II Verslag vorige commissievergadering d.d. 6 oktober 2003
III Meerjarenraming 2004 – 2008
c. Krediet onvoorziene herstelwerkzaamheden
VI Wijziging Verordening Verontreinigingsheffing
VII Krediet overgang naar Server 2003, Windows XP en Office 2003
VIII Krediet bemonsteringsapparatuur ten behoeve van in situmetingen
IX Uitvoeringsnota baggerwerken 2004
XII Keuze renovatievariant boezemgemaal Katwijk
XIII Evaluatie Verordening Stimuleringsregeling Innovaties Rijnland (STIR)
d. Grondwateroverlast Wassenaar
f. Evaluatie gebiedsgerichte bestrijding van eutrofiëring in Rijnland
h. Aanwijzing voorzitters vaste commissies 2004
2. Managementletter 2002 accountant
3. a. Overzicht tarieven verontreinigingsheffing 2004 regionale waterkwaliteitsbeheerders
b. Overzicht omslagtarieven 2004 omliggende waterschappen
4. Liquiditeitspositie per 8 december 2003
6. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2003
Beknopt verslag van de bijeenkomst van de Commissie Financiën op maandag 8 december 2003 in het kantoorgebouw van Rijnland te Leiden; aanvang 13.30 uur n.m.
de heren hoogheemraden Van der Nagel, voorzitter, en drs. Groen, plv.-voorzitter;
de leden de heren Bus, Blaas, ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Kranenburg, Van Leeuwen, ir. Leeuwenburgh en Marselje;
de heren Bol (secretaris) en Ketel (adj.-secretaris);
de heren Van Wijk, AD, (t/m agendapunt VII), drs. Van Duijn, h.FPC, (t/m agendapunt IV) en ing. Smit, h.BVO, (bij agendapunt XII).
Op voorstel van de voorzitter zal punt XII, keuze renovatievariant boezemgemaal Katwijk, als eerste agendapunt, in aanwezigheid van de heer Smit, worden behandeld.
Op verzoek van de commissie wordt punt XI van de VV-agenda (Nieuwe Driemanspolder) aan de commissieagenda toegevoegd.
Aangezien de commissieleden niet in het bezit blijken te zijn van de stukken behorende bij het toegevoegde agendapunt "rapport bedrijfsvergelijking zuiveringsbeheer 2002", zal dit punt worden aangehouden tot de volgende vergadering.
Vastgesteld.
Nu er een definitieve MJR voorligt, vraagt de heer Marselje of de VV niet tot vaststelling moet overgaan in plaats van tot kennisneming.
Toegelicht wordt dat de Waterschapswet in artikel 100 lid 1 een begroting voorschrijft met een nota betreffende de financiële toestand van het waterschap en (…) een meerjarenraming voor tenminste vier op het begrotingsjaar volgende jaren. In lid 4 van dat artikel is alleen sprake van het vaststellen door het algemeen bestuur van de begroting.
De begroting is de eerste schijf van de MJR. De prognoses voor de volgende jaren in de MJR kunnen niet anders dan indicatief zijn. Uit dien hoofde is er in het verleden voor gekozen de MJR voor kennisgeving aan de VV aan te bieden.
De voorzitter zegt toe de vraag van de heer Marselje in het college aan de orde te zullen stellen.
Gelet op de beperkte waarde van de voorliggende MJR voor het fusiewaterschap, onthoudt de heer Kranenburg zich van een oordeel daarover. De overige commissieleden stemmen in met het voorstel.
De heer Groen vestigt de aandacht op de nieuwe opzet van deze (product)begroting. Daarvoor is door de organisatie veel werk verzet, waarvan in de toekomst de vruchten kunnen worden geplukt.
