I Opening
II Verslag vorige commissievergadering d.d. 2 april 2001
III Jaarrekening 2000
IV Subsidie Oeverherstel 2000, Meerjarenraming 2001-2006 en vaststellen tarieven vaargelden
V Vergoeding kadeverbeteringswerken 2000 en Meerjarenraming 2001-2006
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente NoordwijkerhoutVII Krediet vervanging laboratoriumapparatuur
VIII Krediet meetprogramma boezemwatergangen
IX Krediet inrichting peilvakken Bollenstreek regio De Zilk
X Krediet standaard bestekkenXI Planvormingsstudie Zandvoort; krediet aanleg persleiding Zandvoort awzi Haarlem-Waarderpolder
XII Nota van uitgangspunten renovatie boezemgemaal Gouda
XIII Krediet herstel brandschade awzi Katwijk
XVI Krediet zakelijke rechten
XV Krediet vervanging Informatie Systeem Personeel
XVII Mededelingen
Overige agendapunten
Rondvraag
Aanwezig:
De heer Van der Nagel, voorzitter
De heer Baas, plv.-voorzitter
de leden: de heren Bus, Blaas, ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Van Leeuwen, ir. Moltmaker en drs. Groen;
de heren Van Wijk (secretaris) en Ketel (adj.-secretaris);
Afwezig m.k.:
de heer Kranenburg, lid.
De voorzitter heet de aanwezigen welkom, in het bijzonder de heer Van Beek, en meldt de afwezigheid van de heer Kranenburg.
In aansluiting op zijn verklaring tijdens de vorige commissievergadering, meldt de heer Van Beek lang nagedacht te hebben over de voortzetting van zijn VV-lidmaatschap. Daarbij heeft zijn verantwoordelijkheid jegens de kiezers zwaar gewogen, hetgeen hem heeft doen besluiten aan te blijven met een kritischer opstelling dan voorheen richting college en ambtelijke dienst. Hij bekent overigens minder plezier aan zijn VV-lidmaatschap te beleven.
De voorzitter zegt blij te zijn met de beslissing van de heer Van Beek. Mocht hij in zijn functioneren problemen ondervinden dan zijn hij, de heer Baas en de heer Van Wijk gaarne bereid als aanspreekpunt te fungeren om die problemen weg te nemen.
II Verslag vorige commissievergadering d.d. 2 april 2001
Vastgesteld.
Naar aanleiding van:
De heer Van Beek brengt naar voren dat naar zijn mening de gevoelens, die er tijdens de vergaderingen bij de commissieleden leven, in de commissieverslagen onvoldoende tot uiting worden gebracht.
De voorzitter, daarin bijgevallen door de overige commissieleden, zegt de mening van de heer Van Beek niet te delen en geeft aan de hand van een voorbeeld aan, dat er genuanceerd verslag van de beraadslagingen wordt gedaan. Hij beveelt de heer Van Beek aan in het vervolg zo nodig concreet aan te geven op welke tekstdelen hij kritiek heeft.
De heer Groen voegt daar nog aan toe, dat het beknopte vergaderverslag een weergave van de beraadslagingen moet vormen; op notulen van 20 paginas of meer zit de commissie zijns inziens niet te wachten.
a. Concept jaarrekening
De heer Van Wijk geeft aan de hand van overheadsheets een presentatie op hoofdpunten van de jaarrekening en geeft desgevraagd toelichtingen op vragen en opmerkingen van commissieleden.
Het overall (positieve) resultaat van 2,5% ligt binnen een als normaal te beschouwen bandbreedte. Bij waterkwantiteit is het resultaat (7,3%) beïnvloedt door afrekeningen met andere waterschappen (w.o. De Stichtse Rijnlanden voor waterafvoer op Rijnlands boezem) over voorgaand jaar.
Het resultaat ad 5,4 mln bestaat voor 5,9 mln uit incidentele voordelen en voor 0,5 mln uit structureel doorwerkende nadelen.
De investeringen zijn achtergebleven bij de ramingen. De baggerwerken vormen daarbij met 16,9 mln de belangrijkste post, terwijl voor waterkwaliteit overigens de planning geheel is gehaald. Voor de onderhavige jaarrekening heeft het verschuiven van enige
investeringen geen gevolgen, omdat de kapitaallasten pas een jaar na het jaar van gereedkomen op de begroting worden opgevoerd.
Het verloop van de debiteurenstanden vertoont al enkele jaren een gelijkmatig verloop. Een probleem vormt nog de aanslagoplegging en invordering in Amsterdam-West. De afgelopen jaren is meegelift met het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Vanwe-
ge fiscaaljuridische redenen was dit in 2000 niet mogelijk en moet Rijnland zelf de aanslagen opleggen. Uitbesteding van de invordering aan de belastingdienst van de gemeente Amsterdam is daarbij onevenredig duur.
