Verslag commissie financiën 6 oktober 2003

Logo van het hoogheemraadschap van Rijnland
 

Sidebar

Verslag commissie financiën 6 oktober 2003

Agenda

I Opening

II Verslag vorige commissievergadering d.d. 8 september 2003

IX Lozingenbeleid awzi's

In verband met een presentatie door de heer ing. W.N. van der Heeden (hoofd afdeling Vergunningen en Emissies) is dit agendapunt naar het begin van de vergadering verplaatst.

IV Verkiezingen 2004

V Meerjarenraming en egalisatie tarief verontreinigingsheffing

VI Beleidsvoornemen tarieven 2004 en Meerjarenraming 2004-2008

VII Subsidies oeverherstel; tarieven vaargelden

VIII Grondwateroverlast Duinstreek

X Collectieve resultatendeling

XI Mededelingen

    a. Begrotingsvergelijking 2003

    Overige agendapunten

      1. Mededelingen voorzitter

      Ter informatie:

      2. Liquiditeitsprognose periode 10/2003 t/m 09/2004

      3. Liquiditeitspositie per 6 oktober 2003

      4. Besluitenlijsten Den H

        5. Actielijst

        6. Rondvraag

        Verslag

        Aanwezig : hoogheemraad de heer drs. J.J. Groen, plv.-voorzitter;

        : de leden de heren Bus, Blaas, ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Kranenburg, Van Leeuwen en Marselje;

        : de heren Bol (secretaris) en Ketel (adj.-secretaris);

        de heren ing. Van der Heeden (h.VRG), ir. Knaapen (h.PLV) en Lagas (hoofdingeland) bij agendapunt IX;

        de heren ir. Heijnis (DWE) en drs. Van Duijn (h.FPC).

        Afwezig m.k. : hoogheemraad de heer Van der Nagel, voorzitter, en het lid de heer ir. Leeuwenburgh;

        Agendapunten VV

        I Opening

        De heer Groen memoreert de nieuwe setting van de commissie, waarbij hij hoopt ook aan de andere kant van de tafel bij te kunnen dragen aan voortzetting van de prettige beraadslagingen in de commissie. Hij meldt de afwezigheid van de heren Van der Nagel (vakantie) en Leeuwenburgh (verblijf in buitenland), en stelt voor om eerst agendapunt IX te behandelen, waartoe hij het woord geeft aan de heren Van der Heeden en Knaapen voor een presentatie van het voorstel lozingenbeleid awzis.

        IX Lozingenbeleid awzi´s

        In aansluiting op een niet volledige presentatie tijdens de informele VV-bijeenkomst van 27 augustus jl., geven de heren Van der Heeden en Knaapen met behulp van (uitgereikte) projectiesheets een overzicht van het verloop van de fosfor en stikstofconcentraties in de boezem en de bronnen waaruit deze stoffen afkomstig zijn. De awzis en het polderwater zorgen voor de belangrijkste belasting. Ondanks reducties in de afgelopen jaren voldoet het oppervlaktewater niet aan de MTR-norm van 0,15 mg/l voor fosfor en 2,2 mg/l voor stikstof. Dit is een Nederlandse norm die als inspanningsverplichting (geen doelstellingsverplichting) is opgenomen in de 4e Nota Waterhuishouding. De Europese KRW leidt mogelijk nog tot aanscherping van de normen. Daarop kan thans niet vooruit worden gelopen. Aangescherpte normering zal te zijner tijd in verband moeten worden gebracht met de introductie van de 3e generatie awzis (emissiebeheersplan vanaf 2015).

        Rijnland stelt in vergunningen lozingsnormen aan bedrijven en kan zichzelf niet aan die normen onttrekken.

        Bij de keuze van maatregelen heeft de invloed op oppervlaktewateren centraal gestaan. Er moet reeds sprake zijn van "limitering", hetgeen wil zeggen dat de maatregel ook effect sorteert op de algenmassa. Een maatregel die alleen maar leidt tot vermindering van concentraties zonder effect te sorteren als gevolg van de resterende nutriëntenlast, valt dus af. Doorrekening en modellering van oppervlaktewateren en awzis heeft geleid tot het voorstel om BUT-maatregelen te treffen op alle awzis die op eigen water lozen en verdergaande maatregelen te treffen op een aantal geselecteerde awzis op basis van effect en efficiëntie volgens het MTReff-scenario.

