Verslag commissie financiën 2 april 2001

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie financiën 2 april 2001

Agenda

I Opening
II Verslag vorige commissievergadering d.d. 12 februari 2001
IV Waterbezwaar 21e eeuw Rijnland en toekomstig waterbezwaar fase 1 + wateraan- en afvoer
V Vervolgtraject bestuurlijke besluitvorming Waterkansenkaarten
VII Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
VIII Aanvullend krediet inventarisatie toekomstige RO-ontwikkelingen
IX Krediet project Rijnl@ndnet
XI Krediet Plan van Aanpak verziltingsbestrijding
XII Krediet biomonitoring waterbodemsanering Sassenheimervaart
XIII Stimuleringsregeling innovaties
XVI Mededelingen
Overige agendapunten
1. Mededelingen voorzitter
2. Arrest Hoge Raad inzake beroep in cassatie van Stichting Beheer van het Gemeeneland
3. Voortgang Europroject
4. Omvang saldireserves
5. Liquiditeitsprognose 2001
6. Liquiditeitspositie per 30 maart 2001
7. Overzicht bestedingen Calamiteitenkredieten Waterstaat en Waterkwaliteit 2001
8. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2001
9. Besluitenlijsten DenH
10. Vergadertijdstip Commissie Financiën
11. Actielijst
12. Rondvraag

Verslag

Aanwezig:

H. van der Nagel (voorzitter)

J. Baas (plv.-voorzitter)

J.W. Bus, E. Blaas, ir. P. Haverkamp Begemann, ing. D.J. van Beek (alleen agendapunt 1), W. Kranenburg, G.L.C.M. van Leeuwen en drs. J.J. Groen (leden)

J. van Wijk (secretaris) en F. Ketel (adj.-secretaris)

Afwezig z.k.:

ir. P. Moltmaker

I Opening

De heer Van Beek vraagt aan en krijgt van de voorzitter gelegenheid tot het afleggen van een korte verklaring. Daarin meldt de heer Van Beek dat hij de laatste tijd het gevoel heeft gekregen als VV-lid slechts coulissen te vullen. De ruimte die een VV-lid krijgt invloed uit te oefenen op het beleid van Rijnland acht hij marginaal. Hoewel hij zich graag voor Rijnland wilde inzetten, vindt de heer Van Beek het inmiddels zonde van de tijd die hij erin steekt. Ook is de heer Van Beek verbolgen over de lange tijd die genomen is om zijn in januari ingediende vragen met betrekking tot de waterkansenkaarten te beantwoorden. Een opeenstapeling van dit soort zaken heeft hem doen afvragen of hij nog wel als VV-lid wil blijven functioneren. Hij heeft daarvoor enige bedenktijd voor zichzelf ingelast, maar zal aan de beraadslagingen in deze commissievergadering niet deelnemen en hij zal ook de komende VV-vergadering niet bijwonen.

In reactie op deze verklaring betreurt de voorzitter de stellingname van de heer Van Beek. Mede in vergelijking met de vorige zittingsperiode meent de heer Van der Nagel dat er veel meer openheid en informatie richting VV is. Het college staat zijns inziens open voor alles wat de VV naar voren brengt. Anderzijds moet een bedrijf wel kunnen draaien. Het was de VV en dus ook de heer Van Beek toch bekend, dat zijn vragen over de waterkansenkaarten tezamen met de vragen van andere VV-leden beantwoord zouden worden bij de behandeling van het definitieve voorstel zoals dat thans voorligt.

De heer Groen is van oordeel dat indien men iets wil veranderen men beter kan blijven dan opstappen.

De heer Bus kan enerzijds de teleurstelling van de heer Van Beek wel begrijpen en meent dat hij daarmee een duidelijk signaal heeft afgegeven. Anderzijds heeft de heer Van Beek wellicht een te hoog ambitieniveau gehanteerd.

