Verslag commissie bestuurszaken 11 februari 2002

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Archief verslagen commissies > Commissie Bestuurszaken > Verslagen 2002 > Verslag commissie bestuurszaken 11 februari 2002

Verslag commissie bestuurszaken 11 februari 2002

Agenda

Aanvang: 09.30 uur, Archimedesweg 1.

presentatie Stuurgroep Calamiteitenzorg door ing. W. Vlug

I Opening

IV Jubileum overeenkomst Holland-Utrecht

V Krediet Boek 2005

VI Gemeenschappelijke regeling GISZES VIII Wijziging Verordening Verontreinigingsheffing Rijnland

XVII Verslag vergadering d.d. 26 november 2001

XVIII Mededelingen

a. Financieringsmethoden

b. 2e voortgangsrapportage ontwikkelingssamenwerking

c. Floriade 2002

f. Evaluatie regiobijeenkomsten

g. Reorganisatie waterbeheer; samenvatting overleg met de waterschappen,
nadere standpuntbepaling van GS 

h. Vernissage boek mevrouw Giebels 

XIX Rondvraag

Overige punten

Verslag

Beknopt verslag van de bijeenkomst van de commissie bestuurszaken van 11 februari 2002 te Leiden.

Aanwezig
ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)

J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)

drs. C. Bremmer, P.J. van der Geest, mw. drs. J. de Jongh , F.J.M. Lagas,

E.C. de Meijer, ir. J.E.M. van Velsen (leden);

mr. C.C. Bakker (secretaris)

Tot agendapunt VI in aanwezigheid van ing. W. Vlug, coördinator calamiteitenzorg

Afwezig
H. van der Smit

Publieke tribune: ing. D.J.J. van Beek

I Opening

De voorzitter heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder de heer ing. W. Vlug, medewerker van de Sector Werken als coördinator calamiteitenzorg, die een inleiding zal verzorgen. De agenda wordt als voorgesteld vastgesteld, met de kanttekening dat de presentatie van de heer Vlug wat opschuift, in afwachting van nog afwezigen.

IV Jubileum overeenkomst Holland-Utrecht

De voorzitter licht het agendapunt toe.

De heer Bremmer complimenteert het college met de gepresenteerde opzet van de conferentie, maar vraagt zich af of het niet goed zou zijn er ook een internationaal tintje aan te geven.

De voorzitter antwoordt dat inderdaad is stilgestaan bij de mogelijke buitenlandse aandacht voor deze conferentie en de daarbij uit te geven publicatie (historische reeks). De conferentie is, naast het historische belang, bedoeld voor de lokale waterschapsbestuurders en een internationale opzet zou naar de mening van het college teveel van het goede zijn geweest.

Verder akkoord.

V Krediet Boek 2005

Na een korte inleiding van de voorzitter benadrukt de heer Van Velsen zijn waardering voor de aandacht voor de vroegste bestuurlijke geschiedenis van Rijnland.

De heer De Meijer wijst op het verschil in het communicatietraject tussen de aandacht voor het 800-jarig bestaan van Rijnland en de viering van het 150e lustrum van het Magna Charta.

Ook de heer Bremmer legt een verband met het vorige agendapunt. Spreker zou graag een globale onderbouwing van de beide agendapunten vernemen in de VV. Verder stelt hij voor de Prins van Oranje te verzoeken een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de lustrumviering. Ook doet spreker de suggestie aan de hand van de uitgave van een speciaal postzegel.

De voorzitter beaamt dat van de Prins verwacht mag worden dat hij, zeker te zijner tijd, nog beter thuis zal zijn in de materie en dat hij in elk geval tot de uitgenodigden zal behoren. Of voor de Prins ook een eventuele verdere rol kan zijn weggelegd zal zeker worden bezien. Het idee van de postzegel zal de voorzitter zeker vasthouden. Wat het verschil tussen het 800-jarig bestaan en het Magna Charta betreft antwoordt de voorzitter dat de beide feestelijkheden van karakter zullen verschillen, maar dat aandacht voor de verschillen inderdaad wel nodig is.

