II Verslag vorige commissievergadering d.d. 7 april 2003
V Jaarrekening 2002
a. Concept jaarrekening
b. Af te sluiten en lopende VV-kredieten
VI Motie Van Warmerdam; tarieven 2004
VII Krediet functionele aanpassing GIBS-programmatuur
VIII Boezemgemaal Katwijk; heroriëntatie bergen en malen
IX Subsidieregeling SUBBIED; baggeren in stedelijk gebied
X Nota afkoppelen verhard oppervlak
XI Ontwerp Deelstroom Gebiedvisie Midden-Holland
XIII Verkoop terrein v.m. awzi Vijfhuizen
c. Stichting Beheer van het Gemeeneland; jaarverslag en jaarrekening 2002
f. Europese Kader Richtlijn Water
1. Mededelingen voorzitter
2. Peilvakken De Zilk; compenseren grondeigenaren en gebruikers
3. Kostenverdeling verkiezingen 2004
Ter informatie:
4. BURAP t.e.m. periode 4-2003
5. Liquiditeitsprognose periode 4-2003 periode 4-20048. Overzicht bestedingen Bedrijfsmiddelenkrediet 2003
Aanwezig : de hoogheemraad de heer H. van der Nagel, voorzitter;
: de leden de heren Bus, Blaas, ir. Haverkamp Begemann, ing. Van Beek, Kranenburg, Van Leeuwen, ir. Leeuwenburgh en drs. Groen;
: de heren Bol (secretaris) en Ketel (adj.-secretaris);
de heer J. van Wijk, algemeen directeur, t/m agendapunt VIII.
de heer ing. P.J. Smit (hfd. afd. BVO) bij agendapunt VIII;
Afwezig m.k. : de heer J. Baas, plv. voorzitter.
Publieke tribune: -
De voorzitter doet mededeling van de verhindering van de heer Baas.
Aan de agenda wordt punt XIIIa, krediet vervanging roostergoedinstallatie awzi Nieuwveen, toegevoegd.
In verband met de aanwezigheid van de heer Smit (projectleider) zal het onderwerp Boezemgemaal Katwijk als eerste agendapunt na verslag vorige vergadering worden behandeld.
De heer Kranenburg verontschuldigt zich dat hij de stukken niet goed heeft kunnen bestuderen omdat hij pas gisteren terugkeerde van een vakantie.
Blz. 5, punt 2, project technische aanpassingen maatwerk software:
De heer Bol licht toe dat het tweede gedeelte van de laatste zin ("vooruitlopend op een nog aan te vragen aanvullend krediet in de juni-VV") moet worden geschrapt. De verwachte kredietoverschrijding bedraagt minder dan 10% hetgeen volgens bestaande afspraken te zijner tijd wordt meegenomen bij de rapportage af te sluiten kredieten.
Overigens vastgesteld.
De heer Haverkamp Begemann informeert naar het bestaansrecht van de bestuursacademies en het profijt dat Rijnland daarvan heeft (gehad).
Voorts vraagt hij of Rijnland aan nog meer, hem onbekende, soortgelijke gemeenschappelijke regelingen deelneemt.
De heer Van Wijk geeft aan dat het belang en het profijt van Rijnland bij de academies gering is. Door mee te betalen aan het in de afkoopsom begrepen startkapitaal voor een geprivatiseerde doorstart, worden liquidatiekosten vermeden. Aan andere dan de algemeen bekende GRs neemt Rijnland niet deel.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
Naar aanleiding van een vraag van de heer Haverkamp Begemann over de risicoparagraaf (blz. 32), wordt geantwoord dat voor Rijnland negatieve uitkomsten van lopende gerechtelijke- en arbitrageprocedures zullen leiden tot hogere kosten, die niet in de (meer)jarenbegroting zijn verwerkt. Het zou de positie van Rijnland kunnen verzwakken indien al wel dekking aangegeven zou zijn.
Desgevraagd wordt toegelicht dat de energiekosten, voor zover nog geen rekeningen zijn ontvangen, op basis van bekende verbruiksgegevens voor geschatte bedragen in de jaarrekening zijn verwerkt.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
b. Af te sluiten en lopende VV-kredieten
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De commissie adviseert positief op het voorstel van het college om de motie niet over te nemen.
Na toelichting adviseert de commissie positief op het voorstel.
