0. BURAP tot en met periode 4-2003 (aangehouden vorige vergadering)
II Verslag vorige commissievergadering d.d. 10 juni 2003
IV Vergoeding kadeverbeteringswerken 2002
V Aanvullend krediet aanpassing GIBS i.v.m. wijziging Wvo
VI Grondaankoop waterbergingslocaties
VII Krediet uitvoeren praktijkproef structurele maatregelen Kopsloten Aalsmeer
a. Nationaal Bestuursakkoord Water
h. Stimulering afkoppelen verhard oppervlak
2. Financiering "Kierbesluit" Haringvlietsluizen
3. Mededeling inzake besteding krediet vernieuwing installatiedelen enkele awzi's
4. Liquiditeitspositie per 8 september 2003
6. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2003
Agendapunten VV
Na opening van de vergadering om 12.35 uur door de voorzitter wordt gestart met het agendapunt aangehouden van de vorige vergadering:
In aanwezigheid van de heer Van Duijn, hoofd FPC.
Er is in de vorige vergadering afgesproken om schriftelijk reactie te geven. Er is 1 schriftelijke reactie binnen gekomen van de heer Haverkamp Begemann die in de vergadering wordt uitgereikt. Hierop is ook een beknopt schriftelijk antwoord meegegeven op de gestelde vragen.
Er wordt besloten in deze commissiebijeenkomst van gedachten te wisselen over de structuur en de informatiewaarde van de BURAP. Inhoudelijke vragen worden buiten de vergadering bilateraal met de heer van Duijn afgehandeld. Hiervan wordt gebruikt gemaakt door de heer Van Beek. Ook wordt gemeld dat bestuursleden altijd vragen kunnen stellen aan de betreffende portefeuillehouder en/of hoofd FPC.
De heer Bol start met het uiteenzetten van het doel van de BURAP, namelijk het inzicht geven in de voortgang van de uitvoering van het beleid en het bestuur informeren over activiteiten die nadere actie en bijsturing behoeven. In de evaluatie dient te worden stilgestaan bij de volgende vragen:
Hierna geeft de heer Bol een toelichting op het proces van de totstandkoming van de rapportage; via de managementrapportage leggen projectleiders en budgethouders verantwoording af aan hun sectordirecteur en het MT. Via de BURAP leggen de sectordirecteuren vervolgens verantwoording af aan D&H over de inzet van mensen en middelen en hoe eventuele bijsturing plaatsvindt. De portefeuillehouder is uiteindelijk verantwoording verschuldigd aan de VV.
De voorzitter geeft de gelegenheid tot uiting van een eerste reactie.
Er blijkt een zeer diverse informatiebehoefte te bestaan onder de aanwezige bestuurders. Het rapport wordt op presentatie beoordeeld als goed maar biedt volgens enkele leden ook teveel informatie (soms ook door de tijd achterhaald).
Hoe moet dit dan als sturingsmiddel worden toegepast?
De heer Baas benadrukt de informatiebehoefte die binnen de VV leeft en de controlerende functie die de VV heeft.
De heer Bol vat als volgt samen. De structuur van de rapportage is helder en zal ook worden gehandhaafd. Er zal meer aandacht worden besteed aan de bestuurssamenvatting die op gestructureerde wijze een overzicht dient te bieden van bestuurlijk relevante zaken met betrekking tot afwijkingen in prestaties, middeleninzet en doorlooptijd activiteiten/projecten ten opzichte van de vorige prognose. Daarnaast zal inzicht worden gegeven in de resultaten van de bijsturingsacties zoals voorgesteld in de vorige BURAP.
Deze aanpassingen worden geëffectueerd in de BURAP van periode 13 2003.
Naar aanleiding van:
Pagina 3, gemaal Katwijk, de heer Bus wil graag wat nadere gegevens over de degelijkheid van het gemaal. De voorzitter haakt hier op in door te melden dat er onderzoek is gedaan en een rapport is opgeleverd wat heeft geresulteerd in het uitzetten van een nadere onderzoeksvraag waarvoor 3 offertes zijn opgevraagd. Verder hebben enkele leden van D&H een bezoek gebracht aan gemaal IJmuiden. Voor belangstellenden heeft de heer Baas een folder beschikbaar en oppert de suggestie voor een excursie.
De heer Blaas geeft aan dat naar zijn mening een toekomstvisie tot het jaar 2050 te beperkt is omdat hij op langere termijn grote problemen verwacht in de waterhuishouding in West-Nederland.