De heer Bremmer vraag tot slot of er een borging bestaat tegen een onverhoopte termijnoverschrijding door de auteurs van het boek. De voorzitter licht toe dat er altijd een zeker risico bestaat dat het wetenschappelijk onderzoek niet tijdig zal zijn afgerond, maar voegt daaraan toe dat de nog te vormen begeleidingscommissie de vinger nauwlettend aan de pols zal houden.

Verder akkoord.

* Presentatie Calamiteitenzorg

Er volgt een presentatie van de heer Vlug, coördinator calamiteitenzorg. Aan de hand van sheets maakt hij duidelijk dat Rijnland bij calamiteitenzorg de nadruk legt op het voorkomen van calamiteiten.

De heer Bremmer vraagt aan de hand van de presentatie of er externe controle is over de calamiteitenzorg. De heer Vlug antwoordt dat de provincie toezichthouder is en in die rol geregeld om resultaten vraagt bij opgetreden wateroverlast, maar dat er verder geen wettelijke eisen aan het toezicht zijn gesteld.

De heer Van der Geest informeert naar de samenwerking met de plaatselijke brandweercorpsen en of Rijnland bij voorspellingen van overvloedige waterval vooruit actie onderneemt. De heer Vlug meldt dat de onderlinge communicatie met de brandweercorpsen zeer goed verloopt, via korte lijnen. Wat de weersverwachtingen betreft wordt pro-actief gehandeld. Rijnland heeft daartoe onder meer een contract met Meteo Consult, waardoor accurate en actuele weersverwachtingen door Rijnland zijn te volgen. Daarnaast houdt het contract een signaleringsfunctie in. Mocht een bijzonder actieve bui in aantocht zijn richting Rijnlands gebied, dan wordt dit vooraf via een melding expliciet onder de aandacht gebracht. De boezembeheerders kunnen daardoor voorbemalen waar nodig.

Mevrouw De Jongh vraagt zij zich af wat de mogelijke gevolgen zouden zijn van een terroristische aanslag op twee of meer gemalen tegelijk. De heer Vlug antwoordt dat waakzaamheid steeds is geboden, maar dat tegen terroristische aanslagen vooraf geen specifieke regeling is te verzinnen. De voorzitter voegt daaraan toe dat gezien het naar verwachting geringe directe spektakel een aanslag op de gemalen naar huidige inzichten niet voor de hand ligt.

De heer De Meijer mist in de presentatie een schets van de bevoegdhedenstructuur. Bij een ramp is naar zijn mening de betrokken burgemeester bevoegd en Rijnland ondergeschikt. De voorzitter beaamt dit maar licht toe dat bij een calamiteit of dreigende calamiteit in Rijnlands boezem in beginsel steeds meerdere gemeenten en dus meerdere burgemeesters betrokken zijn. Eén daarvan wordt dan door de Commissaris der Koningin (CDK) aangewezen als coördinerend burgemeester, zo nodig neemt de CDK zelf het heft in handen. Omdat Rijnland met twee provincies te maken heeft, zal Rijnland desnoods naar de minister van BZK gaan, mochten de respektieve CDK´s onderling niet tot een eenduidig besluit komen.

De heer Vlug stelt de sheets van de presentatie, alsmede die van een op 17 januari 2002 gehouden inleiding ter beschikking. Deze zijn aan het verslag toegevoegd.

VI Gemeenschappelijke regeling GIS-ZES

De heer Van Klaveren licht het agendapunt toe.

De heer De Meijer vraagt aan de hand van het bijgevoegde concept VV-besluit wie nu Rijnlands vertegenwoordiger in het bestuur van het Openbaar Lichaan zal aanwijzen; is dat het AB of DB van het Openbaar Lichaam of doet Rijnland dit zelf? Het VV-stuk bevat op dit onderdeel geen voorstel.

