IV Krediet Planning & Controlecyclus
V Krediet aanschaf MS licenties
VII Voorjaarsnota 2002VIII Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Reeuwijk
IX Overeenkomst taakscheiding en kostenverdeling gemeente Sassenheim
X Aanvullend krediet boezemgemaal Spaarndam
XII Verbetering afwatering Zuid-Kennemerland
XIII Evaluatie Waterplan Zoetermeer
XIV Krediet EMISXV Verkoop Kerklaan 2 te Spaarndam
f. Floriade 2002; brief dijkgraaf waterschap Groot-Haarlemmermeer
Overige agendapuntenPresentatie financieel management Rijnlands laboratorium door mw. A.A.M. de Groot, hfd. LAB
Ter informatie:1. Oninbaarverklaringen en kwijtscheldingen belastingen 2001
2. Liquiditeitspositie per 8 april 2002
3. Overzicht bestedingen kredieten onverwachte herstelwerkzaamheden Waterstaat en Waterkwaliteit 2002
4. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2002
5. Besluitenlijsten DenH
6. Actielijst
7. Rondvraag
de hoogheemraden de heren Baas, voorzitter, en Van der Nagel, plv.-voorzitter;
de leden de heren ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Kranenburg, Van Leeuwen, ir. Leeuwenburgh en drs. Groen;
de heren Van Wijk (secretaris) en Ketel (adj.-secretaris);
de heer ir. J.D. Heijnis, directeur Werken;
de leden de heren Bus en Blaas.
Publieke tribune: -
De voorzitter doet mededeling van de verhindering van de heren Bus en Blaas.
Aan de commissieagenda wordt toegevoegd punt XVa aanvullend krediet renovatie gemaal Bosweg te Gouda.
De heer Van Beek heeft de agendas van de andere commissies niet bij de stukken aangetroffen. Deze zijn abusievelijk niet meegezonden.
Blz. 1: ir. Leeuwenburgh staat genoteerd onder aanwezige leden. Zijn naam moet worden verplaatst naar "publieke tribune".
Overigens heeft geen der aanwezigen bezwaar hem voor deze vergadering als "lid" te beschouwen, vooruitlopend op zijn installatie in de e.k. VV-vergadering.
Blz. 5, punt XVIIIb: op verzoek van de heer Groen wordt de derde zin "De betrokken organisaties . bedrijfsleven." als volgt gewijzigd: "De betrokken organisaties moeten niet in concurrentie met het bedrijfsleven handelen."
Overigens vastgesteld.
Naar aanleiding van:
punt II, blz. 2, 2e gedachtestreepje: Desgevraagd door de heer Van Beek deelt de voorzitter mede, dat het overleg met Leiden op 4 december 2001 geen doorgang heeft gevonden.
Ca. 1½ week geleden heeft weer overleg plaatsgevonden. De gemeente is bereid het aan het Rijnlandse kantoorgebouw grenzende terrein in volle eigendom te verkopen. Over de prijs wordt nog onderhandeld. Volgende week vindt vervolgoverleg plaats.
Punt V, blz. 2: Desgevraagd door de heer Van Beek wordt medegedeeld dat, behoudens de uitgave van een boek, nog geen invulling is gegeven aan overige activiteiten, waarvan financiering plaatsvindt uit de bestemmingsreserve.
Blz. 3, punt IX: Op verzoek van de heer Van Beek geeft de heer Van Wijk een toelichting op de interne kredietbewaking en de daarop van toepassing zijnde procedures.
Blz. 5, punt XVIIIb: Naar aanleiding van aanmerkingen van de heer Groen op de behandeling van het onderwerp ontwikkelingssamenwerking tijdens de vorige vergadering, geeft de heer Van Wijk desgevraagd een nadere toelichting. De betrokken organisaties doen wat anderen, i.c. het bedrijfsleven, niet doen. Slechts eigen kwaliteit wordt beschikbaar gesteld.
In Roemenië wordt samen met DZH advieswerk verricht. De kosten van de dijkgraaf en leden van het managementteam worden niet doorbelast.