Op verzoek van de voorzitter geeft de heer Bol nog een toelichting op de wijzigingen die zijn aangebracht na de behandeling van het Beleidsvoornemen Tarieven in oktober jl. In overleg met de categorie gebouwd is de egalisatievoorziening van die categorie vrijwel geheel aangewend om het omslagtarief in 2004 gelijk te houden aan dat van 2003. De belastingplichtige zou daarvan bij aanwending in 2005 nauwelijks iets merken door de gewijzigde kostenverdeling en –toedeling waarvan bij het fusiewaterschap sprake zal zijn.
De nieuwe productbegroting roept de vraag op hoe we hiermee als sturend element in de toekomst omgaan. In de informele VV van maart of mei 2004 zal daaraan aandacht worden gegeven.
Desgevraagd door de heer Haverkamp Begemann wordt toegelicht, dat bij bijdragen van derden in investeringskredieten het brutobedrag moet worden aangevraagd. Het college moet machtiging hebben om tot volledige opdrachtverlening en besteding van het krediet over te gaan. Bij de berekening van de budgettaire consequenties van het krediet wordt uiteraard uitgegaan van het netto ten laste van Rijnland blijvende bedrag.
Daarnaar gevraagd door de heer Van Leeuwen wordt de verschuiving in de verhouding afschrijving/aflossing (blz. 5) verklaard uit het hoge aflossingsbedrag in 2004 op langgeldleningen door aflossing van een fixed lening (aflossing in één termijn). Door deze incidentele oorzaak kan Rijnland in 2004 éénmalig niet voldoen aan de renterisiconorm van de Wet FIDO. Deze norm beoogt de renterisico’s van decentrale overheden te beperken door herfinancieringsactiviteiten te koppelen aan een percentage van de langgeldschuld van de betreffende overheid. In de jaren na 2004 voldoet Rijnland weer aan de norm.
De heer Marselje uit zijn zorgen over de zeer grote financiële consequenties die de Kaderrichtlijn Water (KRW) teweeg kan gaan brengen. Hij wil in een vroeg stadium aandacht vragen voor deze, mogelijk onevenredig hoge kosten, die aanleiding zouden kunnen zijn te vragen om aanpassing van normen en termijnen. Hij vraagt het college de vinger aan de pols te houden en de VV vroegtijdig te informeren.
De voorzitter zet uiteen dat binnen de organisatie een projectgroep zich bezighoudt met het in beeld brengen van hetgeen van Rijnland en andere waterschappen binnen het deelstroomgebied wordt verwacht. Zodra daarover meer duidelijkheid bestaat kan de koers die wij willen gaan varen worden uitgezet. Uiteraard zal daarbij de VV worden betrokken.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Kranenburg constateert een meer dan trendmatige toename van het jaarlijks gevraagde krediet. Ter beperking daarvan meent hij dat overwogen moet worden om bepaalde onderdelen van de specificatie te activeren.
Toegelicht wordt dat als regel alleen aanschaffingen beneden € 50.000 voor opname in het krediet in aanmerking komen. Voorts handelt het in het algemeen om vervangingsinvesteringen met een relatief korte technische levensduur. Door de planmatige vervanging ontstaat in de loop der jaren een zogenaamd ideaalcomplex. Overigens bepaalt niet de opname in het krediet, maar uitsluitend de technische noodzaak of daadwerkelijk tot vervanging wordt overgegaan. Dit uitgangspunt is bepalend voor het uiteindelijke beslag dat op dit verzamelkrediet wordt gedaan.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Marselje vindt de motivatie om tot vervanging over te gaan aan de magere kant. Volgens hem wordt de continuïteit als belangrijkste beweegreden gebruikt. Er zijn naar zijn mening andere bedrijven dan Microsoft die voor ondersteuning van oudere versies zorg kunnen dragen.
De heer Van Wijk benadrukt dat Rijnland zeker niet voorop loopt. Niet elke nieuwe versie wordt aangeschaft. Voor de uitwisseling met derden is het echter noodzakelijk om na verloop van tijd over te stappen naar actuele programmaversies. Op een vraag van de heer Blaas antwoordt de voorzitter dat voor de gunning van de benodigde inhuur van externe kennis en capaciteit meerdere offertes worden gevraagd.
