II Verslag vorige commissievergadering d.d. 10 juni 2002
IV Subsidie stoomgemaal Halfweg
VI Project Doelen Waterbeheer Rijnland
VII Krediet slibverwerkingsinstallatie awzi Haarlem
VIII Grondaankoop nabij Rijnlandshuis (aangrenzend perceel Bio Sciencepark)
e. Tussenrapportage project "oude" zakelijke rechten
Bestuursrapportage tot en met periode 4 2002
2. Liquiditeitspositie per 16 september 2002 (wordt uitgereikt)
3. Overzicht bestedingen kredieten onvoorziene herstelwerkzaamheden Waterstaat en Waterkwaliteit 2002
4. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2002
6. Actielijst
Aanwezigde hoogheemraden de heren van der Nagel, voorzitter, en Baas, plv.voorzitter;
de leden de heren ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Kranenburg, Van Leeuwen en Blaas.
de heer Bol (secretaris) en mevrouw Huiberts (plaatsverv.adj.-secretaris);
de heer ir. J.D. Heijnis, directeur Werken;
Afwezig met bericht
de heren ir. Leeuwenburgh, Bus en Groen
Publieke tribune: -
De voorzitter meldt de wijziging in het voorzitterschap en stelt de heer Bol voor als de nieuwe directeur Financiën.
Tekstueel:
Bij punt XI krediet peilvakken De Zilk wil de heer Haverkamp Begemann zijn inbreng als volgt verwoord zien:
De gemeentewaterleidingen (Amsterdam) heeft een scenario waarin de duinen vernat worden en waar door middel van putten het extra wegstromende water weer wordt teruggepompt ten behoeve van de drinkwaterproductie. Het is een zaak tussen de provincie en GWA; de grondwaterstand in de bollenvelden kunnen dan naadloos worden bestuurd.
Overigens vastgesteld.
Naar aanleiding van:
In het kader van de jaarrekening en de landelijke discussies rondom de rol van accountants vraagt de heer Van Beek of voortaan de Rijnlandse accountant in de commissie Financiën kan worden uitgenodigd om toelichting te geven op de accountantsverklaring.
De voorzitter meldt dat het dagelijks bestuur de verantwoording draagt voor de financiële zaken en daarover bij de jaarrekening verantwoording aflegt bij de VV. Daarbij past het niet dat accountants in de VV-commissies toelichting geven. Indien noodzakelijk kan de VV het dagelijks bestuur aanspreken. Overigens zijn de rol en de werkzaamheden van accountants wettelijk geregeld. De overige leden van de commissie sluiten zich hierbij aan.
Naar aanleiding van een vraag van de heer Blaas wordt toegelicht dat het maximale subsidiebedrag van € 10.000,-- inclusief BTW is. De heer Blaas wil graag benadrukt zien dat het een eenmalige bijdrage is om precedentwerking te voorkomen. De heer Van Leeuwen heeft begrip voor instandhouding van belangrijk industrieel erfgoed, maar vindt dit geen primaire taak van Rijnland. Hierdoor en gelet op mogelijke precedentwerking is hij tegen dit voorstel.
De commissie adviseert positief met 1 tegenstem.
Gezien het brede karakter van het project voor zowel Rijnland als de IWS vragen de heren Kranenburg en Haverkamp Begemann hoe de geldelijke inbreng van de IWS is geregeld. De heer Bol geeft aan dat het een Rijnlands project is, waarbij we graag de IWS willen betrekken. De resultaten van het project Doelen hebben namelijk ook hun invloed op het beleid en de bedrijfsvoering na de fusie per 2005. De kennis en inzichten van de IWS worden via gezamenlijke workshops ingebracht. Via de personele inzet leveren de IWS dus ook hun bijdrage aan het project.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Bol merkt op dat in de concept-Meerjarenraming 2003-2007 (VV 16.10.02) nog geen rekening is gehouden met de genoemde besparing van € 120.000,-- op de slibkosten, die vanaf 2004 wordt verwacht. In de definitieve MJR 2003-2007 (VV 11.12.02) zal dit wel worden verwerkt. Op grond van de huidige inzichten wordt deze besparing realistisch geacht. De voorzitter geeft aan dat de investering in zeefbandpersen voor de toekomst ook de mogelijkheid openlaat tot eventueel hergebruik van kalkfosfaatslib.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Baas geeft de laatste stand van zaken weer met betrekking tot de aankoop. Het voorstel gaat uit van aankoop van de grond en niet van afkoop van de erfpacht. Er is nu een brief verzonden naar de gemeente waarin Rijnland het aanbod (onder voorbehoud van goedkeuring van de VV) heeft geaccepteerd.
De heer Van Leeuwen vraagt wat er gebeurt wanneer het onderwerp erfpacht toch onverhoopt weer ter sprake komt. De heer Baas antwoordt dat dan een nieuwe situatie ontstaat, die opnieuw wordt bekeken en aan de VV wordt voorgelegd.
De heer Baas benadrukt dat de grondaankoop, in afwijking van eerdere mededelingen in deze commissie, niet rechtstreeks uit de saldireserves wordt gefinancierd, waarin tot nu toe wel de verkoopopbrengsten van Rijnlandse onroerende goederen zijn gestort.
Op grond van bedrijfseconomische principes wordt deze grondaankoop op de balans geactiveerd.