Blz. 6, punt 1: Desgevraagd door de heer Haverkamp Begemann deelt de voorzitter mede, dat het bestuurlijk overleg met Delfland over de vergoedingsregeling grensoverschrijdend afvalwater is gehinderd door agendaproblemen. Er liggen nu twee afspraken voor: op 24 april en 13 mei a.s. Gehoopt wordt dat dan (voorwaardelijke) besluiten genomen kunnen worden.
Op verzoek van de heer Van Beek zal worden nagegaan of, en zo ja wanneer de VV is geïnformeerd over de activiteiten van themagroep II. Medegedeeld wordt dat rapportages van deze aard geen bestuurlijke impact hebben.
In relatie met het agendaonderwerp stelt de heer Van Beek dat hij graag een wat helderder leesbare begroting van Rijnland zou willen zien. In dat verband wil hij graag ter vergelijking kennis nemen van bijvoorbeeld de begrotingen van US, Delfland en Schieland. Toegezegd wordt dat deze zullen worden opgevraagd en aan de heer Van Beek worden toegezonden.
Overigens adviseert de commissie positief op het voorstel.
De heer Van Beek informeert naar het verschil tussen de 400 benodigde licenties in relatie tot de 250 aansluitingen op de centrale computer, waarover in agendapunt VI wordt gesproken. Na raadpleging van de afdeling I&A, wordt medegedeeld dat Rijnland beschikt over 400 PC-werkplekken, waarvoor MS-licentie nodig is. Van de 400 PCs zijn er ruim 250 aangesloten op de centrale AS/400 computer.
Ervan uitgaande dat een afweging van kosten en opbrengsten heeft plaatsgevonden, maar met het gevoel met de rug tegen de muur te staan, adviseert de commissie positief op het voorstel.
Desgevraagd wordt toegelicht, dat er geen directe relatie aanwezig is tussen de duur van het onderhoudscontract (3 jaar) en de genoteerde afschrijvingstermijn van 5 jaar. De afschrijvingstermijn voor hardware is conform de Nota Afschrijvingsbeleid 5 jaar. De voorgestelde aanschaf is complementair aan de bestaande configuratie. Het is niet te verwachten dat het gehele systeem binnen 5 jaar wordt vervangen.
Bij de kostenverdeling van de kapitaallasten naar kostenplaatsen en vervolgens naar kostendragers wordt gebruik gemaakt van verfijnde verdeelsleutels van de afdeling I&A, waarbij het gebruik van programma's en het beslag op capaciteit uitgangspunten vormen.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
Ter introductie meldt de voorzitter, dat het college met enige trots de Voorjaarsnota aan de VV voorlegt. De VJN voegt twee instrumenten, de evaluaties van het WBP en het Collegebeleidsprogramma, samen tot één nieuw product. Wellicht kunnen volgende versies nog wat worden ingedikt tot bijvoorbeeld 25 bladzijden. Vervolgens geeft hij de commissieleden de gelegenheid om hun reacties naar voren te brengen.
De heer Haverkamp Begemann vindt de inhoud teleurstellend: veel mooie woorden, weinig acties. Problemen (waterkwaliteit, baggeren) worden op de lange baan geschoven.
Ten aanzien van de beleidsthema's merkt de heer Haverkamp Begemann op dat wat het waterketenbedrijf betreft gewacht moet worden op de evaluatie van de pilot Noordwijkerhout, als eerder besloten.
Hij vindt dat Rijnland op het vlak van nieuwe zuiveringstechnieken minder afwachtend moet zijn en zelf meer activiteit aan de dag moet leggen.
De heer Haverkamp Begemann vraagt naar hetgeen Rijnland heeft geantwoord op de aanmerkingen van de provincies op het WBP als vermeld bij het beleidsthema "Doelen voor het waterbeheer".
Bij het beleidsthema WB21 heeft de heer Haverkamp Begemann moeite met de passage, waarin het op orde brengen van het watersysteem centraal wordt gesteld. Dat geeft de indruk dat zulks nu niet het geval is. Liever zou hij spreken over het op orde houden van het waterbeheer. Hij vraagt zich af of het correct is om piekberging in de Driemanspolder als randvoorwaarde te stellen bij het beleid om veiligheid ten aanzien van wateroverlast te bereiken. De uitbreiding met 5 fte's in geval van scenario III vindt de heer Haverkamp Begemann extreem hoog en niet onderbouwd.
