Tijdens de bijeenkomst van de commissie bestuurszaken is er ondermeer gesproken over het krediet verkiezingen 2004.
2. Verslag van de vorige vergadering
V Vaststelling Waterkeringsbeheerplan en Legger primaire waterkering
VII Krediet doorvoerovereenkomst Valkenburg / Katwijk
X Verkoop perceel grond "Rijnmond" te Katwijk
XIa. Overzich delegatiebesluiten Rijnlands vastgoed
XIe. Stand van zaken Stedelijke waterplannen
XIg. Beleidsnota Afkoppelen verhard oppervlak
XIj. Organisatie Waterbeheer Rijnland
6. Rondvraag
7. Sluiting
Aanwezig: ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter)
J.L. van Klaveren (plv. voorzitter)
drs. C. Bremmer , mw. drs. J. de Jongh, F.J.M. Lagas, E.C. de Meijer en H. van der Smit (leden)
mr. drs. A.R. van Kampen (secretaris)
mw. mr. drs. C. Raat (adj. secretaris)
ir. J.D. Heijnis
De heer A. Bol (gedeeltelijk)
De heer P. van den Berg (gedeeltelijk)
Afwezig: P.J. van der Geest, ir. J.E.M. van Velsen (beiden met bericht)
De voorzitter heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt vastgesteld. De heren Van der Geest en Van Velsen hebben zich afgemeld. De eerstvolgende keer zal de vergadering op de Breestraat plaatsvinden.
Tekstueel: mevrouw De Jongh zegt dat de afmelding voor de VV niet met ziekmelding te maken had. Besloten wordt om hiervan te maken "overigens om andere redenen."
De heer De Meijer merkt op dat besloten was om het verslag in het vervolg aan het einde van de vergadering te agenderen.
De heer Bol geeft een presentatie over de voorjaarsnota.
Allen plaatsen vraagtekens bij de formulering dat er geen nieuwe beleidsthema´s zullen zijn.
De heer Bremmer vraagt verder of het bestuur van Rijnland als demissionair moet worden beschouwd. Op pagina 8 worden "hardnekkige knelpunten genoemd"; hij wil weten wat dit betekent. Betreffende het personeelsbeleid wordt gevraagd of ook bij Rijnland, evenals bij de IWS, sprake is van leegloop.
Mevrouw De Jongh vraagt voorts om spoed betreffende de primaire waterkeringen, calamiteitenvoorzieningen en verziltingsbestrijding.
De heer De Meijer stelt dat veel zaken in feite "oud beleid" waren en dus gewoon kunnen worden uitgevoerd. Verder wijst hij op het nationaal bestuursakkoord, waarin wel degelijk aanvullende financiën genoemd worden voor de waterschappen. Wat betreft het baggerprogramma vraagt naar vergroting van het hergebruik van bagger.
De voorzitter licht toe dat geen nieuw beleid zal worden ontwikkeld. Dat is zijns inziens ook niet nodig omdat het huidige beleidskader voldoende is om de uitvoering vorm te geven. De Europese Kaderrichtlijn Water verwacht van Rijnland veel. Rijnland streeft daarom naar een werkzaam systeem. Feitelijk betekent dit dat er geen nieuw beleid nodig zal zijn. Wel is voor verschillende onderwerpen krediet nodig. Rijnlands bestuur is zeker niet demissionair. Het WBP geeft alle handvatten die nodig zijn om tot 2005 door te gaan, ook voor verzilting en andere belangrijke onderwerpen. Echt nieuw is de interventie van Rijnland in de ruimtelijke ordening. Hardnekkige knelpunten zijn onderwerpen die niet rechtstreeks door Rijnland kunnen worden opgelost Wat betreft personeelsbeleid heeft de voorzitter het gevoel dat er meer onrust bestaat bij de IWS, mede door de nieuwe economische situatie.
De heer Van Klaveren zegt ook spoed te willen betrachten ten aanzien van de primaire waterkeringen.
De heer De Meijer steunt het standpunt van het college om geen nieuw beleid te willen ontwikkelen.
De heer Bremmer kondigt aan eventueel met voorstellen in de VV te komen.
De voorzitter biedt excuses aan voor de verwarring die was ontstaan over het al dan niet opvulbaar zijn van de vacature van de heer Baas in de Verenigde Vergadering. De categorie zal met een aanbeveling komen. Afgesproken wordt dat de secretaris de precieze benoemingsprocedure zal uitzoeken.
De voorzitter zegt dat alle dijkgraven instemmen met het experiment.
De heer Lagas merkt op dat toch gekozen is voor de duurste oplossing.
De heer De Meijer pleit voor een experiment in het hele waterschap. Hij vraagt of de kosten voor het drukwerk niet gereduceerd kunnen worden.
De heer Van der Smit vreest voor een vertekening van de uitslag indien wordt gekozen voor één district.
De heer Bremmer kan instemmen met het voorstel.
De voorzitter legt uit dat het doel van het experiment is het verlagen van de drempel. De traditionele stemmethode typeert hij als "achterhaald." De intentie is te komen tot 5-10 % opkomstverhoging. Het betreft in totaal 1,3 miljoen stemmers. Uiterlijk in oktober is bekend of een experiment in heel Rijnland haalbaar is. Van BZK is een ambtelijke toezegging voor een financiële bijdrage; van de Unie is dat in augustus bekend. Het ministerie van V&W heeft zich zeer geinteresseerd getoond. € 50.000,-- additionele kosten zijn niet gedeclareerd.
De heer Bremmer vraagt hoe de onderbouwing voor de keuze van een district zal plaatsvinden.
De heer De Meijer stelt voor om deze keuze door loting te laten geschieden.
De heer Van Klaveren licht toe dat het hier een wettelijk plicht betreft om tot een plan en een legger te komen.
De heer Van den Berg geeft uitleg.
De heer Bremmer vraagt naar de status van de reacties. Volgens hem zou het zienswijzen moeten betreffen.
De heer De Meijer vraagt naar de breedte van 250 m. op p. 12 van het plan; de secretaris zal een en ander doen uitzoeken.
De heer Lagas vraagt waarom Rijnland een kapitaalbijdrage geeft.
De voorzitter legt uit dat Rijnland in feite "meelift." De gemeente betaalt tot de gemeentegrens, het waterschap betaalt de rest. Dit komt omdat het een eigen beleidskeuze van Rijnland is om de zuivering verder weg te bouwen.
De voorzitter zegt dat het beleid van de VV is om gronden af te stoten die geen waterstaatkundig doel dienen en er verder ook geen andere redenen zijn, die zich daartegen zouden verzetten.
De heer Bremmer vraagt of de grond niet een goed beleggingsobject is.
De voorzitter antwoordt dat belegging in gronden geen doel van Rijnland is.
Van de mededelingen aan de verenigde vergadering wordt kennisgenomen.
De heer De Meijer vraagt toelichting op hetgeen op pagina 35 wordt gemeld over stedelijke waterplannen. Volgens hem is er wel degelijk sprake van voortgang.
De voorzitter legt uit dat wordt bedoeld dat het beleid niet wordt geïntensiveerd
