2. Presentatie Baggerproblematiek
3. Presentatie concept Jaarrekening 2003
4. Agendapunten Verenigde Vergadering 23 juni 2004
III a. concept Jaarrekening 2003
VIII Vaststellen waterakkoord sluis Bodegraven
X a. Evaluatie Subsidieverordening Riolering Buitengebied
b. Subsidieregeling composttoiletten
XII Krediet ten behoeve van diverse zaken in het kader van de fusie per 1 januari 2005
l. Organisatie Waterbeheer Rijnland
5. Notulen vergadering commissie bestuurszaken d.d. 5 april 2004
6. Overige punten en Rondvraag
De voorzitter heet de aanwezigen welkom.
De heer Heijnis houdt een presentatie over de stand van zaken van de baggernota. Eerst gaat hij kort in op de geschiedenis van de baggerproblematiek vanaf 1989. Daarna komen de inhoudelijke punten van de baggernota aan bod.
Er is in het jaar 2003 een positief resultaat van € 1,4 miljoen behaald, zo meldt de heer Bol. Dit resultaat zou overigens hoger zijn geweest zonder de kosten van de droogtebestrijding. De accountants waren positief over de jaarrekening. Verder zijn er geen bedenkingen binnengekomen. Evenals in voorgaande jaren zijn in 2003 de investeringen achtergebleven; naar het zich er nu laat aanzien, liggen de investeringen in de eerste maanden van 2004 echter redelijk op schema, maar hij verwacht wel een zekere terugval in de tweede helft van 2004.
De voorzitter merkt op dat Rijnland werk wil maken van het terugdringen van de perceptiekosten bij de belastingheffing, waarbij de Waardering Onroerende Zaken (WOZ) van belang is. Rijnland hoopt op de steun van gemeenten in deze. Rijnland staat een andere manier van waarderen voor ogen, bijvoorbeeld het indelen van onroerende zaken in klassen, waardoor het aantal te behandelen bezwaarschriften tot een minimum kan worden beperkt.
De heer De Meijer vindt de jaarrekening prachtig. Hij plaatst echter ook een kantekening bij het opnieuw achterblijven van de investeringen.
De heer Van de Smit hoopt dat er naar buiten toe aandacht wordt besteed aan de extra kosten die Rijnland in het kader van de droogtebestrijding heeft moeten maken. Verder is hij blij met het voorstel van Rijnland voor een verandering van de WOZ.
De voorzitter erkent dat er wat betreft de investeringen soms wat optimistisch wordt begroot: het is het moeilijk met name de procedurele kant van de projecten juist in te schatten.
De heer Van Klaveren wijst op de gang van zaken rond de inrichting van de peilvakken De Zilk: het was niet te verwachten dat de belanghebbenden, voor wie juist die peilvakken worden ingericht, nog een beroepsprocedure zouden starten.
De heer De Meijer redeneert vervolgens dat men er wellicht goed aan zou doen om het baggerprogramma op 10 jaar te stellen om het binnen 25 jaar te realiseren.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer De Meijer wijst op de verwijzing naar artikel 26 van de verordening waterbeheer. Volgens hem is deze niet van toepassing.
De heer Bremmer constateert dat het kennelijk nog niet geheel vast staat dat een dergelijk akkoord ook van kracht wordt, nu in de toelichting wordt aangegeven dat bij gunstig verloop de ondertekening in het najaar zou kunnen plaatsvinden.
De heer Van Klaveren zegt toe dat wordt nagegaan of de verwijzingen correct zijn. Verder stelt hij dat hij niet verwacht dat de terinzagelegging tot dusdanige reacties zal leiden, dat er problemen zouden ontstaan wat betreft het van kracht worden van het akkoord.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer De Meijer vraagt waarom voor urgente gebieden geen subsidie mogelijkheden zijn. Verder constateert hij dat artikel 12, vierde lid, van de regeling niet geheel duidelijk is: wat betekent "vooraf" en er kan niet worden gsproken over "beide colleges" omdat het college van B&W niet is gedefinieerd.
