II Verslag vorige commissievergadering d.d. 08 april 2002-05-29
III Krediet voorbereidingscommissie
2. Af te sluiten lopende VV-Kredieten
VI Subsidie Oeverherstel 2001; tarieven vaargelden 2001-2003
VII Subsidies kadeverbeteringen 2001 en Meerjarenraming 2003-2007
VIII Krediet technische aanpassing maatwerk Software AS/400
X Maatregelen waterbezwaar / Katwijk & Bergingslocaties
XI Krediet inrichting peilvakken De Zilk
XII Aanvullend krediet brandschade awxi Katwijk
XIII Waterakkoord Delfland-Rijnland 2002.
XIV Deelstroomgebiedsvisie Midden-Holland en Rijnlandse wateropgave.
XV Verkoop voormalige awzi Zwanenburg.
Jaarverslag en jaarrekening 2001.
Overige agendapunten
Overzicht bestedingen krediet onverwachte herstelwerkzaamheden Waterstaat en Waterkwaliteit 2002.
Aanwezig
de hoogheemraden de heren Baas, voorzitter, en Van der Nagel, plv.voorzitter;
de leden de heren ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Kranenburg, Van Leeuwen, ir. Leeuwenburgh, drs. Groen; Bus en Blaas.
de heren Van Wijk (secretaris) en Pennings (adj.-secretaris);
de heer ir. J.D. Heijnis, directeur Werken;
Publieke tribune: -
De voorzitter concludeert dat sinds lange tijd de voltallige commissie present is.
Vastgesteld.
De heren Blaas en Haverkamp Begemann vragen waarom de kosten nu niet reeds over de vier deelnemers worden verdeeld. De heer Van Wijk antwoordt dat de Voorbereidingscommissie weliswaar een zelfstandig orgaan is maar formeel geen kredietwaardigheid heeft. De kosten worden door Rijnland voorgeschoten en conform de bestendige bedrijfseconomische gedragslijn afgeschreven als het werk gereed is, i.c. op 1 januari 2005. Hij memoreert dat de exacte verdeling over de belastingcategorieën nog kan wijzigen; de kostentoedelingsverordening van het nieuwe waterschap moet immers nog vastgesteld worden en kan wijzigen van de huidige.
De heren Leeuwenburg en Van Beek informeren hoe de benodigde € 1,1 mln. terugverdiend kan worden. De heer Van Wijk antwoordt dat binnenkort een model gemaakt wordt waarin diverse besparingsmaatregelen worden uitgewerkt. Een eerder concept-besparingsmodel van Rijnland kwam uit op een jaarlijkse besparing van € 3,5 mln. euro, vooral als gevolg van besparingen door dubbele functies.
De heer Van Wijk legt de heer Bus uit dat de evenredige verdeling over de drie taken gewoonte is voor dergelijke bestuursmatige activiteiten.
De commissie adviseert positief.
De heer Van Wijk geeft via enkele sheets een korte toelichting op de concept-jaarrekening. Tevens citeert hij uit de concept-management letter van de accountant dat de kwaliteit van de administratieve organisatie en interne controle van een 'hoog niveau' is. Deze letter zal aan de VV worden voorgelegd.
De heer Haverkamp Begemann vraagt hoelang de verontreinigingsheffing nog op € 40,- kan worden gehouden. De heer Van Wijk legt hem de werking van de egalisatievoorziening verontreinigingsheffing en de saldireserve waterkwaliteitsbeheer uit. De egalisatievoorziening wordt gebruikt om de jaarlijkse kosten van waterkwaliteitsbeheer evenredig te laten stijgen. Voor dit doel wordt jaarlijks het saldo van deze voorziening over vijf jaar geëgaliseerd. Grafisch wordt dit zichtbaar door een strakke licht stijgende rechte lijn. Vervolgens wordt het door jaarrekeningresultaten uit het verleden geoormerkte deel van de saldireserve waterkwaliteitsbeheer gebruikt om het door egalisatie berekende tarief zolang mogelijk op € 40,- te houden. Dit geoormerkte deel is € 13,0 mln hetgeen door de adjunct-secretaris als aanvulling op de stukken wordt uitgereikt. De heer Baas vult aan dat de afgelopen jaren grootschalige zuiveringswerken achter de boeg zijn en dat de verschuiving van passief waterkwaliteitsbeheer uit de verontreinigingheffing eveneens reden is om geen substantiële stijgingen te verwachten.
