Ter bespreking; uitgesteld agendapunt van de vorige vergadering..
3. Agendapunten Verenigde Vergadering 27 oktober 2004
IV Plan van Aanpak en krediet 750 jaar Rijnland
IX Verwerking Rijnlands afvalwater door Delfland
XI Actualisatie Nota Handhaving
XVa Evaluatie structureel bestuurlijk overleg gemeenten en belangenorganisaties
4. Notulen vergadering commissie bestuurszaken d.d. 6 september 2004
De voorzitter heet de aanwezigen welkom en meldt dat mevrouw De Jongh en de heren Van Klaveren en Van der Smit verhinderd zijn.
Dit punt is al eerder op de agenda geweest en wordt op verzoek nogmaals behandeld. De voorzitter geeft de heer Bremmer het woord. Bremmer kan zich vinden in wat Toonen zegt over een lage opkomst bij verkiezingen. Dat hoeft niet te betekenen dat de burger ontevreden is over het waterschap. Hoe meer schaalvergroting, hoe minder de reactie van de burger. Belangrijk is het imago van de waterschappen. Zie bijvoorbeeld het stuk van 2 september 2004 in het NRC/Handelsblad. De heer De Meijer wijst op de ingewikkeldheid van het kiessysteem. Dit moet vergaand worden vereenvoudigd. Er zijn te veel mogelijkheden om op te stemmen. Hij spreekt zijn voorkeur uit voor een lijstenstelsel. De heer Van Velsen kan uit het stuk niet opmaken of de kwaliteit van de kandidaat beter wordt gewaarborgd door een lijstenstelsel of binnenwaterschappelijke decentralisatie. Toonen heeft de praktijkkanten niet goed ingevuld. Dit is een gemiste kans. De voorzitter is teleurgesteld in het resultaat van de verkiezingen. Rijnland heeft zich zeer ingespannen. Helaas is dit niet terug te zien in de opkomst bij de verkiezingen. Uit een eerste evaluatie blijkt dat de burger niet negatief is over het waterschap. Het probleem is dat ze niet goed weten wie ze moeten kiezen. De voorzitter is van mening dat het aantal keuzes voor ingezetenen en gebouwd wel erg groot is
De voorzitter geeft vervolgens aan dat de afgelopen jaren zeer hard aan het imago van Rijnland is gewerkt. De heer Van Velsen meent dat imago ook te maken heeft met de manier waarop een organisatie zich naar buiten toe gedraagt. Mond op mond reclame is belangrijk. De heer Meijer vult aan dat het imago een algemeen probleem is voor waterschappen. Door de unie van waterschappen is voor dit onderwerp een commissie ingesteld. Je moet je richten op de landelijke uitstraling. Het is misschien verstandig dat de dijkgraven zelf eens gezamenlijk naar buiten treden om een statement te maken, meent de heer Bremmer. Dat maakt meer indruk dan wanneer een belangenorganisatie dat doet.
De voorzitter laat weten dat er tegen de uitslag van de verkiezing geen bezwaar is binnengekomen. De landsadvocaat bereidt op dit moment een advies voor in zake hoe te handelen door de VV ten opzichte van de heer Bremer. Vanuit de categorieën is door collega’s de vraag gesteld in hoeverre Rijnland iets te verwijten valt inzake de affaire Bremer, merkt Bremmer op. Tevens wil hij weten welke lessen er door de fraude geleerd zijn. Er is geen expliciete controle geweest van de handtekeningen van ondersteuners, aldus de voorzitter. Alleen de naam is in het kiesregister gecontroleerd. De handtekening is niet gecontroleerd. Bij andere verkiezingen is er een actieve legitimatieplicht. Een ondersteuner moet zich op het gemeentehuis melden. Bij waterschappen is dat niet het geval. Er is bij verkeer en waterstaat een verzoek ingediend om het reglement in algemene zin aan te passen. Het ministerie wilde dit niet. De heer Bremer c.s. zijn uiteindelijk ook niet door hun handtekening tegen de lamp gelopen. Geen van de acht waterschappen heeft op handtekeningen gecontroleerd. Het controleren zou zeer intensief hebben moeten gebeuren, want niet alle handtekeningen bij hun kandidaatstelling waren vervalst. Zij hadden echter allen dezelfde slogan gebruikt. De les die geleerd is dat de volgende keer de ondersteuners zich actief moeten legitimeren.