De voorzitter vestigt de aandacht op een uitgereikte notitie met extra informatie over de PM-post voor renovatievariant 3, welke notitie na een korte leespauze nader wordt toegelicht door de heer Smit. Voor het merendeel van de PM-posten (renovatie bestaande gemaal, krooshekreiniger, energievoorziening, maatregelen aanstroming) is inmiddels een calculatie opgesteld, uitkomend op € 15,7 mln. De totale kosten voor variant R3 komen daarmee uit op € 42,5 mln + PM, waarbij de PM-post uitsluitend nog de kosten betreft voor reductie van emissie van de bestaande dieselmotoren.
Vervolgens brengt de voorzitter het voorstel in discussie.
De heer Leeuwenburg stelt vast dat een afweging moet worden gemaakt tussen nieuwbouw en renovatie. Een vergelijking is voor hem moeilijk. Voorts speelt daarbij de onzekerheid met betrekking tot de factor bergingslocaties. Welke middelen heeft Rijnland om die te realiseren? Is onteigenen een optie? Dit soort projecten loopt nogal eens mis. Indien de bergingslocaties zouden wegvallen, moet een besluit over het gemaal anders uitvallen.
De heer Blaas constateert dat de vragen die in de februari-VV over dit onderwerp zijn gesteld, niet in de voorliggende stukken worden beantwoord. Feitelijk zijn we weer net zo ver als vorig jaar om deze tijd. Waarom wisten we toen niet wat we nu wel weten? Ook de heer Blaas staat voor een dilemma met de nu gepresenteerde varianten.
De heer Van Beek heeft ernstige kritiek op de gevolgde procedure. Hij stelt vast dat op blz. 1 in paragraaf 0 van het voorstel een pertinente onjuistheid staat vermeld. Anders dan de tekst wil doen geloven heeft de VV heeft op 19 februari jl. helemaal geen besluit genomen. Hetgeen over het door het college teruggenomen voorstel door o.a. de heer Blaas naar voren is gebracht, is zelfs niet in de vergadernotulen opgenomen. In feite is op dit moment nog steeds het VV-besluit van 11 december 2002 van toepassing, omdat dit besluit in het voorliggende voorstel niet wordt ingetrokken. De heer Van Beek herinnert eraan, dat in de VV van juni 2002 ("de beslissing van de eeuw") voor bergen en malen is uitgegaan van een totaalbedrag van € 71 mln. Bij die gelegenheid heeft hij al ernstige twijfels naar voren gebracht over de omvang van de genoteerde bedragen, die zijns inziens onvoldoende onderbouwd waren. Hij mist in dit verband gedegenheid. Door de hele gang van zaken is zijn vertrouwen verder afgenomen.
Tenslotte stelt de heer Van Beek vast, dat de toezegging in februari jl. dat de commissies nader geïnformeerd zouden worden, niet is nagekomen.
De heer Bus stelt vast dat er met een onzekerheidsmarge van 30% nog steeds geen zekerheid is. Hij vraagt zich af of het renoveren van het bestaande gemaal met het oog op de toekomst een verstandige beslissing is.
De heer Van Leeuwen meent dat het terugkomen op een eerder genomen besluit moeilijk is, maar hij heeft wel vertrouwen in het voorstel dat nu voorligt.
Met de gegeven toelichting op de invulling van de PM-post voor variant R3, is bij de heer Haverkamp Begemann het vertrouwen verstevigd. Hij vraagt speciale aandacht voor de communicatie met het publiek over de draai van 180 graden die met de renovatievariant wordt gemaakt ten opzichte van de eerder breed uitgedragen nieuwbouwvariant.
De heer Groen is blij dat de pro memorie posten nu boven water zijn gebracht en vraagt eveneens aandacht voor de moeilijke publicitaire draai die gemaakt moet worden.
De heer Kranenburg maakt zich zorgen over de besluitvorming zonder de beschikking te hebben over een ontwerpplan en een ramingsmarge van 30%. Hij pleit ervoor aan externe deskundigen een second opinion te vragen over een verlenging van de levensduur van het gemaal met 50 jaar, met name een funderingsonderzoek. Hij moet er niet aan denken dat als naderhand blijkt dat de huidige veronderstellingen toch niet juist zijn, weer teruggekeerd moet worden naar de nieuwbouwvariant.
In antwoord op de opmerkingen van de commissieleden bevestigt de heer Van der Nagel dat er in de loop van het proces fouten zijn gemaakt. Het college heeft dat ook toegegeven. Toen bleek dat de ramingen moesten worden bijgesteld, is besloten tot gedegen onderzoek onder een nieuwe projectleiding. Het college heeft in de voorliggende stukken volledige openheid van zaken aan de VV gegeven. Hij wijst daarbij onder meer op de aanscherping van eisen en uitgangspunten als genoemd in bijlage 2, punt 4, waardoor het college werd verrast. Dit is onverwijld aan de VV gemeld. Met name de risicos van verbouw versus nieuwbouw zijn vervolgens aan de orde gekomen. Vastgesteld is dat er bij het bestaande gemaal geen gevaar voor onderloopsheid bestaat en het gemaal ontworpen is op een stabiliteit bij een hoogwaterstand van NAP + 3,50 m¹ met een golfoploop tot NAP + 4,50 m¹. Daarmee voldoet het gemaal aan de randvoorwaarden bij uitbreiding.
