I Opening
II Verslag vorige commissievergadering d.d. 10 september 2001
III Evaluatie 2001 WBP-2000 Rijnland
IV Kostentoedelingsverordening
V Concept Meerjarenraming 2002 - 2006
VI Beleidsvoornemen Tarieven 2002
VII Informatiebeleidsplan 2002 - 2004
VIII Krediet onderzoek Toekomstige watervraag Rijnland
IX Aanvullend krediet Veenweideproject
X Krediet vervanging afdekking voorbezinktank awzi Alphen-Noord
XI Mededelingen
a. Bestuursenquête website
b. Geschil kostenverdeling afvalwatertransportsystemen Haarlemmermeer
Overige agendapunten:
1. Mededelingen voorzitter
2. Voortgang Europroject
3. Liquiditeitspositie per 8 oktober 2001
4. Besluitenlijsten DenH
5. Actielijst
6. Rondvraag
Aanwezig:
de hoogheemraden de heren Baas, voorzitter, en Van der Nagel, plv.-voorzitter;
de leden de heren Blaas, ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Van Leeuwen, ir. Moltmaker en drs. Groen;
de heren Van Wijk (secretaris) en Ketel (adj.-secretaris);
Afwezig m.k.:
de leden de heren Bus en Kranenburg.
Publieke tribune: -
De voorzitter heet de aanwezigen welkom en meldt de afwezigheid van de heren Kranenburg en Bus.
De heer Van Beek verontschuldigt zich dat hij de vorige vergadering zonder kennisgeving afwezig was.
II Verslag vorige commissievergadering d.d. 2 april 2001
Onder punt 1 op blz. 4 moet de volgende tekst worden toegevoegd:
"De heer Groen zegt dank voor de beantwoording van zijn vragen over de tariefsgevolgen van het krediet inrichting peilvakken Bollenstreek. In dit verband meldt de voorzitter dat in de VV een gewijzigd antwoord zal worden uitgereikt, waaruit blijkt dat de oppervlakte van de woonbotenhaven geen 50 ha is maar slechts 18 ha, waardoor de gevolgen nog verstrekkender zijn dan waarvan in eerste instantie werd uitgegaan. Naar aanleiding hiervan ontwikkelt zich een discussie over de kostentoedeling waarbij wordt aangegeven, dat toepassing van de voorstellen Togtema / Leemhuis hierop geen invloed hebben."
Overigens vastgesteld.
Naar aanleiding van:
Met verwijzing naar het aangepaste verslag inzake de peilvakken Bollenstreek, deelt de voorzitter de heer Groen desgevraagd mede, dat dit onderwerp wegens gewijzigde omstandigheden nog een keer in de VV zal worden behandeld.
Blz. 2, punt III (STOWA innovatiefonds):
De heer Haverkamp Begemann deelt mede de gevraagde informatie inmiddels te hebben aangetroffen in het blad "Het Waterschap", nr. 18 van 24 september 2001.
Blz. 3, punt VI (ecologische verbinding Haarlemmertrekvaart):
Naar aanleiding van de desbetreffende vraag van de heer Blaas wordt verwezen naar blz. 17, onder punt 4.1.3. van de Evaluatie 2001 WBP-2000, waarin een notitie natuurvriendelijke oevers wordt aangekondigd.
Blz. 5, rondvraag (interview AD in Het Waterschap):
De heer Haverkamp Begemann deelt mede inmiddels een verhelderend gesprek te hebben gehad met de heer Bruens.
III Evaluatie 2001 WBP-2000 Rijnland
Ter inleiding meldt de voorzitter, dat de evaluatie voortaan een onderdeel zal vormen van de Voorjaarsnota, die volgend jaar in het kader van de planning & control cyclus voor het eerst zal worden uitgebracht. Een dummy van die nota zal in de VV van december a.s. worden be-handeld.
De heer Blaas memoreert dat het WBP als gezamenlijk en integraal product van Rijnland en de inliggende waterschappen (IWS) is uitgebracht. In dat verband mist hij in het voorliggende stuk een evaluatie van de activiteiten van de IWS.