Van Velsen vindt het moeilijk om straks met de heer Bremer om te gaan. Zeker nu hij bekend heeft te hebben gefraudeerd. De geloofwaardigheid van de heer Bremer is nihil. De voorzitter meldt dat de landelijke officier van justitie zich met de zaak bemoeit. Nu acht waterschappen aangifte hebben gedaan kan het openbaar ministerie er niet omheen. Bremer zal – omdat de Kieswet niet van toepassing is - volgens het gewone strafrecht worden aangeklaagd. De strafbepalingen uit de kieswet zijn in het geval van de waterschappen niet van toepassing. De voorzitter is van mening dat de VV een oordeel moet kunnen geven over het handelen van het college in deze zaak. De Meijer vraagt zich af of na de constatering van de fraude de overige kandidaten ook zijn gecontroleerd. De voorzitter antwoordt dat dit is gebeurd. Er zijn steekproefsgewijs maximaal twee ondersteuners per kandidaat onderzocht.
De voorzitter geeft aan dat de geplande feestactiviteiten in het kader van 750 jaar Rijnland zijn geschrapt. De kosten hiervoor waren te hoog. Het is een gedegen programma geworden. Bremmer mist een financiële onderbouwing van het historisch onderzoek. Verder wil hij weten of er een logo komt. Over het historisch onderzoek heeft de VV reeds eerder een besluit genomen; het onderzoek wordt overigens slechts voor één derde door Rijnland bekostigd, aldus de voorzitter. Over een logo is niet gesproken, maar hij zal dit voorleggen. Er is geprobeerd een speciale postzegel te krijgen bij TPG Post. Dit is niet gelukt, omdat er geen voldoende afzetmogelijkheden zouden zijn voor een dergelijke postzegel. De Meijer is blij dat er iets met scholieren zal gebeuren. Maar om dit substantieel te laten zijn zal er meer budget moeten worden vrijgemaakt. De voorzitter is het met De Meijer eens dat aandacht voor scholieren van belang is. Het probleem is dat de scholen weinig tijd hebben. Hij verwacht dat een beperkt deel van alle 750 scholen wordt bereikt. Als het er 25 zijn, mag je al zeer tevreden zijn. Voor de duidelijkheid is het verstandig het stuk over onderwijs in het plan van aanpak beter uit te werken. De heer Lagas wil weten wanneer met de activiteiten wordt aangevangen. De voorzitter antwoordt dat deze zullen beginnen na 1 januari 2005.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer De Meijer begrijpt de splitsing van het krediet niet helemaal en wat gebeurt met de overgebleven €150.000,-. Verder staat hij volledig achter de activiteiten. De voorzitter antwoordt dat het project nog niet helemaal af is en dat de splitsing beoogt de financiering na 1 januari 2005 veilig te stellen. Het budget dat uiteindelijk overblijft zal terug vloeien in de algemene middelen. Bremmer is benieuwd wat de pilots hebben opgeleverd. De voorzitter laat weten dat informatie over de pilots in de verschillende commissies zullen worden behandeld.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer Lagas vindt de evaluatie mooi opgezet. Het is goed te zien wat er is gerealiseerd. Het is alleen nog al veel, waardoor het overzicht ontbreekt. De voorzitter merkt op dat bij de verschillende commissies het een en ander zal worden verduidelijkt. De heer Van Velsen zou het op prijs stellen als de provincie Noord-Holland ook een samenhangend beeld wordt verstrekt van hetgeen in de provincie wel of niet is gerealiseerd. De voorzitter zegt toe hier aandacht aan te besteden. De Meijer constateert dat er nog veel moet gebeuren. Hij vindt de evaluatie een belangrijk document. Af en toe wordt er een te optimistisch beeld geschetst. Zo ook bij