De heer Kranenburg heeft de indruk dat kredieten als de onderhavige nogal eens een overschrijding te zien geven. Van collegezijde wordt dat tegengesproken. Er zal een overzicht worden opgesteld van het uitgavenverloop van de kredieten, die sinds het aantreden van de huidige VV beschikbaar zijn gesteld.
De commissie mist in het voorstel de vermelding of de investering is opgenomen in de MJR.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
(Noot adj.-secr.: Abusievelijk is de investering niet aangemeld voor de investeringsprognose behorende bij de begroting 2004 en MJR 2004-2008 en is daarin dus ook niet opgenomen.)
Desgevraagd wordt bevestigd dat de aanschaffingen bijdragen aan een besparing van menskracht.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Leeuwenburgh vraagt meer aandacht te schenken aan en energie te steken in andere verwerkingsmogelijkheden van bagger in plaats van het vaak over grote afstanden verslepen daarvan naar een stortlocatie. De hiermede gemoeide hoge kosten kunnen naar zijn mening beter voor andere verwerkingsmogelijkheden worden ingezet.
De voorzitter brengt in herinnering dat in het verleden (Strategisch Baggerplan uit 1993) een aantal mogelijkheden in beeld zijn gebracht om bagger te verwerken. Marktmogelijkheden waren toen nog beperkt en/of kosten ten opzichte van storten zeer hoog. Daarna is de aandacht verlegd naar de inrichting van een stortlocatie in de Oostvlietpolder, aanvankelijk met steun van de provincie. Tegenstand van de gemeente Leiden en gewijzigde inzichten bij de provincie (die verwijst naar de Slufter) heeft er thans toe geleid dat de Oostvlietpolder buiten beeld dreigt te raken. De heer Van der Nagel zegt toe na te zullen laten gaan hoe de stand van zaken met betrekking tot andere verwerkingsmogelijkheden is. Overigens wordt bij aanbestedingen aan aannemers de mogelijkheid gelaten om andere verwerkingsvoorstellen te doen, die ook iets meer (10%) mogen kosten dan de traditionele verwerkingsmethode.
De heren Marselje en Blaas missen een prioritering in geval geen of minder subsidie wordt ontvangen en alleen het eigen budget wordt besteed. De heer Marselje heeft signalen opgevangen dat de subsidieregeling een aflopende zaak zou zijn. Voorts verzoekt hij de noodzaak tot baggeren niet alleen uit leggerafmetingen af te leiden, maar praktisch te werk te gaan daar waar ernstige hinder wordt ervaren.
Desgevraagd door de heer Blaas wordt bevestigd dat de gemeente Haarlem een krediet beschikbaar heeft gesteld voor haar aandeel in het baggerproject.
De heer Kranenburg zegt verheugd te zijn dat het baggerwerk in Gouda nu daadwerkelijk op de rol staat.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
Noot adj.-secr.:
In het WBP2000 en de Voorjaarsnota 2003 (§ 5.6) is onderzoek aangekondigd naar de hergebruiksmogelijkheden voor baggerspecie in het kader van de duurzaamheidsgedachte. Binnen de afd. Planvorming van de sector Werken is daarvoor inmiddels capaciteit vrijgemaakt. De onderzoeksresultaten met betrekking tot het afzetbeleid worden meegenomen in de eind 2004 uit te brengen Baggernota (voortschrijdend meerjaren(5)plan).
De rijkssubsidie (SUBBIED-regeling) voor de baggerprojecten Gouda en Haarlem zijn zeer onlangs toegezegd!
De heer Van Beek heeft zich door de late toezending van het stuk nog geen oordeel kunnen vormen. Op verzoek van de commissie zal bij het verslag een situatieschets worden gevoegd, waarop de verschillende functies worden afgebeeld. Voor de heer Blaas is niet duidelijk of de op blz. 4 onder punt 3.1.1 vermelde € 10 mln bij het bedrag van tabel 2 moet worden opgeteld.