Het resultaat per kostendrager wordt onderscheiden in een taakresultaat en een belastingresultaat per categorie. Er kan dus sprake zijn van positieve taakresultaten en negatieve belastingresultaten. Dit onderscheid verklaart waarom in het ontwerpbesluit sprake is van bedragen die ten laste worden gebracht van de saldireserves Ongebouwd en Ingezetenen.
De mutaties in de egalisatievoorziening verontreinigingsheffing (blz. 26, punt 7.10) hebben een planmatige achtergrond, zijn gelijk aan de overeenkomstige bedragen uit de begroting 2000 en zijn gebaseerd op voortschrijdende berekeningen die in 2000
voortvloeiden uit de Meerjarenraming 2000-2004.
In de bijdragen van derden (blz. 17, punt 1.1.11) is niet begrepen de vordering van de kapitaalbijdrage van de gemeente Haarlemmermeer in de transportsystemen Zwanenburg en Zwaanshoek. Deze vordering is derhalve niet ten gunste van de boekwaarde van de activa gebracht. Zolang er nog geen overeenstemming met die gemeente bestaat, wordt er voor-
zichtigheidshalve ook bij de berekening van de kapitaallasten van de betreffende objecten geen rekening mee gehouden.
De toevoeging van 0,5 mln aan de Calamiteitvoorziening boezembeheer (blz. 9) is een collegevoorstel met betrekking tot de verdeling van het positieve resultaat. Evenals in 1999 vormde deze toevoeging geen begrotingspost. De toelichting bij deze voorziening behoeft verduidelijking.
De overschrijding van de slibafvoerkosten (blz. 42/43, punt 12) wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de afvalstoffenheffing die verschuldigd is voor het restproduct van slibdroging. Tegen deze heffing is zonder resultaat bezwaar aangetekend. De heffing is niet verschuldigd voor het restproduct van slibverbranding.
Tenslotte citeert de heer Van Wijk enkele passages uit het ter vergadering per fax ontvan-
gen positieve verslag van de accountant bij de jaarrekening.
De commissie adviseert positief op het voorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2000.
b. Af te sluiten investeringskredieten
De heer Haverkamp Begemann heeft op de overzichten slechts één arbitragezaak (a.w.z.i. Bodegraven) aangetroffen en mist de overige nog lopende zaken.
Noot adj.-secr.: de overige arbitrages betreffen: awzi Alphen-Noord, awzi Rijsenhout, boezemgemaal Spaarndam en effluentleiding awzi Zwanenburg. Voor de eerste twee projecten zijn de kredieten in 1999 afgesloten. De twee laatste projecten staan op het overzicht "lopende VV-kredieten".
De commissie adviseert positief op het voorstel.
IV Subsidie Oeverherstel 2000, Meerjarenraming 2001-2006 en vaststellen tarieven vaargelden
De commissie constateert dat slechts een beperkt beroep op het fonds wordt gedaan.
Een relatie tussen controle-intensiteit en het optreden van schade wordt van collegezijde niet waarschijnlijk geacht, omdat Rijnland alleen controleert op het beschikken over een vaarvergunning.
De commissie vermoedt onbekendheid bij aangelanden met de mogelijkheid om een subsidie voor oeverherstel te krijgen. In dat verband wordt een vraagteken geplaatst bij de raming van 0,2 mln per jaar voor uitkeringen aan particulieren.
De voorzitter geeft aan, dat de inliggende waterschappen soms onverwacht met grotere herstelwerken komen, waardoor voldoende buffer in het fonds nodig is. In 2000 zijn de tarieven met 10% verlaagd. Deze lijn wordt met de voorgestelde 14% verlaging in 2002 voortgezet. De voorzitter zegt een overzicht van uitkeringen aan particulieren over de laatste jaren toe.
Het college zal de boodschap van de commissie om meer bekendheid aan de subsidieregeling bij aangelanden te geven, ter harte nemen.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
V Vergoeding kadeverbeteringswerken 2000 en Meerjarenraming 2001-2006
Desgevraagd wordt toegelicht dat de verhoging van de storting in de voorziening nodig is vanwege het negatieve saldo per 31-12-2000 en de ramingen van de in de eerstkomende jaren uit te keren bedragen.
Een verbeterde expeditie van het ontwerpbesluit wordt nagezonden in verband met de onjuiste vermelding van de tariefconsequenties in het toegezonden besluit.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
VI Pilot overname rioolbeheer gemeente Noordwijkerhout (behandeld in aanwezigheid van de heer ing. P.J. Smit, projectleider)
Desgevraagd door de heer Groen geeft de heer Smit een toelichting op de opbouw van de contractsom ad 581.975, --. Daarin is de post "overige kosten" ad 179.475, -- begrepen. Deze post is niet verrekenbaar in de zin van nacalculatie en bestaat voor een belangrijk deel uit loonkosten. De gehanteerde uurlonen zijn 10% hoger dan de werkelijke kosten. Het risico wordt zeer beperkt geacht.