Toegelicht wordt dat het college eerder dit jaar een overzicht van samenwerkingsonderwerpen met de IWS heeft opgesteld en daaruit een keuze heeft gemaakt van prioritaire onderwerpen. Het gezamenlijk opstellen van het WBP heeft veel moeite en tijd gekost. Gelet op deze erva-ring heeft het college de evaluatie van het WBP niet als prioritair samenwerkingspunt aange-merkt. De IWS hebben met de voornemens van Rijnland ingestemd.
De heer Haverkamp Begemann zegt moeite te hebben met de wijze waarop in de evaluatie het "partnerschap" van Rijnland wordt beschreven. Een wat zakelijker benadering zou hem liever zijn geweest.
De heer Baas geeft aan dat er behoefte was om reikwijdte en grenzen van de partnerrol aan te geven. Om dat helder te maken zijn beeldende termen gebruikt.
Gezien de op blz. 8 vermelde kostenstijging maakt de heer Van Beek zich zorgen over de ont-wikkeling van de belastingtarieven.
De heer Van Wijk licht toe dat deze evaluatie, evenals de meerjarenraming, een voortschrij-dend karakter heeft: er wordt een jaar aan toegevoegd en er valt een jaar af; er worden projec-ten afgevoerd (gereed of vervallen) en er komen projecten bij.
In dit verband en mede naar aanleiding van een desbetreffende vraag van de heer Groen, ver-wijst de heer Van Wijk naar blz. 43 e.v., waar de verschillen in investeringsprognoses en initi-ële kosten worden gespecificeerd. De VV beslist zelf tot uitvoering van projecten en de daar-aan verbonden budgettaire gevolgen. In dat kader wijst de heer Van der Nagel er op dat in ge-val leden van de financiële commissie moeite hebben met de financiële consequenties van be-paalde voorstellen, zij daarvoor steun zullen moeten zien te verwerven binnen hun categorie. Naar verwachting van de heer Moltmaker zullen in de toekomst meer middelen nodig zijn om de grondwaterproblematiek op te kunnen lossen.
Van collegezijde wordt benadrukt dat in de evaluatie alle voorzienbare projecten zijn opgeno-men. Soms betreft het uitsluitend voorbereidingskosten (fase 0 Vitesse). Pas na uitwerking van een plan van aanpak kunnen betrouwbare uitvoeringskosten worden geraamd op basis waarvan de VV besluit tot uitvoering en opname van de initiële kosten in de (volgende) meerjarenra-ming. In dat kader zijn stelposten in deze evaluatie geschrapt.
De heer Moltmaker informeert waarvoor de 0,1 mln voor "Algemeen strategisch onderzoek" (blz.. 33, § 10.3) is bedoeld.
Noot adj.-secr.: het betreft een inputbudget voor uit te besteden onderzoek, waarbij ge-dacht wordt aan EU Kaderrichtlijn, Stroomgebiedvisies, vervolgonderzoek tussenboe-zem.)
De commissie adviseert positief op het voorstel.
IV Kostentoedelingsverordening
Hoewel er binnen het college genuanceerd wordt gedacht over een wijziging van de kostentoedeling met ingang van 2002, zet de voorzitter uiteen dat het college, gezien de procesgang die moet worden doorlopen, adviseert om thans nog niet over te gaan tot het wijzigen van de kostentoedelingsverordening. In principe is doorvoering van fase 1 van Togtema/Leemhuis (dus exclusief overheveling passief waterkwaliteitsbeheer) mogelijk en haalbaar.
In 2004 zal de reorganisatie van het waterschapsbestel zijn beslag krijgen en moeten de omslagen van de inliggende waterschappen worden geïntegreerd.
De heer Blaas is van mening dat er meer vóór- dan tegenargumenten naar voren worden gebracht. Hij verklaart zich voorstander van een wijziging op basis van fase 1 van de methode Togtema/Leemhuis. Wel zou hij graag inzicht krijgen in voorlopige tariefberekeningen, zoals die zullen voortvloeien uit de waterschapsreorganisatie binnen Rijnland.
Dankzij de daling van de verontreinigingsheffing acht de heer Baas persoonlijk een verhoging van de ingezetenenomslag als gevolg van wijziging van de KTV goed haalbaar; heffing en ingezetenenomslag worden gecombineerd op één aanslag uitgebracht. Het college heeft echter gemeend de beslissing aan de VV over te laten. Het college zal zich niet verzetten tegen een ander besluit dan hetwelk wordt geadviseerd
De heer Van Wijk wijst nog op de waardeverhouding gebouwd/ongebouwd, die is gewijzigd van 85 : 15 in 88 : 12. Zonder wijziging van de kostentoedelingsverordening wordt deze wijziging niet gecorrigeerd.