Ook de heer Kranenburg zegt geen sterk gevoel te hebben bij zijn VV-lidmaatschap en zich daarom de teleurstelling van de heer Van Beek wel kan indenken. Zelf wil de heer Kranenburg daaraan echter niet de conclusie verbinden, die de heer Van Beek nu heeft getrokken.

De heer Haverkamp Begemann heeft ook het gebrek aan tijdige beantwoording gesignaleerd en vraagt zich af of er op dit punt iets mis is in de organisatie.

De heer Baas brengt naar voren dat het de taak is van een algemeen bestuur te sturen op hoofdlijnen.

Het zou niet goed zijn invloed uit te oefenen op detailniveau. Dit geldt overigens voor alle vertegenwoordigende lichamen. Is een VV-lid niet goed bediend, dan dient dat gecorrigeerd te worden. Zelf beoordeelt de heer Baas Rijnlands organisatie als goed tot zeer goed.

Na deze gedachtewisseling verlaat de heer Van Beek om 14.00 uur de vergadering.

II Verslag vorige commissievergadering d.d. 12 februari 2001

Vastgesteld.

Naar aanleiding van het genotuleerde bij agendapunt IX (Waterkansenkaarten) op blz. 3 merkt de heer Bus op dat visie en realiteit elkaar bij onderwerpen als de onderhavige kruisen en dat het bereiken van consensus tussen beide ook binnen de categorieën moeilijk is.

IV Waterbezwaar 21e eeuw Rijnland en toekomstig waterbezwaar fase 1 + wateraan- en afvoer

De heer Blaas wijst op het belang van de normering van de bemalingscapaciteit polders/boezem. Hij mist dit onderwerp in de aanbiedingsbrief en ook in de vervolgnotitie wordt er onvoldoende op ingegaan.

De heer Kranenburg vindt dat er sprake is van een verwarrend en onduidelijk stuk. Hij vindt de normstellingen onduidelijk en vraagt zich af of de noodzaak tot het nemen van maatregelen wel is aangetoond. Niettemin lijken de prioriteiten al vastgelegd te zijn. Een toelichting bij de keuze voor dijkring 14, 15 en 44 in het kader van de stroomgebiedbenadering ontbreekt. Concluderend vreest de heer Kranenburg dat de ingelanden worden geconfronteerd met zaken, waarvan we zelf nog weinig met zekerheid kunnen stellen. In dat verband vraagt de heer Bus zich af of Rijnland niet te snel is met het ontwikkelen van beleid. De heren Haverkamp Begemann en Bus pleiten ervoor om uitgangspunten steeds te heroverwegen, zodat de noodzaak van verdere maatregelen kan worden getoetst aan de hand van reeds bereikte resultaten.

Voor de heer Groen is het nog niet duidelijk wanneer welke maatregelen met welke consequenties aan de orde zijn. Dit geldt ook voor de financiële implicaties van strengere normen.

In reactie op de geplaatste opmerkingen wordt er door de heren Van der Nagel en Baas op gewezen dat feitelijke ontwikkelingen, als daar zijn toenemende neerslaghoeveelheden met wateroverlastsituaties, langdurige droogte tijdens zomerperioden, die zich tijdens de laatste decennia hebben gemanifesteerd, toch niet ontkend kunnen worden en om beleidsontwikkelingen vragen. Wachten tot het onheil is geschied is geen verstandig beleid. Daarom moeten risicoanalyses worden gemaakt om te bepalen in welke richting beleid moet worden ontwikkeld. Daarbij valt, naast gezond verstand op basis van feitelijke ontwikkelingen, niet te ontkomen aan aannames. Vervolgens moet een vertaalslag worden gemaakt, met de uitkomst waarvan niet iedereen altijd onverdeeld gelukkig zal zijn. Bedacht moet daarbij wel worden dat we spreken over een implementatieperiode van 25-50 jaar. Heroverwegingen in die periode zijn dan ook zeker niet uitgesloten als ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Draagvlak creëren is ook een item waaraan veel aandacht moet en zal worden besteed. Een aanzet daartoe is in de vervolgnotitie beschreven. Rijnland loopt zeker niet voorop getuige de keuze van Rijnland voor de middenscenarios van de CW21. De onduidelijkheid over de keuze van de dijkringcombinatie 14, 15 en 44 zal worden teruggekoppeld, zodat er tijdens de VV-vergadering nader op ingegaan kan worden.