        Gevraagd naar het terugdringen van andere lozingsbronnen, wijst de heer Van der Heeden op het Wvo-vergunningenbeleid van Rijnland, de extra inspanningen met betrekking tot het doelgroepenoverleg met de verschillende agrarische sectoren, het beleid om diffuse bronnen terug te dringen en het overleg met gemeenten over de inrichting van de riolering. Voor het terugdringen van de belasting van het polderwater is Rijnland mede afhankelijk van het mestbeleid waarvoor de rijksoverheid de verantwoordelijkheid draagt.

        De commissie mist een totaalbeeld van de ontwikkelingen en stand van zaken met betrekking tot het terugdringen van de andere belastingsbronnen en wil het voorstel graag in een integrale context afwegen. In dat verband stelt de heer Blaas vraagtekens bij een uitvoeringsperiode van drie jaar. Hij zou liever mee willen lopen in het reductietempo van alle bronnen, in de wetenschap dat nog 90% van de belasting resteert na uitvoering van de voorgestelde maatregelen.

        Mede gezien de ecologische doelstellingen die Rijnland wil bereiken, mist de heer Kranenburg aandacht voor de kalkconcentraties in veenweidegebieden. Hoewel de heer Van der Heeden erkent dat kalk lokaal een probleemstof kan vormen, is dat niet Rijnlandbreed het geval en is deze stof daarom niet in deze voorstellen betrokken.

        De heer Bus wijst op het alternatief van rietvelden. Toegelicht wordt dat hier waar mogelijk naar wordt gekeken, maar dat daarvoor grote oppervlakken nodig zijn die maar beperkt beschikbaar zijn.

        Desgevraagd geeft de heer Heijnis samenvattend aan aan welke installatieonderdelen (filtervoorzieningen, voorzieningen voor chemicaliëndosering) moet worden gedacht bij het invullen van de geraamde investering ad € 26 mln. Waar nuttig zal gebruik worden gemaakt van de expertise van waterleidingbedrijven. Het voorstel behelst thans een principebesluit over de BUT-maatregelen, de MTReff-variant voor geselecteerde awzis en een besluit tot het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet van € 1 mln, waarvan wel een opbouw is te geven.

        Door de voorzitter gevraagd naar het commissieadvies, geven drie commissieleden aan grote moeite te hebben met de omvang van de kosten in verhouding tot het effect. Vier commissieleden staan in beginsel positief tegenover de voornemens, maar wensen die wel afgezet te zien tegenover de integrale stand van zaken bij het terugdringen van de concentraties. Aan de hand daarvan kan het Rijnlandse tempo nader worden bezien, ten einde met alle andere bronnen een domino-effect te bereiken.

        II Verslag vorige commissievergadering d.d. 8 september 2003

        Blz. 5, punt 9 Rondvraag, 1e alinea:

        Het eerste gedeelte van de zin heeft geen relatie met het tweede gedeelte. Herschreven leidt de passage tot de volgende zinnen:

        "Naar aanleiding van een vraag over het jaarverslag van DRSH wordt verwezen naar de heer Van der Nagel of de dijkgraaf. Voorts wordt geïnformeerd naar de kostenverdeling renovatie Spaarndammerdijk."

        Overigens vastgesteld.

        Naar aanleiding van:

        Pagina 3, punt VI, grondaankoop waterbergingslocaties:

        De heer Blaas wijst op een interview met twee medewerkers in "De Rijnlander" van september jl., waarin de kosten van de IJmeerroute worden becijferd op € 0,03 per m³. De voorzitter meldt dat de balans nog niet op is opgemaakt en dat eerst de evaluatie van de droogteperiode moet worden afgerond. Het gaat om Rijnlandse èn externe kosten.

        Pagina 4, punt 2, financiering kierbesluit Haringvlietsluizen:

        De heer Haverkamp Begemann memoreert de toezegging dat Rijnland per brief bij het Rijk een eerdere reactie nog eens in herinnering zou brengen. Hij heeft nog geen afschrift gezien (actielijst).

        IV Verkiezingen 2004

        De heer Kranenburg brengt in herinnering dat hij zich eerder principieel heeft uitgesproken voor een combinatie van waterschapsverkiezingen met verkiezingen voor een andere overheidslaag, bijv. gemeenten. Dat komt de opkomst ten goede en versterkt de democratische legitimatie. De heer Marselje wijst hem op de hoge kosten hiervan, omdat er bijvoorbeeld afzonderlijke stemhokjes dienen te zijn.

        De heer Marselje vraagt welke kosten zijn begrepen onder de post van € 25.000,00 voor indirecte verkiezingen.