Verder licht de heer Van Wijk de heer Van Beek uit wat de accountantswerkzaamheden naast ondertekening van de accountantsverklaring inhouden.
De commissie adviseert positief met waardering voor de betrokken medewerkers.
De heer Haverkamp Begemann vraagt waarom kredieten worden afgesloten als er nog verplichtingen te verwachten zijn. De heer Van Wijk antwoordt dat de verplichtingen nauwkeurig in beeld zijn en dat afsluiting noodzakelijk is om te vermijden dat ze nog jaren blijven openstaan. Naast de rentetoevoeging zouden er dan nog kosten op dergelijke kredieten geboekt kunnen worden.
De heer Blaas vraagt naar het aangekondigde aanvullend krediet voor het pilotproject Lentevreugd. De heer Heijnis antwoordt dat het huidige krediet fase 1 betreft en handelt om de aanleg van randsloten ter voorkoming van grondwateroverlast. De werkzaamheden voor fase 2, het aanvullende krediet, zijn nog niet helemaal uitgekristalliseerd.
De heer Leeuwenburgh is van mening dat artikel 3 sub b,c en d te gemakkelijk en ruim gedefinieerd zijn. De heer Van Wijk licht toe dat artikel 3, de doelstellingen, in samenhang gezien moeten worden met artikelen 8-12 waarin de randvoorwaarden en limieten geformuleerd zijn. Derivaten bijvoorbeeld zouden alleen gebruikt worden om financiële risico's af te dekken. Het Treasury Statuut vloeit voort uit de wet FIDO, die overigens zonder de treasuryproblemen van de provincie Zuid-Holland bijna van de baan was. Het Statuut is gebaseerd op een model van de Unie van Waterschappen. Het uitzetten van middelen gebeurt uitsluitend bij instellingen die onder meer minimaal een rating van A hebben, zoals momenteel de Nederlandse Waterschapsbank. Desgevraagd legt hij de heer Leeuwenburg uit dat via artikel 10 sub 4 Rijnland hierdoor geen valutarisico kan lopen: lenen en terugbetalen vinden uiteindelijk beide plaats in euro's. De heer Van Wijk zal deze passage verduidelijken.
De commissie adviseert positief.
De heer Kranenburg vraagt naar een kaart van de wateren waarvoor het Fonds Oeverherstel van toepassing is. NOOT: bij de receptie is deze kaart af te halen. De specificatie van de Beheerkosten is als volgt:
Totaal € 55.000
Hij vraagt naar de verschillen tussen het stuk en de meegezonden bijlagen: de in 2001 uitgegeven bijdragen volgens het stuk zijn € 40.400 terwijl de bijlage rept van € 41.700. NOOT: de uitgaven zijn € 40.400 terwijl enkele verplichtingen ad € 1.300 vlak na 2001 zijn uitgekeerd.
De subsidies in de Begroting 2002 zijn € 165.600 volgens het stuk. Verder zijn de beheerkosten
€ 47.700. Samen zijn de totale uitgaven: € 212.700. In de bijlage staat dat de uitgaven € 165.600 zijn? Wat is correct? NOOT: De totale begrote uitgaven zijn € 165.600. Hiervan bestaat € 47.700 uit Rijnlandse beheerkosten en € 117.900 uit subsidies aan oeverherstel.
Tenslotte vraagt hij of de vaargeldtarieven niet omlaag kunnen gezien het hoge fondssaldo. De heer Baas antwoordt dat ook binnen het college hierover gesproken is en dat diverse aspecten van het Fonds Oeverherstel volgend jaar geherijkt worden. Op een vraag van de heer Groen antwoordt hij dat momenteel gewerkt wordt aan een VV-voorstel om aanlegkosten van natuurvriendelijke oevers eveneens te financieren uit dit fonds. Hij gaat daarbij uit dat het normbedrag zeker niet hoger zal zijn dan voor een conventionele oever. Op zijn vraag antwoordt hij de heer Groen dat Rijnlands beheerkosten zoals hier gepresenteerd in principe kostendekkend zijn.
De commissie adviseert positief.
Vervallen.