De heer Van Leeuwen vindt de VJN een goed stuk, ook al betreft het een weerbarstige materie. Ten aanzien van het onderwerp Waterschapsfinanciering bij de behandeling van het Collegebeleidsprogramma, constateert de heer Van Leeuwen dat de weliswaar heeft besloten om met betrekking tot de kostentoedelingsverordening een wetswijziging af te wachten, maar dat de huidige opvatting van de provincie aanleiding kan zijn om het onderwerp toch weer op de agenda te plaatsen. De heer Baas, daarin bijgevallen door de heer Van der Nagel, antwoordt hierop dat hij de initiatieven van de VV gaarne afwacht.
De heer Kranenburg vindt dat de VJN een duidelijk inzicht biedt. Wel merkt hij op dat het college altijd aangeeft niet verder te willen kijken dan een horizon van 5 jaar. Hij heeft er daarom moeite mee dat met dit stuk instemming wordt gevraagd voor beslissingen, die veel verder gaan dan de eerste vijf jaar.
De heer Van Beek vindt de presentatie van de scenarios eenzijdig, omdat ze alle uitgaan van in meer of mindere mate intensivering van beleidsthemas. Hij mist scenarios waarin wordt voorgesteld ergens mee te stoppen.
Hij stelt voor om aan de budgettaire uitgangspunten op blz. 20 een punt 13 toe te voegen, inhoudende dat de belastingtarieven jaarlijks niet méér stijgen dan de inflatie.
De heren Leeuwenburg en Groen oordelen positief over de VJN, waarbij de heer Groen nog opmerkt het een goede zaak te vinden dat ook zaken die op langere termijn dan 2005 spelen in ogenschouw worden genomen.
De heer Van der Nagel deelt namens de afwezige heer Bus mee, dat deze de VJN een goed stuk vindt.
In zijn reactie geeft de voorzitter aan, dat het college met de VJN beoogt structuur te geven aan de discussies in de VV, waarbij hij wijst op de modellen die voorliggen. De VJN is bedoeld als een beleidsstuk waarmee Rijnland in de komende tijd uit te voeten moet kunnen. Het biedt inzicht in de consequenties die aan bepaalde keuzen zijn verbonden. Ook heeft het college inzicht willen geven in de beleidszaken die na de fusie met de inliggende waterschappen na 2005 om aandacht zullen vragen.
Bij het budgethoudersoverleg zal de omvang van de voorziene toename van ftes nader beoordeeld en ingevuld moeten worden.
Reeds eerder is vastgesteld dat in het zuidwestelijk deel van het beheersgebied piekberging, waarvoor de Driemanspolder in aanmerking komt, nodig zal zijn, ongeacht uitbreiding van bemalingscapaciteit in Katwijk.
Door de lange voorbereidingsduur die daarmee gemoeid is, wil de VJN ook inzicht geven over investeringsbeslissingen die na 2005 worden verwacht. Afhankelijk van de gekozen scenarios zullen deze zaken opeenvolgend worden opgenomen in voortschrijdende MJRs, waarover de VV een oordeel kan geven. Als laatste beslispunt voor de VV is er het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet.
De taak van Rijnland voor de toekomst is een gegeven. Doel moet zijn dat Rijnland ook in de toekomst naar behoren kan functioneren. Dat brengt met zich mee dat realisatie van beleidsvoornemens in voorkomende gevallen eerst na 2008 kan plaatsvinden.
Ten aanzien van de tariefontwikkeling wijst de heer Baas op het uitgangspunt dat inflatie zoveel mogelijk inverdiend moet worden.
De heer Kranenburg repliceert, dat hij Rijnlands taak ook vanuit het gezichtspunt van de klant als belastingbetaler wil beschouwen. Een tariefontwikkeling die gelijk oploopt met de inflatie is in dat kader acceptabel en verdedigbaar naar de klant toe. Hij verwijt het college aan de ene kant ruime marges te hanteren maar dat het aan de andere kan geen ruimte laat.
Met verwijzing naar de ontwikkeling van het tarief verontreinigingsheffing, dat al acht jaar niet is verhoogd, zet de heer Van Wijk uiteen dat niet noodzakelijke verhoging van tarieven met het inflatiepercentage de neiging versterkt om budgetten aan te passen aan verwachte opbrengststijging. Ook zonder standaard inflatieverhoging kan egalisatie van tarieven worden bereikt. Daarin spelen taakuitbreiding en/of- intensivering en ontwikkeling van autonome kosten een rol.