De heer Van Leeuwen erkent dat "waterbeheer in beweging" beleidsvorming impliceert, waarmee minder formeel maar meer behoedzaam moet worden omgegaan gegeven de vele vaagheden die er nog bestaan.

Ook de heer Blaas onderschrijft de noodzaak tot het ontwikkelen van nieuwe visies. Rijnland moet niet afwachten wat de buren over ons heen kieperen, maar in een dijkringbenadering zorgdragen voor het eigen gebied en daarin voorop lopen.

Gelet op de niet eenduidige meningsvorming binnen de commissie geeft de commissie geen éénstemmig advies af.

V Vervolgtraject bestuurlijke besluitvorming Waterkansenkaarten

De heer Haverkamp Begemann wijst op de noodzakelijke wettelijke inkadering van de waterkansenkaarten. Hij heeft de indruk dat bij de ontwikkelingen in de provincie Noord-Holland de provincie, de gemeenten en de waterschappen nauwer betrokken zijn. Breed draagvlak is onmisbaar. Het moet niet zo zijn dat de burger de indruk krijgt dat waterschappen hun eigen droomscenarios aan het ontwikkelen zijn. In aansluiting daarop merkt de heer Kranenburg op dat we met zn allen nog een groot planologisch probleem hebben.

De commissie veronderstelt dat de beantwoording van de vragen van de heer Alkemade namens de categorie ongebouwd nog nagezonden wordt.

Gelet op de relatie met het vorige agendapunt en het gebrek aan consensus hieromtrent ziet de commissie af van het geven van een éénstemmig advies.

VII Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening

De heer Bus mist in de reactie van Rijnland aandacht voor de grootste grondgebruiker.

Overigens adviseert de commissie positief op de conceptbrief aan de minister van VROM.

VIII Aanvullend krediet inventarisatie toekomstige RO-ontwikkelingen

De heer Groen spreekt er zijn bevreemding over uit dat men pas een jaar na de kredietverlening tot de conclusie kwam dat er onvoldoende interne capaciteit beschikbaar was voor het opzetten van een database.

De Kranenburg vermoedt dat de berekening van de financiële consequenties van het aanvullende krediet niet juist zijn.

(Noot adj.-secr.: er is een foutieve afschrijvingstermijn genoteerd: drie jaar moet zijn: vijf jaar; een verbeterde expeditie zal worden uitgereikt.)

De commissie adviseert positief op het voorstel.

IX Krediet project Rijnl@ndnet

De heer Groen beschouwt het krediet als een nuttige investering. Wel vraagt hij aandacht voor een goede managing, sturing en begeleiding van het project, zonder dat er hobbyisme wordt bedreven. De heer Van Wijk stelt dat de projectleiding in goede handen is. Desgevraagd wordt medegedeeld dat reacties op Rijnlands website, die als modern wordt gekarakteriseerd, goed zijn.

De commissie neemt adviseert positief op het voorstel.

XI Krediet Plan van Aanpak verziltingsbestrijding

Desgevraagd wordt uiteengezet dat natuurlijke verziltingsbestrijding van oudsher en nog steeds reglementair tot de waterkwantiteitstaak wordt gerekend. Dit taakonderdeel is van toepassing op het oppervlaktewater in de boezem en in de polders. De beleidsontwikkeling vindt in samenwerking met de inliggende waterschappen plaats.

De commissie adviseert positief op het voorstel.