        (Noot adj.-secr.: betreft een aandeel in de kosten van bekendmakingen, advertenties kandidaatstellingen, drukwerk, verwerking stemmen.)

        De extra kosten ad € 100.000,00 (€ 25.000,00 voor uitbreiding internetstemmen tot alle drie de districten en € 75.000,00 voor de door het ministerie van Verkeer en Waterstaat geweigerde bijdrage) kunnen binnen de kredietspecificatie worden verwerkt zonder aanwending van de post onvoorzien. Een actueel kostenoverzicht zal bij het verslag worden gevoegd (zie bijlage).

        De commissie adviseert positief op het voorstel.

        V Meerjarenraming en egalisatie tarief verontreinigingsheffing

        behandeld in combinatie met

        VI Beleidsvoornemen tarieven 2004 en Meerjarenraming 2004-2008

        De heer Bol verzorgt aan de hand van (uitgereikte) projectiesheets een presentatie.

        Het beleidsvoornemen en de meerjarenraming zijn thans in één boekwerkje gecombineerd. In december volgt de definitieve begroting. Daarin wordt ook een productbegroting waarbij de blauwdruk van de Unie wordt gevolgd - opgenomen, zodat oude en nieuwe presentatiewijze naast elkaar aanwezig zullen zijn.

        De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van 2003 betreffen:

        • Overheveling geoormerkt deel saldireserve waterkwaliteit naar egalisatievoorziening, waardoor deze resultaten voortaan structureel worden ingezet om het tarief verontreinigingsheffing te matigen. Daardoor is incidentele inzet van de saldireserve om het tarief zo laag mogelijk te houden, niet meer mogelijk.
        • Er wordt in de MJR niet meer vooruit gelopen op de mogelijke overheveling van passief waterkwaliteitsbeheer van verontreinigingsheffing naar watersysteemomslagen (= deel van voorstellen Togtema/Leemhuis). Het invoeringstijdstip van wetwijzigingen is onzeker en de tekorten in de egalisatievoorziening verontreinigingsheffing lopen onverantwoord hoog op.
        • Het tekort in de egalisatievoorziening kadeverbeteringswerken wordt conform VV-besluit september jl. in één keer in 2004 weggewerkt.
        • Er wordt met het oog op de fusie geen personeelsuitbreiding geraamd. Eventuele knelpunten in de beschikbare personeelscapaciteit worden met behulp van uitzendkrachten opgelost.
        • Het voorgestelde nieuwe lozingenbeleid awzis is reeds verwerkt in de (MJR-)tarieven.

        In 2005 zal een nieuwe kostentoedelingsverordening van kracht worden, waarbij rekening moet worden gehouden met Rijnlands nieuwe reglement en het toepasbare deel van de voorstellen van de commissies Togtema/Leemhuis (watersysteembeheer). Het voorstel dat de Voorbereidingscommissie aan de nieuwe VV zal voorleggen, komt overeen met de kostentoedeling zoals die sinds vorig jaar voor de Rijnlandse MJR vanaf 2005 wordt gebruikt.

        Voorts is ook na 2004 reservering nodig voor de vangnetregeling WOZ. Werd vorig jaar nog rekening gehouden met een overschrijding van 50% van de normbedragen, nu wordt uitgegaan van een overschrijding van 90%, ofwel € 1,8 mln méér. De kosten worden nu uitgesmeerd over de jaren 2003 t/m 2006 (was 2003 t/m 2004).

        Met de budgettaire consequenties van verbetering primaire waterkeringen, aanleg waterbergingslocaties, een nieuw baggerplan en maatregelen tegen grondwateroverlast is geen rekening gehouden. Al deze aangelegenheden bevinden zich nog in een planvormingsfase.

        De belastingopbrengst wordt in 2004 geraamd op € 86,0 mln, 9,3% méér dan in 2003. Daarvan heeft € 3,0 mln (ca. 4%) betrekking op het niet meer (incidenteel) aanwenden van de saldireserve waterkwaliteit. De kostenstijging van de bestaande taakuitoefening bedraagt minder dan 1%.

        Grofweg 50% van de belastingopbrengst is afkomstig van huishoudens, die in het voorliggende voorstel in 2004 een belastingdrukstijging ervaren van ca. 9%. Voor rekening van bedrijven komt ca. 45% met een belastingdrukstijging in 2004 van ca. 10%. De resterende 5% wordt opgebracht door de sectoren agrarisch en natuur met een lastenstijging van 9 á 10%. De omvang van laatstgenoemde categorie ontlokt bij de heer Blaas een kritische kanttekening bij de bestuursomvang van ongebouwd in de nieuwe VV.