De heer Van Beek constateert dat in de vorige vergadering de hardware aan bod kwam. Hij mist een integrale visie van automatisering. De heer Van Wijk wijst hem op het tweejaarlijkse door de VV goedgekeurde Informatiebeleidsplan. De herstructurering is zolang mogelijk uitgesteld maar wordt nu als nijpend ervaren. De heer Groen is van mening dat tegen dit stuk alleen maar 'ja' gezegd kan worden en mist een alternatief. Bovendien vindt hij de functionele aanpassingen van jaarlijks € 450.000 prijzig. De heer Van Wijk verwacht dat deze aanpassingen goedkoper zijn dan welk ander alternatief. Met name voor GIBS is het alternatief dat ontwikkeld is door Pink Roccade vooralsnog duurder, zoals andere waterschappen hebben ondervonden. De markt is overigens klein en kent daardoor weinig aanbieders. Hij antwoordt de heer Kranenburg dat de lange levensduur van de software geen afstemmingsproblemen bij de reorganisatie met de inliggende waterschappen zal geven. Zij maken immers ook gebruik van GIBS en GIS. EMIS en IVORA zijn bovendien vooral gericht op waterkwaliteitsbeheer.
De commissie adviseert positief.
De heren Van Leeuwen vraagt om het ambitieniveau niet verlaagd moet worden gezien de hoge kosten en het derde aangekondigde krediet van € 525.000. De heer Baas memoreert de eerdere besluitvorming rondom de automatisering van openbaar besturen in de VV waarvan dit voorstel een uitvloeisel is. Op verzoek van de heer Van Beek zal aan de VV een overzicht worden gestuurd van de soort en mate van gebruik van Rijnland.net. Hij vraagt zich af waarom waterschappen hun websites niet onderling afstemmen. Nu vindt ieder waterschap zijn eigen wiel uit. De heer Van Wijk legt de heer Bus uit dat voor Rijnland de algemene verdeelsleutel voor automatiseringskosten wordt gebruikt, terwijl voor de maatwerksoftware uit het vorige voorstel een verfijnde verdeelsleutel (een gewogen gemiddelde van ieder informatiesysteem) is gebruikt.
De commissie adviseert positief.
De heer Leeuwenburgh informeert naar het afbreukrisico in het geval er geen waterbergingslocaties zouden zijn: kan er door waterbergingslocaties schade beperkt worden? De heer Heijnis antwoordt dat uitgegaan is van een overschrijdingskans van gemiddeld ééns in de honderd jaar. Deze norm is in feite het alternatief voor een kosten-baten-analyse. Het voorstel borduurt daarmee voort op de bestuurlijke besluitvorming van 18 april 2001 waarin naast extra bemalingcapaciteit ook expliciet voor bergen is gekozen. Verder meldt de heer Heijnis dat bij de uitbreiding van het gemaal Katwijk dusdanig kan worden uitgevoerd dat een nog verdere capaciteitsvergroting (tot 100 m3) tot de mogelijkheden blijft behoren. Hij antwoordt de heer Haverkamp Begemann dat de randvoorwaarden en selectie van waterbergingslocaties in de Planstudie Waterberging uiteengezet. Deze is behandeld in de informele VV van 14 november 2001. De heer Van der Nagel meldt aan de heer Haverkamp Begemann dat in de momenteel in voorbereiding zijnde waterkansenkaarten rekening is gehouden met deze en andere mogelijke waterbergingslocaties. De heer Haverkamp Begemann vraagt in hoeverre een bottom-up benadering van het onderwerp zinvol is: is rekening gehouden met bijvoorbeeld agrariërs die willen stoppen met hun bedrijf en zich bevinden in voor het onderwerp interessante polders? De heer Baas antwoordt dat hij de provincie Zuid-Holland in de persoon van gedeputeerde Van der Sar deze suggestie eveneens van de hand gedaan heeft. De heer Blaas vraagt hoe dit onderwerp zich verhoudt tot het droogleggen van de peilvakken in de Zilk, het volgende onderwerp.
De commissie adviseert positief en complimenteert de makers voor de inzichtelijkheid ervan.
Met uitzondering van de heren Bus en Van Leeuwen zijn de overige zes leden tegen het voorstel. Er is sprake van diverse financiële open einde regelingen met dito onzekerheden, zoals de compensatieregeling en de eventuele schadevergoedingen in geval van wateroverlast. De heer Groen memoreert dat Rijnland nog nooit een schadevergoeding voor wateroverlast heeft betaald. In zijn ogen is het berekende maatschappelijke voordeel van € 0,4 mln niet realistisch. De telers zelf zouden de maatregelen moeten financieren. De heer Bus wijst op de functiebestemming van het gebied en Rijnlands plicht om die in stand te (blijven) houden.