Op verzoek van de heer Blaas zal t.z.t. een overzicht aan deze commissie worden verstrekt met de beschikbare saldi door verkoopopbrengsten onroerende goed en zal tevens inzicht worden gegeven in nog lopende onroerend goed zaken.
De voorzitter meldt dat het stuk vooral bedoeld is om de actuele stand van zaken weer te geven. In december a.s. volgt dan een definitief VV-voorstel.
De heer Blaas uit zijn bezorgdheid, omdat hem niet duidelijk is waarom juist prioriteit wordt gegeven aan baggeren in Haarlem. Hij mist het inzicht in specifieke knelpunten en klachten in Haarlem afgezet tegen prioriteiten elders in het Rijnlandse beheergebied.
De voorzitter en de heer Baas geven aan dat het baggeren een belangrijk onderwerp van discussie is binnen het college. Leidraad daarbij is in hoeverre het middel baggeren kan bijdragen aan een efficiënte oplossing van knelpunten in het watersysteem.
In aansluiting daarop geeft de heer Heijnis een nadere toelichting op de knelpunten in Haarlem. Er is nog tijd nodig om modelberekeningen uit te voeren teneinde, op basis van te verwachten effecten op het watersysteem, een doelmatig en onderbouwd baggerplan voor Haarlem te kunnen maken. Op basis hiervan wordt nader overleg gevoerd met de gemeente Haarlem over haar bijdrage in de baggerkosten.
Deze werkwijze wordt ook toegepast voor het nieuw op te stellen baggerplan voor het gehele Rijnlandse gebied. Er wordt dus een duidelijke relatie gelegd tussen de legger, de resultaten van het meetprogramma (in 2003 resultaten primaire wateren beschikbaar, daarna de secundaire wateren), de effecten van baggeren volgens modelberekeningen, de prioritering en de vaststelling van het baggerplan. Pas daarna wordt tot uitvoering overgegaan.
Overigens is voor kleinere adhoc baggerknelpunten een budget beschikbaar.
De heer Blaas concludeert dat dit onderwerp dus nog een vervolg krijgt, wat wordt beaamd.
Verder kennis van genomen.
De voorzitter uit zijn blijdschap over de vorderingen van het project. De heer Baas merkt desgevraagd op dat het gematigd positieve verband houdt met de voortgang van het project en de geboekt resultaten.
Verder kennis van genomen.
De heer Van Beek vraagt zich af of er bij Rijnland werkelijk een jaarlijkse evaluatie van het functioneren van bestuursorganen plaatsvindt. De heer Baas meldt dat 1 keer per jaar het functioneren van de VV, D&H en de dijkgraaf wordt doorgesproken met de voorzitters van de categorieën. Het verslag hiervan wordt aan ieder VV-lid toegezonden.
De heer Van Leeuwen plaats de kanttekening dat wij wel onze lage kosten en tarieven roemen, maar dat de omslag ongebouwd hierop een negatieve uitzondering vormt. De heer Bol beaamt dit en geeft aan dat dit wordt veroorzaakt door zowel de kostentoedeling als het waterstaatkundige voorzieningenniveau van Rijnland en de drie IWS tezamen. De toekomstige wijziging van de kostentoedeling (bij fusie) zal voor de categorie Ongebouwd aanzienlijke financiële voordelen met zich meebrengen. De heer Baas geeft aan dat de belangen voor de categorie ongebouwd ook naar voren komen in de zetelverdeling.
De heer van Leeuwen blijft het onbehaaglijke gevoel houden dat er onevenredig meer kosten worden afgewenteld op de categorie ongebouwd dan reëel.
De heer Haverkamp Begemann uit zijn twijfels bij het afsteken van de loftrompet over onze positie met betrekking tot heffen en invorderen gezien het hoge absolute kostenniveau. De heer Bol geeft aan dat Rijnland ook tot de grootste waterschappen behoort als het gaat om het aantal belastingaanslagen. De Rijnlandse netto kosten per v.e. zijn de op één na laagste van de deelnemende waterschappen.
De heer Baas geeft aan dat de portefeuillehouders goed kijken naar eventuele hoge kostenposten en dit meewegen bij de Begroting en de Meerjarenraming.
De commissie concludeert dat deze rapportage, ondanks een gemis aan nuancering naar grond- en bevolkingsaspecten, een nuttig instrument kan zijn.
Verder kennis van genomen.
De heer Bol gaat in op het procedurevoorstel wat in de begeleidende brief is vermeld, en wijst op de mogelijkheden van overleg met portefeuillehouders en MT-leden.
De heer Blaas vindt het geheel een helder verhaal en vindt het "smileymodel" een goed overzicht voor het inzicht. Hij zal zich t.z.t. nader verdiepen en zonodig in overleg treden over genoemde prestaties.
De heer Haverkamp Begemann merkt m.b.t. het gemaal Aerdenhout-Parklaan (pg 34) op, dat naar zijn mening de gemeente Haarlem geen geld beschikbaar heeft. Dit zou kunnen leiden tot problemen bij de uitvoering van het project. Verder geeft hij voor pagina 41 een tekstuele wijziging door. Tenslotte uit hij zijn bedenkingen of het gehele budget voor integrale plannen en projecten werkelijk zal worden besteed gelet op de uitgaven tot nu toe. De heer Beek wil graag nog een keer op de gehele BURAP terugkomen.
De commissie stemt in met de voorgestelde procedure. Voor het overige kennis genomen.
De vergadering wordt om 15.30 uur gesloten.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Financiën d.d. 30 september 2002.
