Verslag commissie bestuurszaken 10 februari 2003

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Home > Bestuur > Agenda´s en verslagen > Archief verslagen commissies > Commissie Bestuurszaken > Verslagen 2003 > Verslag commissie bestuurszaken 10 februari 2003

Verslag commissie bestuurszaken 10 februari 2003

Agenda

1. Opening

V Peilbesluit De Zilk; afweging inspraakresultaat en krediet

VII Lozingsverordening Rijnland 2003

3. Mededelingen verenigde vergadering 19 februari 2003

IX a. Integraal Waterplan Haarlem

IX b. Structureel bestuurlijk overleg met gemeenten

IX c. Pact van Teylingen; RO Duin- en Bollenstreek

IX d. Waterkansenkaart Wilck en Wiericke

IX f. Stand van zaken fusie waterschappen

4. Verslag vergadering commissie bestuurszaken d.d. 2 december 2002

5. Overige agendapunten

6. Rondvraag 

Verslag

Aanwezig: ir. E.H. van Tuyll van Serooskerken (voorzitter) J.L. van Klaveren (plv. voorzitter) drs. C. Bremmer, P.J. van der Geest, F.J.M. Lagas, E.C. de Meijer, (leden);
mr. drs. A.R. van Kampen (secretaris) mr. C.C. Bakker (adj. secretaris)

presentatie vooraf door drs. E. Albrecht (COM)

Afwezig: mw. drs. J. de Jongh, H. van der Smit, ir. J.E.M. van Velsen (met bericht)

0 Beelden voor Waterberging in discussie

De heer Albrecht houdt een korte inleiding over het project Beelden voor waterberging in discussie. Het doel van dit project is om aan de hand van beelden van de inrichting van een fictieve polder, een discussie te generen over de knelpunten en mogelijke oplossingen voor waterberging (sheets bijgevoegd). Meerdere alternatieve oplossingen worden voorgesteld. Hij vermeldt dat deze presentatie een deel vormt van een meer uitgewerkte versie, die bedoeld is beeldende informatie te verstrekken en tevens een maatschappelijke discussie te helpen ondersteunen. De reacties van de commissie spitsten zich al snel toe op de verschillende soorten waterberging, de respektieve belangen en effecten, alsmede suggesties voor de vorm van de presentatie.

I Opening

De voorzitter heet de aanwezigen welkom. De agenda wordt vastgesteld als in de herziene versie voorgesteld, waarbij nog wordt ingegaan op het aanhouden van het voorstel met betrekking tot de uitbreiding van het gemaal in Katwijk. De heer Van der Smit is verhinderd, mevrouw De Jongh meldt zich ziek. Zij zal ook niet bij de aanstaande VV-vergadering aanwezig zijn.
De heer Van Klaveren licht toe dat de besluitvorming over het gemaal Katwijk van de agenda is gehaald omdat het college een nieuwe afweging wenst te maken over de mogelijke meerkosten van de nieuwbouw.

V Peilbesluit de Zilk

Ook de besluitvorming over de peilvakken kan op losse schroeven komen te staan volgens de heer Van Klaveren, indien niet vóór de aanstaande VV door GS schriftelijk wordt bevestigd dat, naast de 50% financiële bijdrage van de provincie in de aanleg van de peilvakken, de bufferzone geheel door en op kosten van de provincie zal worden aangelegd. Het college heeft aan GS bij brief van 5 februari 2003 een laatste dringend verzoek gericht, waarin alle eerdere afspraken en toezeggingen zijn vermeld.
De heer De Meijer informeert of ook van de provincie Noord-Holland een bijdrage is gevraagd, nu een deel van de bufferzone in Noord-Holland ligt. Volgens de voorzitter heeft Rijnland in eerste instantie met Zuid-Holland gesproken over een financiële bijdrage. Dat heeft geresulteerd in de afspraken en toezeggingen als verwoord. Of Zuid-Holland vervolgens een deel van de kosten bij Noord-Holland in rekening brengt, is een zaak van de provincies onderling.
Op de vraag van de heer Bremmer bevestigt de voorzitter dat er geen peilbesluit wordt genomen als GS van Zuid-Holland niet tijdig met een schriftelijke bevestiging van de afspraken komt.
Voorts informeert de heer Bremmer naar het verdere verloop van de juridische procedure en hoe het college daar tegenaan kijkt. De voorzitter antwoordt dat na goedkeuring van het peilbesluit door GS beroep openstaat op de sector bestuursrecht van de rechtbank, waarna eventueel hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Rijnland heeft naar het oordeel van het college de betrokken belangen voldoende gewogen.
De heer Van Klaveren meldt dat er na de inspraakronde nog een brief van de vereniging Waterberg is ingekomen (brief d.d. 25 januari 2003). Waterberg benadrukt daarin nogmaals haar standpunt en blijft het oneens met Rijnland. Waterberg heeft zich tevens tot de media gewend om haar argumenten kracht bij te zetten. De heer Van der Geest voegt toe dat er een brief van Waterberg onderweg is waarin zal worden aangegeven dat Waterberg voor een deel van verouderde informatie is uitgegaan. De voorzitter wijst erop dat de bedenkingen van Waterberg in de Nota van Beantwoording onder punt 7 zijn behandeld. De heer De Meijer vraagt vervolgens binnen welke termijn het peilbesluit zal worden geëvalueerd. Aan Waterberg zou volgens hem een periode van 2 jaar zijn toegezegd, terwijl de Nota van Beantwoording over een periode van 2 tot 5 jaar spreekt. Ook vraagt hij waarom bij de peilvakken is afgeweken van de reguliere boezemstanden van 50 cm. NAP voor waterbezwaar en 35 cm. voor de maalstop. Naar zijn mening is er sprake van rechtsongelijkheid ten opzichte van polders. De heer Van Klaveren antwoordt dat het criterium van 40 cm. NAP samenhangt met de verminderde bemaling in extreme situaties. De voorzitter zegt toe beide vragen verder te zullen nagaan en de beantwoording in het verslag op te nemen.
Verder vraagt de heer De Meijer of de effecten van de waterberging op bestaande bebouwing voldoende zijn meegewogen. Op pag. 46 van de Toelichting leest hij dat Rijnland kwetsbare bebouwing nog zal onderzoeken. De heer Van Klaveren antwoordt dat uit de Toelichting blijkt dat Rijnland op grond van een eerste inventarisatie in het algemeen geen problemen met de bebouwing verwacht. De voorzitter voegt toe dat de monitoring moet worden gezien in het kader van het bieden van extra zekerheid.
Tot slot zou de heer De Meijer de koppeling tussen de aanleg van de bufferzone en de aanleg van de peilvakken meer benadrukt willen zien. Volgens de voorzitter vergelijk je dan een maatregel in het grondwaterbeheer -waartoe Rijnland niet zonder meer bevoegd is - met een maatregel in oppervlaktewaterbeheer, hetgeen hij ontraadt.
Verder akkoord.