De voorzitter merkt op dat het onderhavige agendapunt zich wat de besluitvorming beperkt tot de vraag of Rijnland zich aansluit bij de regeling van het Openbaar Lichaam. De concrete benoeming van een Rijnlandse vertegenwoordiger in het bestuur van het Openbaar Lichaam is in dit VV-voorstel niet aan de orde, maar zou de VV aan het college kunnen overlaten. Het VV-voorstel en conceptbesluit zal op dit onderdeel (sub b) worden aangepast, aldus de voorzitter. Wat de inhoud van de overeenkomst betreft merkt de voorzitter op dat deze inmiddels vaststaat. Waar in de overeenkomst wordt gesproken van Algemeen en Dagelijks Bestuur doelt dit op de interne besturen van het Openbaar Lichaam.

De heer Bremmer stelt voor de deelname aan het Openbaar Lichaam elke 3 à 5 jaar te evalueren. Voorts vraagt hij of de portefeuillehouder een toelichting kan geven op de kosten. De heer Van Velsen vraagt meent dat een evaluatie via de jaarverslagen van het Openbaar Lichaam mogelijk moet zijn. Na een korte gedachtewisseling komt de commissie tot de slotsom dat een aparte evaluatie om de 3 à 5 jaar de voorkeur heeft. De heer Van Klaveren zal dit het college in overweging geven. Voorts zegt de voorzitter toe dat in de VV een toelichting zal worden gegeven op de kosten van de deelname aan de overeenkomst.

Verder akkoord.

VIII Wijziging Verordening Verontreinigingsheffing Rijnland

De heer Lagas merkt op dat Rijnland kennelijk al enige tijd een bepaald uitvoeringsbeleid hanteert en achteraf de verordening daarop aanpast. De voorzitter antwoordt dat een wijziging van een belastingverordening achteraf mogelijk is indien die ten gunste van de belastingplichtige komt.

Verder akkoord.

XVII Verslag vergadering d.d. 26 november 2001

Het verslag wordt zonder opmerkingen vastgesteld.

De heer Van Velsen informeert naar eveneens naar aanleiding van het gestelde op pagina 4 onder Mededelingen, evaluatie besturingsmodel, naar een nieuw organigram van Rijnland. De voorzitter antwoord t dat hieraan wordt gewerkt. In de volgende commissievergadering zal het nieuwe overzicht worden verstrekt.

Naar aanleiding van het gestelde op pagina 4, onder Rondvraag, merkt de heer Bremmer op dat het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten Generaal een regeling voor de indiening en beoordeling van amendementen bevat, die hem aanspreekt. De voorzitter antwoordt dit punt in het college nader aan de orde te willen stellen.

De heer Van Velsen merkt tot slot naar aanleiding van het gestelde bij de Rondvraag op dat hij met zijn eerdere opmerking doelde op een andere Rijnlandse brochure, waar naar zijn mening onjuiste bedragen voor waterkering en waterkwaliteit in zouden staan vermeld. Afgesproken wordt dat de secretaris met de heer Van Velsen hierover nader contact zal opnemen.

XVIII Mededelingen

a. Financieringsmethoden

Naar de mening van de heer Bremmer lijkt het standpunt van de Unie over de sale and lease backconstrocties (SLB) haaks op dat van de betrokken ministers van BZK en FIN te staan. Hij verbaast zich hierover. Hij zou meer nadruk willen zien op het arrest van de Hoge Raad.
De heer Lagas betwijfelt of de SLB-constructies nog te handhaven zijn, gezien het afwijzende standpunt hierover van het Kabinet. Is er nog wel sprake van zorgvuldig en behoorlijk bestuur van als Rijnland blijft vasthouden aan de SLB-constructie, zo vraagt spreker zich af.