De heer Van Beek vindt het aan de late kant om nu nog met een wijziging van de verordening te komen. Hij wenst de behandeling van dit onderwerp te verschuiven naar volgend jaar op een moment dat een uitgebreide discussie nog mogelijk is. Hij steunt het advies van het college om niet tot wijziging te besluiten.
Ook de heer Moltmaker kan zich vinden in het advies om nu geen wijzigingen aan te brengen. De herverdeling op basis van Togtema/Leemhuis roept bij hem een angstig beeld op voor de categorie ingezetenen. De heer Baas repliceert dat Rijnlands VV zelf een voorkeur heeft uitgesproken voor de financieringswijze zoals die thans door de commissie Togtema/Leemhuis wordt voorgesteld.
De heer Haverkamp Begemann wil het voorstel eerst in zijn categorie bespreken alvorens een eindoordeel te geven.
De heren Groen en Van Leeuwen verklaren zich vóór wijziging van de kostentoedeling (fase 1).
Gezien de verdeelde stemming geeft de commissie geen éénsluidend advies aan de VV.
V Concept Meerjarenraming 2002 - 2006
De commissie adviseert het stuk voor kennisgeving aan te nemen.
VI Beleidsvoornemen Tarieven 2002
Ter toelichting wordt desgevraagd toegelicht dat het overzicht van de personeelsformatie ("poppetjesstaat") niet in het voorliggende stuk wordt opgenomen maar een bijlage is bij de begroting.
Het verschil in waarde-eenheden tussen waterkeringszorg en waterkwantiteitsbeheer (blz. 8) heeft te maken met de gemeente Velsen. Recent is een deel van die gemeente toegevoegd aan het omslagplichtig gebied voor waterkeringszorg, maar valt dat deel (nog) niet onder de waterkwantiteitstaak van Rijnland.
Vanwege praktische redenen worden bij de omslagtarieven elk jaar afrondingen toegepast (blz. 13), waarbij eerst de afrondingen van het vorige jaar worden gecorrigeerd alvorens een nieuwe afronding wordt toegepast.
De heer Groen merkt op dat onder punt 2.3.4. op blz. 7 wel het batenverlies wegens wegvallen dienstverlening lab aan Delfland wordt genoteerd, maar dat hij de daarmee verband houdende daling van de lasten mist.
Gezien de toename van de lab analyses als gevolg van de uitbreiding van de meetprogrammas (zie evaluatie WBP) wordt verondersteld dat de vrijgekomen capaciteit weer volledig is opgevuld.
Met verwijzing naar de beraadslagingen onder punt IV adviseert de commissie positief op het voorstel.
VII Informatiebeleidsplan 2002 - 2004
De commissie adviseert positief op het voorstel.
VIII Krediet onderzoek Toekomstige watervraag Rijnland
De heer Groen vraagt alert te zijn op combinatie van onderzoek met andere belanghebbende instanties.
De heer Blaas informeert naar de kosten die met fase 2 zullen zijn gemoeid.
Noot adj.-secr.: de behandelend ambtenaar geeft aan dat de kostenomvang van fase 2 sterk afhankelijk zal zijn van de uitkomsten van fase 1; zeer globale schatting tussen 250.000 en 500.000.
De heer Haverkamp Begemann heeft twijfels over de noodzaak van uitbesteden, omdat veel informatie reeds bij Rijnland voor handen zal zijn. In dat verband vindt de heer Moltmaker dat er "veel geld uit de kast" moet worden getrokken voor dit onderzoek.
Van collegezijde wordt toegelicht dat de onderzoeken input leveren voor veelomvattender plannen. De omstandigheden zijn in het licht van klimaatverandering en zeespiegelstijging zodanig gewijzigd dat oude gegevens achterhaald kunnen zijn. Vanwege die omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat "we het zelf niet kunnen" of dat "we de benodigde gegevens niet in huis hebben".
De commissie adviseert positief op het voorstel.