(noot secretaris: Aan Waterberg is geen toezegging gedaan over evaluatie van het peilbesluit. In de Toelichting op pag. 60 staat vermeld dat over enige jaren een evaluatie wenselijk is. In de Nota van Beantwoording is dat op pag. 7 verder uitgewerkt als een periode van 2 tot 5 jaar. Overigens geldt volgens de Waterschapswet als uitgangspunt dat een peilbesluit elke 10 jaar dient te worden herzien.
Een peilvak is anders dan een polder. De bijzondere criteria voor de pompreductie (-55 cm.) en de maalstop (-40 cm.) in de peilvakken hangt samen met het gekozen principe voor compensatie van verlies van boezemwater. In de peilvakken zijn de grenzen bewust iets lager gesteld dan de criteria voor waterbezwaar en maalstop van de boezem (resp. 50 en 35 cm. NAP). Hierdoor tasten de peilvakken in extreme situaties het waterbergend vermogen van de boezem zo min mogelijk aan.)

VII Lozingsverordening Rijnland 2003

De heer Bremmer wijst op een onjuiste formulering in het conceptbesluit en de aanbiedingsbrief. Er is naar zijn mening geen sprake van bezwaren waarop de VV geacht wordt te beslissen. De secretaris beaamt dit. De voorzitter zal toezien op een verbeterde formulering. Verder akkoord.

IX Mededelingen

a. Integraal waterplan Haarlem

De heer De Meijer vraagt waarom de renovatie van de riolering niet in het plan is meegenomen. De voorzitter licht toe de effecten hiervan te ver in de toekomst liggen.
Verder kennisgenomen.

b. Structureel Bestuurlijk overleg met gemeenten

De heer Bremmer informeert of het college zal rapporteren. Volgens de voorzitter zal dit zeker gebeuren, maar wil het college het eerste jaar vooral benutten om ervaring op te doen.
Verder kennisgenomen.

c. Pact van Teylingen; RO Duin- en Bollenstreek

Kennisgenomen.

d. Waterkansenkaart Wilck en Wiericke

De voorzitter geeft een uitgebreide toelichting over het gehouden bestuurlijk overleg in de periode medio 2002 tot heden.
Zonder verdere vragen kennisgenomen.

f. Stand van zaken fusie waterschappen

De voorzitter maakt melding van de verschillende standpunten van de provincies Noord- en Zuid-Holland.
Verder kennisgenomen.

4 Verslag van de commissievergadering d.d. 2 december 2002, met kabinetsnotuul

De verslagen worden zonder opmerkingen vastgesteld.
De heer Bremmer merkt op geen verslag te hebben ontvangen van het besloten deel van de VV. De voorzitter zal alsnog voor verzending zorgdragen.

5 Overige agendapunten (ter informatie)

1. Overzicht lopende procedures ultimo 2002
Kennisgenomen.

2. Bestuursacademie
De voorzitter meldt te verwachten dat de VV binnenkort een wijziging in de bijdrage aan de Bestuursacademie zal worden voorgelegd, in verband met de privatisering en beëindiging van de gemeenschappelijke regeling van de Bestuursacademie.
Kennisgenomen.

6 Rondvraag

  • De heer Bremmer informeert of Rijnland een bijdrage levert aan een introductie voor de binnenkort nieuwgekozen leden van Provinciale Staten. De voorzitter antwoordt bevestigend.
  • Verder zou de heer Bremmer graag zien dat de leden van de commissie Bestuurszaken een abonnement kregen op een bestuurlijk/juridische uitgave. De voorzitter uit zijn twijfels, maar zegt te willen overwegen het verzoek in het college te brengen.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 7 april 2003.

Naar boven