punt 101 op bladzijde 29, waar staat dat de achterstand bij de baggerprogramma’s wordt weggewerkt voor 2010. Verder wil hij graag weten waarom gemeld wordt dat geen enkele vergunning voor onderbemaling is verleend, terwijl bij zijn weten dit in ieder geval bij Wilck en Wiericke en De Oude Rijnstromen wel is gebeurd. De voorzitter zal het punt van de bagger aanpassen. Als ook bij andere punten een te optimistisch wordt gegeven, zal dit worden bijgesteld. Tevens zal naar de vergunningen voor onderbemaling, waarover de gegevens door de fusiepartners zijn aangeleverd, worden gekeken. Bremmer beschouwt de evaluatie als een waardevolle documentatie. Hij vraagt zich echter wel af of het zo uitgebreid moet en zijn 11 prioriteiten niet te veel. Dit programma is ook een werkschema voor de medewerkers, aldus de voorzitter. Dit is voor hen overzichtelijk. De 11 speerpunten komen overigens uit het WBP 2000-2004 voort.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De heer Van Wijk licht dit punt toe. Op 23 juni 2004 is er een overeenstemming bereikt over de regeling voor de verwerking van het afvalwater uit Zoetermeer, Leidschendam en Wassenaar vanaf 1998 tot 2008 en de regeling voor de verwerking van het afvalwater uit Zoetemeer vanaf 2008. Op het punt van de regeling voor verwerking van het afvalwater uit Leidschendam en Wassenaar vanaf 2008 is dat echter niet gelukt. Rijnland wil voor Leidschendam en Wassenaar dezelfde formule hanteren als voor Zoetermeer is afgesproken. Delfland was hier niet mee eens. De heer Van Velsen vraagt of dit onderwerp in de VV van Delfland zal worden behandeld. Van Wijk antwoordt dit niet te weten.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV
De Meijer vindt het een buitengewoon goed stuk. Hij is echter wel benieuwd hoe de afstemming met de keur gaat gebeuren. Hij kon in het werkschema niet terugvinden hoe er met AWZI’s wordt omgegaan. Verder wil hij weten waarom er een verschil is tussen de nalevingsnorm voor de agrarische sector en voor bedrijven, 90% en 95%. De voorzitter merkt op dat de AWZI’s bij vaste objecten is te vinden. De AWZI gedraagt zich niet anders dan andere industriële objecten. Het is moeilijker bij agrarische lozingen de dader te achterhalen dan bij industriële lozingen. Bij agrarische lozingen gaat het vaak ook om diffuse lozingen, en niet om puntlozing zoals bij de industrie. In de toelichting zal met name op de regelingen ten aanzien van de AWZI’s worden ingegaan. Bremmer meent dat het goed is van tijd tot tijd te actualiseren. De nota is een goed stuk geworden. Hij is positief getroffen door de opmerking dat je niet volledig kunt zijn in de handhaving. Je kunt niet alle overtredingen aanpakken. De voorzitter geeft aan dat de relatie met het openbaar ministerie sterk verbeterd is. Het openbaar ministerie schoolt nu ook zelf officieren van justitie in milieuzaken. Ook is er nu meer onderling begrip. Dit is ook zichtbaar in het feit dat Rijnland in de loop van de jaren een vrijheid heeft gekregen om schikkingen te treffen.
Het voorstel gaat met positief advies naar de VV.
De commissie neemt hier positief kennis van.
Naar aanleiding van punt X van het verslag, deelt de voorzitter mee dat hij een persoonlijke brief van gedeputeerde Dwarshuis heeft ontvangen over de inhoud van de baggernota. De gedeputeerde stelt dat Rijnland zich niet aan afspraken zou hebben gehouden. Het college is echter niet met bekend met dergelijke afspraken.
De notulen worden ongewijzigd vastgesteld.
Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.