Op een vraag van de heer Haverkamp Begemann wordt geantwoord, dat als ingangsdatum van de overeenkomst wordt aangehouden het formele tijdstip van het Koninklijk Besluit waarin de Gemeenschappelijke Regeling wordt goedgekeurd. Dit zal zijn ca. 6 weken na inzending van de besluiten van gemeenteraad (Noordwijkerhout), verenigde vergadering (Rijnland) en vergadering van aandeelhouders (DZH). Het VV-besluit van Rijnland is niet aan goedkeuring van gedeputeerde staten onderhevig; het besluit is wel meldingsplichtig.
Voorts wordt desgevraagd toegelicht dat interne functiescheiding binnen Rijnlands organisatie nodig is ter vermijding van een "dubbele pettenproblematiek": Rijnland als overheid (bijv. als vergunningverlener, Waterbeheer) en Rijnland als dienstverlener (Werkenbeheer).
In het kader van de dienstverlening richt Rijnland zich met name op systeemontwikkeling en DZH op het operationele beheer van de riolering.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
VII Krediet vervanging laboratoriumapparatuur
Naar aanleiding van het onderhavige voorstel pleit de heer Haverkamp Begemann voor meer aandacht voor het laboratorium in het jaarverslag met het doel het imago van het Rijnlandse Lab te verbeteren. De voorzitter wijst hem op enkele passages in het jaarverslag waarin het Lab aan de orde komt. Overigens heeft het jaarverslag niet de bedoeling om aandacht te schenken aan afzonderlijke organisatorische eenheden van de ambtelijke dienst, maar dient het jaarverslag om Rijnlandbrede activiteiten, ontwikkelingen en projecten te beschrijven.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
VIII Krediet meetprogramma boezemwatergangen
De heer Haverkamp Begemann zegt zich erover te hebben verbaasd dat Rijnland niet weet welke boezemwatergangen het heeft en waar die zijn gelegen.
De commissie stelt vast dat met de uitkomsten van de inventarisatie niet per definitie een baggerprogramma wordt vastgesteld. Daaraan moeten andere overwegingen en uitgangspunten ten grondslag liggen.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
IX Krediet inrichting peilvakken Bollenstreek regio De Zilk
De heer Blaas heeft ernstige moeite met de verhouding tussen de kosten die Rijnland moet maken enerzijds, en de omvang van de mogelijke schade anderzijds. In het onderhavige voorbereidingskrediet dienen naar zijn mening ook de belanghebbenden, naast Rijnland en de provincie, op basis van een 1/3-1/3-1/3 verhouding bij te dragen.
Evenals de heer Blaas spreken de heren Groen en Moltmaker hun twijfels uit of de bal, gelet op het veroorzakingsbeginsel, wel bij Rijnland ligt.
De voorzitter zet uiteen dat Rijnland gehouden is om te zorgen voor voldoende drooglegging. Vervolgens schetst hij de ontwikkelingen in het gebied die tot de huidige problemen hebben geleid. Hoewel Rijnland zich niet als veroorzaker van de vernatting aansprakelijk acht, heeft Rijnland wel een taak op het terrein van de afwatering. Een meerderheid van het college acht het thans voorgestelde oplossingstraject verantwoord en passend in Rijnlands taakopvatting.
Gelet op de bandbreedte van de in het voorstel vermelde miljoenenbedragen, maakt de heer Moltmaker, daarin gesteund door de heer Blaas, zich grote zorgen over de grote risicos die Rijnland op zich neemt.
Desgevraagd door de heer Haverkamp Begemann licht de heer Van Wijk de wettelijke grondslag toe op basis waarvan omslagclassificatie mogelijk is. Het is aan de VV voorbehouden daartoe te besluiten. Alsdan zal de omslag voor de betrokkenen fors stijgen.
De heer Van Beek wijst op de precedentwerking die van het voorgenomen besluit zal uitgaan. Ook buiten de thans aan de orde zijnde 600 ha doen, of kunnen, zich problemen gaan voordoen als gevolg van de vernatting.
De heer Bus steunt in principe de voorgestelde maatregelen, maar ziet de compensatie van boezemwater als een angel in het voorstel. Hij is het niet eens met het college, dat de inrichting van peilvakken als een onttrekking van boezemwateroppervlak beschouwt, welke onttrekking, gelijk ook bij demping het geval is, moet worden gecompenseerd. De voorzitter wijst in dat verband op de consistentie van het eerder ter zake door de VV vastgestelde beleid.