(Noot adj.-secr.: Dit is niet het geval.)
In antwoord op een vraag van de heer Marselje deelt de voorzitter mee, dat de opbrengsten van multifunctioneel ruimtegebruik van de seizoensberging evenredig over de partijen (provincie/gemeenten/waterbeheerders) worden verdeeld.
De heer Van Beek meent zich te herinneren dat eerder de indruk is gewekt dat de provincie het leeuwendeel van de kosten zou dragen. Uit de thans gepresenteerde overzichten blijkt dat niet het geval te zijn. De heren Van der Nagel en Bol attenderen hem er op dat de kosten voor piekberging altijd voor rekening van Rijnland zijn gebracht. Voor de kosten van seizoensberging was dat niet duidelijk. Overeenstemming is nu bereikt over een evenredige verdeling over de drie groepen van partijen.
Gezien de ervaringen van afgelopen zomer zijn enkele commissieleden nog niet overtuigd van de noodzaak om in de Nieuwe Driemanspolder rekening te houden met seizoensberging.
De heren Bus en Leeuwenburgh vinden de beantwoording van eerder gestelde vragen over de aanvoerroute onbevredigend.
Gelet op de meningsvorming binnen de commissie wordt geen unaniem advies uitgebracht.
Op verzoek van de voorzitter geeft de heer Smit een korte toelichting op de acties die zijn ondernomen na de behandeling in de juni-VV ter bevestiging van de principe keuze voor variant R2.
Gelet op eerder gehouden informatiebijeenkomsten, waar van Rijnlandszijde een voorkeur voor nieuwbouw naar voren is gebracht, vraagt de heer Blaas in hoeverre de nadere besluitvorming over uitbreiding/renovatie met de gemeente Katwijk en andere belanghebbenden is gecommuniceerd.
Voorts informeert de heer Blaas naar de risico’s die zijn verbonden aan de gefaseerde uitvoering met het oog op de beschikbaarheid van gemaalcapaciteit. De heer Leeuwenburgh plaatst een vraagteken bij de specifieke kennis van de geraadpleegde hoogleraren met betrekking tot staalcorrosie.
De heer Smit deelt mede dat er formeel nog geen overleg met de gemeente heeft plaatsgevonden, maar dat de gemeente wel op de hoogte is van de Rijnlandse activiteiten. De resultaten van de uitgevoerde onderzoeken zijn van recente datum. Een nieuwe informatiebijeenkomst werd als prematuur beoordeeld. Eerst dient de VV te worden geïnformeerd ten einde de tijdens de zomer gemaakte principekeuze te bevestigen.
De beoordeling heeft in twee fasen plaatsgevonden. Op het vlak van de gebouwconstructie, de fundering, grondmechanische en trillingsaspecten hebben de beide hoogleraren geconcludeerd dat er sprake is van een verantwoord plan, onder voorbehoud van nader onderzoek naar carbonatie, alkaliteit van de betonschil en de afname van de dikte van het damwandscherm. Dit onderzoek is - met eveneens een positieve beoordeling - uitgevoerd door het bedrijf Intron.
De uitvoering zal in twee fasen plaatsvinden. Eerst wordt de nieuwe eenheid gebouwd. Daarna worden bestaande pompeenheden één voor én vernieuwd en vergroot. Er blijft daardoor steeds voldoende bemalingscapaciteit beschikbaar.
Een keuze voor variant R3 zou leiden tot een gecompliceerde bedrijfsvoering. Bij deze variant worden de bestaande pompen nog maar zelden ingezet. De inzet van de nieuwe pompen veroorzaakt bovendien een zodanige lage waterstand ( NAP - 0,85 m), dat inzet van de bestaande pompen problemen oplevert. Keer op keer moet dan de afweging worden gemaakt of en zo ja wanneer ook de bestaande pompen worden ingeschakeld. Automatisch bedrijf wordt dan nagenoeg onmogelijk. Weliswaar zou het automatiseren van peildata, als door de heer Bus gesuggereerd, daarvoor een oplossing kunnen zijn. Energetisch gezien is echter een bedrijfsvoering met inschakeling van alle vier pompen aantrekkelijker. Automatische bedrijfsvoering laat onverlet dat er in bijzondere omstandigheden altijd fysiek toezicht zal zijn om - indien dat nodig wordt geoordeeld - in te grijpen.