        In de MJR is bij de lasten en baten geen rekening gehouden met de fusiegevolgen. De voorbereidingstrajecten voor de begroting zijn bij de waterschappen verschillend. Wel zijn op basis van de laatste MJRs (2003-2007) indicatieve belastingtarieven berekend voor de onderscheidene categorieën vanaf 2005, waarbij overigens de mogelijke fusiebaten buiten beschouwing zijn gelaten.

        Ten slotte geeft de heer Bol een grafische toelichting op het voorstel tot wijziging van de tariefsegalisatie van de verontreinigingsheffing.

        De heer Blaas, daarin bijgevallen door meerdere commissieleden, heeft nauwelijks motivatie om verder te kijken dan de begroting 2004. De MJR is een MJR van oud Rijnland, die zal worden vervangen door een MJR van nieuw Rijnland. Hij is er niet gelukkig mee dat de huidige VV(s), die wel de verkiezingen moeten organiseren, geen enkele inbreng hebben in de begroting voor 2005.

        Ten aanzien van de beleidswijziging voor de tariefegalisatie verontreinigingsheffing, vraagt de heer Blaas zich af of er niet eerder informatie had moeten worden gegeven. De voorzitter en de secretaris wijzen er op, dat de commissie Financiën al twee keer eerder informatie en toelichting heeft gekregen, waarbij de thans aan de orde zijnde besluitvorming in het vooruitzicht is gesteld. Voor de heer Blaas was die informatie in december 2002 aanleiding om te pleiten voor verhoging van het tarief tot het "Togtema-niveau", waarvoor toen onvoldoende steun bestond.

        De heer Haverkamp Begemann stelt vast dat bij halvering van de voorgestelde tariefstijgingen een bedrag van ca. € 3,5 mln gevonden moet worden. Ook de heer Van Beek vindt de stijging te hoog en moeilijk uit te leggen in de huidige economische omstandigheden. Eigenlijk moeten we op eerdere beleidskeuzes terugkomen. In dit verband verzoekt hij om in het vervolg bij nieuwe voorstellen een overzicht te geven van eerdere mutaties gedurende het lopende jaar op de (meerjaren)begroting. De heer Bol zegt een dergelijk informatieoverzicht met ingang van 2004 toe. Bevestigd wordt dat het tariefvoorstel verontreinigingsheffing moet worden aangepast indien de VV ten aanzien van het voorstel Lozingenbeleid awzis anders besluit dan het collegevoorstel.

        De heer Blaas ontvangt graag een verklaring voor het aandeel "autonoom" ad 5,8% in de stijging van de omslag gebouwd in 2004.

        (Noot adj.-secr.: betreft vrijwel geheel stijging personeelskosten. De bijna even grote daling in 2005 wordt veroorzaakt door vrijvallende kapitaallasten.)

        De heer Marselje is van mening dat met de ter tafel liggende gegevens de tariefvoorstellen zeker zijn uit te leggen, zeker als men aspecten uit het verleden, zoals de tariefstabilisatie gedurende 9 jaar, meeweegt. Door inflatie is het tarief niet nominaal maar wel effectief jaarlijks gedaald. Het voorstel tariefegalisatie vindt hij getuigen van financieel verantwoord beleid.

        De commissie adviseert unaniem positief op het voorstel tot het aanpassen van het beleid met betrekking tot de egalisatie van het tarief verontreinigingsheffing.

        Met betrekking tot Beleidsvoornemen tarieven 2004 en Meerjarenraming adviseren de heren Bus, Van Leeuwen en Marselje positief, hetgeen ook geldt voor de heren Kranenburg en Blaas voor wat het Beleidsvoornemen betreft. Beide laatstgenoemde commissieleden spreken zich niet uit over de MJR. De heren Haverkamp Begemann en Van Beek beraden zich nog.

        VII Subsidies oeverherstel; tarieven vaargelden

        Desgevraagd door de heer Kranenburg wordt een toelichting gegeven op de rechtstreekse verwerking van de Rijnlandse beheerskosten in het fonds. De legesopbrengst wordt rechtstreeks in Rijnlands exploitatiebegroting verantwoord als dekking voor de kosten voor de afgifte van vaarvergunningen. Door verlaging van basistarieven en verhoging van de leges blijven de tarieven gelijk. Op een desbetreffende vraag van de heer Haverkamp Begemann wordt geantwoord dat de vaststelling c.a. aanpassing van de normprijzen een bevoegdheid van het college is.