De tegen zijn opvatting ingebrachte argumenten kunnen de heer Kranenburg niet overtuigen.
Bij de hoofdstuksgewijze behandeling van de VJN spreekt de heer Van Beek bij hoofdstuk 2 (missie) zijn twijfels uit over de ongeclausuleerde omvang van Rijnlands taak als weergegeven in de eerste alinea van de uit de Communicatienota aangehaalde tekst.
Desgevraagd door de heer Groen wordt een toelichting gegeven over de uitkomst van het in paragraaf 3.3. aangehaalde MEdewerkersTEvredenheidsOnderzoek.
De heer Van Wijk zal de heer Leeuwenburgh nader informeren over de in paragraaf 4.2.3. beschreven belastingheffing en kostentoedeling.
De heer Van der Nagel deelt namens de heer Bus mede dat laatstgenoemde voorstander is van het naar voren halen van de wijziging van de kostentoedelingsverordening.
Naar aanleiding van de op blz. 13 vermelde vacatures geeft de heer Van Wijk op verzoek van de heer Van Beek een toelichting op het terzake bestaande vervangingsbeleid.
Naar aanleiding van de in paragraaf 4.4.6. vermelde dienstverlening aan gemeenten wordt op een desbetreffende vraag van de heer Groen gemeld dat Rijnland geen acquisitie pleegt.
Bij punt 8 (communicatie) van het College Beleidsprogramma op blz. 19 stelt de heer Haverkamp Begemann vast dat structureel overleg met gemeenten geen reële optie is gebleken.
Bij het onderwerp "waterbodem" op blz. 23 geeft de voorzitter desgevraagd een toelichting op het beleid dat het college thans voorstaat met betrekking tot het baggerbeleid. Een belangrijke factor daarbij wordt de zgn. ingreepmaat, ofwel wanneer ligt de bagger in de weg? Uitvoering van het meetprogramma is een vereiste om te komen tot een legger, waarin een minimale afmeting wordt vastgelegd. Dat het nieuwe baggerprogramma forse uitgaven zal vergen pleit ervoor om het huidige reserveringsbeleid (jaarlijkse stortingen in de egalisatievoorziening) onverkort te handhaven.
Vooruitlopende op de ter zake in het vooruitzicht gestelde beleidsnotitie wordt vanuit de commissie aandacht gevraagd voor de in voorkomende gevallen negatieve invloed van het op blz. 29 in § 7.3.4. voorgestane afkoppelingsbeleid.
De heer Leeuwenburgh vraagt naar wat Rijnland onder schoon water verstaat.
De heer Groen verzoekt om de tekst van het in § 7.5.5 voorgestelde scenario III aan te passen door daarin de voorwaarde van medefinanciering door Rijk en provincie op te nemen.
Tenslotte verzoekt de voorzitter de commissieleden zich uit te spreken over de voorgelegde scenarios.
Met betrekking tot het beleidsthema "Waterketenbedrijf" kiest de commissie unaniem voor scenario I. Met betrekking tot het thema "Doelen voor het waterbeheer in Rijnland" spreekt de commissie voorkeur uit voor scenario II, met de aantekening van de heer Van Beek dat hij zich nog geen oordeel heeft kunnen vormen. Over het thema Invulling WB21 is de commissie verdeeld: de heren Haverkamp Begemann, Kranenburg, Van Beek en Groen spreken zich uit voor scenario I, terwijl de heren Van Leeuwen en Leeuwenburgh kiezen voor scenario III.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
Bij zijn toelichting op het voorstel typeert de heer Van der Nagel het gemaal als het zorgenkindje van Rijnland. Er moeten echter nu maatregelen worden genomen om geen onaanvaardbare risicos te lopen.
De heer Kranenburg typeert hetgeen thans voorligt als een brevet van onvermogen. De kwaliteit van het geleverde werk is van teleurstellende kwaliteit. In het besef dat het achteraf makkelijk praten is, roept het voorstel bij hem wel de vraag op of indertijd wel de juiste keuzes zijn gemaakt.