De voorzitter licht toe dat voor de waterschappen de discussie hier niet gaat over de SLB, maar over de Cross-border leaseconstructie. De laatstgenoemde is door Rijnland nimmer toegepast en wordt nu ook door de Unie ontraden. De SLB-contructie daarentegen wordt wel genoemd door de bewindslieden, echter zonder specifieke argumenten daartegen aan te dragen en zonder acht te slaan op de de bijzondere positie van de waterschappen. Rijnland blijft daarom vooralsnog vasthouden aan de toezegging van de bewindslieden dat het ministerie van VenW de positie van de waterschappen ten opzichte van de SLB-constructies nader zal onderzoeken. Mede gezien de uitspraak van de Hoge Raad in de procedure van de Stichting Beheer van het Gemeeneland behoeft Rijnland niet buiten de gedane toezegging om, en zeker niet zonder enige specifieke argumentatie, te duchten voor optreden van hoger hand tegen uitgevoerde SLB-constructies. Desgevraagd beaamt de secretaris dat zijns inziens van de zijde van Rijnland in dit licht niet gesproken kan worden van enige vorm van onzorgvuldig of onbehoorlijk bestuur.
De voorzitter zegt de commissie toe met de portefeuillehouder contact op te nemen over een nadere toelichting in de VV.
Verder kennisgenomen.

b. 2e voortgangsrapportage ontwikkelingssamenwerking

Kennisgenomen.

c. Floriade 2002

Er volgt een presentatie aan de hand van sheets door ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken, voorzitter van de Stuurgroep Floriade, over de Floriade 2002. De sheets zijn bij het verslag gevoegd. Voorts licht spreker het bugdetoverzicht toe.
De heer Bremmer wijst erop dat de bijdragen van de verschillende participanten afhankelijk zijn van wat de anderen bijdragen en vraagt of dit een voldoende valide afspraak is. De voorzitter licht toe hoe gedacht is de financiële risico´s af te dekken.

Verder kennisgenomen.

f. Evaluatie regiobijeenkomsten

Mevrouw De Jongh en de heer De Meijer stellen voor in het vervolg de regiobijeenkomsten te koppelen aan specifieke onderwerpen, al dan niet samenhangend met verkiezingen, die bepaalde organisaties of belangengroepen raken. De voorzitter antwoordt dat Rijnland zich er nog op zal beramen hoe verder te gaan met een dergelijke communicatievorm.
De heer Van Beek brengt afschriften van zijn brief van 10 februari 2002 aan het college in ter bespreking in de commissie. De voorzitter wijst de heer Van Beek erop dat de commissie niet staande de vergadering op zijn brief kan reageren. De brief kan in de VV ter sprake komen. In de volgende commissievergadering zal aandacht worden besteed aan een nabeschouwing van de brief van de heer Van Beek, aldus de voorzitter.
Verder kennisgenomen.

g. Reorganisatie waterbeheer; samenvatting overleg met de waterschappen,
nadere standpuntbepaling van GS

Kennisgenomen.

h. Vernissage boek mevrouw Giebels

De voorzitter benadrukt dat alle VV-leden het boek toegestuurd zullen krijgen. De vernissage is met name voor de vakpers bedoeld.

Verder kennisgenomen.

XIX Rondvraag

De heer De Meijer vraagt of Rijnland actie onderneemt tegen de grondwateroverlast in de gemeente Voorschoten. Rijnland krijgt in de pers steeds de schuld toegeschoven, aldus spreker. De heer Van Klaveren antwoordt dat Rijnland tot op heden niet door Voorschoten is benaderd om de wateroverlast te bespreken. Rijnland neemt daartoe niet zelf het initiatief. Rijnland is wel in gesprek met de gemeente Wassenaar. De negatieve publiciteit rond de gemeente Voorschoten zal de heer Van Klaveren onder de aandacht brengen van het college.

Overige punten

- TAM-lijst

Kennisgenomen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 8 april 2002.

Naar boven