De heer Smit vult aan dat de gegevens over funderingspalen en stalen damwandschermen zijn ontleend aan het programma van eisen uit 1952. Vóór de februariramp van 1953 was het zelfs de bedoeling dat het talud van het nieuwe gemaal als buitenwaterkering zou gaan dienen, waardoor de oude buitensluis kon worden gesloopt. Op grond van de latere Deltawetnormen is echter begin jaren tachtig een nieuwe uitwateringssluis aangelegd met een kerende hoogte van NAP + 10 m¹. Na onderzoek heeft de heer Smit geconstateerd dat het gemaal indertijd degelijk is gebouwd. Er zijn fotos beschikbaar van de funderingsconstructies. Indertijd werd gewerkt met een hoger cementgehalte in het beton dan tegenwoordig. Er is technisch geen reden voor twijfel aan de condities van de constructies Er hoeft in de bestaande constructies behoudens het gemaaldak - nauwelijks gehakt of gebroken te worden.
De heer Van der Nagel licht toe dat Rijnland voor de inrichting van bergingslocaties mede afhankelijk is van de beide provincies (streekplannen), gemeenten (bestemmingsplannen) en grondeigenaren (eventueel onteigenen). Hoewel afgewacht moet worden hoe de procedures uiteindelijk verlopen, heeft hij op dit moment alle vertrouwen in de medewerking van de medeoverheden. Zelfs bij een nog grotere capaciteit in Katwijk dan thans wordt voorzien, zal er in het zuidwesten van het beheersgebied altijd een bergingslocatie nodig zijn vanwege de specifieke omstandigheden aldaar.
Hoewel er tijd verloren is gegaan, rekent de heer Van der Nagel liever in een aantal maanden dan een jaar, zoals de heer Blaas veronderstelde.
In antwoord op de opmerkingen van de heer Van Beek zal de heer Van der Nagel nader met de dijkgraaf overleggen over de redactie van het ontwerpbesluit, en zal hij de besluitvorming op 19 februari na laten gaan.
Het college is zich bewust van de noodzaak om het voorgestelde renovatiebesluit goed met het publiek te communiceren.
Met betrekking tot de kostenvergelijking nieuwbouw/renovatie, deelt de heer Smit mee dat bij de renovatievariant rekening is gehouden met een onzekerheidsopslag. Aanpassingen van ramingen in het vervolgtraject (verkleining onzekerheidsmarge) hebben dan geen invloed meer op de nu te maken afweging bij het vergelijken van de varianten.
Desgevraagd deelt hij mee, dat de golfremmers op het talud van het buitenkanaal worden aangebracht.
De heer Blaas is het ermee eens dat verdieping van het Oegstgeester- en Katwijkse kanaal mogelijk nodig is voor de toevoercapaciteit, maar verdieping leidt niet tot extra berging. Daarom pleit hij ervoor om ook tot verbreding van die kanalen over te gaan. Hij stelt vervolgens enkele technische vragen, waarop hij te zijner tijd graag een antwoord ontvangt:
Bij monde van de heer Kranenburg toont de commissie zich nog niet overtuigd over de conditie van het bestaande gemaal met het oog op de renovatievariant. "Geen reden tot twijfel" wordt als te mager ervaren en teveel gebaseerd op veronderstellingen. In dat verband wenst de commissie meer zekerheid te verkrijgen door een second opinion onderzoek uit te laten voeren, waarbij de namen worden genoemd van de hoogleraren J. Beien (Intron) en Stuip (CUR).
Onder die voorwaarde is de commissie bereid positief te adviseren op het voorstel.
De commissie vraagt zich af of Rijnland zich met dit voorstel niet teveel afhankelijk maakt van gemeenten en geen eigen prioriteitstelling meer kan bepalen.
De voorzitter licht toe, dat Haarlem (werk in voorbereiding) en Gouda (onder voorwaarden) behoren tot het interimbaggerprogramma. De situatie in Leiden is niet minder urgent. Financieel is er geen beletsel met Leiden mee te liften. Daarom wordt voorgesteld Leiden en Leidschendam alsnog op te nemen in het interimbaggerprogramma voor de jaren 2005-2006.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
De heer Groen heeft uit de nota begrepen, dat een inventarisatie van afkoppelprojecten ontbreekt. Hij pleit voor een goede aanpak hiervoor.