        Naar aanleiding van opmerkingen over de laatste twee zinnen op blz. 3 van het voorstel, is de voorzitter het geheel met de betreffende commissieleden eens, dat deze passage niet relevant is en beter achterwege gelaten had kunnen worden.

        De commissie adviseert positief over het voorstel.

        VIII Grondwateroverlast Duinstreek

        De heer Kranenburg constateert enkele onduidelijkheden. Het onderwerp luidt "grondwateroverlast duinstreek", maar het besluit lijkt beleidsuitgangspunten te definiëren voor de grondwateroverlastproblematiek in het algemeen. Op blz. 1 wordt voorts de Leidraad Samenwerking met gemeenten in stedelijk gebied aangehaald. Dit kan verwarring scheppen.

        De commissie gaat er in dat verband van uit dat met het voorstel alle overlastsituaties binnen en buiten de duinstreek worden bedoeld en dat de Leidraad ook toegepast wordt in niet-stedelijke gebieden. In dat kader dient in punt 6 van het besluit de aanduiding "de duinstreek" te worden geschrapt.

        Het is de heer Haverkamp Begemann niet duidelijk onder welke categorie op blz. 19 van het rapport het project Lentevreugd 2e fase is opgenomen.

        (Noot adj.-secr.: Dit project is abusievelijk niet in de tabel opgenomen. Een verbeterde versie van blz. 19 wordt nagezonden of uitgereikt.)

        De heer Blaas refereert aan het gestelde in punt 5 van het VV-besluit. Hij vindt dat het veroorzakingsbeginsel sterker moet worden benadrukt en ziet graag het doorberekeningpercentage gesteld op minimaal 50%.

        Met inachtneming van de geplaatste kanttekeningen adviseert de commissie positief op het voorstel.

        X Collectieve resultatendeling

        De heer Kranenburg kan, gezien de huidige economische omstandigheden, geen waardering opbrengen voor het voorstel. Evenals voor de heer Blaas, zijn doel en meetinstrument hem niet duidelijk. De heer Marselje vindt prestatiebeloning een goed idee indien doel en resultaat zijn gedefinieerd.

        De heer Bol wijst er op dat 2003 en 2004 als overgangsjaren moeten worden beschouwd waarin de fusie veel tijd en inspanning vergt. De fusiewerkgroepen hebben alle plannen van aanpak opgesteld. De doelstellingen daarin zijn meetbaar zodat achteraf kan worden vastgesteld of de beoogde resultaten ook zijn behaald. Na de fusie in 2005 zullen sectorgewijs doelen worden gedefinieerd.

        Een meerderheid van de commissie adviseert positief op het voorstel.

        XI Mededelingen:

        a. Begrotingsvergelijking

        De voorzitter geeft aan dat ernaar wordt gestreefd om vanaf 2003 ook te komen tot een vergelijking op basis van realisatie (jaarrekening). Het rapport heeft ook een signaalfunctie met als doel verbeteringen in de organisatie aan te brengen. Dat geschiedt door benchmarkingonderzoeken uit te voeren.

        De heer Van Beek mist in het rapport draagvlakgegevens zoals de grootte van de oppervlakte van de waterschappen en het aantal inwoners per waterschap.

        De commissie neemt kennis van het rapport.

        Overige agendapunten

          1. Mededelingen voorzitter

          Geen.

          Ter informatie:

          2. Liquiditeitsprognose periode 10/2003 t/m periode 09/2004

          De heer Bol geeft een toelichting op de ten opzichte van de vorige prognose in positieve zin bijgestelde prognose als gevolg van een achterblijvend uitgavenpatroon.

          Kennis genomen.

          3. Liquiditeitspositie per 6 oktober 2003

          De betere stand (+ € 4,9 mln) ten opzichte van de prognose (+ € 2 mln) kan geheel worden verklaard uit de verschuiving met enkele dagen van enkele grote betalingen (WOZ-kosten, slibverwerkingskosten AGV).

          Kennis genomen.

          4. Besluitenlijsten DenH

          Er zijn geen vragen of opmerkingen.

          5. Actielijst

          Er zijn geen oude acties meer af te werken.

          6. Rondvraag

          De heer Groen informeert de commissie over een rentekwestie met betrekking tot een afrekening met een gemeente en over de stand van zaken met betrekking tot de lopende rechtbankprocedure ter zake van het kostenverdelingsgeschil met de gemeente Haarlemmermeer.

          Niets meer aan de orde sluit de voorzitter om 17.20 uur de vergadering.

           

          Naar boven