De heer Blaas brengt in herinnering dat hij bij een eerdere gelegenheid de verbreding van het Oegstgeester en Katwijkse kanaal heeft aangegeven als mogelijk noodzakelijke maatregel om de aanvoer van zoveel mogelijk boezemwater naar het gemaal te bevorderen. De heer Smit geeft aan dat verbreden en verdiepen van de watergangen leidt tot meer flexibiliteit, maar geen oplossing vormt voor de kwetsbaarheid (minder inzet, lange levertijd en hoge kosten van te vervangen onderdelen) van het bestaande gemaal in variant R3.
Bij monde van de heer Marselje beschouwt de commissie - mede gelet op het kostenaspect en op het aspect toekomstwaarde - variant R2 thans als een goede en verantwoorde keuze.
De heer Kranenburg merkt op dat de regeling met minder strenge voorwaarden wellicht wel effect had gesorteerd.
Desgevraagd wordt door de voorzitter toegezegd dat bij de bekendmaking van de intrekking de aandacht gevestigd zal worden op ad hoc mogelijkheden om bijdragen te krijgen.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De voorzitter attendeert de commissie op de onderzoeksconclusies die er op duiden dat slootdempingen en het dichtslibben van watergangen belangrijke oorzaken zijn.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
Geen.
Kennis genomen.
Kennis genomen.
Kennis genomen.
De positie is wederom positiever dan de prognose. De achterstand in de facturering door DWR (slibdroging) en de elektriciteitsleverancier is onverminderd groot.
Kennis genomen.
Kennis genomen.
Kennis genomen.
Naar aanleiding van de besluitenlijst van 18 november jl. heeft de heer Haverkamp Begemann het op die datum door DenH vastgestelde VV-voorstel voor het 750-jarig Lustrumfeest op de agenda gemist. Op voorhand brengt hij zijn bedenkingen naar voren over de omvang van het voorziene krediet.
De voorzitter deelt mede dat het voorstel voor de volgende vergadering wordt geagendeerd.
De heer Haverkamp Begemann is er content mee dat Rijkswaterstaat nogmaals is gewezen op de consequenties voor de zoetwatervoorziening als gevolg van de wijzigingen in het beheer van de Haringvlietsluizen.
De heer Bus attendeert het college op de discussies die gaande zijn over het uitbreiden van de ruimte in de Haarlemmermeerpolder voor Schiphol, waardoor woningbouwlocaties moeten opschuiven en de waterbergingslocatie Zwaansbroek in de knel dreigt te raken.
De Haverkamp Begemann heeft de BURAP 08-2003 weliswaar ontvangen maar niet geagendeerd gezien op de commissieagenda.
De voorzitter stelt voor het stuk alsnog in de volgende commissievergadering te behandelen.
Overigens meldt de heer Bol dat binnen de ambtelijke dienst wordt overwogen om de BURAP 13-2003 alleen op hoofdlijnen te presenteren vanwege de bijzonder hoge werkdruk die momenteel in de organisatie wordt ervaren mede als gevolg van de fusievoorbereiding. De voorlopige jaarrekeningcijfers zullen wel vroegtijdig beschikbaar zijn.
Desgevraagd door de heer Van Beek deelt de voorzitter mede, dat het Kroonbesluit tot herbenoeming van de dijkgraaf geen rekening houdt met opheffing van het waterschap. Op grond van de artt 7 en 12 van het Overgangsreglement voorzien Gedeputeerde Staten in de benoeming van een waarnemend voorzitter, op aanbeveling van de Voorbereidingscommissie.
Niets meer aan de orde sluit de voorzitter om 16.15 uur de vergadering.