De heer Bremmer wil weten waarom er voor gekozen is geen inspraakronde te houden.
De voorzitter antwoordt dat de provinciale regeling onderscheid maakt tussen niet-kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebieden en dat Rijnland daarbij heeft aangesloten. De gemeente geeft een gebied al snel het predikaat urgent, maar Rijnland houdt zich aan de provinciale onderverdeling. Hij zegt toe dat artikel 12, vierde lid, nog eens kritisch zal worden bekeken. Wat betreft de inspraak merkt de voorzitter op dat de regeling alleen geldt voor gemeenten en dat deze al voldoende mogelijkheden hebben gehad om hun zienswijzen kenbaar te maken.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer Bremmer vindt het een sympathiek voorstel. Hij suggereert in het vervolg te spreken over "Kerstens-toiletten".
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer Bremmer leest tussen de regels door dat er wellicht nieuwe huisvesting nodig is.
De heer Van Velsen stelt voor in het besluit ook een verwijzing naar het Overgangsreglement op te nemen, teneinde aan te geven dat het besluit van de Rijnlandse VV meer een formaliteit betreft.
De voorzitter neemt het voorstel van de heer Van Velsen over en geeft verder aan dat het nieuwe bestuur over de huisvesting een besluit zal moeten nemen; dit mede gezien het feit dat er binnen een met de gemeente overeengekomen periode op het parkeerterrein zal moeten worden gebouwd.
Noot secretaris: het Overgangsreglement bevat geen artikel, waarin is bepaald dat de kosten, die in het kader van de voorbereiding van de fusie worden gemaakt, door het huidige Rijnland worden gedragen. Derhalve ligt een formele verwijzing naar dit reglement in het voorliggende besluit niet voor de hand.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De commissie neemt hier met waardering kennis van.
De heer Van Velsen raadt aan het nieuw gekozen bestuur goede informatie te verstrekken. De VV zou daarom zijns inziens al in de oktobervergadering de evaluatie moeten vaststellen.
De voorzitter erkent dat het mooi zou zijn als de evaluatie al in de oktobervergadering zou kunnen worden vastgesteld, maar kan op dit punt geen enkele toezegging doen. Hij gaat er vooralsnog van uit dat de formele vaststelling pas in december zal kunnen plaatsvinden.
De heer De Meijer vindt bij verkiezingen het lijstenstelsel nog steeds het beste. Hij ziet niet zo veel in het alternatief van de heer Thoonen.
De voorzitter laat weten dat door het bestuur het systeem van lijstverbinding wenselijk wordt geacht. Hij verwacht in de toekomst verder een actievere burger, die steeds meer de gekozenen zal aansporen zaken te regelen.
De voorzitter schetst het verdere verloop van de procedure voor de inrichting van de nieuwe organisatie. De vier directeuren zijn voorlopig aangewezen en de werving van de afdelingshoofden is in volle gang. Het aanwijzen van de volgfuncties heeft veel emoties veroorzaakt bij de werknemers.
De notulen worden ongewijzigd vastgesteld.
De heer De Meijer wijst op dat uit de BURAP niet duidelijk zichtbaar wordt dat investeringen in de rest van 2004 waarschijnlijk zullen achterblijven, zoals door de heer Bol is gemeld.
Volgens de voorzitter moet hier wel rekening mee worden gehouden, al zal de onderbesteding gelukkig niet zo groot zijn als in voorgaande jaren.
De voorzitter doet kort verslag van de voorlichtingsbijeenkomsten. In Waddinxveen waren negen potentiële kandidaten aanwezig, in Hoofddorp iets meer dan twintig en bij Rijnland ongeveer 125 mensen. Gezien het feit dat hij ook mensen niet aanwezig waren, waarvan hij het stellige vermoeden heeft dat zij wel zullen kandideren, verwacht hij dat er voldoende kandidaten zullen worden gesteld.
Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de Commissie Bestuurszaken van 14 juni 2004,