XII Krediet biomonitoring waterbodemsanering Sassenheimervaart

Desgevraagd door de heer Blaas licht de heer Baas toe dat het onderzoek voortvloeit uit het saneringsbaggerwerk dat in 1997 en 1998 is uitgevoerd. Doel is om de effecten en ontwikkelingen van de kwaliteit van water en waterbodem vast te leggen, mede ter onderbouwing van toekomstige waterbodemsaneringen. Omdat de provincie destijds een belangrijk deel van de saneringskosten heeft gedragen, zal getracht worden ook voor dit vervolgonderzoek een provinciale bijdrage te verkrijgen.

De commissie adviseert positief op het voorstel.

XIII Stimuleringsregeling innovaties

De commissie acht het niet juist om in het voorstel thans uitsluitend eurobedragen te vermelden. Een verbeterde expeditie zal worden uitgereikt.

Overigens adviseert de commissie positief op het voorstel.

XVI Mededelingen:

f. PC privé project

Ter toelichting deelt de heer Van Wijk mede, dat bij dit project gebruik wordt gemaakt van een specifiek voor werknemers ontworpen fiscale regeling. De rente over de aan medewerkers te verstrekken leningen komt voor rekening van de werkgever. Bij de bepaling van de hoogte van het krediet is uitgegaan van 150 deelnemers.

De heer Haverkamp Begemann zal in de VV een stemverklaring afleggen waarom hij niet met het voorstel kan instemmen. Hij heeft met name bezwaar tegen de mogelijkheid tot het inleveren van verlofdagen hetgeen tegenstrijdig is met de recent uitgebreide en juist van werknemerszijde gewenste arbeidsduurverkorting.

De overige commissieleden adviseren positief op het voorstel.

Overige agendapunten

1. Mededelingen voorzitter

De heer Baas deelt mede, dat met Delfland nog intensief wordt onderhandeld over de cijfermatige invulling van de hoogte van de vergoeding die Rijnland moet gaan betalen voor de behandeling van Rijnlands afvalwater in de te bouwen a.w.z.i. Harnaschpolder van Delfland. Het ziet er naar uit dat binnenkort een akkoord kan worden bereikt, dat redelijk in de buurt komt van Rijnlands uitgangspositie.

De heer Van Wijk deelt mede dat de laatste hand wordt gelegd aan de tekst van het adviesrapport van de commissie Leemhuis inzake het rapport Togtema. Effectief ziet het ernaar uit dat het adviesrapport zal voldoen aan bijna alle uitgangspunten waarvoor Rijnland zich hard heeft gemaakt.

De heer Van der Nagel deelt mede, dat met de gemeente Haarlemmermeer geen overeenstemming mogelijk is gebleken met betrekking tot de gemeentelijke bijdrage in de nieuw aangelegde transportsystemen naar de a.w.z.i.s Zwanenburg en Zwaanshoek. Uit bestuurlijk overleg dat in november jl. met de gemeente plaatsvond had Rijnland de conclusie getrokken, dat volledige overeenstemming nog slechts een kwestie was van het oplossen van enkele detailpunten. Uit een onlangs ontvangen brief van de gemeente bleek echter het tegendeel; de gemeente lijkt zich niet te willen conformeren aan de Unie/VNG-richtlijnen die indertijd zijn opgesteld ten behoeve van het regelen van de taakscheiding en kostenverdeling tussen gemeenten en waterkwaliteitsbeheerders. Rijnland ziet daarom geen heil in verder overleg en heeft de gemeente voorgesteld een arbitrage te starten, waarbij één arbiter namens de Unie en één arbiter namens de VNG een onafhankelijke derde arbiter aanzoeken. Dit voorstel is zeer recent gedaan. Een reactie van de gemeente is nog niet ontvangen.

De commissie neemt kennis van deze mededelingen.