Pagina 7, egalisatie verontreinigingsheffing. De heer Bol geeft aan dat het resultaat van de eerdere beraadslagingen van deze commissie zijn meegenomen in het concept Beleidsvoornemen tarieven 2004 en Meerjarenraming 2004-2008. Bij de behandeling van deze stukken in de volgende commissievergadering zal een presentatie worden gegeven.
Overigens vastgesteld.
De heer Haverkamp Begemann stelt de vraag of de ramingen van waterschap Groot Haarlemmermeer onderbouwd zijn.
In het algemeen zijn er vragen omtrent de onderbouwing van de gevraagde subsidies door de inliggende waterschappen. Zijn de ramingen ook zo opgenomen in de begrotingen van de inliggende waterschappen en hoe hard zijn deze en welke grondslagen worden hiervoor gehanteerd. De heer Bol benadrukt dat de uiteindelijke subsidietoezeggingen altijd worden gebaseerd op concreet uitgevoerde plannen en kostenramingen.
Gedurende 2002 is ruim € 1,0 mln toegezegd door Rijnland aan de inliggende waterschappen aan subsidies voor kadeverbeteringswerken. Hiervan is slechts 50% uitbetaald omdat enkele grote werken niet konden worden uitgevoerd door de MKZ-crisis. De achterstand is en wordt in 2003 én 2004 ingehaald. Deze bedragen zijn dus meegenomen in de ramingen van 2003 en 2004.
In bijlage 1 zal een nadere toelichting op de projecten worden opgenomen.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Blaas wil nadere informatie over de consequenties van het niet aanpassen van GIBS. Dit heeft consequenties voor de bestede tijd aan de oplegging van de belastingheffing, niet op de heffing zelf. De investering zal op termijn een besparing opleveren van 1,5 fte.
De bestemmingsreserve GIBS waaruit het aanvullende krediet van € 40.000,00 wordt gefinancierd is hiervoor ruimschoots toereikend.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Van Leeuwen vraagt nadere toelichting op vraagpunt 2. Na welke fase in het Rijnlandse besluitvormingsproces wordt daadwerkelijk overgegaan tot grondaankoop. Welke risico´s lopen we wanneer bestemmingsplannen onverhoopt niet doorgaan.
De heer Baas meldt dat de principiële vraag moet worden beantwoord of het voor seizoensberging noodzakelijk is om grondaankopen te doen. Het antwoord hierop luidt ja. Daarnaast is grondbezit, ook met bestemming agrarisch, waardevol en waardevast.
De heer Bol geeft naar aanleiding van een vraag hierover van de heer Leeuwenburgh aan dat bij de bestemmingsplanprocedure maatschappelijke afweging plaatsvindt omtrent het grondgebruik. Bij de onteigeningsprocedure toetst de rechter of het strikt noodzakelijk is dat de grond voor die bestemming in andere handen moet overgaan.
De heer Bus en de heer Van Beek zien, gezien de recente droogteperiode met inlaat van IJsselmeerwater, ook nog andere mogelijkheden dan grondaankoop voor waterbergingslocaties. Deze nieuwe inzichten dienen als alternatief in de overwegingen meegenomen te worden. De heer Kranenburg is van mening dat, gezien de recente droogteperiode, maatregelen niet langer op zich kunnen laten wachten en maant tot snelheid van acteren.
De heer Blaas ziet in de recente droogteperiode ook de noodzaak tot het formuleren van beleid voor de langere termijn en vindt de beoordeling van de alternatieven prima maar opteert voor een 2 sporen beleid en zou niet willen zien dat dit voorstel hierdoor vertraging oploopt. Nu afwijken van het vastgestelde VV beleid zou getuigen van een korte termijn visie.
De heer Haverkamp Begemann geeft de voorkeur aan het starten met 1 project en wel waar de meeste wateroverlast optreedt, het zuiden van het gebied.
De voorzitter benadrukt dat ondanks de nieuwe inzichten er vastgesteld beleid is. Wanneer deze nieuwe inzichten nopen tot het terug komen op dit beleid, dient deze discussie in de gehele VV plaats te vinden.
Deze notitie is bedoeld om een kader te scheppen voor vast te stellen beleid met betrekking tot grondaankopen voor waterbergingslocaties. Het daadwerkelijk aankopen van grond voor berging is nu nog niet aan de orde. Hiervoor zullen uiteraard te zijner tijd afzonderlijke voorstellen en kredietaanvragen aan de VV worden voorgelegd.