De heer Haverkamp Begemann ziet geen heil in dit voorstel. Hij betwijfelt of neerslagwater op awzi's wel zo'n groot probleem is en hij is, evenals de heer Leeuwenburgh, bevreesd voor de waterkwaliteit bij afkoppelen van wegen en industrieterreinen. Voorts vraagt de heer Haverkamp Begemann zich af hoeveel extra ftes met de uitvoering van een dergelijke regeling zijn gemoeid. Dekking van bijdragen uit een voorziening met een ander doel acht hij onjuist. Bedragen die niet worden besteed behoren vrij te vallen.
De heren Van Leeuwen en Blaas leiden uit het voorstel af dat de geraamde omvang van de bijdragen "een slag in de lucht" betreft. De heer Blaas informeert naar waterbalansen bij directe afvoer naar oppervlaktewater in plaats van afvoer naar zuiveringsinstallaties, die meestal lozen op grotere boezemwatergangen.
De heer Bus meent dat dit voorstel een bijdrage levert aan het terugdringen van de lozing van diffuse bronnen, hetgeen zeer noodzakelijk is.
De voorzitter benadrukt dat het voorstel niet is bedoeld is voor uitbreidingsplannen, waarbij al voorwaarden aan de riolering worden gesteld. Voorts moeten gemeenten eerst voldoen aan de basisinspanning door bijvoorbeeld bufferbassins aan te leggen. Het voldoen aan de norm kan eventueel ook door afkoppeling worden bereikt, maar is meestal duurder. Maatregelen in het kader van de basisinspanning komen niet voor een bijdrage in aanmerking. Ook met het bereiken van de basisinspanning is de waterkwaliteit door overstorten nog kwetsbaar. Een verdere emissiereductie kan worden bereikt door bij bestaande gemengde stelsels de hemelwaterafvoer af te koppelen. Daarvoor moet door de gemeente een afkoppelplan worden gemaakt en beslist Rijnland met behulp van een zogenaamde beslisboom of afkoppelen in voorkomende gevallen verantwoord is, waarbij de opvangcapaciteit van locale watergangen wordt meegenomen. Vervanging van een gemengd stelsel door een gescheiden stelsel is aanmerkelijk duurder. Het voorstel beoogt in de meerkosten een bijdrage te leveren. Afkoppelen is niet afdwingbaar indien aan de basisinspanning wordt voldaan.
Desgevraagd bevestigt de heer Van der Nagel dat de besparing voor Rijnland op transport- en zuiveringskosten, die zich overigens pas op lange termijn zal manifesteren, de grondslag vormt voor de bijdrageregeling. Rijnland zal zich richten op kansrijke projecten, met een ondergrens van het af te koppelen oppervlak. Eén en ander wordt meegenomen in het reguliere rioleringsoverleg dat door de ambtelijke dienst met gemeenten wordt gevoerd.
Met uitzondering van de heer Haverkamp Begemann adviseert de commissie positief op het voorstel.
Onder verwijzing naar zijn opmerkingen bij agendapunt VIII over verbreding van het Oegstgeesterkanaal, stelt de heer Blaas voor om het woord "wellicht" op blz. 13 in de laatste volzin onder het kopje "Het boezemsysteem van Rijnland" te schrappen.
Overigens adviseert de commissie adviseert positief op de voorgestelde reactie aan de stuurgroep.
Na toelichting adviseert de commissie positief op het voorstel.
Naar aanleiding van een vraag van de heer Groen zal worden nagegaan welke afschrijvingstermijn (10 of 15 jaar) moet worden aangehouden.
De kredietervaring bij de a.w.z.i. Nieuwe Wetering was bij het opstellen van de investeringsbegroting 2003 voor het voorliggende project nog niet bekend. In hoeverre dat met de installatie op de a.w.z.i. Aalsmeer het geval was, zal worden nagegaan.
De commissie adviseert positief op het voorstel.
(Noot adj.-secr.: In het op 20-02-02 door de VV beschikbaar gestelde krediet voor de roostergoedinstallatie Nieuwe Wetering is, evenals voor Nieuwveen thans, een afschrijvingstermijn van 15 jaar aangehouden. De installatie voor de awzi Aalsmeer is in 1999 ten laste van de exploitatierekening aangebracht.)
Met waardering voor originaliteit van inhoud en lay out neemt de commissie kennis van het jaarverslag.
De commissie neemt kennis van jaarverslag en jaarrekening 2002.