IX Aanvullend krediet Veenweideproject
De commissie is ervan geschrokken dat de kosten van dit project vier keer over de kop gaan. In de toelichting wordt onvoldoende teruggevonden in hoeverre de "scope" van het project is gewijzigd, anders dan door verlenging van de looptijd met één jaar. Gesuggereerd wordt om ook aan de agrariërs zelf een bijdrage te vragen.
De voorzitter zegt toe dat de portefeuillehouder tijdens de VV-bijeenkomst ter verduidelijking nader op het project zal ingaan
De heer Blaas verzoekt op blz. 1 onder doelstelling 1 de term "boezemsysteem" te wijzigen in "oppervlaktewatersysteem", omdat zowel boezem- als polderwater door de belasting van meststoffen wordt beïnvloed.
In afwachting van de nadere uitleg door de portefeuillehouder behoudt de commissie haar eindoordeel nog voor.
X Krediet vervanging afdekking voorbezinktank awzi Alphen-Noord
Na toelichting door de heer Van der Nagel adviseert de commissie positief op het voorstel.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
b. Geschil kostenverdeling afvalwatertransportsystemen Haarlemmermeer
De commissie plaatst een vraagteken bij de mededeling dat Rijnland de renovatie en uitbreiding van twee gemalen opschort en de eventuele gevolgen voor de waterkwaliteit bij de gemeente legt. De heer Van der Nagel deelt mede in de VV hierop nog nader in te zullen gaan.
Overigens neemt de commissie kennis van de mededeling.
c. Activiteiten bij het 150e lustrum van het magna charter van Rijnland
Desgevraagd wordt medegedeeld dat de waterschapsreorganisatie geen belemmering vormt voor de viering van het 750-jarig bestaan.
De commissie stemt in met de vorming van een bestemmingsfonds.
Overigens neemt de commissie kennis van de mededeling.
Met betrekking tot de bouw van de awzi Harnaschpolder door Delfland meldt de heer Baas dat Rijnland nader door Delfland is geïnformeerd over de PPS-constructie. Om deze constructie aan te kunnen gaan is een wijziging van de Verordening waterkwaliteitsbeheer nodig. In dat kader zijn door GS van Zuid-Holland vragen opgeworpen.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
Ter informatie:
Kennis genomen.
3. Liquiditeitspositie per 8 oktober 2001
Geconstateerd wordt dat de positie per heden (tekort 19,8 mln) ca. 9 mln positiever uitvalt dan de prognose, hoofdzakelijk als gevolg van een lagere investeringsuitgaven.
Kennis genomen.
Onder verwijzing naar het genotuleerde bij het onderwerp ontwikkelingssamenwerking van de besluitenlijst van 4 september, benadrukt de heer Haverkamp Begemann de VV-besluitvorming, waarbij is afgesproken dat Rijnland niet zelf initiatieven ontwikkelt maar meeloopt met andere projecten. Dit betekent dat Rijnland niet moet ingaan op verzoeken uit andere landen.
Voorts spreekt de heer Haverkamp Begemann er zijn verbazing over uit dat een storing in het apparaat van de netwerkverbinding niet is opgevallen, waardoor de rekening met 100.000, -- is opgelopen (besluitenlijst 14 augustus). Hij informeert of getracht is dit verlies in overleg met het Telecombedrijf enigszins te matigen, en of de tikkentellers inmiddels zijn geïnstalleerd.
De voorzitter deelt mede dat in dit soort gevallen geen tegemoetkoming wordt verleend. Over de wijze waarop dergelijke storingen kunnen worden voorkomen wordt nog nagedacht met als uitgangspunt dat de oplossing niet duurder mag zijn dan het probleem.
De heer Van Beek spreekt zijn tevredenheid uit over de besluitenlijsten en verzoekt deze uit praktische overwegingen te nummeren.
Er is geen nieuwe actielijst meegezonden. De acties uit de vorige vergadering zijn inmiddels uitgevoerd.
- De heer Van Beek verzoekt om toezending van het jaarverslag van de STOWA. Dit wordt hem toegezegd.
- De heer Groen meldt verhinderd te zijn de VV-vergadering van 17 oktober a.s. bij te wonen.
Niets meer aan de orde sluit de voorzitter om ca. 16.30 uur de vergadering.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Financiën d.d. 26 november 2001.