Na deze toelichting adviseert de commissie positief over deze kaderstellende notitie.
De voorzitter benadrukt dat maatregelen dienen te worden uitgevoerd om in de toekomst problemen te voorkomen. Wanneer de proef slaagt zal deze worden uitgebreid naar alle 200 sloten. De heer Blaas zou graag zien dat de aangelanden betrokken zijn bij het convenant en wil beginnen met uitvoering na ontvangst van 50% van de gelden.
Met 1 stem tegen en 1 onthouding adviseert de commissie positief over het voorstel.
De heer Blaas uit zijn bezorgdheid omtrent de korte termijn van 50 jaar van de nationale visie en had dit graag tot het jaar 2100 gezien. De heer van Beek deelt zijn mening maar ziet de ontwikkeling en zorg hiervoor ook bij een volgende generatie. De heer Leeuwenburgh merkt op dat er veel stedelijke waterplannen tegelijk aandacht zullen vragen in de toekomst.
Met betrekking tot de door het kabinet voorgestelde € 100 miljoen besparing op de uitvoering van de wet WOZ meldt de heer Bol dat een commissie hiervoor meer dan 40 verbetervoorstellen heeft gedaan die op 9 september worden besproken met de staatssecretaris van Financiën.
De voorzitter geeft inzicht in de huidige stand van zaken met betrekking tot de droogte. De heer Baas meldt voor de goede orde dat Rijnland haar zaakjes op orde heeft op het gebied van de kade inspecties, in afwijking van hetgeen in de pers wordt gesuggereerd. Rijnland heeft hierop een brief gestuurd naar de Unie van Waterschappen.
Voor het overige kennisgenomen.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
De commissie neemt kennis van het vergaderschema.
Geen.
De heer Baas meldt dat Rijnland een brief omtrent dit onderwerp aan het Rijk heeft gestuurd waarin wordt gewezen op mogelijke verziltingsproblemen bij de inlaat van water bij Gouda. Hiervoor dient het Rijk alternatieven te ontwikkelen. Rijnland is overigens niet voornemens mee te betalen aan het "Kierbesluit" Haringvlietsluizen.
Ter informatie:
De commissie neemt kennis van de mededeling.
Na toelichting door de heer Bol neemt de commissie kennis van de prognose.
De heer Bol wijst op de foutieve datum boven het overzicht. De datum 20 mei moet zijn 1 september. Voor het overige kennis genomen.
De heer Bol geeft aan dat de bestedingen binnen het gestelde krediet zullen blijven. Voor het overige kennis genomen.
De heer Haverkamp Begemann zal naar aanleiding van de besluitvorming omtrent Lisse op 29 juli jl. contact opnemen met de heer Steegh.
Met betrekking tot besluitvorming Nota kostentoedeling voor het nieuwe Hoogheemraadschap van Rijnland op 14 augustus jl. wordt nogmaals gemeld dat in formele zin de bestaande bestuursorganen geen rol hebben in de vaststelling van de kostentoedeling voor het nieuwe hoogheemraadschap; de Voorbereidingscommissie is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het voorstel, dat direct na 1 januari 2005 door de nieuwe VV moet worden vastgesteld. DE heer Bol meldt dat de VV periodiek op de hoogte wordt gesteld van de voortgang van de fusie en over relevante besluiten.
Er zijn geen openstaande acties en ook geen nieuwe acties afgesproken.
Naar aanleiding van het jaarverslag van DRSH wordt de vraag gesteld met betrekking tot de kostenverdeling van de renovatie van de Spaarndammerdijk. Rijkswaterstaat zal moeten meebetalen zolang dit als een primaire waterkering wordt beoordeeld.
Gezien het feit dat de heer Baas afscheid neemt van de commissie richt de voorzitter een woord van dank tot hem en bedankt hem voor zijn inzet voor deze commissie waarmee een ieder instemt met applaus.
De heer Baas op zijn beurt meldt een fijne tijd gehad te hebben en bedankt de commissieleden voor de goede samenwerking.
De volgende vergadering zal onder voorzitterschap van de heer Groen plaatsvinden.
Om 15.10 uur wordt de vergadering gesloten.
Aldus vastgesteld in de bijeenkomst van de Commissie Financiën d.d. 6 oktober 2003