De heer Haverkamp Begemann vraagt aandacht voor de mogelijkheid de duinen verder te vernatten door de provincie Zuid Holland en de Gemeentelijke Waterleiding Amsterdam. Het extra water kan in de door de provincie aan te leggen bufferzone oftewel randsloot wegvloeien. In hoeverre zijn de peilvakken dan noodzakelijk? De heer Van der Nagel meldt dat de buffersloot door de provincie is toegezegd en dat zij deze ook zullen financieren.
Enkele commissieleden vragen naar een overzicht waarin het kredietbedrag is gesplitst naar schadekosten en kosten als gevolg van in bedrijf houden van de installatie. NOOT: samen met dit aanvullend krediet komen de kosten uit op € 792.000. De schadekosten belopen € 371.500, hetgeen door de verzekeringsmaatschappij is uitgekeerd. Het restant is gevolgschade en bedraagt € 420.500. Dit aanvullende krediet bestaat volledig uit deze gevolgschade. Gevolgschade bij awzis is recent door Rijnland eveneens verzekerd. Gevolgschade bij boezemgemalen was al langer verzekerd. Rijnland heeft voor alle installaties één schadeverzekering en betaalt daardoor een relatief lage premie. Overigens is dit de eerste serieuze schade aan een awzi in Rijnlands geschiedenis.
De commissie adviseert positief.
De commissie adviseert positief.
De heer Van Beek constateert een verschil in investeringskosten van de uitbreiding van het boezemgemaal Katwijk tussen dit stuk en agendapunt X. Wat is correct? NOOT: In dit stuk is uitgegaan van 20 m3 extra bemalingcapaciteit à € 0,5 mln per m3. Het betreft hier de extra kosten en niet de vervangingskosten of eventuele verdiepingskosten van het kanaal. De uitgebreide raming vindt u onder agendapunt X. Het voorkeursscenario C komt uit op € 42 tot € 52 mln.
De commissie adviseert positief.
Het is volgens enkele leden van de commissie niet duidelijk in hoeverre Rijnland nu de grond schoon op moet leveren. In hoeverre we hiervan gevrijwaard, staat niet in de concept-overeenkomst. NOOT: per abuis is bladzijde 2 van de concept-koopovereenkomst niet meegestuurd. In de bijlage vindt u de ontbrekende bladzijde. In artikel 5, een voor Rijnland standaard-clausule, is opgenomen dat de verkoper het object en de grond overneemt in de huidige staat.
De heer Groen zet vraagtekens bij de gang van zaken rondom de procesgang van de evaluatie van het pilot-waterplan Zoetermeer in de afgelopen VV. Volgens deze commissie was de evaluatie onvoldoende uitgewerkt, iets waarmee de portefeuillehouder in de VV zich niet van vergewist had. De afhandeling van het stuk in de VV verdient volgens hem geen schoonheidsprijs. Verder pleit hij voor een woordelijke afstemming tussen de omschrijving van de onderwerpen op de agenda en de omschrijving op de agendastukken zelf.
De heer Van Wijk reageert dat opmerkingen of suggesties in deze commissie door het betreffende VV-lid in de VV-vergadering herhaald moeten worden als blijkt dat deze niet of onvoldoende aan bod komen. Een afspraak die voortvloeit uit het destijds afschaffen van de woordvoerder die destijds per commissie aangewezen was.
Aan de heer Bus zal, simultaan met het concept-verslag, het in het college van 4 juni behandelde stuk over de verziltingsproblematiek worden toegezonden. Hij vraagt of de berichten uit de pers kloppen dat Rijnland zijn deelname aan het Pact van Teylingen heeft opgezegd. De heer Van der Nagel bevestigt dit. De reden is evenwel anders dan in de pers genoemd. In het zesjarig bestaan is binnen dit Pact niet Rijnlands doelstelling gehaald, namelijk een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit. Hierdoor besloot het college bij de evaluatie uit het Pact te stappen.
Op zijn verzoek zal de afdeling ID de bezorging van het personeelsblad voor de heer Van Beek nagaan. De heer Haverkamp Begemann informeert naar de actie om e-mailadressen van bestuursleden op de website te zetten. De voorzitter memoreert dat deelname niet verplicht is. Tot dusver hebben 10 van de 36 bestuurders gereageerd, waarvan twee positief.
De vergadering wordt om 17.00 gesloten.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Financiën d.d. 16 september 2002.