Op een vraag van de heer Van Beek schetst de heer Heijnis de technische problemen, die meer te maken hebben met de hydropompen dan met de motoren. De kunst is steeds hoe technische verbeteringen kunnen worden aangebracht in een oud gemaal.
Daarnaar gevraagd door de heer Groen wordt toegelicht dat de omvang van herstel of vervanging van installatieonderdelen eerst na inspectie is vast te stellen. In de kredietspecificatie is uitgegaan van het worst case scenario. Hoewel de uitgaven op dit onderdeel achteraf dus kunnen meevallen, wordt het niet nodig geacht om hierover in het besluit een voorwaarde op te nemen.
Het voornemen om een second opinion te laten uitbrengen heeft alleen betrekking op de bedrijfszekerheid op lange termijn.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Haverkamp Begemann vraagt of het wel wenselijk is in Bloemendaal een watergang en drainage af te koppelen van het riool. Naar zijn mening draagt behoud van de koppeling bij aan de noodzakelijke doorspoeling aldaar. De opvatting van de heer Haverkamp Begemann zal aan de betrokken afdeling worden voorgelegd.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heren Haverkamp Begemann en Groen brengen hun zorgen naar voren over de omvang van de waterschapsbijdrage, als vermeld in tabel 1 van de bijlage, voor dit waterplan, temeer omdat er meer waterplannen met gemeenten in voorbereiding zijn. Met het oog op de toekomst wordt vermenigvuldiging van dit pilotplan niet wenselijk geacht. De vraag doet zich voor wat de investering uiteindelijk oplevert en welk bedrag per inwoner daarmee is gemoeid.
De heer Heijnis licht toe dat het waterplan Zoetermeer is bedoeld als pilot voor de uitwerking van een planvorm. Er is nu een completer inzicht in de problematiek ontstaan en wie waarvoor verantwoordelijk is. Het waterplan wordt benut om uit te vinden of en hoe de samenwerking tussen de betrokken participanten gestalte kan worden gegeven. De bestaande verhoudingen in verantwoordelijkheid veranderen niet.
Beheer en onderhoud van de watergangen in Zoetermeer zijn al jaren geleden overgedragen aan het toenmalige waterschap Meer en Woude (thans Wilck en Wiericke, straks Rijnland). Het waterschap ontving daarvoor destijds een afkoopsom van ruim 2,6 mln.
De commissie concludeert dat het waterplan Zoetermeer onvoldoende basis bezit om te dienen als voorbeeld c.q. precedent voor beheer van stedelijk waterbeheer in zijn algemeenheid.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
Op verzoek van de heer Van Beek licht de heer Heijnis toe, dat de besparing die in 1998 dacht te kunnen worden bereikt door in plaats van het bekleden van de kelderwanden een sproeiinstallatie aan te brengen, niet heeft gewerkt.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
Na toelichting door de secretaris neemt de commissie kennis van het stuk.
F. Floriade 2002; brief dijkgraaf waterschap Groot-Haarlemmermeer
De commissie neemt kennis van de mededeling.
Geen.
1. Oninbaarverklaringen en kwijtscheldingen belastingen 2001
Kennis genomen.
2. Liquiditeitspositie per 8 april 2002
Kennis genomen.
3. Overzicht bestedingen kredieten onverwachte herstelwerkzaamhedenWaterstaat en Waterkwaliteit 2002
Er zijn tot op heden nog geen aanvragen en bestedingen ten laste van deze kredieten.
4. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2002
Kennis genomen.
Kennis genomen.
Ter afhandeling van het derde actiepunt is onder agendapunt II een mededeling gedaan. Ter afhandeling van het vierde actiepunt wordt na de vergadering een presentatie gehouden.
Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.
Niets meer aan de orde sluit de voorzitter om 16.50 uur het agendagedeelte van de vergadering.
Onder de titel "Kennis delen is kennis vermenigvuldigen" verzorgt mevrouw. A.A.M. Groot, hoofd van het centraal laboratorium van Rijnland, vervolgens een presentatie over de bedrijfsvoering van het LAB in financieel perspectief. De daarbij behoren overheadsheets worden aan de commissieleden uitgereikt.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Financiën d.d. 10 juni 2002.