Ter informatie:

    2. Arrest Hoge Raad inzake beroep in cassatie van Stichting Beheer van het Gemeeneland

    Desgevraagd door de heer Haverkamp Begemann wordt toegelicht dat het arrest niet alleen van toepassing is op de in het arrest betrokken installaties maar op alle gelijksoortige installaties (a.w.z.i.s, rioolgemalen en persleidingen) van Rijnland en andere waterschappen.

    Bij monde van de voorzitter complimenteert de commissie de heren Van Wijk en Ketel, en in hen alle betrokken medewerkers, voor hun inspanningen die tot dit resultaat hebben geleid.

      3. Voortgang Europroject

      Kennis genomen.

      4. Omvang saldireserves

      De heer Haverkamp Begemann vindt de nota uit 1995 helder. Met verwijzing naar de begroting 2001 stelt hij echter, dat de bedragen in absolute zin sinds 1995 zijn gestegen. In de risicoparagraaf van de begroting vindt hij daarvoor onvoldoende aanknopingspunten.

      De heer Van Wijk wijst op het onderscheid tussen enerzijds voorzieningen, die een aantoonbaar noodzakelijke omvang hebben, en anderzijds saldireserves, waarvan de bandbreedtes per taak en bijbehorende exploitatieomvang zijn bepaald. Indien men van mening is dat de omvang van de reserves kan worden teruggebracht, moet worden aangegeven waarom men de bandbreedtes niet meer correct acht. Een wijziging moet dan wel van substantiële aard zijn omdat een afwijking van enkele procenten niet in overeenstemming is met het globale karakter van de bandbreedtes. Omdat het eigen vermogen als intern financieringsmiddel wordt gebruikt betekent overigens elke gulden minder eigen vermogen een gulden méér vreemd vermogen, waarover renterisico wordt gelopen.

      De heer Haverkamp Begemann vindt de verstrekte toelichting voorshands helder en zal deze aangelegenheid nog nader aan de orde stellen in de categorie gebouwd.

      5. Liquiditeitsprognose 2001

      Gezien het verloop van de prognose verwacht de heer Van Wijk dat Rijnland in 2001 geen beroep op de kapitaalmarkt behoeft te doen.

      Kennis genomen.

      6. Liquiditeitspositie per 30 maart 2001

      Kennis genomen.

        7. Overzicht bestedingen Calamiteitenkredieten Waterstaat en Waterkwaliteit 2001

        Kennis genomen.

        8. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2001

        Kennis genomen.

        9. Besluitenlijsten DenH

        Naar aanleiding van de vergadering van 13 maart 2001 informeert de heer Blaas naar de omvang van het voorlopig resultaat jaarrekening 2000. De heer Baas refereert aan zijn mededeling tijdens de vorige commissiebijeenkomst, waarin hij een bedrag van 3,6 mln heeft genoemd.

        Er zijn geen verdere vragen of opmerkingen.

          10. Vergadertijdstip Commissie Financiën

          De commissie besluit het vergadertijdstip te handhaven op maandagmiddag 13.30 uur.

          11. Actielijst

          De heer Kranenburg heeft een inventarisatie gemaakt van aandachts-/ c.q. actiepunten, die naar zijn mening nog vermelding verdienen op de actielijst van de commissie. Voorzien van commentaar van de secretaris wordt het overzicht aan de commissieleden uitgereikt. Zo nodig zal hierop tijdens de volgende commissievergadering worden teruggekomen.

          12. Rondvraag

          De commissie stemt in met de suggestie van de heer Van Wijk om tijdens de volgende vergadering een presentatie te laten geven van de uitwerking van de subsidieregeling riolering buitengebied.

          Besloten wordt om de volgende commissievergadering te houden op de a.w.z.i. Alphen-Ridderveld.

          Niets meer aan de orde sluit de voorzitter om ca. 16.00 uur de vergadering, waarna een rondleiding volgt over de a.w.z.i. Zandvoort en een bezoek wordt gebracht aan de zgn. buffervijvers in het duingebied.

          Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Financiën d.d. 11 juni 2001.

           

          Naar boven