijer vraagt of het nog wel past in deze tijd om de zuiveringscapaciteit van de betreffende awzi´s in de voorgestelde schaal uit te breiden.

De voorzitter antwoordt dat de voorgestelde overeenkomsten een formele afhandeling vormen van een werk, waarover de inhoudelijke discussie zich jaren geleden heeft afgespeeld. De voorgestelde overeenkomsten zijn gebaseerd op een VNG/Unie-model uit begin jaren ´70, dat Rijnland in deze situaties sindsdien bij elke gemeente hanteert. De geschillenregeling maakt onderdeel uit van dat model. Rijnland heeft in het verleden goede ervaringen met de geschillenregeling gehad. Bovendien gaat er naar de mening van de voorzitter een zekere preventieve werking vanuit. Waarom er in de overeenkomsten, anders dan in het voorgestelde besluit, wordt gesproken van een aanvullende overeenkomst zal de voorzitter nagaan.

Verder akkoord.

Noot:

In de considerans van de concept-overeenkomsten staat onder punt 2 vermeld dat de voorgestelde overeenkomst aanvullend is op de eerder gesloten overnameovereenkomst met de betreffende gemeente, strekkende tot overname van de zuiveringstaak c.q. van de awzi. Specifiek met betrekking tot de onderhavige werken bestaat evenwel nog geen schriftelijke overeenkomst met de gemeente.

XVI Verslag commissievergadering d.d. 11 februari 2002

De heer Lagas merkt op dat op pagina 4, bij Mededelingen onder Financieringsmethoden, zijn opmerking over de SLB-constructies moet luiden dat hij zich afvraagt of die constructies nog te handhaven zijn, gezien de inhoud van de brief van de staatssecretaris hierover.

Met deze aantekening wordt het verslag vastgesteld.

XVII Mededelingen

a. Treasurystatuur

Kennis genomen.

b. Wm-rapportage vergunningverlening en handhaving

Kennis genomen.

e. Wijziging Waterschapsreglementen

Kennis genomen.

f. Floriade 2002; brief dijkgraaf waterschap Groot-Haarlemmermeer

Kennis genomen.

g. Beveiligingsplan

Kennis genomen.

XVIII Rondvraag

Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.

Overige punten

  • TAM-lijst
    Kennis genomen, met inachtneming van de bijgevoegde brief van de secretaris van de commissie d.d. 5 april 2002.
  • Organigram Rijnland
    De heer Van der Geest informeert of het mogelijk is het aantal medewerkers per sector/afdeling te vermelden. De voorzitter zegt toe dit na te zullen gaan.
    Overigens kennis genomen.

- Nabeschouwing brief dhr. Van Beek aan D&H en VV d.d. 10 febr. 2002
Kennis genomen.

Tot slot licht de voorzitter met gesloten deuren een onderwerp betreffende de reorganisatie waterbeheer ZH toe (zie Kabinetsnotulen).

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 10 juni 2002,

 

 

voorzitter,

 

secretaris,

Naar boven