De heer Haverkamp Begemann heeft moeite met de relatie die met het Pact van Teylingen in het voorstel wordt gelegd. Hij is van mening dat eerst de bufferzone tussen het teeltgebied en het duingebied van de Amsterdamse waterleiding moet worden aangelegd, en af te wachten welke effecten dat oplevert. Pas daarna zou zo nodig aan verdere maatregelen kunnen worden gedacht.
De heer Van Leeuwen wijst erop, dat Rijnland zich met de maatregelen in Zandvoort reeds heeft gecommitteerd. Hij ziet het ter tafel liggende voorstel als een consequente voortzetting van het eerder in gang gezette beleid, waaraan hij graag zijn steun wil verlenen.
De voorzitter stelt vast dat een meerderheid van de aanwezige commissieleden (de heren Blaas, Haverkamp Begemann, Van Beek, Moltmaker en Groen) niet met het voorstel instemmen; dat de heer Bus er voorwaardelijk (met uitzondering van het compensatievraagstuk) mee instemt, en dat de heer Leeuwen het voorstel ondersteunt.
De heer Haverkamp Begemann deelt mede zich bij oud-collegas te hebben georiënteerd. Van die zijde is gewaarschuwd voor het effect dat een standaard kan hebben voor bestaande installaties, waarvoor de bedieningsvoorschriften ook aangepast zouden moeten worden en er in het vervolg aldus een veelvoud van kosten zou kunnen optreden. De uitgangspunten moeten absoluut duidelijk worden geformuleerd. Overigens zijn er zijn naar zijn inschatting goede offertes of bestekken op de markt verkrijgbaar.
De heer Blaas beschouwt het streven naar een "eenheidsworst" als een utopie. We gaan steeds meer toe naar een design and construct concept. Daarbij is van groot belang vast te stellen wat we als organisatie willen hebben. Daarin bijgevallen door de heer Moltmaker, voert de heer Blaas een pleidooi om op dit vlak met meerdere waterschappen samen te werken. Een extern bureau heeft toch altijd de input nodig van de opdrachtgever. In dat verband is hij voorstander van het in eigen beheer uitvoeren van het opstellen van een standaardbestek. De voorzitter wijst hem er op dat de capaciteit daarvoor niet aanwezig is.
De heer Van Beek plaatst een vraagteken bij de noodzaak van het voorstel. Een oplossingsrichting waarbij het laatste bestek wordt geanalyseerd op ontbrekende elementen heeft zijn voorkeur.
De voorzitter concludeert na inventarisatie van de meningen, dat drie commissieleden (de heren Van Beek, Bus en Haverkamp Begemann) niet instemmen met het voorstel, en dat twee commissieleden (de heren Blaas en Moltmaker) uitsluitend onder de voorwaarde van uitvoering in eigen beheer het voorstel ondersteunen.
XI Planvormingsstudie Zandvoort; krediet aanleg persleiding Zandvoort awzi Haarlem-Waarderpolder
De commissie spreekt waardering uit voor de heldere presentatie van de problematiek in de ter tafel liggende stukken.
Desgevraagd door de heer Van Beek licht de voorzitter toe dat het plan hoofdzakelijk handelt om een oplossing van het afvalwatervraagstuk en er om die reden geen aanleiding voor de provincie is om een bijdrage in de kosten te leveren.
De voorzitter bevestigt dat de aanleg van persleidinggedeelten in de stad Haarlem vooruitloopt op realisatie van het totale plan en daarmee de oplossingsrichting in principe onomkeerbaar maakt.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
XII Nota van uitgangspunten renovatie boezemgemaal Gouda
De commissie neemt met enige aarzeling kennis van de nota, mede vanwege de onzekerheden die er nog bestaan als daar zijn:
- de onvoldoende duidelijkheid over de monumentenstatus van de bemalinginrichting
- de mogelijkheden van een modern gemaal naast het bestaande gemaal met mogelijkheid van uitbreiding bestaande capaciteit, mede gelet op de aanwezige ruimte in verband met de aanleg van een nieuwe weg. Desgevraagd door de heer Bus bevestigt de voorzitter dat bij het opstellen van de nota van uitgangspunten rekening is gehouden met de uitgangspunten van de nota waterbezwaar. Met betrekking tot het ruimtebeslag van een geprojecteerde weg naast het gemaal, benadrukt de heer Bus, dat voor Rijnland de eigen taakbehartiging voorop dient te staan bij het beoordelen van het wegplan.XIII Krediet herstel brandschade awzi KatwijkDesgevraagd deelt de voorzitter mede, dat kortsluiting de oorzaak van de brand is geweest.De commissie adviseert positief op het voorstel.XVI Krediet zakelijke rechten