De commissie neemt kennis van de mededeling.
OVERIGE AGENDAPUNTEN
In aansluiting op een uitgereikte notitie geeft de heer Bol een toelichting op de voorbereiding van de meerjarenraming 2004 2008 in het kader van de egalisatie van het tarief verontreinigingsheffing. Sinds twee jaar wordt rekening gehouden met de consequenties van de voorstellen van de commissie Togtema/Leemhuis, voor wat de overheveling van passief waterkwaliteitsbeheer betreft van verontreinigingsheffing naar watersysteemheffing. Daarom is in de MJRs van de afgelopen twee jaren een geëgaliseerde heffingsstijging berekend naar een lager niveau aan het eind van de MJR-periode dan zonder overheveling het geval is.
Ingewonnen fiscaaljuridisch advies lijkt er op te duiden dat toepassing van Togtema/Leemhuis zonder wijziging van de Wet verontreiniging oppervlaktewater tot problemen in de belastingheffing kan leiden. Wanneer die wetswijzigingen tot stand komen is op dit moment onzeker.
Vanwege die risicos lijkt het op dit moment niet verantwoord om bij de voorbereiding van de komende MJR uit te gaan van het Togtema/Leemhuis effect. In dat verband is het ook niet meer verantwoord om de verontreinigingsheffing via incidentele aanwendingen van de saldireserve als het ware te bevriezen op een bedrag van € 40,00 per v.e. Het verschil tussen het hogere, werkelijke kostenniveau en het heffingsniveau zorgt voor uitputting van de egalisatievoorziening. Op termijn zal de heffing dan uit moeten stijgen boven het kostenniveau om een nieuwe evenwichtssituatie te kunnen bereiken.
In de volgende commissievergadering zal op deze problematiek nader worden teruggekomen.
Op verzoek van de heer Haverkamp Begemann is een notitie opgesteld hoe zal worden gehandeld bij grondverwerving ten behoeve van de inrichting van de peilvakken.
De heer Haverkamp Begemann zegt er in principe een tegenstander van te zijn om de betreffende kwekers te betalen voor grondaankopen c.q. schadevergoedingen - waarvoor € 350.000,00 is gereserveerd -, omdat het rendement van de maatregelen geheel ten gunste komt van die kwekers. Het is dan niet juist om alle belastingplichtigen te laten meebetalen. De heren Groen, Van Beek, Blaas, en Kranenburg hebben gevoel voor dat standpunt en suggereren het profijtbeginsel of een gedifferentieerde heffing te overwegen. De heer Van Leeuwen daarentegen stelt zich op het standpunt, dat het de taak van het waterschap is om in alle gevallen te zorgen voor voldoende drooglegging en dat de kosten uit dien hoofde uit de reguliere omslag betaald moeten worden. De heer Leeuwenburgh vindt dat wie A heeft gezegd nu ook B moet zeggen.
De voorzitter en de secretaris repliceren dat in feite hiermede het onderwerp omslagclassificatie aan de orde wordt gesteld. Dit onderwerp kan heel wat repercussies uitlokken. Vanuit de solidariteitsgedachte ligt het juist in het voornemen om bij de waterschapsfusie het onderscheid tussen boezem- en polderland bij de omslagheffing op te heffen. Het categorale profijtbeginsel wordt daarmee bewust losgelaten.
De commissie neemt kennis van de notitie.
De commissie neemt kennis van de notitie.
Ter informatie:
Door de latere toezending heeft de commissie het stuk nog onvoldoende kunnen bestuderen. Afgesproken wordt dat de leden hun inhoudelijke vragen en opmerkingen, alsmede hun mening over de wijze van rapporteren, binnen enkele weken aan de secretaris sturen. Vervolgens zal de BURAP opnieuw worden geagendeerd voor de volgende commissievergadering. Om voor de behandeling voldoende tijd in te ruimen wordt besloten om de aanvang van de commissievergadering van 8 september a.s. met één uur te vervroegen en derhalve te stellen op 12.30 uur. Er zal dan een lunch worden geserveerd.
Na toelichting door de secretaris neemt de commissie kennis van de prognose.
Kennis genomen.
De brandschade aan de pompen van de awzi Heemstede is bij de verzekering geclaimd. Naar verwachting worden de externe kosten volledig vergoed.
Overigens kennis genomen.
Kennis genomen.
Desgevraagd wordt een toelichting gegeven op de procedure herbenoeming dijkgraaf (DenH 20-05-03).
Overigens kennis genomen.
Alle acties zijn uitgevoerd.
Niets meer aan de orde sluit de voorzitter om 16.55 uur de vergadering.
